Wat je waard bent

De woorden komen vanuit een plek diep van binnen en hebben niets te maken met het verlangen en de ongebluste hitte van het moment. Ze hoort Seth diep ademhalen en sissend weer uitblazen. Dan verdwijnt hij uit haar zoals hij in haar kwam, abrupt. Ze hoort het geluid van zijn broek, zijn gulp en zijn voetstappen lopen van haar weg. Hij laat haar liggen in de aarde. Met een besmeurd lichaam en haar ellebogen vast op haar rug.
‘Seth!’
Ze worstelt zich omhoog, valt weer terug en komt onhandig op haar knieën overeind. De linten van het schort snijden pijnlijk in haar armen als ze zich los probeert te maken.
‘Seth!’
Ze rent achter hem aan, naar de schuur waar hij vlak voor haar gezicht de deur dichtgooit. Ze trekt met haar armen tot de linten loslaten en bonst op de deur.
‘Laat me binnen Seth! Je kunt niet zomaar weglopen!’
In de schuur gaat het licht aan, ze hoort geluiden. Hij schuift iets over de vloer, er klinkt gerinkel van metaal.
‘Geef antwoord Seth! Ik ben van jou.’
Wat ze hoort kan ze niet thuisbrengen. Het lijkt op de geluiden die uit de schuur kwamen als haar vader zich opsloot. Weg van het huis en van alles in het huis. Weg van Donna.
‘Je mag je niet van me afkeren! Jij niet!’
Ze bonst op de deur, schopt ertegen aan en schreeuwt zijn naam. De tranen over haar wangen veegt ze weg. Donker aarde vermengt zich met het zout uit haar ogen.
Nu twijfelt ze over haar woorden en haar verlangen. Ze is zijn Putta en zijn vrouw. Hij laat haar voelen dat het zo is. Ze kan ook de moeder van zijn kind zijn. Zij alleen. Dat verlangen zit onder al het ander.
Huilend laat ze zich op de grond zakken en ze duwt haar gezicht tegen de deur. Ze probeert hem te volgen en de geluiden te vertalen. Zien wat hij doet zonder dat ze het ziet en weten dat ze nog steeds alles van hem is.
‘Seth …’
De late middag verandert in de vroege avond. De schaduwen om haar heen worden zwart. Het schemer maakt plaats voor donker.
De modder op haar lichaam wordt langzaam hard en verpulvert onder haar handen als ze over haar huid wrijft. De tranen op haar gezicht zijn opgedroogd. De huid van haar gezicht is strak gespannen. Haar ogen zijn zwaar. Ze hoort Seth lopen en kloppen. Nog meer geschuif en gerinkel. Ze krijgt het koud en rilt als het zacht begint te waaien.
‘Doe open Seth, alsjeblieft.’
Hij geeft geen antwoord.
‘Wat doe je daar Seth? Kom … je mag me niet alleen laten.’
Ze legt haar hand tegen de deur. Ze is niet alleen, hij is daar en toch is ze alleen. Hij kan het haar zeggen als hij het niet wil, als hij geen kind wil. Het geeft niet, zolang ze hem maar heeft. Hij is net zo goed van haar.
‘Ga weg bij de deur Donna.’
Haar hart springt op en ze duwt zichzelf omhoog, stapt opzij als de deur opengaat. Zijn handen grijpen haar en trekken de donkere zak om haar hoofd. Ze rukt zich los, wil de zak verwijderen. Seth pakt haar armen en duwt haar voor zich uit. Ze voelt het beton onder haar bloten voeten. De deur valt met een klap achter haar dicht. Seth knoopt het koord van de zak rond haar hals en haalt het loshangende schort van haar lichaam.
‘Vond je dat lekker Putta? Behandeld worden als een ding, een voorwerp. Gebruikt worden, alleen voor mijn genot. Is dat wat je geil vindt? Gebruikt worden als een hoer, de hoer die je bent?’
Ze schudt wild haar hoofd.
