Met harde hand

Ze voelt haar voeten wegzakken in de slijmerige modder en een beetje verwonderd kijkt ze er naar. Het komt omhoog zetten tussen haar blote tenen door, donkergrijs, bijna blauw, als een dikke drab. De kille wind blaast de geur van rottend blad in haar neus. Er vallen koude druppels op haar blote schouders. Donna kijkt omhoog naar de kale takken boven haar hoofd. De lucht is grauw, met zwarte wolken. Het heeft geregend, het gaat vast nog meer regenen. Ze zal het nog kouder krijgen.

Angstig kijkt ze over het donkere water, kleine golven rollen haar kant op en over haar voeten. Het water spoelt een beetje van de modder weg.
Ze durft niet, maar ze moet. Donna weet nog niet veel. Ze weet wel dat ze moet, of ze wil of niet. Ze wil ook niet. Het water is te donker. Heel anders dan het heldere water in het overdekte zwembad. Daar durft ze ook niet, maar nu wenst ze zichzelf terug op de betonnen rand. Ze wenst dat ze in het water is gesprongen. Het helpt niet. Als ze haar ogen weer open doet, staat ze nog steeds aan de blubberige waterkant van de grote vijver in het park. Ze moet. Wat haar te wachten staat als ze het niet doet … Ze weet het niet. Ze weet alleen dat het erg zal zijn. Net zo erg als het koude donkere water voor haar. Misschien zelfs wel erger en er is niemand om haar te helpen. Ze is alleen.

Donna schrikt van de harde stem achter haar. ‘Schiet op kind, ik heb niet de hele avond.’

Opschieten. Zoals altijd moet ze opschieten. Doet ze het niet dan volgt er straf. Donna wil geen straf.
Donna wil ook niet in het water. Straf maakt haar boos en verdrietig. Het water maakt haar bang. Ze weet niet wat er onder is. Ze kan het niet zien. In het zwembad kan ze het wel zien. Daar maakt het water haar ook bang, minder bang dan hier, maar toch bang. Mensen zien er anders uit in het heldere water van het zwembad. Alsof ze een beetje uit elkaar getrokken geworden. Donna wil niet uit elkaar getrokken worden.
Nog een stem, wat hoger dan de andere, maar ook hard.
‘Opschieten nou Donna, je vader heeft gelijk. Hij heeft nog wel meer te doen.’
Donna schudt haar hoofd. Ze doet het niet. Ze gaat niet het water in. Ze zal uit elkaar getrokken worden en verdwijnen. Het grijze water zal haar opslokken. Ze weet zeker dat haar vader dat niet wil.
‘Ik durf niet… Het is donker, en koud…’
‘Hoe langer je wacht, hoe kouder het wordt. Schiet op!’
Ze doet een klein stapje dichter het water in, een heel klein stapje en ze staat bijna tot haar knieën in de blubber. Het water begint al aan haar te trekken, ze voelt dat ze vaster gezogen wordt. Wankelend trekt ze haar voet omhoog en ze doet een stap terug.
‘Er in zeg ik je!’
De harde stem komt dichterbij en de luid, zuchtende stem van haar moeder klinkt daar doorheen.
‘Ik zei je toch dat ze het niet zou doen, die juf heeft haar verwend.’
Ze wil roepen dat het niet waar is, maar ze weet niet wat verwend is. Haar ouders zeggen het vaak, maar ze weet niet wat het is. Hoe kan ze zeggen dat het niet zo is als ze het niet weet.
De harde hand van haar vader ligt in haar nek. Hij duwt haar naar voren en ze moet een paar grote stappen zetten. Het water komt al tot voorbij haar middel en de broek van haar vader wordt nat. Nu krijgt ze toch straf. Ze hoeft het niet meer te doen. Smekend kijkt ze naar hem omhoog, zijn mond is een smalle streep en zijn ogen zijn hard. ‘Nee bapa, ik wil niet.’
‘Jij hebt helemaal niks te willen. Ik bepaal wat goed voor jou is en je gaat in het water!’
Met één beweging trekt hij haar omhoog. Donna voelt dat het water haar niet los wil laten. Zuigend trekt het aan haar benen en haar voeten. Zijn handen knellen pijnlijk onder haar oksels als hij haar de lucht in zwaait. Ze ziet haar voeten omhoog gaan, nat, rimpelig en grijs van de modder. Ze gilt en probeert zich ergens aan vast te grijpen. Er is niets. Hij heeft haar losgelaten en ze valt. Om haar heen is het alleen nog maar donker. Nog donkerder als ze het water raakt. Donkerder dan wanneer ze haar ogen dicht doet. Stil ook. Alle geluiden zijn weg. Het felle ruisen van het riet, het fluiten van de wind, het bonzende gestamp van haar moeder om de kou weg te jagen. Alles is verdwenen. De angst ook. Ze is niet meer bang. Haar vader is hier niet. Hij is daar bij alle geluiden, alle geuren, alle beelden die haar wereld onbegrijpelijk maken. Hier is helemaal niets meer.

