Zacht en scherp

Jacob volgt Donna en is verbaasd over haar plotselinge daadkracht. Hij had geduldig gewacht tot ze het besluit zou nemen weer weg te gaan. Alles in haar houding vertelde hem dat ze hier niet wilde zijn.
Hij had vragen. Waarom heeft ze het huis niet verkocht. Hoe lang is ze hier al niet geweest. Wat heeft haar tegengehouden.
Hij stelt ze niet. Als Donna het hem wil vertellen, dan vertelt ze het wanneer de tijd rijp is, eerder niet.
Als de tijd rijp is, zal ze ook naar het huis teruggaan. Hij weet dat herinneringen sommige deuren stevig dicht kunnen houden. Nu lijkt het of er plotseling een deur is opengevlogen.

Het huis is omringd door een hoge, stenen muur. De houten deur in de muur is afgesloten met twee sloten om de buitenwereld buiten te houden.
Hij is hier één keer eerder geweest, met zijn vader. Donna heeft nooit blijk gegeven dat ze het zich kan herinneren. Ze was nog jong. Een stille tiener met stijve, uniform-achtige kleding, strakke vlechten in haar haren en grote ogen. Een meisje dat wist dat ze op de achtergrond moest blijven als volwassenen met elkaar spraken. Het was de eerste keer dat hij met zijn vader meeging en hij weet nog dat hij onder de indruk was van het huis, haar ouders en de manier waarop ze spraken. Heel af en toe had hij naar Donna gekeken. In de ruim twee uur dat hij daar was had ze niemand aangekeken en geen woord gesproken.
Toen hij en zijn vader weer buiten de stenen muur stonden en luisterden naar het geluid van de houten deur die werd afgesloten, had zijn vader gezegd dat Mezak Coredo uit zijn schoenen was gegroeid. Jacob wist dat het geen compliment was geweest.

Nu loopt hij door dezelfde deuropening als toen. De tuin is verwilderd, maar niet overwoekerd. Donna loopt om het huis heen. Aan de achterkant is een witte, houten deur met een klein raam en verkleurde gordijnen.
‘Waarom ga je niet via de voordeur?’
‘De voordeur is voor gasten.’
Jacob knikt. Donna is geen gast.

Herinneringen vallen over haar heen als ze de keuken binnenkomt. Het geluid van haar schoenen op de plavuizen, de donkerbruine kastjes en het granieten aanrechtblad. Ze ziet beelden van Baboe en Kokki, bezig met het eten, pratend en lachend. Later was alleen Kokki er nog en soms de tuinman die binnenkwam voor een kop koffie. Het zijn herinneringen die haar een warm gevoel geven. Een gevoel van thuiskomen. Deze keuken was heel lang haar thuis. Tot Kokki ook wegging en mevrouw Tan de keuken overnam.
Op het aanrecht staat een koffiezetapparaat. Ze trekt wat keukenkastjes open. Suikerklontjes, poedermelk en een bus met koffie. Het witte serviesgoed van haar moeder. Het ruikt fris, alsof er niet zo lang geleden is schoongemaakt. Donna haalt haar vinger over de bovenkant van een kastje. Het is schoon.
Ze is de aanwezigheid van Jacob vergeten als ze de deur naar de eetkamer opent en de grote deuren naar de zitkamer openschuift. Er hangen lakens over de meubels en in de kasten ligt een dikke laag stof. In de hoek van de zitkamer staat een grote, uitgedroogde plant. Het blad hangt bruin en troosteloos op de grond. Het ruikt er muf. De deur naar de studeerkamer staat open, net als de lades van het grote bureau van haar vader. De deuren van het dressoir hangen scheef in hun scharnieren en lakens liggen rommelig over de vloer. Haar bewegingen worden gehaaster. De verboden werkkamer van haar vader ligt ook overhoop, net als de kamer aan de voorkant van het huis. Lakens zijn van de kasten afgetrokken en boeken liggen op en door elkaar over de grond verspreid. Ze gaat naar boven naar de slaapkamers. Die van haar vader. De kledingkast staat open, het matras ligt scheef op het bed. Er zitten beschadigingen in het hout van de kleine schrijftafel. Haar eigen slaapkamer is zo goed als leeg, maar ook hier staan kasten open. Een stoel ligt op zijn kant naast haar bed en de rommelige inhoud van een lade ligt over het kale matras verspreid. Het is de frustratie van iemand die niet vindt waar hij naar op zoek is.
De overige kamers zijn onaangeraakt.

Ze gaat weer naar beneden, waar Jacob de lakens heeft opgevouwen en op haar wacht.
‘Zijn er spullen weg?’
‘Ik weet het niet. Het lijkt of ze op zoek zijn geweest naar geld of sieraden.’
Ze zegt niet dat het alleen de spullen van haar vader zijn die overhoop liggen en die van haar. De persoon die hier is geweest, wist waar hij zoeken moest.
‘Missen er sieraden, misschien van je moeder?’
‘Ik weet het niet, ik zal het uit moeten zoeken. Ik weet niet zo goed wat er allemaal was. Ik heb nooit … Ik ben gewoon weg gegaan.’
Het kan Alex niet geweest zijn. Alex had ze overal gezocht. Niet alleen in de kamers en spullen van haar vader en haarzelf.
‘Ik zal het uit moeten zoeken en op moeten ruimen.’
‘En je moet de politie inschakelen, aangifte doen.’
Donna schudt haar hoofd en schrikt van geluiden uit de keuken. Er valt een deur dicht en stemmen komen haar kant op.
‘Donna? Ben je hier?’
Het hoofd van Evert verschijnt, achter hem Suze. ‘Donna!’
Suze slaat haar armen om haar heen en Evert volgt. Handen raken haar aan en strelen haar. door haar haren, over haar schouders, haar rug. Ze wordt gezoend, op haar wangen en op haar mond. De geuren die loskomen, maken dat ze een stap achteruit doet en zich los probeert te maken uit de omhelzing. Jacob schraapt zijn keel. De handen laten haar plotseling los.
‘Wat fijn je weer te zien Donna, het is te lang geleden. Wie heb je meegenomen?’
Jacob stelt zich voor aan Evert en Suze. Hij noemt zich haar vriend en slaat beschermend een arm om Donna heen. Donna kijkt naar de twee oude mensen. Evert is grijs, Suze nu nepblond. Haar ronde gezicht is bedekt met een fijn web van rimpels. Ze hebben afstand genomen en kijken van Donna naar Jacob.
‘Kom, daar moeten we op drinken. Er is wijn in de keuken. Je bent weer terug. Je moet vertellen en nooit meer zo lang wegblijven. We hebben je gemist. Het zal net als vroeger worden’

