Ongevulde leegte

Ze vindt zichzelf terug op de bank. Naakt en koud. Met pijnlijke spieren en een brandend schrijnen tussen haar benen. Ze wist dat het zo zou zijn. Tegelijk wist ze niet dat het zo zou zijn. Het is geen nemen en geven. Het is genomen worden, zonder lust en al helemaal zonder liefde. Om haar heen is het donker, alle lampen zijn uit en de balkondeuren zijn nog open. Haar linkerschouder doet pijn, het brandt venijnig. Voorzichtig haalt ze haar vingers er langs. De huid voelt bobbelig en is vochtig. Het begint heviger te branden als het vocht zich met het zout van haar vingers vermengd. Meteen weet ze het weer. Zijn mond op haar schouder, en zijn tanden die zich vast bijten, alsof hij houvast zocht bij de bewegingen die hij maakte. Voorzichtig verplaatst ze zich over de bank, haar handen zoeken en krijgen hulp van haar ogen als ze niet vinden. Seth is er niet.
Ze staat op en valt weer terug op de bank. Duizelingen en zwarte vlekken. Diep haalt ze adem en ze wacht tot haar hoofd weer helder is. De hitte schiet door haar lijf als de nacht en de woorden van Seth weer over haar heen vallen. Het is een verterende hitte. Weer staat ze op, nu voorzichtiger. Ze loopt door haar appartement. Haar bed is leeg en onbeslapen. De douche is donker en stil.
Seth is verdwenen.
Naakt gaat ze naar het balkon en verbaast kijkt ze naar de wereld, het is nog schemerig, maar de straten zijn vol en druk.
Dat kan niet. Het is midden in de nacht.
Ze ziet dat het niet zo is. Auto’s, fietsers, voetgangers.
Wat voor een dag is het vandaag?
Binnen zoekt ze haar telefoon. Ze ziet zichzelf in de spiegel en doet het licht aan om beter te kunnen kijken. Ze bekijkt de plek op haar schouder. Haar spieren protesteren en weer valt de nacht over haar heen.
Seth moet ook pijn hebben. Een pijnlijk lijf en een pijnlijke lul van de beheerste stoten in haar lichaam. Op het moment dat ze zich de camera herinnert, ziet ze ook de foto’s. Foto’s waarop haar ogen wild zijn en haar make-up is uitgelopen. Haar ogen smeken en haar gezicht is nat van de tranen. Waarom mag ze hem niet aanraken? Waarom wil hij bezit van haar nemen zonder dat ze hem haar verlangen kan geven. Waarom is hij er niet!

Ze moet weg. Er is een uitvaart om tien uur en ze is nodig. Hoe heeft Seth de nacht laten verdwijnen?

Onder de douche spoelt het gevoel niet van haar af, het wordt zelfs sterker als ze de ring bij haar kutje voelt. De huid erom heen is dof en pijnlijk. Waarom wil hij die ring en waarom zo’n grote?
Ze kan geen stof tegen de huid verdragen, zelfs het dunne katoen van haar meest simpele ondergoed schuurt en duwt de ring pijnlijk tegen haar huid.
Ze trekt een lange jurk aan en haar laarzen. Zonder ondergoed gaat ze de deur uit. Als ze de deur op slot wil draaien ziet ze het briefje met de grote, zwarte letters.
‘Zorg goed voor mijn kut vandaag.’
Weer wordt ze overspoeld door een gevoel van schaamte en boos trekt ze het stuk papier van de deur.
Hij is gek! Ze woont hier. Iedereen heeft de woorden kunnen zien en ze is niet van hem. Haar kut al helemaal niet. Ze is van niemand en zoals hij haar behandelt.
Hete scheuten dansen door haar lijf als de beelden weer over haar heen vallen. Zijn woorden, op het ritme van zijn stoten, of andersom.
‘Een putta … Mijn putta.’
En de leegte in haar lijf is nog steeds niet gevuld.

Hij verschijnt tijdens een uitvaart. Nonchalant, met zijn handen in de zakken van zijn jack. Donna laat van schrik haar camera vallen als ze hem in het zicht krijgt. Ze vloekt zacht als ze de barst in de lens ziet en wisselt van camera.
De plek op haar schouder begint te branden, het zilveren ringetje in haar huid gloeit en zijn woorden klinken in haar hoofd. Ze probeert hem te negeren, doet net of ze niet ziet dat hij haar wenkt en blijft foto’s maken. Ze heeft er al genoeg. De kist, het graf, de mensen er om heen. Geen speciale wensen deze keer. Enkel de mogelijkheid om terug te kunnen kijken als de behoefte zal komen.
Hij beweegt zich langs het hek en de grote wilg aan de andere kant van de begraafplaats, waar hij ooit zijn eerste foto’s van haar nam.
Ze wil niet achter hem aan. Ze doet het toch, met een omweg. Ze gebaart  naar Albert dat ze vast naar binnen gaat en volgt Seth om het gebouw heen. Het branden wordt sterker als ze dichter bij hem komt.

