Klein. Bang. Zwak.

Thuis opent ze haar brievenbus. Ze heeft hem al dagen niet geleegd. De box puilt uit. Reclamefolders, rekeningen en streekkrantjes. Ze propt alles in haar tas en leunt tegen de wand van de lift als deze zich met langzame schokjes naar boven beweegt. Ze kijkt naar de bijna lichtgevende graffiti op de muur en de donkere plekken in de hoeken van de lift. Het is een lift met zoveel herinneringen. Janneke, Alex. Seth terwijl hij zwijgend naast haar stond. Gezichten waarvan ze namen niet meer kent. Wild, geil en wellustig, ook in de lift. Het is maar een lift. Een oude, slecht onderhouden lift. Net als haar appartement. Ze wilde hoog wonen, boven de stad, zodat ze mee zou krijgen wat er leeft. Haar thuis voelt plotseling minder thuis. Ze denkt aan de mensen met wie ze het heeft gedeeld. Lang, kort, soms maar een nacht, een paar uur. Van sommige namen weet ze de gezichten niet meer.
Ze zet haar tas op de eettafel en op haar verstilde afbeeldingen. Er valt een foto op de grond. Ze raapt hem op en kijkt naar zichzelf. Ze heeft alleen een slipje aan, en haar haren hangen over haar schouders en haar borsten. Ze kijkt niet in de camera.
Waarom wil hij al die foto’s? Hij heeft haar toch? En waarom wil hij dat ze blijven liggen? Ook nu hij weg is? Ze piekert er niet over. Ze is het zat om zichzelf overal te zien.
Ze laat ze toch liggen en weet zich gevolgd door haar eigen ogen en haar halfopen mond.
In de slaapkamer kleedt ze zich uit, haar kleren gooit ze op het bed. Ze zet de verwarming hoog en sorteert de post. Morgen zal ze haar rekeningen nalopen. Ze houdt er niet van om te laat te zijn.
Een salarisspecificatie. Het bedrag is hoger dan anders. Morgen zal ze het Albert vragen.
Haar hart schiet naar haar keel als ze de witte enveloppe ziet en gejaagd doorzoekt ze de post naar meer. Die zijn er niet.
Onrustig draait ze enveloppe om. Geen handgeschreven letters, geen postzegel.
Ze legt hem op de tafel, maakt een kop thee en gaat op de stoel zitten. In haar hoofd maant ze zichzelf tot rust. Ze weet van wie de enveloppen met de foto’s komen en zij maken haar niet bang. Ze zouden haar niet bang moeten maken.
Toch trillen haar vingers als ze de enveloppe open maakt. Er valt een handgeschreven briefje uit. Ze zucht van opluchting. Geen foto. Niet de slordige hanenpoten die haar hart een slag over doen slaan.
Ze leest de keurig geschreven blokletters en angst maakt plaats voor onrust.

Donna,

We hebben je geprobeerd te bellen, maar krijgen geen gehoor op het nummer dat wij van je hebben, vandaar dat we via deze weg contact met je zoeken.
De afgelopen weken is er twee keer ingebroken in het huis. Naar ons idee is er niets weg, maar dit weten we niet zeker. Evert wil de politie inschakelen, maar ik wilde het eerst jou laten weten. Misschien is het een goed idee dat je langs komt om te controleren of er echt niets weg is. Misschien is het ook een goed idee dat je ons laat weten op welk nummer wij je in de toekomst kunnen bereiken.

Vriendelijke groet, Evert en Suze.

Evert en Suze. De vriendelijke buren die haar al vanaf zo jong hebben opgevangen. Suze overstelpte haar met liefde en leerde haar wat haar lichaam waard kon zijn en wat ze ermee kon bereiken. Evert leerde haar dat ze niet bang hoefde te zijn. Dat ze nergens bang voor hoefde te zijn. Waarom voelt ze nu dan angst?

Destijds leek het een goede beslissing om ze over het huis te laten waken. Evert onderhoudt de tuin zodat het niet zal overwoekeren en Suze beloofde het huis met de meubels onder stoffige lakens waar nodig schoon te houden. Er is niets te halen in het huis en al zou dat wel zo zijn. Het kan Donna niet schelen. Voor haar is er niets meer.
Ze wenst dat ze het aanbod van Suze en Evert niet heeft aangenomen. Ze wil niet terug naar het huis. En ze wil zeker niet geconfronteerd worden met de twee mensen die weten wie ze was.
Klein. Bang. Zwak.

De onrust laat haar niet meer los en ondanks de temperatuur in haar appartement, heeft ze het koud. Een warme douche verdrijft die kilte maar een beetje.
Ze kleedt zich weer aan, eet wat fruit en drinkt nog meer thee. Met een deken kruipt ze op de bank en ze staart naar de vele foto’s om haar heen. Langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plek.

Het is haar een raadsel hoe Alex erachter is gekomen dat Donna nog een huis heeft, maar het verklaart wel hoe ze in het bezit is gekomen van foto’s waarvan Donna het bestaan niet wist.
Alex had de tijd en de ruimte om er rond te snuffelen. Op haar dode gemak kon ze rond lopen in het huis dat ooit van haar vader was en nu van haar is.
Plotseling wordt ze boos. Alex heeft het recht niet om zich te mengen in zaken die haar niets aangaan en al helemaal het recht niet om te gaan graven in een verleden waar ze haar bewust nooit iets van verteld heeft. Donna heeft het bij iedereen weggehouden. Door Alex moet Donna weer terug naar wie ze ooit was.
Mensen hoeven niet te weten wie ze was. Klein. Bang. Zwak.

Ze zoekt het nummer van Evert en Suze, belt en spreekt in dat ze zo snel mogelijk langs zal komen. Suze belt haar terug en vraagt hoe het met haar gaat. Misschien kunnen ze de tijd gebruiken om even bij te kletsen. Het is al zo lang geleden.
Donna wil niet bijkletsen. Er is een reden dat het al zo lang geleden is en ze heeft geen behoefte dat contact weer aan te halen. Ze betaalt ze voor de tijd die ze in de onderhoud van het huis en de tuin steken. Geen groot bedrag, maar het is genoeg en een leuke aanvulling op het pensioen dat ze beiden ontvangen.
Ze zegt dat ze het druk heeft, dat ze vanavond nog naar het huis gaat en dat ze iemand meebrengt.
‘Doe geen moeite Suze, ik heb een sleutel. Het is niet nodig om je avond te doorbreken.’
‘Nee, vanavond zijn we er niet. Een andere keer dan. Net als vroeger. We missen je soms. Laat het ons weten.’
Donna zegt dat ze dat zal doen en weet dat ze het niet doet, maar ze moet nu wel naar het huis. Suze zal willen weten of er actie nodig is. Ze zal willen weten of Evert de politie moet bellen. Donna wil zelf ook weten wat Alex in het huis heeft gedaan, misschien zelfs wel Norman. Misschien hebben ze er wel …
Haar woede borrelt. Het is haar huis! Niemand komt daar zonder haar toestemming. Niemand hoeft te weten van haar huis. Niemand.
Ze weet niet wie ze mee moet nemen. Seth is er niet en al was hij er wel, hij hoeft het ook niet te weten. Ze belt Jacob en wil hem uitleggen wat er aan de hand is. Ze zegt alleen dat ze hem nodig heeft. Het is genoeg. Hij is onderweg.
Voor Jacob hoeft ze zich niet groot te houden. Hij weet wie ze is en hij kent haar ouders en haar vader. Misschien niet goed, maar het is genoeg om te weten dat Donna soms klein, bang en zwak kan zijn.

Show Buttons
Hide Buttons