Eerlijke beelden

Donna wisselt van camera. Digitaal, analoog en weer terug naar digitaal. Ze maakt de foto’s waar de nabestaanden om gevraagd hebben. Foto’s van de bloemen, de lange stoet auto’s, de kist. Voor zichzelf maakt ze andere foto’s. Een langzame traan op de gerimpelde, perkamentachtige huid van de weduwnaar. Twee handen die elkaar vasthouden, de knokkels wit door het harde knijpen. Een gezicht, omhoog naar de grauwe lucht en de ogen dicht. De voorzichtige glimlach wanneer een grappige anekdote wordt verteld. Haar ogen zien, haar camera ziet nog meer.
Soms vergeet ze waar ze is en alles om zich heen. Het is dan alsof ze één wordt met haar camera. Ze voelt de kou niet meer, hoort het gefluister niet meer. Al haar gedachten verdwijnen naar de achtergrond. Alle beelden uit haar verleden ook. Ze is alleen nog maar ogen en haar ogen zien alles.
Jacob prijst haar foto’s en helpt haar met het samenstellen van de dvd voor de nabestaanden. Heel soms laat ze haar eigen foto’s zien, op zijn aanraden. Het is of hij aanvoelt wanneer mensen juist wel de gezichten willen zien. De familie Goutier? Nee, die niet. Met de overledene willen zij het liefst hun herinneringen begraven. De familie van Ispelen? Ja, vooral de foto’s van de kleinkinderen, het zal ze helpen te accepteren dat het leven ook gewoon doorgaat. En mevrouw Mangar? Laat haar alle foto’s zien, vooral de emoties op de gezichten van de leerlingen van haar man. Het zal haar goed doen om te zien dat hij door zoveel mensen gemist gaat worden.
Hij heeft kaartjes voor haar laten maken. Stevig papier met haar naam erop. Donna Coredo, fotografe. Eronder haar mobiele nummer. Het heeft haar al extra opdrachten opgeleverd. Een vrouw die graag mooie, echte foto’s van haar kinderen wil. Een man die hetzelfde wil bij de trouwerij van zijn dochter. Een vaag telefoontje van een vrouw die haar graag in wil huren voor een fotoshoot. Donna zegt overal ja op.
Het heeft haar ook een aantal fikse ruzies met Alex opgeleverd. De laatste eergisteren.

Ze vertelt enthousiast als ze thuiskomt. Trots laat Donna sommige van haar foto’s zien. Alex haar reacties stellen haar altijd teleur. Gezeur om het feit dat ze elkaar te weinig zien, nog minder als Donna ook nog extra opdrachten aan gaat nemen. Steeds gooit ze haar hetzelfde voor de voeten. Ze had nooit haar ontslag moeten nemen. Werk is maar werk. Het mag nooit belangrijker worden dan Alex.
Eergisteren wilde ze nog wat doornemen met Jacob en Albert. De uitvaart van een klein kind, een peuter nog. De kleine kist, het verdriet van de ouders, de opa’s en oma’s. Ze hadden persé Donna erbij gewild, foto’s van alles. De dienst, de gang naar het kerkhof, ook foto’s van hoe het kindje in de kleine, witte kist had gelegen. Het had Donna geraakt en ze was er nerveus onder geworden. Ze wilde zeker weten dat het goed zou gaan. Mensen met zo’n enorm verdriet als dit mochten niet geconfronteerd worden met mislukte foto’s, foto’s die minder mooi zouden zijn dan ze hadden verwacht.
Donna beloofde dat ze het niet laat zou maken.

Alex was ontploft. Ze wilde samen de kerstboom versieren en de cadeautjes er vast onder leggen. Ze beschuldigde Donna van liegen. Haar oude streken komen weer naar boven en ze gebruikt haar werk nu als excuus omdat ze weet dat Alex haar niet kan controleren.
Donna had rustig gezegd dat ze Jacob of Albert mocht bellen en nog een keer herhaald dat ze nergens anders heen ging. Morgen kunnen ze de boom versieren.