De beelden razen door haar hoofd en ze ziet de blik in de ogen van Suze. Niet moederlijk, zoals Donna zich herinnert, eerder triomfantelijk. Evert kijkt haar bezitterig aan. In zijn ogen flakkert een lichtje dat Donna vaker bij mensen ziet en waar ze vaak op gereageerd heeft.
Ze wilden haar zien en ze zouden er niet zijn. Een vermeende inbraak, het is een mooi excuus om haar weer deze kant op de lokken. Suze en Evert weten wat ze overhoop moeten gooien om … Net als vroeger?
Donna schudt haar hoofd en kijkt naar Jacob.
‘Het spijt me, ik heb geen tijd. Ik kom later terug. De sleutels. Ik wil de sleutels.’
Jacob ziet haar ogen voor ze zich omdraait en wegloopt. Hij knikt. Ze wil deze mensen niet zien. Hij weet niet wat ze ooit voor Donna zijn geweest, maar het is duidelijk dat Donna ze niet meer in haar leven wil.
De man heeft zich omgedraaid en kijkt naar de deur waar Donna door verdwenen is. De vrouw glimlacht een beetje hooghartig. De lach bereikt haar ogen niet.
Jacob glimlacht terug. ‘Donna is wat van slag, het is een tijd geleden dat ze hier is geweest en het raakt haar nogal.’
Hij steekt zijn hand uit, schudt die van de vrouw. ‘Prettig even kennisgemaakt te hebben. We zullen de politie informeren over de inbraak. Donna wil uitzoeken of er spullen verdwenen zijn dus ik denk dat het handig is als jullie mij de sleutels geven. Ik zal zorgen dat ze jullie op de hoogte houdt over het vervolg.’
‘Donna wil dat wij op het huis passen.’
‘Dat weet ik, maar de politie zal onderzoek willen doen. Donna zal jullie laten weten wat …’
‘Wij begrijpen Donna, we hebben haar praktisch opgevoed, wij weten dingen van haar die … Wie ben jij eigenlijk, ben je niet een beetje te oud voor haar?’
Jacob lacht. ‘Ik ben een vriend, niet meer en niet minder. Krijg ik de sleutels?’
De vrouw mompelt en haalt onwillig een sleutelbos uit haar zak en legt de sleutels in zijn uitgestoken hand.
‘Laat haar niet te lang wachten. Ze zou ons nog wel eens nodig kunnen hebben.’
‘Bedankt, ik zal het doorgeven. Een fijne avond nog.’
Hij wacht tot ze voor hem uitlopen, sluit de schuifdeuren, de deur van de keuken en draait de achterdeur op slot. Hij kijkt ze na tot ze door de houten tuindeur zijn verdwenen. Dan belt hij zijn broer.

Donna ziet Suze en Evert de tuin uitkomen. Onbewust maakt ze zich een beetje kleiner. De beelden in haar hoofd lopen niet gelijk met haar herinneringen.
De vriendelijke buren. Suze haalde haar in huis omdat ze zag dat Donna niet naar huis wilde. Zij en Evert leerde haar wat het was om te voelen. Om lief te hebben en van gehouden te worden. Het was de warmte en liefde die ze thuis had moeten voelen, bij haar ouders. Dat is wat de herinneringen haar vertellen. De beelden vertellen haar dat er niets moederlijks was aan de aandacht die Suze haar gaf en niets vaderlijks aan wat Evert haar leerde.
Ze doet haar ogen dicht en hoort de stem van Suze.
‘Je bent nu een jonge vrouw Donna, al bijna volwassen en je lichaam heeft waarde, wat je daar mee kan en wat je er mee kan bereiken. Heel anders dan de jongens en meisjes op school. Die kennen de waarde van jouw lichaam niet. Mannen wel, vrouwen ook. Jij kunt ze genot geven, jezelf ook. Drink je wijn. Je moeder is er niet meer om het je te vertellen. Ik zal het je laten zien. Evert kan het je laten voelen. Jouw lichaam is gemaakt om genot te geven en te delen.’
De rode wijn maakte haar rozig en loom. Suze streelde haar. Haar haren, haar schouders, haar rug. Ze kleedde haar uit en masseerde haar tot haar huid begon te gloeien. Haar liefde was zacht en rustig. Evert keek naakt naar zijn vrouw en het buurmeisje. Hij nam Donna op schoot toen Suze haar bij hem bracht. Hij streelde haar huid en likte haar jonge borsten, zodat ze nog meer ging gloeien. Ze voelde hem diep in haar buik. Zijn liefde was hard en scherp.

Donna was twaalf. Haar moeder was twee weken eerder overleden.

Show Buttons
Hide Buttons