Open deuren

Het is koud, het miezert en het waait hard. De capuchon van haar jack hangt op haar rug en de regen legt een waas van fijne druppels over haar haren, als een spinnenweb. Donna merkt het niet en de kou vindt ze prettig. Het haalt al het andere weg. De boze onrust in haar hoofd en haar lijf verdwijnt even naar de achtergrond.

Alex beheerst haar gedachten, haar alles. En ze is er altijd. Na die ene avond, zogenaamd om Donna te laten dansen en te laten spelen. Om haar te laten zijn wie ze is. Ze was geschrokken van de triomfantelijke blik in de ogen van Alex en ook van haar eigen tranen. Ze waren pas gekomen toen ze alleen was. De vreemde handen en stemmen hadden haar achtergelaten alsof ze helemaal niets was. Lege lust voor lege begeerte. Lage lust en lage begeerte. Donna was in de auto gekropen. Ze was niet teruggegaan naar het feest. Ze was bang geweest. Bang voor alle ogen die haar eerder nog zo verlangend en bewonderend hadden aangekeken. Ze was bang geweest voor wat ze misschien zou zien en wat ze niet zeker zou weten. Drie waren het er geweest. Drie mannen hadden haar genomen, omdat Alex haar had gegeven. Alsof ze een cadeautje was. Nee, niet eens een cadeautje.
‘Jij hebt er geen? Je mag die van mij wel even lenen, ik wil haar wel terug. Voorzichtig? Nee hoor, ze is niet van glas en ze vindt het lekker, ze geilt erop.’
Drie mannen, en ze weet niet wie. Nog steeds niet. Ze vermoedt één gezicht. De man van het biertje. Alex had het haar niet willen zeggen.

Alex snapt er niets van, ook al denkt ze dat ze dat wel doet.
Donna had zichzelf weer in de hand toen Alex in was gestapt. Ze lag op haar rug, haar arm over haar ogen. Alex had zich omgedraaid, haar arm weggehaald en haar aangekeken, met die blik. Donna had haar aan willen vliegen, ze deed het niet. Alex mocht niet weten dat het pijn deed. Dat genoegen gunde ze haar niet.
Ze had loom geglimlacht en ze zag dat de triomf plaats maakte voor teleurstelling.
‘Vond je dat geil?’
Ongeloof in haar stem en Donna had geknikt. Ze ging rechtop zitten en negeerde haar walging over het vreemde, slijmerige vocht in haar binnenste.
‘Dat weet je toch. Je kent me.’
Ze was tussen de stoelen door gekropen en bij Alex op schoot gaan zitten. De rok van haar jurk schoof ze weer omhoog en ze had de hand van Alex gepakt.
‘Voel maar. Ze hebben al hun lust in mij achtergelaten. Voor jou, alleen maar voor jou.’
Alex had haar hand teruggetrokken, Donna van zich afgeduwd en de auto gestart.
‘Ik hoef het niet, het was voor jou omdat …’
Donna wachtte op de woorden. Ze kwamen niet dus ze zei het zelf.
‘Nu weet je hoe het voelt.’
Ze trok haar jurk weer recht en zweeg de hele rit naar huis, waar ze net zo lang onder de douche ging staan tot de lege lust lust en begeerte van haar af waren gespoeld.
In bed trok ze Alex tegen zich aan. Ze lag lang wakker. Ze wist dat Alex ook niet sliep en dat ze gefrustreerd was omdat Donna niet reageerde zoals ze had verwacht. Toen ze eindelijk aan haar ademhaling hoorde dat ze sliep, keek ze lang naar haar. Het zou makkelijk zijn, net zo makkelijk als toen. Alex was niet sterk. Ze kon het kussen op haar gezicht duwen, wachten tot ze zou stoppen met vechten en het laatste leven in schokjes haar lichaam zou verlaten. Donna zou de ogen nooit meer hoeven zien, de lichtjes niet, maar ook de triomf niet. Alex zal het weer proberen, net zo lang tot Donna niet meer kan doen alsof en Alex zal zien hoe het haar raakt, hoeveel pijn het echt doet.

