Sprookjes voor volwassenen

In een andere jurk gaat ze terug en onderweg dansen de woorden door haar hoofd. Als een mantra. Ze is niet bang. Ze is niet bang.
Als ze haar bang willen maken, dan kennen ze haar nog niet. Donna is al heel lang niet bang meer. Er is niets meer om bang voor te zijn.

Tijdens het diner gunt ze zich de tijd niet om te eten. Ze houdt haar camera bij zich, loopt tussen de tafels door en maakt foto’s. Ze heeft een heel goed excuus om goed om zich heen te kijken en te zoeken. Ze wil die opdracht van de gemeente. Mensen aan de bar wachten tot de veiling voorbij is en de muziek weer gaat spelen. Ze ziet Norman en Alex, naast elkaar. De woede in haar borst wordt groter. Allebei de gekwetste ego uithangen.
Waarom is Donna bij me weggegaan?
Waarom heeft ze het niet voor me opgenomen?
Ondertussen spelen ze al die tijd onder één hoedje. Ze sturen haar witte enveloppen met foto’s en Alex hangt de vermoorde onschuld uit.
Ze maakt foto’s. Hoofden dicht bij elkaar, schitterende blikken. Verhalen en plannetjes. Dezelfde verhalen die zij ooit met Alex maakte, plannen met Norman. Ze denkt aan de woorden van Alex. Niet met Norman, nooit meer met Norman. Jij bent de enige voor me Donna. Alleen maar jij, niemand anders.
Leugens om haar te paaien en om haar vast te houden. Gevangen en voeding voor hun eigen, verknipte spelletjes. Donna speelde mee en liet met zich spelen.
Het gezicht van Alex is rood, haar ogen glanzen. Ze heeft gedronken, meer dan goed voor haar is.

Ze maakt foto’s van de veiling. Mensen bieden hun diensten aan, wat een gek ervoor wil geven. Een bedrijf in de groenvoorziening, het onderhoud van uw tuin, wie biedt. Een drie-gangen-diner bij u thuis, gekookt door chef-kok bladiebla.
Haar ogen zoeken de man. Ze wil haar camera. Ze maakt nog meer foto’s. Donna vergeet te kijken, echt te kijken. Ze is alleen nog maar op zoek. Alex en Norman. De man met haar camera, de man van de stem, op de parkeerplaats. Ze maakt foto’s van de wethouder, mensen kunnen nog bieden, nog een paar minuten voor de veiling sluit.
Alex klimt op het podium, ze wankelt en ze is dronken. Ze pakt de microfoon van de wethouder. Beveiligers halen haar weg bij Alex. Haar stem klinkt schel door de grote hal.
‘Ik bied Donna Coredo aan. De hoogste bieder krijgt haar. Ze is overal voor in. Een avond ongeremd genot en ongeremde leugens. Alles in één pakketje. Voor jou en je vrienden. Voor wie maar wil…’
De beveiliging haalt haar weg, Alex stribbelt tegen en Donna kijkt verbijsterd naar de vrouw waar ze ooit zo nieuwsgierig naar was. Alex schreeuwt haar naam en herhaalt de woorden. Donna draait zich om. Jacob staat achter haar en neemt haar mee.
‘Ze is gekwetst en dronken. Neem het haar niet al te kwalijk.’
Donna neemt het haar niet kwalijk. Alex betekent niets voor haar. Helemaal niets. De ogen van de mensen die haar volgen ook niet. Het zijn mensen die haar kaartje in hun zak hebben. Vreemde, nietszeggend gezichten Net als de woorden van Alex. Donna is wel wat gewend.

De stem van de wethouder. Ze maakt haar excuus voor de onverwachte onderbreking. Het laatste item is verwijderd van de veiling. Een onhandige poging grappig te zijn, er wordt voorzichtig gelachen. Het kan haar niet schelen. Als het Alex niet was geweest, had ze het zelf ook grappig gevonden. Nu is het niet grappig. Ze is geen voorwerp dat van hand tot hand gaat en waar een ander over kan beslissen. Ze is Donna. En Donna beslist voor zichzelf. Met wie ze gaat en hoe lang. Dat heeft ze altijd gedaan.

