Doden praten niet

Seth doet en ze laat hem doen. Hij wil dat ze dat doet. Hij heeft ideeën voor het huis. Het zijn niet haar ideeen. Ze wilde het huis eigen maken en het wordt ook eigen omdat Seth dat wil. Wat Seth wil, wil Donna ook. Hij drukt zijn stempel op het huis. Hij laat de kamers zoals ze zijn en vertelt haar niet waarom. Alleen maar dat het is wat hij wil. Als ze niet werkt, is ze in het huis. Ze is nergens anders meer. Seth is bij haar of in haar vaders werkkamer en in de schuur. Ze heeft geen idee wat hij er doet.
Ze weet niet zeker of ze het wel wil weten. Als ze het hem vraagt is zijn antwoord altijd hetzelfde.
‘Dat gaat je niets aan putta.’
Zijn onheilspellende blik ontneemt haar de lust verder te vragen en rond te gaan snuffelen. Ze heeft al beelden over wat haar vader nog meer was en wat Seth misschien ook zou kunnen zijn. Donker en ongrijpbaar.

Hij heeft haar doka ingericht en het is beter dan de doka in haar appartement met voldoende ruimte. Alles wat ze nodig heeft en meer. Het is een paradox. Zo anders dan de woorden die hij tot haar richt. Die zijn kort en missen een uitgebreide uiting van de liefde die hij voor haar voelt. Ze weet dat hij liefde voor haar voelt. Hij laat het haar voelen wanneer hij zijn handen over haar huid laat glijden en zijn vingers in haar hals duwt. Ze voelt het als hij haar tanden in haar vel zet en de bovenste huid laat scheuren. Dat is zijn liefde voor haar. Nooit in woorden, alleen maar daden.
Hij verdeelt en her-verdeelt. Sommige kamers raken leeg. De spullen die ze heeft meegenomen uit haar appartement verdwijnen naar de kamer van haar moeder. De kamer van Baboe wordt gebruikt als opslag.
Ze vertelt hem over het telefoontje van de gemeente en opdracht die ze haar willen geven. Ze wil het aanbod afslaan. Haar werk bij Jacob en Albert vraagt genoeg van haar tijd. Tijd die ze niet met Seth door kan brengen. Ze wil niet nog meer tijd kwijt zijn. Seth wil dat ze de opdracht aanneemt.
‘Je kunt ook stoppen bij de broers. Je hoeft niet alleen de doden een gezicht te geven. Je hebt veel meer in je mars.’
‘Dat weten zij ook, zij hebben me juist geholpen. Zonder hen …’
‘Dan doe je het allebei.’
Hij wil dat ze haar gang gaat. Zoals hij ook doet. De uren dat hij weggaat. De dagen dat hij haar alleen laat, zonder dat ze weet waar hij is. Hij vertelt het haar nooit.
Ze zegt ja tegen de opdracht. Naast de doden geeft ze nu ook de levenden een gezicht. Gebouwen, bijzondere gebeurtenissen. Ze heeft een prettig gesprek met de wethouder die haar de opdracht geeft. Ze heeft de vrouw eerder gezien en herinnert zich de foto’s van een vinger die een gouden hanger strelen. Ze kiest de mooiste en lijst hem in. Een cadeau. Een bedankje voor de grote opdracht en contract. Freelance, maar toch in dienst van de gemeente. Alle vrijheid om invulling te geven aan de opdrachten die divers zijn. Eén keer per week een overleg. Geen vaste uren. Ze declareert tijd, als er materiaal is. Zoals Donna graag werkt. Ze vertelt het Jacob als ze naar het uitvaartcentrum gaat. Naast zijn enthousiaste reactie meteen bezorgdheid. Wordt het niet teveel voor haar. Donna verzekerd hem dat het niet zo is. Ze moet er niet aan denken minder voor hem te gaan werken. Albert en Jacob hebben haar veel gegeven. Meer voldoening en Seth. Zonder de broers had ze Seth nooit ontmoet. Donna weet het zeker.

Als ze Seth vertelt dat ze de opdracht heeft aangenomen, knikt hij.
‘Ik had je toch gezegd dat je dat moest doen.’
Hij is druk aan het bellen en zegt haar dat ze een foto van het huis moet maken.
‘Voor het feest.’
Hij lacht en noemt namen van mensen die een uitnodiging moeten krijgen.
‘Een echt feest. Catering, goede drank en muziek. Live-muziek. Binnen en in de tuin. Nodig ook de gemeente uit, wie weet wat daar uit voort komt. Wie nog meer?’
Naast Jacob en Albert is er niemand. Haar telefoon staat vol met namen, maar het zijn geen namen die ze terug in haar leven wil halen.
Donna haalt haar schouders op.
‘Schrijf op Putta.’
Ze schrijft de namen op die hij noemt. Het is een lange lijst, Seth kent veel mensen. Ze vraagt hem waar hij de mensen van kent.
‘Ook familie? Je moeder?’
‘Mijn moeder niet.’
‘We hoeven geen feest.’
‘Ik wil een feest.’
‘Er was hier nooit een feest.’
Seth lacht. ‘Wij zullen veel feesten geven.’
Feesten voor zijn relatie’s, zakenpartners. Omdat het kan.
‘Dit is een huis voor feesten Putta. Grote feesten.’