Alex gooide haar voor de voeten dat ze niets om haar gaf, dat ze Jacob en Albert natuurlijk allang om haar vinger had gewonden. Het zou haar niets verbazen als ze al met allebei naar bed was geweest. Ze heeft er alle ruimte voor en de gelegenheid. Ze wist van geen ophouden en begon met spullen te gooien. Haar gezicht was rood, haar ogen groot en ze had een strakke kaak. Haar vuisten waren gebald en het leek of ze Donna een klap wilde verkopen.
‘Ik weet het Donna, ik hoor je praten in je slaap. Je zucht, kreunt en smeekt. Hoe vaak al Donna! Met hoeveel! Wie is Baboe en Mezak, wat zijn dat voor een idiote namen. Vertel je ze dat je met mij bent! Dat je van niemand anders bent dan van mij!’
Ze had gegild, gestampvoet. Donna had zonder iets te zeggen haar tas gepakt en was weggegaan. Naar Jacob en Albert.

Ze is nog niet thuis geweest. Ze slaapt bij Jacob op de logeerkamer. Hij vraagt niets en zegt niets, knikte alleen toen Donna vroeg of hij een slaapplek over had. Ze hoeft hem niets uit te leggen. Hij doet of het de normaalste zaak van de wereld is.
Ze is in staat om het woedende gezicht van Alex te vergeten als ze aan het werk is. Ze is ook in staat om haar berichten niet te beantwoorden. Inmiddels zijn ze smekend geworden. Haar voicemail staat vol met woorden die lijnrecht tegenover de eerdere woedeuitbarsting stonden.
Alex kan niet zonder haar, ze moet terugkomen. Alex zal haar laten, ze mag alles. Alles wat ze wil. Haar leven heeft geen zin zonder Donna. Donna is haar alles. Ze heeft alles voor haar over.
De woorden klinken vaag bekend. Alsof ze eerder zijn uitgesproken. Alsof ze uit Donna haar herinneringen komen. Herinneringen die ze niet te pakken kan krijgen.

Stil zoekt ze de mooiste foto’s uit van de uitvaart van gisteren. Het kindje. Het gezichtje stil, bijna van porselein. De gesloten oogleden doorzichtig. Het is een mooi kindje.
Andere foto’s van de dienst. Een vreemd contrast met de werkelijkheid. Het verdriet van de ouders, de rest van de familie, heel even lichter door de klanken van blije kindermuziek. Andere gezichtjes, lachend. Rommelige, fleurige kunstwerken, gemaakt door kinderhanden.  Knuffelbeesten in vrolijke kleuren op en rond de kist. Het kleine jongetje dat er een doosje snoepgoed tussen had gelegd. Eerlijk verdriet. Een vriendje dat nooit meer komt spelen.

Het zijn mooie beelden, echte beelden en voor het eerst ziet Donna wat anderen in haar foto’s zien. Ze blijft er lang naar kijken en schrikt als Albert een kop koffie naast haar zet.
‘Ik ga naar huis, maak je het niet te laat vandaag? Slaap je thuis?’
Ook Albert accepteerde met gemak dat ze niet naar huis wilde, net als Jacob zonder vragen, enkel de kalme opmerking dat overal wel eens wat is.
Donna schudt haar hoofd. ‘Misschien. Ik weet het nog niet. Is Jacob er nog?’
‘Beneden. Fijne avond Donna en tot morgen.’
Ze knikt, klikt de foto’s weg en zet de computer uit. Liefst bleef ze nog een nacht bij Jacob. Ze kan kan hier niet eeuwig blijven, maar ze wil niet naar Alex.