De muziek begint te spelen, tafels raken nog leger en worden aan de kant geschoven. Alex is weg. Ze ziet Norman nog zoekend rondlopen en Zoë, de vrouw van het ouijabord en de winkel. Ze is samen met nog een vrouw en de man met de staart. Er is iets tussen die drie gaande. Donna is nieuwsgierig. Aan een verder lege tafel zit een blonde vrouw met een bleek gezicht. Naast haar komt een wat gezette man zitten. Zijn gezicht is bezorgd. Donna klikt en vangt ze in met haar camera. De ogen van de man staan boos en hij staat op en loopt naar Zoë. Nog meer rumoer in de zaal. Donna vlucht de ruimte uit, door een lange gang naar buiten. Daar is een kleine, overdekte plaats met plantenbakken. Er staan mensen te roken.
Donna rookt niet. Al heel lang niet meer. Die ene keer was een bevlieging, passend bij de bevlieging van het moment. Ze heeft het niet nodig.
Het is koud buiten en haar jas is binnen. Ze zoekt een plekje uit de wind, fotografeert de rokende mensen. De sigaretten lichten op. Felrode puntjes. Kort genot.
Jacob is haar gevolgd, hij vraagt of het gaat en of ze zich goed voelt. Ze voelt zich prima.
De beelden uit haar verleden houden haar bezig en hoe harder Donna ze weg probeert te duwen, hoe meer er komen. Zo gaat dat. Als het eenmaal los is, dan is er geen houden meer aan.

Ineens denkt ze aan haar allereerste ervaring, haar eerste kennismaking met genot. Het was niet te vergelijken met de blikken van haar klasgenoten. Dat was kinderspel en gaf haar de warmte zodat ze kon dansen. De bewegingen waren een oefening voor wat haar nog te wachten stond.
De buurvrouw van een paar huizen verder zag dat ze niet naar huis wilde. Ze was altijd bang voor wat ze aan zou treffen. Vaak was er alleen maar stilte en een norse vader met bijtende, harde woorden. Mevrouw Tan was er ook. Ze controleerde haar schoolwerk en haar kleding. Een kleine fout en er volgde straf. Donna liep op haar tenen.
De buurvrouw haalde haar binnen eerst thee met koek, later ook koffie. Ze vertelde verhalen en die verhalen deden Donna verlangen naar meer, naar alles wat toen nog buiten haar bereik lag. Sprookjes en zelfverzonnen verhalen. Ze kreeg make-up en andere kleren die ze bij de vrouw mocht verbergen. Ze vierde er haar twaalfde verjaardag en kreeg een rond glas met een glanzende rode drank die haar hele lijf verwarmde. De vrouw vertelde nog meer verhalen. Over het leven en de liefde. Over mannen en vrouwen. Hoe het ook kon zijn. Hoe het moest zijn.

De vrouw zag hoe het verlangen van Donna tot leven kwam en liet het nog meer tot leven komen met haar zachte mond en warme handen. Het was een ritueel om haar vrouwzijn te vieren. Elke dag kreeg ze er zoete hapjes en drankjes die haar warm hielden
De verhalen in haar hoofd waren als muziek en Donna kwam altijd terug, verlangend naar meer. Donna werd de hoer van haar eigen verlangen. Ze werd nooit meer hetzelfde. De sprookjes kwamen tot leven en werden volwassen.

Recht in haar gezicht flitst de camera. Donna knippert met haar ogen. Hij moet geen flits gebruiken, het geeft onechte foto’s. Er zijn filters om in het donker te fotograferen. Filters die de sfeer meegeven en de kou. De Rookblazende draken, verbannen naar kleine buitenplaatsen en onder smalle afdakjes.
Hij kijkt naar haar, zij kijkt naar hem. Laat hem zelf maar komen. Laat hem maar vertellen wat hij van haar wil. Misschien willen ze wel hetzelfde.
Jacob staat nog steeds bij haar en hij kijkt ook. Van Donna, naar de man en weer terug.
‘Ken je hem?’
‘Ja, ik weet alleen nog niet wie hij is.’
‘Wil je dat ik je voorstel? Ik ken hem.’
Donna is niet verbaasd. Natuurlijk kent Jacob hem. Jacob weet alles en kent iedereen. Ook als hij ze niet kent.
‘Laat hem zelf maar komen.’
Ze zegt niet dat het de man van de begraafplaats is en dat hij haar camera heeft. Hij heeft al veel meer en ze wacht tot hij komt. Ze voelt dat hij wil komen. Hij wilde al veel langer komen.

Show Buttons
Hide Buttons