‘Mevrouw Coredo!’
Donna kijkt op en veegt verschrikt langs haar ogen. Nat. Starende ogen. Haar directeur, Alex, andere collega’s. Ze schudt haar hoofd.
‘Sorry, het spijt me. Ik weet niet wat …’
Aart van Tours knikt.
‘U bent er duidelijk niet bij met uw gedachten. Ik stel voor dat u naar huis gaat en weer terug komt als u zich beter voelt.’
Weer schudt Donna haar hoofd, geïrriteerd nu.
‘Ik voel me prima.’
‘U gaat naar huis. Op deze manier hebben wij niks aan uw aanwezigheid. Beterschap, en tot snel.’
Donna zet haar voeten stevig naast elkaar op de grond en wil haar armen over elkaar slaan om te zeggen dat ze niet van plan is om te vertrekken, als ze het gezicht van Alex ziet. Ze schrikt van haar donkere ogen en de dwingende blik. Net alsof ze wil zeggen dat ze beter kan doen wat er gezegd wordt.
Voor een kort moment blijft ze haar aankijken. Ze houdt het maar even vol. De ogen lijken haar uit te dagen tegen haar in te gaan. Het maakt haar onrustig, en niet op een prettige manier.
Met een knikje staat ze op.
‘Misschien heeft u gelijk. Ik voel me inderdaad niet fit, bedankt.’
Ze draalt en kijkt haar directeur nog een keer aan. ‘Mijn opdrachten?’
Ze moet hierbij zijn, anders loopt ze de beste opdrachten mis.
‘U weet hoe het werkt. Er blijven vast genoeg opdrachten over.’

Er blijven altijd opdrachten over, de opdrachten die niemand wil hebben. Een fotoshoot bij het driehonderdjarig bestaan van de vereniging van huis-tuin-en-keuken-mutsen, het diamanten huwelijk van twee uitgedroogde bejaarden, een papegaai die het wilhelmus achterstevoren kan zingen. Niet de opdrachten waar Donna op zit te wachten.
‘Ik zorg wel voor je opdrachten.’
Alex knikt naar haar, weer kijkt Donna van haar weg. Ze doet net of ze het ‘bel me’ gebaar niet heeft gezien. Ze wil ook niet dat Alex haar opdrachten binnenhaalt. Geil of niet, het kind begint haar op haar zenuwen te werken.
‘Dat is dan geregeld, uw stagiaire regelt uw opdrachten, en u gaat naar huis. Ik hoop u snel weer te zien.’
Nog steeds onwillig schuift Donna haar stoel aan. Ze wil niet naar huis. Wat moet ze in godsnaam thuis doen. De ogen blijven staren en met een zucht haalt ze haar schouders op. Best, ze gaat wel naar huis. Maar ze is niet ziek!