Midden in de nacht krijgt hij een telefoontje.  Donna klimt in zijn naakte lijf als hij uit bed wil gaan. Ze houdt hem vast en vertelt hem wat ze wil doen. Zijn lijf reageert, maar hij gaat toch uit bed en neemt de warmte met zich mee. Ze pakt zijn arm.
‘Niet weggaan.’
Hij maakt zich los en kleedt zich in het donker aan.
‘Wie was dat?’
‘Dat gaat je niets aan Putta. Ga slapen.’
‘Waar ga je heen?’
‘Ga slapen Putta.’
‘Wanneer ben je terug?’
‘Slapen!’
Zodra de slaapkamerdeur achter hem dicht valt wordt de kamer om haar heen groter. Zijn aanwezigheid wordt overgenomen door schimmen uit haar verleden. Ze doet het licht aan en dwaalt door het huis. Het is weer van haar vader, niet meer van Seth en het probeert haar iets te vertellen. Het ademt en mompelt zacht. Ze hoort het nooit als Seth bij haar is, alleen als ze dwaalt en zoekt. Ze probeert de schimmen uit de schaduw te trekken en volgt een zucht dat plotseling een woord lijkt, een stem die haar roept. Het huis zoekt haar ook en trekt aan haar. Ze voelt een koude luchtstroom langs haar huid en het is of iemand haar passeert. Het zijn de bezielde bewegingen van wat ooit was. De kamers zijn leeg en stil, precies zoals het in haar jeugd, maar toch heeft ze het gevoel dat ze niet alleen is. Ze hoort niet alleen de stem van het huis, ook de stemmen van de doden. Maar doden praten niet …

Waarom woonden ze in zo’n groot huis? Haar ouders, zijzelf en baboe. Ze gaat naar de grote zolder vol spullen van haar ouders. Logge kisten, oude boeken en vergeten meubels. Ze ziet dat Seth hier al is geweest. Er zijn meubels verschoven en de dikke lagen stof hebben zich verplaatst.

Onbekende geluiden jagen haar naar beneden. Ze drinkt een glas wijn in de keuken en doet ook daar alle lichten aan.
Waar is Seth en waarom laat hij haar alleen? Hij weet dat ze niet graag alleen is. Niet meer.
Ze heeft hem verteld van het vreemde gevoel dat bezit van haar neemt als ze alleen in het huis is. De kille vertrouwdheid vol donkere herinneringen. Het zijn herinneringen die vertroebelt worden door de dromen die ze heeft. Gezichten en namen die ze niet herkent, naast de gezichten die ze wel herkent. Dode gezichten dwalen door de kamers van haar geheugen en door de kamers van het huis. De sensatie die ze soms heeft als ze gewoon zit, zoals ze nu zit. Alsof er iemand bij haar is. Iemand die haar kent en die zij kent.
Ze denkt weer aan de woorden van Jacob.
‘Entiteiten uit de andere wereld zijn om ons heen en hebben geen kwaad in de zin.’
Voelt ze dat? Een entiteit? Iemand die er niet meer is en die bij haar wil zijn? Ze rilt als het gezicht van haar vader door haar hoofd flitst. Hij niet. Hij zou nooit terugkomen om bij haar te zijn. Hij wilde al niet bij haar zijn toen hij nog leefde. Haar moeder? Baboe? Een naam die ze niet kent, maar die haar wel kent.
Ze rent weer naar boven. Het ouijabord ligt op de plank in haar doka. Ze draait het rond en bekijkt de zwarte letters. De planchette gaat met een schurend geluid langs de letters en vormt een woord.
S E T H
Het zijn haar eigen vingers sturen de planchette en haar hoofd stuurt haar vingers. Ze weet niet hoe het werkt. Jacob gelooft er niet in. Het is een onschuldig middel om het onderbewustzijn te raadplegen. Haar onderbewustzijn. Wat ze al weet zonder het te weten.
Ze duwt de planchette naar het midden en sluit haar ogen. Ze probeert alle gedachten uit haar hoofd te duwen, maar ze buitelen over elkaar heen.
Waarom?
Wie?
Het huis?
Seth?
Waar is hij?
Waarom laat hij haar alleen?
Wanneer komt hij terug?
. . .
Wie is daar?
. . .

Haar ogen gaan weer open. De punt van de planchette ligt op de letter G. Ze heeft hem er zelf op gezet. Hij is geen millimeter verschoven. Ze krijgt geen antwoord of misschien stelt ze de verkeerde vragen. Misschien weet ze het al. Ze hoeft alleen maar de juiste deuren te openen om bij de antwoorden te komen.
Voorzichtig legt ze het bord terug op de plank. Het is stom bijgeloof. Natuurlijk komen er geen antwoorden. Het is een spel.
Met vermoeide ogen doet ze het rode licht in haar doka aan. Ze giet ontwikkelvloeistof in de bak en legt een vel papier in de vloeistof. Langzaam verschijnt er een afbeelding. De foto’s van doden die niets voor haar betekenen jagen haar eigen doden weg.

Show Buttons
Hide Buttons