Ze had zich omgedraaid en was uiteindelijk in slaap gevallen. In haar droom zag ze het stille, levenloze lichaam van Alex naast zich liggen. De ogen open en donker. Triomfantelijk ook, omdat ze wist dat ze Donna nog steeds in haar macht had. Het waren de ogen van haar vader geweest.

‘De dood lijkt zo eindig, vind je niet?’
Het is alsof de stem vanuit één van de graven komt waar Donna langsloopt. Het maakt dat ze met een schok tot stilstand komt. Doden praten niet. Niet zo duidelijk.
‘Het is maar schijn weet je. De dood is zelden het einde.’
Ze draait zich om, kijkt naar de man die met uitgestoken armen naar haar toe komt lopen.
‘Donna Coredo. Je bent opgegroeid tot een ware dame en wat lijk je op je moeder.’
De man pakt haar handen en schudt ze hartelijk op en neer. Hij glimlacht vriendelijk naar haar.
Donna schudt haar hoofd. Ze lijkt absoluut niet op haar moeder. Onrustig trekt ze haar handen los.
‘Wie bent u, waar kent u mijn moeder van?’
De man lacht. ‘Ik had ook niet verwacht dat je mij nog zou herkennen. Je was nog zo jong, maar je bent beeldschoon geworden, zoals ik al zei. Precies je moeder.’
Weer schudt Donna haar hoofd. ‘Ik lijk in helemaal niets op mijn moeder, en u geeft geen antwoord op mijn vraag.’
‘Dat was geen vraag, dat waren er twee, maar, om je eerste te beantwoorden …’ Hij pakt haar handen weer vast. ‘... de naam is Jacob Musilah en wij gaan samen interessante dingen beleven.’
Voor de tweede keer trekt ze haar handen los.
‘Het spijt me, ik ken u niet, en ik weet niet waar u het over heeft. Ik heb een afspraak.’
Ze wil zich omdraaien, maar hij houdt haar met zachte hand tegen.
‘Dat klopt, om twee uur, met de gebroeders Basary, waar ik er één van ben … of, waar ik officieel maar een halve van ben, maar dat even daar gelaten. Dat verhaal vertel ik je nog wel eens.’
Donna bekijkt hem, de bril met het donkere montuur, het grijze haar, de fijne plooien in zijn donkere gezicht. Ze wil hem nog een keer vragen waar hij haar moeder van kent, maar zijn stem gaat verder, terwijl hij langs haar loopt.
‘Ik vond het zo bijzonder, ik zei ook tegen Albert, dat is mijn broer … deze afspraak doe ik. De dochter van Mezak en Josina Coredo, dat heeft zo moeten zijn. Er moet een reden zijn dat jij nogmaals mijn pad kruist, of misschien kruis ik wel dat van jou, wie zal het zeggen. Een bijzondere vrouw, je moeder… en je vader. Ja, een bijzondere man. Vreemd, maar bijzonder.’
‘Ze zijn dood.’
‘Precies en daarom ben je nu hier, omdat je weet dat het niet het einde is.’
‘Ik ben hier omdat ik hier een opdracht heb.’
‘We hebben allemaal een opdracht.’
‘Ik heb een afspraak mijnheer Basary.’
‘Musilah, Jacob Musilah, mijn broer heet Basary.’
‘Whatever, ik heb een afspraak, voor foto’s, voor een brochure. Een reclamefolder.’
‘Nee, nee, geen folder, wel foto’s en we zoeken een vaste fotograaf, op free-lance basis natuurlijk, maar er zal voldoende werk zijn, daar hoef jij je geen zorgen om te maken. De dood is er altijd, toch?’
Hij blijft staan. Donna is hem gevolgd, op kleine afstand. Ze vind hem een beetje zonderling, zoals hij praat en haar aankijkt. Donkere ogen, zonder echt donker te zijn. Hij intrigeert haar op de een of andere manier.
Met een klein knikje opent hij de grijze, houten deur van het gebouw. ‘Koffie?’
Hij wacht haar antwoord niet af en kijkt haar vriendelijk aan als hij gebaart dat ze door kan lopen.
Donna aarzelt, haalt dan haar schouders op.
Ze is nieuwsgierig en ze wil weten hoe hij haar ouders kent. Er waren geen vrienden, zelfs geen kennissen en de familie woonde ver weg, de meeste in Indonesië, de rest verspreidt over de wereld. Ze weet niet beter dan dat ze nergens bij hoort. Dat ze nooit ergens bij heeft gehoord.
‘Kom, we praten binnen. Albert komt straks, hij kan je meer over het financiële aspect vertellen en zal het over je uren hebben.’
‘Ik heb niet gezegd dat ik het doe mijnheer Musilah.’
‘We weten allebei dat je het zult doen Donna. Sommige deuren moet je niet zonder meer dicht gooien, en noem me Jacob, dat praat makkelijker. Kom.’
Ze kijkt hem even aan, schudt dan de druppels uit haar haren en loopt langs hem heen, de warmte van het gebouw in. Haar gedachten aan Alex blijven buiten en vallen doelloos in het vochtige gras en rond de massieve grafstenen.

