Verdwenen voetstappen

Ze zingt hardop terwijl ze het huis opruimt. Uit de kast in de keuken haalt ze het witte schort dat ooit van kokkie is geweest. Ze draait haar haren op haar hoofd bij elkaar en wast af, Ze boent de vloeren en gaat als een wervelwind door het huis. Een vreemde bevlogenheid heeft bezit van haar genomen.
Ze is de vrouw van Seth, hij is haar man. Het huis van haar vader is nu van haar en van Seth. Een gezin, samen met Seth. Een gelukkig gezin, zonder de donkere schaduwen.
Seth lacht als hij beneden komt en noemt haar de meid. Er danst een wonderlijk vuur in zijn ogen.
‘Ik heb een bespreking, ik weet niet hoe lang. Ik wil dat je naakt bent als ik terug kom. Voortaan ben je naakt in het huis. Ben je lekker klaargekomen vannacht?’
Ze knikt en voelt de hitte naar haar gezicht stijgen. Zijn handen liggen weer om haar hals.
‘Heb ik je gezegd dat je klaar mag komen?’
‘Ik was geil.’
‘Je komt alleen nog met mij, geen solo-seks meer Donna.’
‘Je was er bij, het kwam door jou.’
‘Alleen mét mij. Tot straks en hou dat schort aan. Misschien neem ik je vanmiddag, omdat ík geil ben.’
De belofte veroorzaakt nieuwe tintelingen in haar lijf. Ze draagt het witte schort op haar naakte lichaam, haar borsten dansen bij iedere beweging die ze maakt naar buiten en de lange linten van de strik strelen langs haar benen.
Ze drinkt koffie aan de keukentafel, ziet de vochtige plek op de stoel als ze opstaat en haalt even haar vingers langs haar kutje. Ze is nat, alleen maar door zijn woorden en de gedachte aan zijn lichaam zwaar op dat van haar vannacht. Ze wil hem diep in zich voelen en zijn hete zaad in haar buik. Man en vrouw. Het begin van een gezin. Een nieuw gezin, in dit huis. Een echt gezin.
Ze wandelt door de tuin aan de voorkant van het huis, langs de grote, kale stam in het midden van het gazon. Ze ziet een klein jongetje, als Seth, een meisje als zijzelf. Vrolijke en gelukkige kinderen.
Ze wilde nooit kinderen. Nu wil ze een kind van Seth. Licht en levendigheid in een huis dat altijd donker en stil is geweest.

Het is kil alleen met het schort om haar heen en ze trekt een vest aan over haar schort. Wat ooit een moestuin was, is nu een wildernis. Ze is hier nog niet geweest. Het is de enige plek die ze uit de weg ging, haar laatste herinneringen aan haar vader liggen hier.
Ze hurkt, trekt wat onkruid weg. De stenen die de verschillende groentebedden aan moeten geven, komen tevoorschijn. De kruisbessen gaan schuil onder donkergroene klimop. Ze trekt blaadjes weg en ziet de scherpe stekels en dikke roodpaarse vruchten. De stekels weerhielden haar er niet van de vruchten te plukken en ervan te eten tot ze misselijk werd. Ze plukt een vrucht en bijt erin. De schil breekt met een knap tussen haar tanden en ze zuigt het zoetzure vruchtvlees eruit.
Ze wilde altijd te snel en at de vruchten ook als ze nog niet rijp waren. Het vruchtvlees was nog zuur. Ze kreeg een standje van Baboe.

Het was hier, in de strak ingerichte moestuin. Kleine vierkanten om de groenten te verdelen en stenen om je voeten neer te zetten. Rechtsachter groeiden de kleine komkommers, ernaast de lange bonen. Uren was kokkie bezig met inmaken. In de voorraadkast stonden grote en de geur in de keuken was zwaar en azijnachtig. Haar vader deed zijn best het bij te houden. In de keuken stonden grote kratten met rottend fruit en groente. Er was niemand meer. Haar vader was alleen in het huis met de lege kamers. Kokkie was weg. Mevrouw Tan en de tuinman ook. Iedereen verdwenen. Donna voelde zich verplicht langs te gaan om te kijken hoe het met hem ging. Hij werkte op zijn knieën in de moestuin en ademde zwaar. Ze keek naar hem. Als ze niet bij hem was, wist ze precies wat ze tegen hem wilde zeggen, maar zodra ze hem zag verdwenen de woorden weer. Hij deelde niet in haar verhalen. Er waren alleen strenge regels en straf als ze zich niet aan die regels hield. Toen ze hem vertelde dat ze een appartement had gevonden, kreeg ze enkel een knikje en een korte snauw. Hij vroeg nooit hoe het met haar ging. Zij ook niet meer. Het kon haar niet schelen, maar ergens toch ook weer wel. Die dag viel hij met een zware plof met zijn hand op zijn borst tussen de komkommers. Zijn ogen waren groot en angstig. Hij noemde haar duivelskind en Putta. Het was of hij haar niet zag, maar iemand achter haar, iemand die zij niet kon zien. Haar vingers gleden aarzelend over de toetsen van haar telefoon. Ze wist dat ze het alarmnummer moest bellen. Ze wist ook dat zijn dood haar zou verlossen van de verplichting. Ze zou niet meer hoeven wachten, maar simpelweg weten dat hij er niet meer is. Ze knielde naast hem en hield zijn hand vast. Ondanks haar angst en haar haat. Niemand behoort alleen te sterven. Zijn hand vasthouden was het laatste wat ze nog voor hem kon doen. Het is de leugen die ze zichzelf vertelt. Ze wilde alleen maar zeker weten dat het echt was. Ze wilde zeker weten dat zijn hart niet meer klopte. Pas toen belde ze het noodnummer.