Ze loopt naar beneden waar Jacob nog bezig is met het afleggen van de man die vanmiddag binnen werd gebracht. Ze gaat op de stenen trap zitten en bekijkt het ritueel. Ze heeft het vaker gezien de afgelopen weken en wordt er rustig van. Ze ziet dat hij bijna klaar is. Enkel nog een voorzichtige kam door het haar, de gebitsprothese weer in. Het is een oude man.
‘Je hebt het morgen rustig Donna. Geen foto’s deze keer. Neem een dagje vrij.’
Ze wil geen vrij. Ze wil juist hier zijn. Geen gedoe en zeker geen drama.
‘Misschien, ik heb nog wel wat foto’s uit te zoeken.’
Jacob knikt en legt een laken over de man heen.
‘Kom, hij ligt er mooi bij. Zijn kinderen kunnen tevreden zijn.’
‘Moet hij niet in de kist?’
‘Morgen, dat lukt niet alleen.’
‘Ik kan helpen.’
‘Morgen Donna, dan is het vroeg genoeg. Ik denk niet dat hij nog ergens heen gaat.’

Ze drinkt nog een kop koffie. Donna draalt en zet haar telefoon uit als ze ziet dat Alex haar belt. Jacob kijkt haar aan.
‘Ga naar huis Donna, praat het uit, wat het ook is.’
Ze knikt. Het is beter en het is haar huis. Als er iemand weg zou moeten gaan dan is het Alex. Ze merkt dat het haar weinig kan schelen.
‘Is Alex één van de mensen die mijn energie wegneemt?’
Jacob kijkt haar aan, glimlacht. ‘Die vraag zul je zelf moeten beantwoorden Donna. Jij bent de enige die dat kan.’
Donna voelt dat Alex haar op dit moment alleen maar energie kost. Ze weet ook dat als ze nu naar huis gaat Alex alles zal zeggen om haar thuis te houden. Het zal weer een aantal weken goed gaan, misschien een paar maanden. Ze zullen samen zijn en er zullen weer spannende, geile momenten komen. Tot de volgende woedeuitbarsting. Ze heeft het gezien. Het is de andere kant van Alex. De kant die ze tot nu toe verborgen heeft gehouden voor Donna.
‘Droom jij vaak Jacob?’
‘Regelmatig ja.’
‘Onthou je ook wat je droomt?’
‘Ja.’
‘Ze schudt haar hoofd. ‘Ik droom nooit, tenminste, dat dacht ik altijd.’
‘Iedereen droomt.’
‘Alex zegt dat ik droom. Dat ik zelfs praat in mijn dromen.’
‘Hebben jullie daarom ruzie?’
Donna haalt haar schouders op. ‘Ook, ze heeft er iets over gezegd.’
‘En je kan het je niet herinneren?’
‘Nee, het schijnt dat ik over mijn vader droom.’
‘En dat vind je vreemd?’
‘Niet vreemd, maar ik zou het graag weten. Ze zegt dat ik onrustig slaap. Ik zou graag weten waarom.’
‘Je kunt jezelf trainen in het onthouden van je dromen.’
‘Hoe dan?’
‘Door ze op te schrijven zodra je wakker wordt.’
‘Maar ik weet niks!’
‘Mediteren voor je gaat slapen kan ook helpen, ik wil het je wel leren als je niet weet hoe dat moet?’

Donna knikt. Ze wil het weten. Ze wil weten wat er ‘s nachts in haar hoofd loopt, en hoe. Ze wil Alex niet vertellen over haar vader en over Baboe. Helemaal niets over haar jeugd. Het gaat haar niets aan, maar ze wil niet praten in haar slaap zonder dat ze weet wat het geweest zou kunnen zijn.
‘Ik denk vaak aan mijn vader de laatste tijd.’
‘Hoe vind je dat?’
‘Niet prettig. Ik heb geen warme herinneringen aan mijn vader.’
Jacob zegt niets, kijkt haar alleen maar aan.
‘Je hebt nog steeds niet verteld waar jij mijn ouders van kent.’
Jacob glimlacht. ‘Niet? Wat vreemd. En ik heb nooit gezegd dat ik jouw ouders heb gekend. Ik weet wie het zijn, maar om ze te kennen? Nee, daarvoor is veel meer nodig.’

Show Buttons
Hide Buttons