‘Nee, jij zegt het alsof … Nee!’
‘Hou je mond!’
Hij duwt haar vooruit en trekt aan haar armen. Ze stoot haar voet tegen iets hards.
‘Til je voeten op.’
Donna stapt op een kleine verhoging, Seth draait haar en drukt haar hoofd naar beneden, haar hals tegen een plaat. Ze wil omhoog komen, maar hij duwt haar terug en legt haar polsen naast haar hoofd op dezelfde plaat. Het neemt snel de warmte van haar huid aan, hout. Plotselinge borrelt de angst in haar borst. Ze denkt aan de opmerkingen die hij eerder maakte over de hobby van haar vader, die keer dat hij ook de zak over haar hoofd trok. Wat had hij gezegd?
‘Er is veel dat jij niet van je vader weet. Martelwerktuig, haken en naalden …’
Ze worstelt en probeert bij zijn handen weg te komen. Hij zet haar klem tussen het hout en zijn lichaam.
‘Blijf staan.’
Een zachte beweging langs de jute zak en een klik. Seth laat haar los en ze staat vast. Haar hals en polsen zitten klem in een houten werktuig. Een martelwerktuig, een schavot.
‘Van jouw vader Putta, jouw ouders. Jouw erfgoed.’
Ze probeert los te komen, omhoog uit de onnatuurlijke houding.
‘Niet doen Seth, ik wil dit niet!’
‘Maar ik wil het wel en wat ik wil is goed genoeg voor mijn hoertje, want dat is wat je bent. Je bent mijn hoer. Ik doe met je wat ik wil.’
‘Niet zo. Niet omdat … vergeet het. Vergeet wat ik zei, het geeft niet.’
‘Wat zei je dan Putta?’
‘Je weet wat ik zei Seth.’
‘Zeg het nog maar een keer, precies zoals je het eerder zei.’
Donna voelt zijn warmte, zijn hoofd is dicht bij dat van haar en ze voelt de ademhaling van zijn woorden door de jute zak. Ze snikt.
‘Het hoeft niet.’
‘Meende je het niet?’
‘Jawel, maar …’
‘Zeg het!’
‘Ik wil een kind van je Seth, ik wil een kind van je!’
Hij trekt aan haar hoofd en lacht zacht.
‘Hoertjes krijgen geen kinderen Donna, die zijn alleen maar wat ze moeten zijn. Een hoer om te nemen, te neuken en te gebruiken, om mee te doen wat ik wil. Dat is alles wat je bent. Je bent mijn vrouw, omdat je mijn hoer bent … niet meer dan dat.’
Hij buigt over haar heen en legt zijn handen rond haar borsten, zijn vingers drukken pijnlijk stevig in het vlees. Ze voelt zijn nagels in haar huid en nog een keer zijn tanden in haar schouders. Klemmend gaan zijn handen langs haar hele lichaam, over de huid, knellend, schrapend en drukkend. Geen plekje slaat hij over.
‘Mijn hoer Donna, zolang ik daar zin in heb.’
Haar hele lichaam gloeit en bonst als hij van haar weg stapt en niet één, maar vier vingers diep bij haar naar binnen duwt. Het brandt en ze schreeuwt, hij legt zijn andere hand tegen haar gezicht en duwt de jute stof stevig tegen haar neus.
‘Als ik wil zou ik mijn hele hand in je kunnen stoppen, een vuist maken, je van binnen beurs en schraal stompen en beuken. Ik kan alles doen wat ik wil en ik heb jouw toestemming niet nodig. Jij wilt een kind van me? Bewijs eerst maar eens dat je het waard bent.’
Hij haalt de hitte en het scherpe weg. Zijn lichaam laat haar los. Zijn stappen klinken over de betonnen vloer. Ze hoort de hoge piep van de deurklink, een bons en een sleutel die wordt omgedraaid. Dan stilte. Donna wacht.
‘Seth …?’
Haar stem is schor en ze luistert of ze in de stilte zijn ademhaling hoort. Het bewijs dat hij niet echt weg is. Er komt niets.
