Als de avond overgaat in de nacht.

Ze is gastvrouw in het huis van Seth. Hij komt op de eerste plaats, dan komt zij. Dan is het ook haar huis. Vanavond is het zijn huis. Zijn muziek. Zijn drank. Zijn mensen. Er is exotisch eten. Schotels vol met rijst, vlees en geurige saus. Donna stelt zichzelf voor aan gezichten die ze niet kent en schudt vreemde handen. Mannen en vrouwen. Het is een bonte verzameling. Jong en oud. De namen die ze hoort, vergeet ze meteen weer.
Waar Seth is, is zij. Ze volgt hem met haar ogen en gaat achter hem aan als hij uit een ruimte verdwijnt. Vreemde ogen kijken naar haar en naar Seth. Hij slaat even een arm om haar heen.
‘Vermaak je Donna. Dit is ook jouw avond.’
Niet Donna. Ze is zijn putta, niets anders dan dat. Van hem en ze wil dat mensen het weten.
Ze hoort de gesprekken die hij voert. Engels, Spaans, Duits en Frans. Soms verstaat ze het niet en klinken de woorden zangerig met rollende klanken. Ze hoort zelden Nederlands.
Donna maakt foto’s en blijft in de buurt van zijn kamer. Ze kijkt naar de dichte deur.  Conversaties die niet bedoeld zijn voor andermans oren. Ze observeert de mensen die met hem mee naar binnen gaan. Een magere knul met kort, opgeschoren haar en een zonnebril. Een oude man met een gezicht vol rimpels. Een donkere vrouw met een grote bos samengebonden kroeshaar. De jaloezie laait vlammend op in haar borst. Ze wil weten waar hij haar van kent. Ze wil ook weten waar hij de andere vrouwen van kent. Er zijn veel mooie vrouwen, in dure designkleding. Ze wil weten wat Seth doet achter de gesloten deur en waar hij over praat. Ze wil weten wat de vrouwen van hem zijn.
Zakenpartners?
Goede bekenden?
Geliefden?

Donna maakt praatjes met mensen die haar niet kunnen boeien. De meeste vragen waar ze Seth van kent.
‘Ik ben zijn vriendin.’
Ze krijgt opgetrokken wenkbrauwen en vaak een jaloerse blik. Van mannen en van vrouwen.
Vertelt Seth mensen over haar?
Is ze zijn vriendin?
Zijn Putta. Meer hoeft ze niet te zijn. Meer kan ze niet zijn. Het woord omhelst al het andere.
Ze ziet zijn ogen als hij weer uit de werkkamer komt. Tevreden, lichtjes van de lach die erin bestorven ligt. Heel soms zijn ze donker. Zoals hij ook naar haar kan kijken, op sommige momenten.
‘Vermaak je je een beetje Donna?’
Ze klampt zich aan hem vast, hij maakt haar armen los. Ze pruilt, hij lacht om haar gezicht.
‘Ga dansen. Daar hou je van. Laat de mensen naar je kijken, dat vind ik leuk.’
Even pakt hij haar arm. Zijn gezicht is dicht bij dat van haar.
‘Alleen kijken Putta.’
De zoen die ze hem wil geven komt op zijn kin terecht. Natuurlijk is het alleen kijken. Zelfs dat niet. Ze wil alleen zijn ogen. Ze wil weten dat hij haar in de gaten houdt, zoals zij hem in de gaten houdt.
Maar hij wil dat ze danst, dus ze danst. Op blote voeten in de woonkamer, later in de tuin, in het zachte gras. De band speelt muziek om samen op te dansen. Seth danst niet. Hij beweegt zich met een natuurlijke zelfverzekerdheid, maakt praatjes en lacht. Als zijn ogen haar kant op dwalen beweegt ze sensueel met haar onderlichaam. De begeerte in de ogen van anderen ziet ze niet. Het is voor hem. Alleen voor Seth. Van zijn Putta.

