Onderweg

Ze blaast een lok haar uit haar gezicht en doet de bovenste knopen van haar jas los. Met haar tong gaat ze langs haar bovenlip, het smaakt zout. Ze heeft het veel te warm.
‘Sorry hoor…’ Ze lacht naar haar tafelgenoot en staat op. ‘Even mijn jas uit, het is snikheet.’
Het meisje knikt en wenkt de ober.
‘Koud drankje maar doen dan?’
Donna knikt. Ja, een lekker koud biertje op de eerste warme voorjaarsdag. Geen betere manier om de werkdag mee af te sluiten.

Terwijl ze wachten op hun drankjes pakt het meisje een zwarte map uit haar tas. Donna kijkt naar haar gezicht. Ze heeft sproetjes. Het staat haar lief.
‘Hoe ging je eerste dag?’
‘Ja, wel goed geloof ik ... wil je mijn foto’s nog zien?’
‘Straks… vertel eerst zelf maar iets over je foto’s, en over jezelf.’
Het meisje kijkt haar met grote, stralende ogen aan. Niets is leuker dan nieuwe stagiaires. Die willen nog zo graag. Dat je naar ze luistert, naar hun verhaal en hun ideeën. Dat je naar ze kijkt en naar hun werk.
Donna zag haar meteen toen ze binnenkwam en net als alle andere stagiaires loopt ze over van enthousiasme en onzekerheid. Ze vindt het altijd prettig stagiaires een beetje wegwijs te maken en bij de hand te nemen. Nog veel prettiger vindt ze de duidelijke bewondering voor haar werk, en voor haar.
Donna haar werk is ook goed. Haar foto’s hebben misschien nooit grote prijzen gewonnen, maar ze kan er goed van leven.

Het meisje praat, enthousiast. Grote plannen, nog grotere dromen. Jammer dat al die plannen en dromen over een paar jaar verdwenen zullen zijn. Er zijn maar weinig mensen die het echt in zich hebben om een goede fotograaf te worden. Veel blijven uiteindelijk hangen bij middelmatige plaatjes van pasgetrouwde stellen of schoolkinderen. Daar is niets mis mee, maar het is zonde van de dromen.
Donna heeft nooit gedroomd. Niet van roem, niet van de beste zijn ... nooit. Doen wat ze goed kan en wat ze leuk vindt, meer heeft ze niet nodig en dit meisje ...

Ze moet stoppen haar meisje te noemen. Vervelend dat ze haar naam niet meer weet. Het is de stagiaire van Norman. Hij kwam haar voorstellen vanmorgen, tijdens de vergadering. Daarna heeft ze haar niet meer gezien. Tot ze vanmiddag samen in de lift stonden en ze haar complimenteerde met haar schoenen. Dat werkt altijd.
‘… zo blij toen ik hoorde dat ik bij jullie stage mocht lopen…’
Donna onderbreekt het meisje. ‘Het is echt erg, maar ik weet je naam niet meer…’
‘Alexandra, maar ik word meestal Alex genoemd.’
‘Alex zal het zijn.’
Ze heft haar biertje naar Alex en ziet met genoegen dat het meisje een kleur krijgt. Soms is het zo makkelijk.
‘Vertel verder…’

Alex vertelt over haar opleiding, haar vorige stage en haar vriendje. Donna luistert niet. Niet echt. Net genoeg om af en toe te knikken of instemmend te hummen. Zo makkelijk is het. Liever hoort ze waarom het meisje een kleur kreeg, en waarom haar ogen zo stralen. Liever voelt ze hoe zacht de huid van haar gezicht is, haar lippen en hoe die lippen voelen op die van haar. De kleine handen met smalle vingers op haar huid. Strelend en knedend. Het hoeft niet echt en zeker niet nu, dat zou te makkelijk zijn, maar ze kan het zich voorstellen en het zijn prettige gedachten.
Ze bestelt nog een keer, en nog een keer. De zon verdwijnt achter de hoge gebouwen en ze krijgt het weer kouder. Haar huid reageert.
Hoe zou Alex, die praat over haar vriendje alsof het een god is, reageren als Donna haar zou zoenen. Hier, op het terras, ten overstaan van de andere terrasbezoekers, het personeel en voorbijgangers.
Donna glimlacht. De bewondering zou over zijn en de grote, stralende ogen zouden dof worden, verward, misschien zelfs wel boos. Of zou ze nieuwsgierigheid in de ogen zien, verbazing, een nog iets fellere blos op haar wangen.

Alex praat door en Donna bestelt een vierde rondje. Het laatste rondje. Dit is leuk, maar ze moet het niet overdrijven en het is zeker niet haar bedoeling het kind dronken te voeren.

Uit haar tas komt een vrolijke melodie. Een berichtje.
Ze leest het en staat verschrikt op, Alex abrupt onderbrekend in haar verhaal. Shit! Shit!
‘Het spijt me, een afspraak. Helemaal vergeten.’
Gehaast trekt ze haar jas aan en ze graait een briefje van twintig uit haar tas.
‘We kletsen een andere keer. Ik moet weg. Tot morgen.’
‘Maar mijn foto’s…’
‘Ook een andere keer… Fijne avond!’
Ze is het meisje al bijna vergeten als ze wegloopt en Janneke een berichtje terug stuurt.
‘Onderweg… don’t start without me!’

Show Buttons
Hide Buttons