In zijn ban.

Haar dagen krijgen de routine waar ze zich altijd tegen verzet heeft. Ze gaat naar de begraafplaats, werkt met Albert en Jacob en gaat weer naar huis. Daar is Seth. Hij praat niet veel en geeft zelden antwoord op haar vragen. Hij is er gewoon. Alsof hij er hoort te zijn. Na een paar dagen weet Donna niet beter en het is alsof hij bij haar hoort.

Ze wil hem fotograferen. Hij staat het niet toe. In plaats daarvan wordt zijzelf het object van haar camera. Zijzelf en niemand anders.
Hij fotografeert haar met de digitale camera die hij ooit van haar wegnam en drukt de foto’s af op haar printer. Het zijn verstilde beelden zonder interactie met anderen. De foto’s die hij niet voor zichzelf meeneemt, liggen verspreidt door haar appartement. Ze kan geen stap zetten zonder dat ze met haar eigen beeltenis wordt geconfronteerd. Toen ze de foto’s had opgeborgen in haar bureau was hij kwaad geworden en had hij geëist dat ze ze weer terug zou leggen. Nu laat ze het. Ze verschuift ze als ze haar in de weg liggen en negeert zijn donkere blik als hij ziet dat ze het doet.
Een telefoontje van de blonde vrouw die ze op de benefietavond heeft ontmoet, haalt haar even uit haar routine. Het Ouija Bord of ze het nog wil hebben. Tussen twee begrafenissen in haalt ze het op en ze vraagt zich af waarom ze het zo graag wilde hebben. Het is een mooi bord, maar ze heeft geen flauw idee wat ze er mee moet . Zoë vraagt of ze nog een keer langs wil komen om mooie foto’s van haar winkel te maken, voor op haar nieuwe website. Donna zegt dat ze haar zal bellen voor een afspraak. Ze heeft het druk. Naast haar werk voor Albert en Jacob en de opdracht van de gemeente die ze nog af moet maken, gaat al haar tijd in Seth zitten. Ze kijkt uit naar de momenten dat ze weer bij hem is en wacht op hem als hij er niet is.

Thuis ontdekt ze nieuwe foto’s, bovenop alle andere. Hij heeft foto’s gemaakt toen ze sliep. Donna is verbaasd hoe ontspannen ze er uit ziet, als een klein kind haas. Ze ligt op haar rug met haar handen naast haar gezicht.
Seth is er niet en ze weet dat het geen zin heeft om hem te bellen. Hij neemt nooit op en reageert niet op haar berichten.
Nog anderhalve week. Hij heeft het gezegd. Nog anderhalve week, dan gaat het staafje eruit en komt er een ringetje in. Ze vraagt allang niet meer waarom. Hij geeft toch geen antwoord.
Ze wil dat het ringetje erin gaat. Ze wil dat hij haar neukt.

Aan die belofte heeft hij zich ook gehouden. Tot die tijd wordt er niet geneukt. Ze daagt hem uit zodra hij bij haar is. Met haar lijf en haar ogen. Zoals ze gewend is te doen. Ze ziet dat hij er gevoelig voor is. Ze ziet dat zijn lichaam op dat van haar reageert en hij speelt met haar. Met haar borsten, haar haren en het staafje. Hij laat haar klaarkomen, soms meerdere keren achter elkaar. Door het staafje lijkt ze sneller te komen. Het is gevoeliger, maar het is niet genoeg. Ze wil meer. Ze wil hem voelen, helemaal, niet alleen zijn vingers die altijd een leegte achter laten.
Als ze hem aan wil raken ontwijkt hij haar handen en haar mond. Hij is ongevoelig voor haar gesmeek. Ze wil weten hoe hij voelt, hoe hij smaakt. Ze wil weten hoe haar lijf zich om zijn erectie zal sluiten. Ze wil voelen hoe zijn huid onder haar handen voelt als hij in haar komt. Ze wil dat zijn geur zich vermengd met die van haar.
Hij staat toe dat ze kijkt als hij zich aftrekt en hij komt klaar tegen haar huid, met zijn voorhoofd tegen het hare.

Ze belt hem toch, spreekt in en stuurt hem later een berichtje.
Ze wil weten waar hij is als hij niet bij haar is.
Zoals altijd krijgt ze geen antwoord.

In haar doka werkt ze aan de opdracht van de gemeente. Donna gebruikt de foto’s die ze op de benefietavond heeft gemaakt. Willekeurige gezichten. Ook het gezicht van Zoë. De man naast haar en die andere vrouw weer naast die man. Donna weet dat ze bij elkaar horen. Een drie-eenheid. De vrouwen horen in elk geval allebei bij die man en dat is wat haar vooral intrigeert. Ze eet zonder op Seth te wachten. Hij heeft gezegd dat ze haar gang moet gaan, zoals ze gewend is. Ze vindt het moeilijker dan ze dacht. Ook wanneer hij er niet is, is ze volledig in zijn ban en ze begrijpt niet goed waarom.

Ze ligt in bed en spits haar oren naar elk geluid. Sinds die ene avond is ze nog niet eerder zonder hem in slaap gevallen. Ze wil ook niet zonder hem in slaap vallen, maar het kost haar moeite haar ogen open te houden. Ze belt hem. Niet één keer, maar meerdere keren. Tot hij haar eindelijk een berichtje stuurt.

‘Wil je stoppen met bellen Donna!’

Donna wil hem naast zich. Ze wil zijn warmte voelen en zijn handen spelend op haar lijf. Zoals alleen hij dat kan doen. Hij kent haar lichaam, waarom weet ze niet, maar hij weet precies waar hij haar moet raken. Hij weet ook precies wat hij haar moet ontzeggen en precies wanneer hij het haar weer kan geven.

Ze wordt wakker van zijn vingers op het staafje. Hij schuift het heen en weer. Zijn lijf is koud. Donna wil tegen hem aankruipen en hem verwarmen. Hij duwt haar op haar rug.
Ze hijgt al een beetje, tussen haar benen wordt het warm
‘Waar was je?’
‘Dat gaat je niets aan Donna.’
Zijn vingers duwen tegen het staafje en trekken er aan. Ze smeekt hem, hij ontwijkt haar handen en laat haar komen, tot ze hem smeekt te stoppen. Hij stopt nooit.
Hij helpt haar omhoog, op haar knieën en legt zijn voorhoofd tegen dat van haar. Zijn vingers beroeren haar terwijl hij zich aftrekt. Zijn hete adem danst langs haar gezicht.

Donna jammert en kronkelt. Ze kan makkelijk bij zijn vingers vandaan. Ze doet het niet. Als ze hem dan niet mag voelen of mag aanraken, dan maar op de enige manier die hij haar toestaat. De enige manier die haar het idee geeft dat hij net zo in de ban is van haar, als zij van hem.

Show Buttons
Hide Buttons