Wanneer het schemerig wordt zoekt ze hem. Eerst in het huis, dan in de tuin. Ze kan hem niet meteen vinden en meteen stuitert de onrust in haar borst. Er brandt licht in de schuur en de deur is dicht. Ze mag er niet komen. Na al zijn verhalen wil ze er ook niet komen, maar ze wil weten wat hij daar doet.
Ze hoort zachte, lage stemmen.. Geen vrouw. Ze wil hem niet bij andere vrouwen. Hij is van haar.
Donna luistert en vangt de woorden op
‘Het is een aparte verzameling.’
Het houtsnijwerk van haar vader? Of het andere? Wat Seth haar vertelde over die andere hobby van haar vader. Een bijzondere man, een vreemde liefhebberij. Het is niet bestemt voor haar ogen. Ook niet voor andere ogen.
Voorzichtig opent ze de deur. Ze ziet een kleine man. Donker en gezet. Op zijn rug hangt een lange paardenstaart. Ze heeft hem eerder gezien. Ze ziet en hoort ook Seth.
‘Ze had geen idee. Hij heeft het voor haar verborgen gehouden, maar toch weet ze dingen …’
‘Seth …?’
Woorden worden ingeslikt. Ze herkent de kleine man. Hij staat op foto’s in haar archief, de twee vrouwen aan zijn zijde. Seth duwt haar naar buiten en laat de man alleen.
‘Wat heb ik je gezegd Putta.’
‘Ik zocht je …’
‘Stop daar mee. Meng je tussen de mensen. Dans. Ik ga nergens heen.’
‘Maar het is ons feest en ik ken niemand.’
‘Stel je niet aan. Dat heeft jou nooit weerhouden. Je komt hier niet weer, duidelijk…’
‘Wie is die man?’
‘Dat gaat je niets aan.’
‘Ik heb hem al eens gezien.’
‘Dan nog. Ik wil niet dat jij je in mijn zaken mengt. Het gaat je niets aan.’
‘Een feest Seth, geen zaken.’
‘Ook zaken. Mijn zaken.’
Donna pakt zijn arm en duwt zichzelf tegen hem aan.
‘Kom dansen. Mensen zullen naar ons kijken.’
‘Ik ben bezig Putta. Mensen kijken toch wel. Ook als je alleen danst.’
‘Dat wil ik niet.’
‘Ga!’

Donna druipt af. Ze wil met hem zijn, naast hem. Hij hoeft geen geheimen voor haar te hebben. Het is samen, zoals hij zelf zegt. Alles van haar is van Seth en andersom. Ze draait zich om, Seth kijkt naar haar. De blik in zijn ogen is donker. Er loopt een prettig huivering langs haar rug en ze wil hem dwingen met haar te dansen zodat zijn blik nog donkerder wordt. Hij zal haar weer laten voelen dat ze zijn alles is en iedereen zal het weten.  Ze doet het niet en doet wat hij gezegd heeft. Ze beweegt zich langs de mensen, door de ruime kamers, de trap op. Gezichten komen lachend dichterbij en nemen weer afstand. Ze wordt omringd door geluiden. Het is dansen zonder te dansen. Bewegen, naderen, afstand nemen, alsof ze in een bubbel zit. Ze heeft een gevuld glas in haar hand en ruikt het eten. Haar lichaam mengt zich met onbekenden. Haar hoofd is in de schuur. Bij Seth en de man. Ze weet niet wat en wie, toch vormt ze beelden en hoort ze gesprekken die niet voor haar oren bestemt zijn. Het zijn fluisteringen, zoals het huis soms fluistert. Ze hoort stemmen die de eenzaamheid van een verlaten kamer hebben opgezocht. Hitte en smachtende liefde.  Zodat het nooit meer zal zijn zoals het was.
Donna verschuilt zich en laat de mensen voor wat ze zijn. Het zijn onbelangrijke figuranten, van voorbijgaande aard. Ze zal wachten tot de avond overgaat in de nacht en dan uit de schaduw tevoorschijn komen. De nacht heeft donkere uren voor donkere liefde en de uren zullen overgaan in scherpe lust. Ze kan niet meer zonder die lust en ze weet dat ze het alleen bij Seth zal vinden.

