IJdelheid

Het gaat zoals Donna verwacht. Alex is in tranen en doet tientallen beloftes.
‘Ik heb je nodig Donna. Als jij weggaat.’
Donna zegt niet dat ze niet weg zal gaan. Ook niet dat ze het wel doet. Donna heeft haar niet nodig, Alex heeft haar ook niet nodig. Niet zoals ze zegt.
Maar het gevoel dat Alex haar geeft, het idee dat ze niet zonder haar kan en hoe ze haar dat laat zien en laat voelen. Met haar handen, haar mond en haar lijf.
Als Alex slaapt, gaat ze uit bed. Haar lichaam is verhit, haar hoofd ook. Het is geen prettige hitte.
Ze doet de deuren van het balkon open en laat de droge decemberkou naar binnen. Met haar bloten voeten staat ze op het kille beton. De stad is beneden haar met de geluiden die daarbij horen.
De kou prikkelt haar huid en doet pijn in haar borst als ze de lucht diep inademt.
De herinneringen, aan haar jeugd, haar vader. Ze waren er niet. Ze waren er nooit. Donna stond er nooit bij stil.
Ze denkt aan de woorden van Jacob.

‘Mensen die hun herinneringen het liefst tegelijk met de dode begraven.’

Hij had het niet over de familie Goutier, hij had het over haar.
Maar zij heeft ze niet begraven, niet bewust. Ze waren gewoon weg.
Waarom komen ze nu in vlagen bij haar terug?
Waarom kan ze zich niet herinneren wat ze droomt?
Donna wacht tot de hitte verdwijnt. Haar vingers worden gevoelloos, haar ademhaling oppervlakkig.
Ze wil weten waar ze ‘s nachts is, waar haar dromen haar brengen en bij wie. Ze wil weten of ze overeenkomen met de beelden die haar overdag kunnen overvallen.
In de lades van haar bureau zoekt ze naar een notitieblok. Ze vindt een ongebruikte agenda van twee jaar oud. Ze gaat naast de warmte van Alex liggen, de agenda onder haar kussen.
Zodra ze haar ogen open doet zal ze opschrijven wat haar te binnen schiet.
Alex zal haar niet weer voor de voeten gooien wat ze zelf niet weet.

*

Alex dekt de tafel, zet koffie en zucht, ze is weer rustig. Donna is terug.
Vanavond zullen ze een kerstboom kopen en versiering. Ze wil haar ouders uitnodigen met kerst. Ze heeft ze verteld van Donna en dat ze van haar houdt. Ze moest wel. Ze is nooit meer thuis. Donna is nu haar thuis.
Haar ouders willen haar graag ontmoeten en Alex wil ze laten zien dat ze gelukkig is, dat Donna echt is en voor altijd. Geen bevlieging zoals haar vader denkt.
De lauwe reactie van Donna legt maar een kleine schaduw over haar geluksgevoel. Donna had haar schouders opgehaald en gezegd dat het haar niet uitmaakte, dat ze het prima vond.

Iets in Donna is anders en Alex weet niet wat het is.
Haar stem en de ondeugende woorden zijn hetzelfde, haar mond en vingers op haar gevoelige plekjes ook. Toch is er iets veranderd.
Donna zegt dat ze bij Jacob was. Ze sliep in de logeerkamer. Alex gelooft haar. Alex wil haar geloven en niet denken aan al het andere.
Vreemde handen over het lichaam dat alleen van Alex is, vreemde lippen op de mond die alleen Alex mag zoenen.
Donna zegt dat het niet zo is en Alex wil haar geloven.
Ze roept haar. Het ontbijt is klaar en ze wil nog even samen zitten voor ze allebei naar hun werk gaan. Ze legt de post van de afgelopen twee dagen bij het bord van Donna. Rekeningen, een witte envelop, het adres handgeschreven. Donna zal haar dankbaar zijn.
Ze roept nog een keer en Donna roept een beetje geïrriteerd terug.
‘Ik hoorde je de eerste keer ook. Ik kom er aan.’
Alex glimlacht. Donna wil nog praten. Het hoeft niet. Ze is teruggekomen. Alles is weer goed.

Donna was stug blijven liggen, in de houding waarin ze wakker was geworden. Haar ogen dicht, alsof ze nog sliep. Ze wachtte op beelden die naar binnen zouden komen, losse woorden die haar te binnen zouden schieten. Namen. Er kwam niets. De stem van Alex, roepend dat het ontbijt klaar is, dat ze de koffie al ingeschonken heeft. Beelden van het lichaam van Alex, zacht en warm. Het zijn beelden van vannacht. Donna weet dat het geen beelden uit haar dromen zijn. De kou van buiten, helemaal in haar lijf. Ook dat zijn beelden van vannacht.
Ze schrijft het op in de agenda.

Seks.
Koud.