Ze praat snel, hijgt een beetje.
‘Wat doe je hier?’
‘Ik wilde je zien. Hoe gaat het met mijn …’
‘Stil!’ Donna schrikt zelf van de felheid van haar stem. Het woord draagt ver over de stilte van de begraafplaats. Zachter gaat ze verder.
‘Ik wil niet dat je het zegt. Ik ben dat niet, het is niet …’
‘Hoe gaat het met mijn meisje. Hoe voel je je?’
Zijn woorden halen alles wat ze nog meer wil zeggen weg. Haar felheid verdwijnt en vanuit het niets voelt ze tranen in haar ogen branden. Ze slikt, knippert met haar ogen en knikt.
‘Het gaat goed, ik moet werken. Waarom was je er niet?’ weer knikt ze. ‘Het gaat goed.’
Seth komt dichterbij haar staan. ‘En mijn kut?’
Hij zegt het toch. Dat en het andere. Het kan hem niet schelen wat zij vindt, dat ze zich daar niet prettig bij voelt. Hij zegt het toch.
Ze duwt haar gezicht in de ruwe stof van zijn jack. ‘Het doet pijn.’
Hij duwt haar van zich af. ‘Zien.’
‘Nee zeg, doe niet zo idioot! Het is klaarlichte dag. Ik ben aan het werk!’
‘Zien.’
Hij tilt de rok van haar jurk al omhoog, gaat door zijn hurken en lacht zacht als hij ziet dat ze geen slipje aan heeft.
‘Zo pijnlijk putta?’
Donna legt haar handen tegen haar verhitte gezicht. Haar ogen schieten over de begraafplaats en langs de groep mensen rond het graf. Als iemand zijn hoofd draait … Mensen kunnen haar zien. Mensen zullen haar anders behandelen. Ze zullen haar werk niet meer serieus nemen. Albert en Jacob zullen haar ontslaan. Ze ziet Jacob, hij is te ver om zijn gezicht te kunnen zien. Ziet hij haar? Ze wil niet dat hij haar ziet, niet zo.
Seth laat de rok vallen en staat weer.
‘Niets ernstig, een beetje beurs en schraal. Het is niet kapot.’
Donna kijkt hem aan. Plotseling is ze boos. Hij is hier op haar terrein. Haar is belangrijk voor haar.
‘Wat doe je hier! Je verdwijnt zonder dat ik weet waar je bent. Je neukt me als een …’
‘Niet een, Donna. Mijn. Mijn putta.’
‘Gebruik dat woord niet!’
‘Ik zeg wat ik wil. En ik wilde weten hoe het met je gaat nu ik je eindelijk heb geneukt als de vrouw die je van mij bent.’
Hij neemt haar gezicht in zijn handen, het gebaar raakt Donna zo dat alles wat ze nog meer wilde zeggen verdwijnt. Haar armen vallen slap langs haar lichaam en ze kan hem alleen nog maar aankijken. Ze kan alleen nog maar zijn zachte, strelende mond voelen.
‘Ik kom je ook vertellen dat ik een paar dagen weg ga. Er zijn wat dingen die ik moet regelen.’
‘Wat voor een dingen?’
‘Dat gaat je niets aan. Je ziet me weer wanneer je me ziet.’
‘Ga je naar een ander, een andere vrouw?’
‘Nogmaals, dat gaat je niets aan en terwijl ik weg ben … geen uitstapjes met anderen, man of vrouw. Je bent van mij nu.’
‘Is dat zo?’
‘Ja Donna, dat is zo en je bent nog niet jarig als ik merk dat er wel anderen zijn.’
Hij geeft haar nog een zoen. De tederheid past niet bij zijn harde woorden. Hij draait zich om en laat haar staan. Zonder om te kijken loopt hij van haar weg en Donna voelt zich verlaten. Precies zoals ze zich vanmorgen voelde toen ze hem niet vond. Ze wil niet dat hij gaat. Ze wil dat hij de leegte in haar langzaam opvult. Tot er geen leegte meer is.

Show Buttons
Hide Buttons