Duivelskind

Gehaast gaat ze naar huis. Ze verzekerd Jacob dat er niets is. Ze wil zich enkel omkleden en haar andere camera halen.
Ze hoeft zich niet om te kleden. Donna is altijd passend gekleed, voor iedere gelegenheid en haar camera heeft ze ook niet nodig. Jacob weet dat ze altijd al haar spullen bij zich heeft.
Hij vroeg niets, hoopte alleen dat ze op tijd terug zou zijn voor het diner en de veiling. In haar brievenbus ligt een grote, dikke enveloppe. Die man. Was het wel die man? Ze ging hem achterna, maar ze zag zijn gezicht niet. Wat wil hij van haar? Wat weet hij van haar?
In de lift naar boven scheurt ze met trillende vingers de enveloppe open. Geen foto deze keer, maar een dvd met haar naam erop. Het handschrift is haar inmiddels bekend.
In haar appartement is het donker. Ze doet alle lichten aan en controleert de ramen, alle kamers. Er is niemand, ze is alleen.
‘Moet jij niet naar huis? Misschien is er post.’
Hoe weet hij dat en waarom weet hij het? Waarom heeft hij haar camera.
Ze duwt de glimmende dvd in haar laptop en wacht ongeduldig tot het beeld verschijnt. Het is geen scherpe opname.

Ze ziet Norman. Hij heeft dit gefilmd, met zijn telefoon. Doet Norman dit? Maar hoe? Ze heeft niets aan hem gemerkt toen ze hem sprak. Hij was gewoon Norman, zoals zij hem heeft leren kennen. Leeg. Alleen maar lust. Hij weet van de foto’s en waar ze de foto’s bewaard. Ze heeft het hem laten zien. Ze bekijkt de opname opnieuw en kijkt naar zichzelf. Ze ziet haar blik terwijl ze hem over haar schouder aankijkt, zijn hand in haar haren. Hij trekt haar hoofd naar achteren. Ze hoort zijn stem en de woorden die uit zijn mond komen. Dat ze een hoer is. Dat hij alles met haar kan doen, zolang het maar geil is. Ze zegt kreunend ja op alles wat hij tegen haar zegt. De map met foto’s ligt naast haar en ze ziet Alex met haar benen wijd. Ze ziet hoe Norman in en weer uit haar glijdt.
Even wordt het beeld zwart en Donna weet het nu. Norman. Dat moet wel. Alleen hij en Alex weten van de foto’s en de verschillende gezichten. Het was niet de stem van Norman.
Nieuwe beelden verschijnen op haar laptop, bewegende beelden. Ze ziet het kale bed en de vrouw erop, kermend en smekend om meer. Zoals Donna kon doen, zoals ze kan doen. Ze was daar, maar ze heeft niet gefilmd. Ze heeft geen andere camera gezien. Ze is daar weggegaan omdat …
Ze legt haar handen tegen haar oren en schudt wild haar hoofd.
Ze vluchtte van de beelden in haar hoofd en de stemmen van haar vader en Baboe.

Donna dacht dat ze was terug gekomen voor haar. Ze wist dat Baboe haar nooit in de steek zou laten.
De stem van haar vader was hard en gebiedend. Baboe kroop naakt over de vloer en weerde zijn slagen af. Zijn woorden waren bijtend
‘Vuile putta. Het is jouw schuld. Je had beter op moeten letten. Je eigen schuld!’ Putta.
Putta.
Putta.
Zijn slagen kwamen op het ritme van de woorden. Donna was in paniek naar mevrouw Tan gerend. Ze moest Baboe helpen. Ze kreeg straf omdat ze uit bed was zonder toestemming. Mevrouw Tan hielp Baboe niet.
‘Baboe is niet meer te helpen. Baboe is een putta, dat is wat gebeurt met slechte , ongehoorzame vrouwen. Met vrouwen die zonder toestemming uit hun bed komen.’

Donna wist niet wat putta betekende. Nu weet ze het wel.

Die dag had het dunne rietje plaats gemaakt voor de platte, houten lat. Ze kreeg tien felle slagen op de palm van haar handen en tien tegen de achterkant van haar bovenbenen.
De beelden op haar laptop en die in haar hoofd, ze lopen door elkaar. Donna schudt haar hoofd.
Beelden van zichzelf. Alex, Norman, Janneke. Al die vergeten gezichten.
Beelden van haar vader. Baboe. Vreemde gezichten.
Misschien is het wat Baboe wilde, haar verlangen tegenover het sadisme van haar vader, maar haar vader stuurde haar weg.
Zodat ze weg bij Donna zou zijn?
Hij haalde haar terug zodat hij zijn sadistische verlangens op haar kon blijven botvieren. Baboe was geen hoer. Haar vader was de hoer.
Donna was bang voor hem. Zijn leven lang is ze bang voor hem geweest en nu probeert iemand anders haar bang te maken. Alex en Norman. Ze misbruiken haar zoals haar vader Baboe heeft misbruikt.
Donna is niet meer bang. Haar vader is dood, ze heeft toegekeken hoe hij dood ging. Ze zag de pijn op zijn borst en zijn ademnood. Ze zag ook de angst in zijn ogen, voor haar en om wat hij in haar zag. Een putta, net als hij. Zijn laatste woorden waren vol angst en verachting.
‘Niet jij! Duivelskind. Niet mijn kind. Een putta. Bezeten, net als zij. Duivelskind!’

Donna haalt de dvd uit haar laptop en stopt hem in de la bij haar foto’s. Bij alle andere beelden en gezichten die ze zelf in haar leven heeft gehaald. Begeerte en lust. Verlangen dat tot leven kwam. Het was geen sadistisch verlangen. De gezichten kwamen tot leven door haar begeerte en gaven leven aan haar eigen begeerte.

Voor de spiegel in haar slaapkamer kleedt ze zich om, ze bekijkt zichzelf, tilt haar borsten op en draait met haar heupen.
Misschien is ze een hoer, maar haar begeerte komt nooit alleen. Het is altijd ook de begeerte van een ander. Haar handen glijden langs haar heupen en ze schudt haar haren zodat ze dansen op haar rug. Verlangen. Verlangen om te delen.
Duivelskind.
Het kind van de duivel deelt niet, dat neemt alleen. Donna niet. Donna geeft, zoals een hoer zou geven.
Donna deelt en speelt.
Ze is geen duivelskind.

Show Buttons
Hide Buttons