‘Donna, kom nou!’
Geïrriteerd gaat ze uit bed, een wijde trui over haar naakte lijf. Alex kijkt haar aan.
‘Ga je niet werken?’
‘Jawel, later. Geen uitvaart vandaag dus ook geen foto’s.’
Alex snijdt haar brood en denkt aan vannacht. Het was hetzelfde en het was anders. Donna is anders.
‘Wil je iemand anders?’
‘Jezus Alex! Nee oké, hou erover op! Ik ben gek op je, je bent geil, ik vind je lekker. Zo goed?’
‘Ik bedoel erbij, vanavond, of morgen, een vrouw. Ik wil je iemand geven. Voor jou alleen, dan kijk ik wel. Ik hoef niet mee te doen.’
Verbijsterd kijkt Donna Alex aan, ze schudt haar hoofd.
‘Echt Alex, ik weet niet welke idiote beelden jij je in je hoofd hebt gehaald …’
‘Je wilt het. Ik weet dat je het wilt. Ik voelde het vannacht. Je hebt niet genoeg aan mij, niet altijd. Het geeft niet, zolang ik er maar bij mag zijn en mag kijken. Niet zomaar iemand, zonder dat ik het weet. Ik kan ze voor je uitzoeken. Mannen, vrouwen, ik zal ze je geven, zoals je mij aan Norman hebt gegeven.’
‘Hou je mond!’
Donna schrikt van haar eigen stem. Ze schrikt ook van de paniek in haar borst en het gevoel dat de beelden die Alex schetst, oproepen. Het zijn beelden van zichzelf, op de achterbank van de auto. Lichamen zonder gezicht in die van haar. Andere beelden die ze niet kan plaatsen daar doorheen. Beelden uit haar dromen? Ze staat op en loopt met grote passen naar de slaapkamer waar ze de agenda pakt. Het zijn onsamenhangende beelden, losse woorden. Het slaat nergens op.
Alex komt met grote ogen achter haar aan. ‘Voel je je wel goed?’
Donna zucht en knikt.
‘Ik hoef niemand anders, niet met jou, niet zonder jou. Het is meer dan genoeg. Jij bent meer dan genoeg.’

Ze gaat weer aan tafel zitten, trekt haar knieën tegen zich aan en de trui erover heen. Alex schenkt nog een kop koffie voor haar in, smeert boter op een beschuit.
‘Je moet wat eten. Ik zorg voor je. Zal ik thuisblijven? Hier is je post, ik heb het gesorteerd, misschien moet ik …’
‘Ga naar je werk, Alex. Ik voel me prima.’
Alex gaat veel te laat weg. Ze blijft om Donna heen redderen en doet beloftes waar Donna niet om vraagt, geeft antwoorden op vragen die ze niet stelt en stelt vragen waar ze geen antwoorden op geeft. Ze is blij als ze weg is en schenkt nog een kop koffie in.
Ze denkt aan de woorden van Alex en haar eigen reactie.
Een aantal weken geleden had ze de woorden geil en opwindend gevonden. Ze had Alex misschien wel aan haar woorden gehouden. Spannende beelden die tot uitvoer konden worden gebracht.
Waarom nu die paniek? En die vreemde beelden. Waarom roepen die een gevoel van pijn op, angst ook. Donna is niet bang. Donna is al heel lang niet meer bang.

Met haar mes opent ze de post. Rekeningen en bankafschriften. Een informatiebrief van de gemeente. Een benefietmiddag en aansluitend een gala met een diner. In februari, voor alle inwoners. De opdracht om foto’s te maken is ze nu kwijt. Alex had hem binnen gehaald. Alex zal nu gaan, in opdracht van het kantoor. Donna zal haar eigen foto’s maken.
Ze opent de witte enveloppe, er valt een kaart uit. Het is een oude foto. De hoeken zijn gevouwen, alsof iemand hem vaak heeft vastgehouden. Op de achterkant scherpe hanenpoten. Donna kan het met moeite lezen.
‘Baboe en ik.’
Haar hart bonkt. Ze draait de foto om en kijkt naar de afbeelding…
Het is Baboe. Ze herkent het kleine, ronde gezicht. Ze herkent ook zichzelf, nog geen jaar oud. Ze herkent het witte mutsje op haar hoofd.
Weer kijkt ze naar het handschrift.
‘Baboe en ik.’
Zij heeft dit niet geschreven, ze herkent de foto ook niet. Er zijn bijna geen foto’s van haar. Foto’s waren lichtzinnig en ijdel.
Donna is toch niet ijdel?
Ze hoort de stemmen van mevrouw Tan en haar vader. Ze zie de ingelijste, Latijnse  woorden aan de muur.

Superbia
Avaritia
Luxuria
Invidia
Gula
Ira
Acedia

Donna kan ze nog zo opnoemen, alsof zij ze voor zich ziet. De zeven hoofdzonden, met ijdelheid als eerste, als ergste. Alle andere zonden komen daar uit voort. Superbia …
Ze voelt het rietje op haar hand, net zo lang tot ze de woorden foutloos op kon dreunen, met hun betekenis en de bijbehorende duivel.

Superbia, ijdelheid, Lucifer.
Avaritia, hebzucht, Mammon.
Luxuria, wellust, Asmodeus.
Invidia, afgunst, Leviathan.
Gula, gulzigheid, Beëlzebub.
Ira, wraak, Satan.
Acedia, luiheid, Belfagor.

Donna kan ze nog steeds opdreunen. Ze mompelt ze voor zich uit. Ze ziet het grauwe behang in de woonkamer terwijl mevrouw Tan met het rietje klaarstaat, wachtend tot ze zich vergist en over de woorden struikelt. Ze hoeft maar één fout te maken en ze kan weer opnieuw beginnen. Achter elkaar, elke dag, twee weken lang. Tot Donna ze zelfs op kon zeggen als ze haar wakker maakten, zonder fouten. Dagelijks moest ze ze opschrijven, in rijtjes onder elkaar. Opdat ze de woorden nooit zou vergeten.
Het heeft gewerkt. Donna is ze niet vergeten. Ze was vergeten dat ze er waren, maar ze is ze niet vergeten.

Show Buttons
Hide Buttons