Buiten groeit haar ergernis, nog niet in het minst om haar zelf. Die stomme beelden ook. Het lukt haar niet ze los te laten, hoe hard ze het ook probeert. Zodra ze haar gedachten op iets anders probeert te zetten, dringen ze zich weer aan haar op. Ze houden haar wakker en achtervolgen haar door de dag heen. Een geluid, een bepaalde geur en ze zit er midden in, alsof het gisteren was en niet vijfentwintig jaar geleden.
Boos voelt ze de tranen weer omhoog komen en ze balt haar vuisten.
Ze gaat niet naar huis. Daar laten de herinneringen haar helemaal niet met rust en drukken ze alleen maar zwaarder op haar. Ze gaat Alex ook niet bellen.
Alex met haar gehaaide maniertjes en haar geile lijf, haar gepraat over liefde en een gezamenlijke toekomst. Donna weet hoe haar toekomst er uit ziet. Alex komt daar niet in voor.

In het koffiehuis bestelt ze een espresso en een zoet broodje.
Verdomde Alex. Ze zou willen dat ze kon zeggen dat het haar schuld is, maar Donna heeft haar zelf in haar leven gehaald. Die idiote herinneringen en de daarbij komende nachtmerries zijn niet de schuld van Alex. Het beeld van de donkere vijver, de kou en de geuren. Haar vader.
Driftig schudt ze haar hoofd. Geen tranen, niet na al die tijd.
Haar stagiaire. Het zal wat. Donna wil helemaal geen stagiaire. Ze was van Norman. Hij had haar met zich mee moeten nemen. Die twee zijn aan elkaar gewaagd.

De vijver verdwijnt heel even en maakt plaats voor het woeste gezicht van Norman. De haat in zijn ogen.
Donna was er niet door geraakt, wel door de kille blik in de ogen van Alex. Ze dacht dat Norman haar aan zou vliegen, in plaats daarvan had hij zijn woede op Donna gericht. Ook die raakte haar niet. Het was de laatdunkende houding van Alex geweest. Al zijn woorden ketsten af op haar zorgvuldig gekozen woorden. Op dat moment had Donna gezien dat ze hem kon breken als ze dat zou willen. Ze deed het niet, maar ze had hem in de tang, en daarmee Donna ook.
Voor onbepaalde tijd geschorst, wegens wangedrag, zonder doorbetaling. Er komt een intern onderzoek, maar wat de uitkomst ook is, Norman is zijn baan kwijt.
Donna weet niet wat Alex tegen de directeur heeft gezegd, ze weet wel dat het met die ene nacht te maken heeft, en dat ze Donna overal buiten heeft gehouden. Nog wel.
Donna hoeft zich nergens zorgen om te maken. Haar treft geen blaam. Alex zal haar mond houden. Norman heeft ook haar gebruikt, maar het is niet waar. Donna laat zich niet gebruiken. Door niemand. Ook door Alex niet.
Nog een espresso en Donna zucht diep. Ergens is het wel de schuld van Alex, de herinneringen, de nachtmerries. Ze doet haar aan haar vader denken en dat is nu juist de enige persoon waar ze niet aan wil denken. Nooit meer.

Weer staat ze aan de rand van de vijver. De harde handen van haar vader die haar omhoog optillen, hoog door de lucht zwaaien en weer los laten. Niet om haar weer op te vangen. Hij was er nooit om haar op te vangen. Keer op keer liet hij haar en haar moeder vallen. Haar gedwongen zwemles was niet de eerste keer, en ook zeker niet de laatste. Hij heeft haar zelfs niet uit het water gehaald toen bleek dat ze had besloten om zich door het water uit elkaar te laten trekken en op te laten slokken.
Een fietser die haar kopje onder zag gaan, heeft haar weer opgedoken, aan de kant gebracht en de lucht terug in haar longen geblazen. De jas die hij om haar heen had geslagen voor haar vader haar ruw bij hem weg trok, heeft hij nooit teruggezien. Een bedankje kreeg hij ook niet, en Donna kreeg alsnog straf. Tien felle slagen over de achterkant van haar bovenbenen. De striemen waren nog dagen zichtbaar. De longontsteking duurde langer.
Ze was pas vijf, en zwemmen heeft ze nooit geleerd.

Show Buttons
Hide Buttons