Liefde van het hart

Donna heeft weer een onrustige nacht. Een late nacht.
Zwetend wordt ze wakker. Ze heeft het warm en nog meer beelden van zichzelf in haar hoofd. Geile beelden.
Haar lakens plakken tegen haar lijf en haar borsten. Witte vegen over het beddengoed. Er zitten knopen in haar haren. Ook daar plakt het.
Het zaad van Norman over haar gezicht, over haar borsten. Ze had het uitgesmeerd. Alsof het een dure crème was en ze had haar vingers afgelikt terwijl ze hem aankeek. Hij was meteen weer hard geworden.
Hij kreunde dat ze een kreng was dat ze hem zo gek wist te maken en had haar nog een keer geneukt.
Op haar buik liet ze zich in het matras duwen, haar benen zo ver mogelijk uit elkaar en hij was weer in haar gekomen. Ritmische stoten. Er leek geen einde aan te komen.
Net als er geen einde kwam aan zijn stroom van woorden. Het zijn verhalen die ze graag tot leven ziet komen.

Ze krijgt geen antwoord van Janneke op haar mail en Donna wordt een beetje driftig. Janneke kan op zijn minst het fatsoen opbrengen om iets te laten horen. Wat als er iets met haar aan de hand zou zijn? Kan haar dat niets schelen?
Kan het Janneke niet meer schelen hoe het met haar gaat?
Donna kan het zich niet voorstellen.
Ze is de liefde die Janneke nooit meer dacht te vinden.
Janneke is de liefde waarvan Donna niet wist dat het bestond.

Ze gaat onder de douche en spoelt alles van zich af. Het zweet, het geil, het zaad.
Terwijl ze ontbijt belt ze Janneke.
De zon schijnt in strepen door de gordijnen, banen warm licht door de kamer. Op de scherven op het bureau.
Een teken. Donna weet het zeker.
De voice-mail. Meteen belt ze weer.
Een klik en dan haar zachte stem.
‘Met Janneke.’
‘Met Donna.’
Zodra Donna de stem van Janneke hoort, weet ze het helemaal zeker. Ze houdt van Janneke, met alles wat ze heeft. Ze wil haar niet kwijt, nooit. Janneke moet naar haar luisteren.
‘Wat is er Donna?’
Janneke klinkt vermoeid, een beetje ongeduldig zelfs. ‘Waarom bel je?’
‘Kunnen we wat afspreken?’
‘Waarom?’
‘Ik mis je.’
Even blijft het stil. Dan een zucht.
‘Ik denk niet dat het een goed idee is Donna.’
‘Jawel. Gewoon praten. Nog niet alles is gezegd.’
‘Ik heb genoeg gezegd Donna. Het werkt niet tussen ons.’
Donna merkt dat haar stem trilt. ‘Maar je bent alles voor me.’
‘Dat ben ik niet.’
‘Ik hou van je…’
‘Dat denk je ja, maar je doet het niet. Niet echt…’
Donna voelt dat ze boos wordt. Ze had verwacht dat Janneke blij zou zijn iets van haar te horen en enthousiast om wat af te spreken. Samen uit eten, wat drinken en praten. Naar huis en vrijen. Het zou zijn of er niets gebeurd was. De scherven op het bureau zouden ongelijk hebben.
Janneke gaat niet bij haar weg. Janneke kan niet bij haar weg.
‘Jawel, ik hou van je, met heel mijn hart.’
‘Heel je hart is niet genoeg Donna.’
‘Wat wil je dan…?’
‘Ik wil niets, jij belt mij. Misschien moet je dat niet meer doen.’
‘Hou je niet van mij…?’
Janneke zucht. ‘Het maakt niet uit of ik van je hou…’
‘Jawel…’
‘Nee. Dat maakt niet uit. Het is namelijk nooit genoeg. Het ga je goed Donna en ik zou het prettig vinden als je me niet meer belt…’
‘Je kunt niet bij me weggaan! Dat heb je nooit gekund!’
‘Ik ben al weg Donna.’
Donna schreeuwt, met hoge stem. ‘Je houdt het niet vol! Je houdt het nooit vol. Je hebt mij nodig! Je kunt niet bij me weg, je houdt van mij, van niemand anders hoor je!’
Er komt geen antwoord meer en verbijsterd kijkt Donna naar haar telefoon.
Janneke heeft opgehangen. Zonder nog naar haar te luisteren en zonder nog iets te zeggen, heeft Janneke opgehangen.
Donna voelt haar ogen branden en in haar borst verkrampt het.
Janneke kan niet zomaar bij haar weg.
Donna heeft haar liefde nodig. De liefde van Janneke is haar huis.
Janneke gaat niet weg.
Niemand gaat bij Donna weg.

Show Buttons
Hide Buttons