Donna veegt langs haar gezicht en maakt zich boos over de tranen. Hij verdient ze niet. De tranen niet en de herinneringen ook niet. Hij verdient ook zijn voetstappen in het huis en de tuin niet. Het is nu van haar. Van Seth en haar.

Ze trekt onkruid weg. Donkere aarde blijft vochtig aan haar handen kleven. Ze veegt de stenen vrij. Ze zal de moestuin in ere herstellen. Ze zal zacht en zoet fruit planten. Aardbeien en frambozen. Geen bittere, harde groenten of zure vruchten. Haar knieën zakken weg in de modder en ze voelt de wind langs de huid van haar naakte billen. Ze krijgt het warm en trekt het vest uit. Niemand ziet haar. De grote muur rond het huis houdt nieuwsgierige ogen weg en spelende kinderen binnen.

Plotseling hoort ze Seth, hij roept haar met een harde stem. Ze roept dat ze achter het huis is. De wellustige blik in zijn ogen verdwijnt als hij haar tranen ziet.
‘Wat doe je hier, waarom huil je?’
Haar handen vegen langs haar gezicht en laten donkere strepen aarde achter. Ze schudt haar hoofd. Het is niets. Ze vertelt het toch.
‘Mijn vader, hij is hier gestorven.’
‘Wat was dit?’
‘Een moestuin’
‘Was hij alleen?’
‘Ik was er.’
‘Dat is goed. Niemand moet alleen sterven.’
‘Ik heb gekeken en niets gedaan. Misschien leefde hij nog als ik …’
‘Maar hij is dood, ben je daar verdrietig om?’
‘Niet echt.’
‘Waarom dan?’
‘Ik weet het niet.’
‘Je weet niet waarom je huilt?’
Donna schudt haar hoofd en hij pakt haar bij haar arm.
‘Dan zal ik je een reden geven, bukken.’
Hij duwt haar voorover, ze hoort zijn gulp en bijna meteen is hij in haar. Zijn stoten duwen haar naar beneden en haar gezicht laag naar de grond.
‘Je bent mijn vrouw Donna, mijn Putta, mijn meid. Ik neem omdat je van mij bent. Voel je dat? Voel je dat je van mij bent?’
Ze knikt kreunt als hij haar gezicht in de aarde duwt. De grond smaakt bitter en ze ruikt de geur van rottend blad. Hij maakt het schort los en bindt haar ellebogen met het lint tegen haar rug.
‘Ben je alweer geil Putta?’
Ze zucht van ja, hijgt dat hij dieper moet en sneller. Zijn handen grijpen in de modder en smeert het uit over haar rug en haar billen. Over haar borsten en in haar haren.
‘Een modderhoertje, dat ben je. Mijn modderhoertje. Vind je dit lekker?’
Weer kreunt ze. Zijn harde hitte in haar buik en de koelte van de aarde over haar huid verspreiden vreemde sensaties door haar lichaam.
Hij trekt haar hoofd omhoog, glijdt even helemaal uit haar en stoot dan weer hard bij haar naar binnen. Ze schreeuwt. Hij duwt haar gezicht terug in aarde. Ze hapt naar adem, worstelt onder zijn handen en voelt hem nog groter en harder worden. Hij trekt haar omhoog, verdwijnt en stoot weer in haar. Als ze schreeuwt duwt hij haar gezicht in de modder. Het is een herhalend ritme dat haar de adem ontneemt.
‘Stil toch hoertje, dat mensen je niet kunnen zien betekent niet dat ze je niet kunnen horen.’
Elke keer verdwijnt hij uit haar buik en elke keer komt hij dieper in haar. Rauw en scherp. Pijnlijk geil. Hij belet haar te schreeuwen en naar adem te happen door haar gezicht hard in de modder te duwen. Zwarte vlekken en lichtflitsen verschijnen net als vannacht voor haar ogen. De stoten zuurstof die ze krijgt maken haar hoofd licht en haar lichaam zweeft. Ze probeert hem tegemoet te komen. De pijn kan nog dieper en het kan nog geiler.
‘Hoertjes komen niet klaar Donna.’
Hij concentreert zich op zijn eigen ritme, zijn eigen genot. Het is wat ze nu is. Hoerig vlees voor snelle lust, alleen maar zijn eigen lust. De natte aarde op haar gezicht vermengd zich met haar tranen. Het zijn tranen van vervulling en gelukzaligheid. Omdat ze is wie ze wil zijn en bij wie ze wil zijn.
Met een grom laat hij zich op haar vallen. Hij duwt haar hele lichaam tegen de grond, in dezelfde aarde waar haar vader lang geleden zijn laatste adem uitblies. Zijn voetstappen zijn verdwenen.
Ze wacht tot het schokken van zijn onderlichaam stopt en ze de hitte langzaam naar buiten voelt komen. Hij bijt hard in haar schouder. Ze zucht en probeert haar armen los te krijgen.

‘Ik wil een kind van je Seth …’

Show Buttons
Hide Buttons