Uren laten arriveert ze weer op kantoor en het voelt alsof ze op veertjes loopt. Ze negeert de blik van haar directeur, die haar eerst met opgetrokken wenkbrauwen aankijkt en daarna op zijn horloge. Ja, ze is laat, en nee ze zal de rest van haar opdrachten niet halen vandaag. Die opdrachten zijn niet belangrijk meer.
Ze start haar computer op en haalt een glas water uit het keukentje. In het oude kantoor van Norman ziet ze Alex. Ze staat over de tafel gebogen en schuift tekst en foto’s naast elkaar, een frons tussen haar wenkbrauwen. Ze heeft een lichte blos op haar wangen. Het is de blos die Donna zo leuk vond toen ze haar voor het eerst zag. Het staat lief en onschuldig.
Alsof Alex voelt dat er naar haar gekeken wordt, kijkt ze op. Haar ogen lichten op als ze Donna ziet. De blos wordt dieper. Het gezicht van een vrouw die verliefd is. Een vrouw die alles zal doen om die liefde in haar leven te houden.
Donna glimlacht en loopt terug naar haar bureau, gaat achter de computer zitten en begint te tikken.
‘Hoe ging het?’
Alex staat in de deuropening.
‘Goed, je had gelijk. Het is een interessante opdracht, met veel mogelijkheden.’
‘Wist ik toch. Wat willen ze precies dat je doet? Ik zal je helpen.’
‘Dat hoeft niet. Je hebt al genoeg voor me gedaan.’
‘Ik wil je helpen.’
‘Ik heb je hulp niet nodig. Niet hierbij.’
Alex komt dichterbij. ‘Je hebt mijn hulp wel nodig, dat weet je. Je bent veel te lang weg geweest.’
‘Ik ben precies lang genoeg weggeweest…’
‘Je krijgt je werk niet af. Je weet dat mijnheer van Tours nog niet klaar is met de reorganisatie.’
Donna kijkt Alex aan en drukt op print, staat op. ‘Echt, het is niet erg. Dit is mijn laatste opdracht, de foto’s en de tekst staan al op de mail.’
‘Dat kan niet, wanneer heb je dat … Hoe bedoel je ‘dit is je laatste opdracht.’
Donna loopt naar de kopieerkamer, Alex volgt haar.
‘Precies zoals ik het zeg. Hij is af, ik heb je hulp niet meer nodig.’
‘Je weet best dat je niet zonder mijn hulp kan, of wil je dat ik nog een keer naar mijnheer van Tours ga.’
Donna pakt een print van het kopieerapparaat en draait zich naar Alex om. ‘Waarom?’
‘Dat weet je best. Ik kan hem vertellen …’
‘Mevrouw Coredo. Heeft u even?’
Alex houdt haar mond en Donna knikt.
‘Mijnheer van Tours. De uitgewerkte opdracht van de gebroeders Basary heb ik naar uw mail gestuurd. U kunt ermee doen wat u wilt. Ze betalen voor een heel jaar aan reclame in alle lokale kranten en in ons eigen magazine en daarnaast willen ze elk kwartaal een nieuwe folder waarin de aspecten van hun diensten worden belicht.’
Even buigt ze over de tafel naast het kopieerapparaat en met een sierlijke krul zet ze haar handtekening onderaan het vel papier dat ze zojuist uit het apparaat heeft gehaald. Ze geeft het aan de directeur.
‘Hierbij bied ik u mijn ontslagbrief aan. We kunnen het later nog hebben over de voorwaarden.’
Donna kijkt hem niet aan. In plaats daarvan kijkt ze naar het stomverbaasde gezicht van Alex.
Ze kan nog steeds uit de school klappen over haar aandeel in het verhaal van Norman, maar niet zonder dat ze zichzelf daarmee in een zeer dubieus daglicht zet.
Ze lacht en zoent het meisje vol op haar mond.
‘Tijd voor wat anders Alex. Ik zie je thuis.’
Verbaasd kijkt mijnheer van Tours naar Alex, dan naar Donna, en weer terug naar Alex.
‘Jullie zijn…?’
Weer verschijnt er een diepe frons op zijn gezicht.
‘We zullen het inderdaad later hebben over de voorwaarden mevrouw Coredo.’
Hij wenkt Alex. ‘Mevrouw van Dijk, loopt u even met me mee?’
Donna kijkt niet meer om, pakt haar jas en tas en wacht op de lift. In haar hoofd klinken de woorden van Jacob.

