Waar herinneringen leven

Na één nacht samen in het huis laat Seth Donna weer onbevredigd en koud achter. Meteen verschijnt de leegte weer om haar heen. Hij zegt niets over waar hij naartoe gaat, niets over wanneer hij terugkomt.
Haar werk, neemt haar net genoeg in beslag om de leegte even kwijt te raken, maar zodra ze in het grote huis is, neemt het weer bezit van haar.
Ze moet haar doka nog inrichten, er moeten nog dozen worden uitgepakt en sommige meubels verplaatst. Ze twijfelt over alle keuzes die ze moet maken, juist omdat Seth niet bij haar is.
Dit huis zal altijd het huis van haar vader blijven. De herinneringen zullen haar in iedere kamer blijven bestormen en bij alles wat ze doet. Stemmen uit het verleden zullen haar blijven achtervolgen.
Ze ruimt haar bureau leeg. De foto’s doet ze in een grote vuilniszak, die ze later toch weer leeg haalt. Ze kan er geen afstand van doen. De momenten en gezichten herinneren aan wie ze was voor Seth kwam. Ze wil daar niet naar terug. Ze wil het ook niet vergeten.

In haar eentje dwaalt ze door het huis. Het is te groot voor haar alleen. Het is altijd te groot geweest. Ze gaat naar de slaapkamer van haar moeder. Het is zoals ze het achterliet. Een kaal matras, de dekens opgevouwen in de kast. Ze ziet haar moeder in het bed. Ze was moe. Altijd moe. Donna gaat op het kale matras liggen en kijkt naar dezelfde muur die haar moeder altijd zag. Er komen nog meer herinneringen. Als ze thuiskwam uit school ging ze naar haar moeder. Ze bracht werkjes mee en vertelde over de juf en klasgenootjes. Haar moeder lag op bed, staarde naar de muur en reageerde zelden op de aanwezigheid van Donna
Heel af en toe klonk haar zachte stem. Dan zei ze dat ze de tekening mooi vond of dat het fijn was dat ze zo’n lieve juf had. Heel soms gaf ze Donna een klein gebaar van genegenheid. Een aai over haar wang, een pluk haar die weggestreken werd. Veel vaker kwam er niets. Allen die lege, starende ogen en uiteindelijk een zucht. Het bed kraakte als haar moeder zich omdraaide en haar de rug toekeerde.

Nu Donna hier ligt kan ze het weer voelen. Ze wilde alleen maar bij haar moeder zijn, gewoon naast haar te liggen en haar pijn wegnemen. Ze kon de pijn van haar moeder voelen, door alle muren van het huis. Ze heeft nooit geweten waar die pijn vandaan kwam.

Ze doet alle lampen in alle kamers aan. De schaduwen verbergen wat in het licht niet zichtbaar is, het licht jaagt de schaduwen weg.

Vannacht sliepen ze beneden in de woonkamer, op het matras dat meekwam uit haar flat. Ze wil niet weer beneden slapen. Ze legt schone lakens op haar eigen bed. Het is een smal bed. Ze zal Seth niet zoeken als ze hier slaapt. Ze ligt op haar rug en staart naar het plafond. De gedachten aan haar moeder houden haar wakker. Ze heeft vage herinneringen aan toen ze nog niet de hele dag in bed lag. Met haar hoofd ligt ze op de schoot van haar moeder. Ze voelt haar vingers in haar haren en hoort een zacht gezongen kinderrijmpje.