‘Seth!?’
Als tot haar doordringt dat hij haar echt alleen heeft gelaten, begint ze zijn naam te roepen en te schreeuwen. Ze gilt hoog en schel, en het is alsof haar stem niet eens meer van haar zelf is. Ze huilt en schreeuwt dat hij haar alles is, dat ze het waard is. Dat ze alles waard is.
De achterkant van haar nek voelt pijnlijk beurs van haar pogingen uit het werktuig los te komen en haar rug zeurt door de voorovergebogen houding waar ze in gedwongen is.
Ze is het waard! Ze is hem waard en ze is het waard zijn kind te dragen en te krijgen. Ze is het waard zijn vrouw te zijn. Ze is meer dan alleen zijn hoer. Ze is zijn Putta. Hij kan met haar doen wat hij wil, omdat het is wat zij wil.

Donna weet niet hoe lang ze daar staat. Haar keel is rauw, de jute zak vochtig van haar tranen, haar snot en haar kwijl. Ze roept niet meer, maar probeert een prettige houding te vinden en haar spieren te ontspannen. Haar hoofd wordt licht, het ervaren onwerkelijk. Als een droom waar ze uit moet ontwaken, waar ze uit wil ontwaken, maar wat haar niet lukt.
Seth laat haar niet alleen. Hij zal haar halen. Hij zal haar roepen en wakker maken. Hij heeft haar nodig.
Ze begint spontaan weer te huilen als ze zijn handen voelt, haastig. Zijn stem die ineens hard en bezorgd in haar hoofd dringt.
‘Donna …’
Ze snikt en schudt dan haar hoofd.
‘Niet Donna, Putta …’
Hij maakt haar los en verwijdert de jute zak. Zijn gezicht en ogen zijn strak.
‘Kom Putta, naar huis.’
Donna leunt zwaar op hem en strompelt. De spieren in haar rug en nek protesteren als hij haar optilt en naar binnen draagt, de trap op. Voorzichtig zet hij haar op het bed.
‘Ik moet weg Putta …’
Verschrikt klampt ze zich aan hem vast en fel schudt ze haar hoofd.
‘Je mag niet weg!’
Hij maakt haar armen los. ‘Het moet.’
Haar stem bibbert ‘Waar moet je naar toe?’
Even kijkt hij haar aan en ze verwacht hetzelfde antwoord dat hij haar altijd geeft. Het gaat haar niets aan. Hij is alles van haar, zij is niets van hem. Ze is het niet waard.
‘Niet weggaan Seth, alsjeblieft …’
‘Mijn moeder Donna, ik moet naar haar toe. Het gaat niet goed. Ik kom terug.’
‘Ik wil mee.’
‘Je blijft hier. Ga slapen en fris jezelf op, je ziet er niet uit.’
‘Ik wil mee!’
‘Je gaat niet mee Putta.’ Hij trekt haar even tegen zich aan en drukt zijn mond tegen haar voorhoofd. ‘Je blijft hier, zodat ik naar je terug kan komen en je moet rusten. Ik kan je niet om me heen gebruiken.’
‘Je komt terug?’
‘Ik kom altijd terug Putta.’
Ze klimt in hem, slaat haar hele lijf om hem heen en huilt met haar hoofd op zijn schouder. Hij maakt haar los en duwt haar terug op het bed.
‘Ga slapen.’
Haar handen proberen hem tegen te houden, hem te beletten weg te gaan zonder haar. Hij staat al bij de deur.
‘Seth?’
Hij draait zich om. ‘Ja Putta?’
‘Ben ik het waard?’
In zijn ogen flikkert het fel voor hij zich weer van haar afdraait, de deur achter zich dicht trekt en met gehaaste stappen naar beneden loopt. Donna laat zich achterover op het bed vallen.
Ze is het waard. Ze heeft in zijn ogen gezien dat ze het waard is.

Show Buttons
Hide Buttons