‘Alles is energie. Het maakt ons tot wie we zijn, is overal om ons heen. Die energie moet in balans zijn en dat gaat niet vanzelf. Daar moeten dingen voor gebeuren. Mensen denken dat dit vanzelf gaat. Een goede nachtrust en de balans is weer hersteld. Zo werkt het niet, en vanzelf gaat het al helemaal niet. De keuzes die mensen maken zijn niet vrijwillig, ook die zijn onderdeel van een cirkel. Iedereen is hier op aarde met een doel, een opdracht en het is de plicht van iedere persoon om die opdracht te vervullen.’
Hij had haar aangekeken en de palm van zijn hand op haar voorhoofd gelegd. Ze had hem niet tegen gehouden.
‘Jouw energie is ernstig uit balans en als je daar niet iets mee gaat doen, zul je ziek worden. Je bent niet bezig met jouw opdracht, enkel met de opdracht die anderen denken dat ze hebben. Zij zullen je energie nog meer verstoren.’
Ze had wat willen zeggen, willen vragen. Hij had gezegd dat ze stil moest zijn. Ze wist niet hoe lang het had geduurd, maar langzaam werd haar voorhoofd warm en de warmte verspreide zich door de rest van haar lichaam. Eerst haar nek en schouders, toen haar rug, haar benen. Toen hij zijn hand weghaalde bleef de warmte nog lang hangen.
‘Hoe voel je je?’
Ze voelde zich goed, ontspannen en een beetje rozig, tegelijk helder.
‘Heel goed. We praten morgen verder.’
‘Maar hoe weet ik wat mijn opdracht is?’
‘Dat weet je niet, maar het zal op je pad komen, al snel en dan zul je het weten. Ik zal zorgen dat Albert het contract klaar heeft morgen.’
Ze had nog steeds geen ja gezegd, maar ze twijfelde niet. Opdracht of niet, ze wist wat ze ging doen. Het was de enige manier om te zorgen dat ze weer een beetje van de controle terugkreeg.

Toen ze de deur opende had Jacob haar geroepen, ze had zich omgedraaid, hem vragend aangekeken.
‘Je vader is zijn hele leven op zoek geweest. Hij heeft nooit gevonden wat hij zocht.’
‘Mijn vader is dood.’
‘En dat weet jij als geen ander. Tot morgen Donna.’

Show Buttons
Hide Buttons