Geluiden die ze niet kan plaatsen halen haar uit bed. In de keuken drinkt ze een glas wijn terwijl ze op het aanrecht zit. Het kan. Het is haar aanrecht. Haar huis. In de tuin bewegen de schaduwen en de wind speelt met de takken van de struiken tegen het huis. Donna schuift de gordijnen dicht en vraagt zich af of Seth de poort op slot heeft gedaan. Ze gaat niet kijken. Er zijn teveel schaduwen buiten.
De gordijnen op de kamer van haar moeder schuift ze ook dicht. De lakens en dekens uit de kast ruiken een beetje muf. Toch maakt ze het bed op en ze gaat liggen zoals haar moeder lag, stijf onder de dekens, haar armen op de witte lakens. Hier zal ze slapen. Dit wordt haar kamer als Seth er niet is en als ze alleen moet slapen. Haar eigen slaapkamer zal ze veranderen in een doka. Ze wil weer een eigen doka, net als in de flat. Het is fijn om thuis te kunnen werken. Het zal het huis meer haar thuis maken. Ze zal Jacob morgen vragen of hij wil helpen, na het werk. Haar moeder zal haar werk zien. Alles. Ze zal misschien niet alles even mooi vinden, of waarderen, maar ze zal het weten. Ze zal trots zijn.

Ze valt toch in slaap, onrustig, met korte, wakkere momenten waardoor de nacht een aanéénschakeling is van dromen en herinneringen. Het loopt door elkaar heen. Ze ziet haar moeder en Baboe. Het grote park achter het huis en de vijver. Het is mooi weer. Haar moeder lacht, heeft een boek op haar schoot en praat met Baboe. Baboe lacht ook. Twee vrouwen. Als vriendinnen.
Donna ligt op het kleed tussen de vrouwen in. Het ene moment ziet ze zichzelf. Een mollige, vrolijke baby, het andere moment ziet ze de vrouwen. Van onderaf. Alsof ze in de baby is.
Ze hoort de naam van haar vader en de liefde in de gesproken woorden. Het zijn geluiden van een zomerdag. Kinderen spelen,  moeders roepen en in de vijver vechten de eenden luidruchtig om het brood.
Donna schrikt weer wakker. Het was een droom. Dat moet. Ze kan geen herinneringen hebben aan dat moment. Baby’s hebben geen herinneringen.
Haar ogen vallen dicht. Weer ziet ze haar moeder en Baboe. Ze ziet zichzelf. Een stevige peuter op wankele benen. Ze hangt aan de rok van haar moeder, dan aan die van Baboe. De vrouwen lachen als ze op haar billen valt en haar moeder tilt haar hoog boven haar hoofd. Donna ziet haar warme, gelukkige ogen. Ze wordt in een hoge kinderstoel gezet, de tafel is gedekt en haar vader voegt zich bij de vrouwen. Hij geeft haar moeder een zoen. Ook hij ziet er gelukkig uit. Baboe gaat naar buiten en Donna hoort haar roepen naar iemand die ook daar is.
‘Kom Gabrio, het eten is klaar.’

Donna ontbijt in de keuken. Ze leest haar mail en bekijkt haar agenda. Ze staat alweer in een nieuwe dag. Toch drijven haar gedachten weg. Naar Seth. Altijd eerst naar Seth. Ze vraagt zich af waar hij geslapen heeft en of hij ook aan haar denkt. Haar gedachten drijven ook naar de afgelopen nacht. Haar dromen lijken herinneringen en andersom. Ze zag Baboe en haar moeder. Het was het beeld van een jonge, gelukkige vrouw met haar baby, haar kindermeisje. Het komt niet overeen met het beeld dat Donna heeft. Net zo als het beeld van haar vader niet overeenkomt. Donna kan zich niet herinneren dat ze haar vader ooit gelukkig heeft gezien.
Ze staat op en schudt haar hoofd. Het komt door het huis. Het verlangen dat ze als kind had, leeft hier nog steeds en het dringt zich aan haar op. Het is niet zoals het was. Donna wist dat er meer herinneringen zouden komen. Ze had niet verwacht dat haar herinneringen vertroebeld zouden worden door haar kinderlijke verlangen geliefd te zijn om wie ze is en niet om wat ze zou moeten zijn.

En wie is Gabrio?

Show Buttons
Hide Buttons