In de schemering van de grote gang bij haar doka staat een blonde vrouw. Ze laat haar hand langs de Paisley muurbekleding glijden. Donna herkent haar. Het is de vrouw van de winkel, van het ouija bord. Ze was samen met nog een vrouw met de man uit de schuur. Mensen die ze heeft gefotografeerd wandelen haar wereld binnen. De naam van de vrouw valt in haar hoofd.
‘Dag Zoë.’
Zoë schrikt even, maar haar glimlacht reikt tot in haar ogen.
‘Dag Donna. Wat een prachtig huis dit, vind je niet?’
‘Het is mijn huis, van mij en Seth.’
Ze ziet bewondering en nieuwsgierigheid. Zoë vraagt hoe oud het huis is en hoe lang Donna er al woont.
‘De bouwstijl is authentiek, de inrichting ook. Waar heb je de meubels gevonden?’
‘Het was van mijn ouders. Mijn vader … ik ben hier geboren.’
Ze voelt zich nu toch trots. Het huis is waardevol in de ogen van anderen.
‘Zie je iets voor je winkel?’
‘Ik heb geen winkel meer en de meubels horen hier, bij het huis.’
Donna vraagt door en hoort over een brand. De kleine, sfeervolle is winkel verdwenen.
‘Dat is jammer, het was een mooie winkel.’
Zoë knikt. ‘Erg jammer, ik ben op zoek naar een nieuw pand.’
‘Ik zal voor je informeren. Kom, ik wil je iets laten zien.’
Ze neemt haar mee naar haar doka en zoekt in haar mappen. Ondertussen vertelt ze haar van de opdracht van de gemeente.
‘Ze laten me vrij dus als je weer een pand hebt dan kan ik je wel wat gratis reclame bezorgen.’
Donna laat haar de foto’s zien. Zoë, de man uit de schuur en nog een vrouw. Het zijn mooie foto’s. Zoals al haar foto’s zijn.
‘Ze zijn van jou, ik gebruik ze toch niet. Als je hem zoekt, hij is in de schuur. Is zij er ook?’
Zoë schudt haar hoofd en Donna pakt het ouija bord van de plank.
‘Weet je hoe dit werkt? Ik heb het bij jou gekocht.’
Plotselinge heeft Zoë haast. Ze weet niet hoe het werkt, het zat in een grote doos met andere spullen
‘Hij is in de schuur zei je? Bedankt voor de foto’s. Tot ziens.’
Zoë is verdwenen voor Donna nog iets kan zeggen. Ze werd geraakt door iets dat ze op de foto zag. Donna zag het ook. Een zichtbare band tussen drie mensen. Een band die misschien meer is dan Zoë tot nu toe heeft geweten.

Met het bord gaat ze naar beneden. Het huis is vol met mensen. Iemand hier weet vast hoe het werkt.. Ze wil het weten, zodat ze het kan gebruiken. Antwoorden die ze al kent, maar waar ze niet bij kan komen. De schimmen zullen verdwijnen als ze de antwoorden heeft gevonden. In de keuken legt ze het bord op tafel. Mensen kijken ernaar en zijn nieuwsgierig, er wordt gelachen. Het is een mooie avond voor een spel. Donna laat ze en wordt toeschouwer als drie mensen om het bord gaan zitten. Er wordt lacherig over gedaan. Het is een grappig spel. Kunnen de lichten uit? De kaarsen aan? Vragen die worden gesteld. De planchette verschuift. Het gaat niet anders dan ze zelf deed. De vingers worden gestuurd. Een man vertelt dat er rust voor nodig is en sfeer. Geen feest.
‘Geesten komen niet op een feest. Niet als ze niet zijn uitgenodigd.’
De opmerking is niet grappig bedoeld, toch wordt er gelachen.
Ze ziet Zoë. Met een strak gezicht leunt ze tegen de deurpost. De man uit de schuur praat tegen haar. Zijn ogen gaan onrustig heen en weer.
Donna kijkt op haar horloge. Het is twaalf uur geweest. Ongemerkt is de avond overgegaan in de nacht en de nacht is van haar. Van haar en Seth.

Show Buttons
Hide Buttons