De waarheid achter zijn liefde

Seth sleurt haar mee richting de aula. Bij het nog open graf van zijn moeder blijft hij staan. Donna ziet de aarde die hij op de kist gooide en ze hoort zijn woorden. ‘Het is gedaan mama, de cirkel is rond. Ze is terug.’
De beelden in haar hoofd en zijn eerdere woorden dansen door elkaar heen. ‘Jij had het kunnen weten.’
Weer hoort ze het gegil van een klein kind, van het kleine jongetje onder de trap, de sussende woorden van mevrouw Tan. ‘Je vader is rechtvaardig, je moeder moet gestraft.’
Seth kijkt haar aan. ‘Fatsoeneer jezelf Putta.’
Hij streelt even met zijn duim onder haar ogen, Donna trekt haar jurk recht en ziet de gaten haar panty. Seth volgt haar blik. ‘Trek uit Putta.’
‘Hier?’
‘Ja, hier.’
Hij ondersteunt haar als ze op één been balancerend de panty uitrekt, eerste het ene been, dan het andere. Ze voelt zijn vocht aan de binnenkant van haar dijen, in haar buik brandt het pijnlijk. Seth pakt de kapotte panty uit haar handen en steekt hem in zijn zak. ‘Kom, de mensen verwachten me.’

Ze zien allebei de man niet die onbedoeld getuige was van hun samenzijn. Hij volgt op gepaste afstand. Zijn blik is peinzend en donker.

Binnen gaat Donna naar het toilet. Seth knikt als ze het hem zegt. ‘Meteen weer terug, ik wil je naast me. De mensen moeten weten wie je bent.’
In het kleine hokje veegt ze zichzelf schoon, ze bloedt een beetje. Het gebeurt vaker wanneer Seth zo ruw is. Ze vindt het nooit erg, maar nu lijkt het anders. Ze weet niet meer wie hij is. Ze heeft het al die tijd geweten, maar nu weet ze het niet. Hij heeft het haar nooit verteld.
in de spiegel bekijkt ze haar gezicht. De tranen zijn nog zichtbaar en ze maakt haar wangen en ogen nat met koud water. Haar verwarring is zichtbaar, voor zichzelf, maar ook voor anderen. Ze kijkt lang in de spiegel. Bij haar ogen zitten fijne lijntjes. Ze weet niet of die er eerder ook al zaten. Ze heeft er nooit op gelet. Plotseling lijken de groeven bij haar mond dieper dan ze ooit waren. Het is het gezicht van haar moeder. Stil in het grote bed. Donna schudt haar hoofd.
Seth heeft verdriet en hij is in de war. De dingen die hij zei, hij zal het haar uitleggen. Ze begrijpt het niet, maar hij zal zorgen dat ze het begrijpt. Ze zal hem weer herkennen.

Hij schudt handen en stelt haar aan mensen voor. ‘Mijn vrouw.’
Donna ziet de verbazing die ze al eerder bij mensen zag. Seth noemt namen. Familie, broers en zussen van zijn moeder, de moeder van zijn moeder. Ze is zijn vrouw. Iedereen weet het nu. Zelf weet ze niet meer wat het betekent. Als zij zijn vrouw is dan is hij haar man, maar hij is meer, meer dan ze dacht dat hij was.
Donna kijkt naar hem. Het kan niet. Zijn vader ging dood en liet Seth achter met zijn moeder. Wat wist niemand? Waarom had zij het kunnen weten? Wie was zijn moeder en wie was zijn vader? Was zijn vader ook haar vader?
Haar ademhaling gaat sneller en ze schudt haar hoofd. Het kan niet. Seth is haar wereld, wat hij zegt … Het jongetje onder de trap had zijn ogen.
Zijn vader en zijn moeder. Haar vader en zijn moeder.

Het wordt koud rond haar borst en in haar buik. Haar ogen glijden over zijn gezicht. Is dat wat ze in hem herkende? Niet haar lotsbestemming, maar haar vader? Het donkere in zijn ogen, de fijne trekken van zijn gezicht, hoe hij haar weet te raken?
Seth kijkt haar niet aan, maar het is of hij voelt wat er door haar heen gaat en hij pakt haar pols. Zijn vingers drukken pijnlijk in haar huid. Hij fluistert. ‘Hier blijven Putta. Je hoort bij mij.’
Hij glimlacht naar de oudere vrouw en buigt zich voorover om haar een zoen te geven. Donna blijft staan. Ze knikt als Seth haar voorstelt.
Hij had het moeten zeggen, alles was anders geweest, maar hij had het haar moeten zeggen. Ze kan zijn vrouw niet zijn. Wat hij met haar doet is zondig. Haar vader had gelijk, maar ze weet nu dat ze niet de enige is. Het duivelskind. Hij doelde op Seth, hij doelde ook op Seth. Alleen de duivel zou zijn zus neuken. Alleen de vrouw van de duivel zou zich laten neuken door haar broer. Haar vader heeft het gezien in zijn laatste minuten. Hij heeft het voorzien.
Donna balt haar vuisten en duwt haar nagels diep in de muis van haar hand. Seth is de duivel. Niet haar vader en niet Baboe.

Hij leidt haar naar de auto en wacht tot ze instapt en haar gordel om heeft gedaan. Dan pas loopt hij om de auto heen en gaat naast haar zitten. Zonder iets te zeggen start hij de auto. Haar hart bonst als ze van opzij naar hem kijkt. Hij legt zijn hand op haar been. Ze schrikt ervan. Hij kijkt haar aan. ‘Er is niets veranderd Putta. Je bent nog steeds van mij. Je bent nu nog veel meer van mij.’
Ze schudt haar hoofd, hij knijpt in haar been. ‘Niets wat je zegt of denkt zal dat veranderen. Je bent niemand zonder mij.’
Donna fluistert. ‘Het mag niet Seth … het kan niet.’
Hij geeft gas en de auto schiet naar voren. ‘Ik bepaal wat mag en kan, jij niet.’
‘Je wist het. Al die tijd wist je het. Was jij het? De foto’s en de film. Je moeder, wist zij van mij? Je had het me moeten vertellen!’
Seth lacht honend. ‘Je had me weggeduwd Putta, je had je van me afgekeerd. Nu kun je nergens meer heen en je weet dat het zo is.’
‘Je bent mijn broer Seth!’
‘Ik ben jouw man, jouw heer en Meester. Ik kan met je doen wat ik wil, zoals mijn vader met mijn moeder deed en jij zal altijd bij me terugkomen, zoals mijn moeder deed bij mijn vader. Je hebt mij nodig.’
Wild schudt ze haar hoofd en ze maakt haar gordel los. ‘Ik wil dat je stopt!’
‘En dan Putta?’
‘Ik ga weg! Wat jij doet, wat wij doen, het is zondig. Je bent mijn broer! Je bent verdomme mijn broer!’
‘We gaan naar huis, naar ons huis. Jouw broer is dood.’
Donna kijkt hem verbijsterd aan. ’Er is geen ons! Je had het me moeten vertellen. Je had me moeten zeggen wie je bent! Nu is er niets meer! Laat me eruit!
Seth is harder gaan rijden. De blik in zijn ogen is kalm. Het is een kalmte die haar alleen maar bozer maakt. Hoe kan hij erbij zitten alsof er niets is veranderd. Hij heeft haar leven overhoop gehaald en haar een bestemming gegeven, nu valt alles uit elkaar. Alles wat ze dacht dat was, het is één grote leugen.
Ze schiet naar voren als hij plotseling remt. Seth houdt beschermend zijn arm voor haar borst en voorkomt dat ze met haar hoofd tegen het dashboard klapt. Hij stapt uit, loopt om de auto heen en trekt het portier open. Hij pakt haar bij haar arm. ‘Kom Putta, naar huis.’
Ze rukt zich los. ‘Ik ben je Putta niet, blijf van me af!’
Hij trekt haar hardhandig uit de auto, smijt het portier dicht en duwt haar naar de houten deur in de stenen muur. Donna stompt hem als hij zijn sleutel in het slot draait. ‘Laat me los!’
Ze gilt en probeert zich los te trekken. Seth kijkt haar onbewogen aan en laat haar dan plotseling los. Ze valt achterover op haar rug. Met haar ellebogen komt ze pijnlijk op de tegels terecht. Seth kijkt op haar neer. ‘Daar zijn we weer Putta, zoals de eerste keer. Zonder camera nu. Dit is wat het is. Meer gaat het niet worden, maar minder zeer zeker niet.’
Ze krabbelt overeind. ‘Ik ben je Putta niet! Ik ben het nooit geweest. Alles was een leugen!’
Seth gooit de deur open en gebaart dat ze door moet lopen. Donna schudt haar hoofd. Hij kijkt haar aan. ‘Wat je wilt Putta, maar de waarheid verandert niets. Dit huis is nu van mij. Wat van jou is bestaat niet meer. Alles is nu van mij. Jij, het huis, jouw leven en jouw geschiedenis. Het is wat onze vader ons heeft nagelaten, er is niets anders meer.’
Met één stap is hij dichter bij haar en hij legt zijn handen rond haar nek. ‘Je kunt van me wegrennen, maar je zult nooit meer iets anders vinden. Je zult weten dat jouw plek naast die van mij is. Het is zoals het heeft moeten zijn. Het is waar je altijd naar hebt gezocht.’
Hij duwt zijn mond op dit van haar en knijpt stevig haar keel dicht. Ze stompt en krabt hem, worstelt om de zuurstof die hij haar ontneemt. Hij laat haar los en duwt haar weg. ‘Ga maar Putta, ren maar weg. Je weet dat je terug zult komen. Jouw leven draait om dat van mij. Jouw hart klopt in het ritme van dat van mij.’
Hoestend draait ze zich om en ze rent van hem weg. Weg van het huis van haar vader. Het huis waar haar moeder stierf en waar Baboe als een moeder voor haar was. Het huis waar ze het kleine, bange jongetje zag en getuige was van de dingen die haar vader met Baboe deed, waar Seth zoveel met haar deed. Met tranen in haar ogen keert ze hem de rug toe. Zijn stem haalt haar in.
‘Je zal nooit meer hetzelfde zijn zonder mij …’

Show Buttons
Hide Buttons