Dwalend op de vlucht

Zachte geluiden uit het huis maken haar wakker. Donna strekt haar benen en luistert. Het zijn geluiden die ze niet kan plaatsen. Langzaam draait ze zich om, haar hand zoekt Seth. Haar ogen gaan open als ze hem niet vindt.
Ze ligt in een smal eenpersoonsbed. Boven haar hoofd is een schuine muur met donkere balken. Het behang op de muur is verkleurd. Ze kan nog vaag het bloemenpatroon onderscheiden. Traag trekt de slaap bij haar weg, ze doet haar ogen dicht en draait zich op haar rug. Het is de loomheid van nog niet wakker willen worden. Waar is Seth?
Ze schiet overeind, plotseling klaarwakker. Beelden en woorden tuimelen door haar hoofd. Ze is niet thuis, ze is bij Jacob en ze is weg bij Seth.
Meteen voelt ze haar hoofd bonzen. Ze heeft geslapen, maar is doodmoe van de onrustige dromen die de hele nacht bij haar kwamen. Het zijn dromen die haar helder voor de geest staan. Haar vingers zijn verkrampt en verbaast kijkt ze naar haar gebalde vuisten. Ze opent haar handen. Haar nagels hebben kleine, maanvormige wondjes in haar palmen gemaakt, het bloed is helderrood. Ze balt haar vuisten weer als ze aan Seth denkt. Het doet pijn. Niet aan haar handen, maar in haar borst. Boos schudt ze haar hoofd. Hij is het niet waard. Hij heeft haar verraden.

Ze staat op en loopt op blote voeten door het smalle gangetje naar de kleine badkamer waar ze een snelle douche neemt. Jacob is al wakker. Ze kent zijn routine. Ze was al eens eerder hier.
Ze zal meegaan in zijn routine, het zal haar pijn verzachten.
Onder het warme water komen haar dromen bij haar terug. De gezichten van Janneke, Alex, Norman en zoveel anderen. Het zijn beelden uit het verleden. Geen ver verleden, maar door haar leven met Seth lijkt het haast een ander tijdperk. Ze heeft zolang niet meer aan deze gezichten gedacht. Ze waren er simpelweg niet meer. Alleen Seth was er nog.
Weer gaat er een steek door haar borst. Donna spoelt haar haren uit.
Het gezicht van Seth danst voor haar ogen. Zijn donkere blik en soms minachtende glimlach. Was dat omdat ze het had moeten weten? Haat hij haar?
Met tranen in haar ogen schudt ze haar hoofd. Het was echt. Geen haat, maar allesverterende liefde. Dat moet. Het kan niet dat ze zich zo vreselijk vergist heeft. Wat ze voor hem voelt …
Weer schudt ze haar hoofd. Het kan niet. Het mag niet.
Langzaam droogt ze zich af. De grijze handdoek voelt ruw op haar huid en ze maakt stevige bewegingen, tot haar lichaam gloeit.
Was ze gelukkig met Janneke? Ze dacht toen van wel en Janneke wilde haar in haar leven, omdat ze ook van Donna hield. Hield Donna wel echt van haar? En Alex dan? Was dat ook liefde.
Maakt het eigenlijk wel uit hoe liefde voelt en waar het vandaan komt? Tussen haar en Seth is het scherp, heet en hongerig, maar het voelt als liefde. Als echte liefde.
Haar hart slaat over. Maar hij is haar broer. Het mag niet!

Ze kleedt zich aan en gaat naar beneden. Jacob kijkt met een glimlach op van zijn krant. ‘Daar ben je. Goed geslapen? Wil je koffie?’
Donna knikt en hij staat al op. Terwijl hij koffie voor haar inschenkt kijken zijn ogen haar over de rand van zijn bril aan. ‘Je ziet bleek Donna, weet je zeker dat het goed gaat?’
Ze zucht. ‘Nee, dat weet ik niet, maar uiteindelijk zal het wel weer goed komen, toch?’
‘Wil je erover praten?’
Jacob zet de koffie voor haar neer en vouwt zijn krant op. Donna schudt haar hoofd. ‘Het komt wel goed. Seth is … Zijn moeder is … sommige dingen hebben tijd nodig.’
Jacob blijf haar aankijken en Donna wordt een beetje nerveus onder zijn blik. Ze lacht ongemakkelijk. ‘Seth is Seth en hij heeft het moeilijk nu. Zijn moeder … ik snap het wel.’
Ze kan het Jacob niet vertellen. Ze kan hem niet vertellen wie Seth is. Hij zal hem veroordelen, misschien zal hij haar ook veroordelen. Ze had het moeten weten.
Jacob gaat aan de tafel zitten en roert in zijn koffie. ‘Weet je zeker dat hij het waard is Donna?’

Ben ik het waard?

In de ogen van Seth lag het antwoord. Ze is het waard. Ze begrijpt nu waarom, maar ze weet niet of hij het nog wel waard is. Ze weet niet of hij het nog wel waard mag zijn.
Haar stem bibbert. ‘Nee dat weet ik niet.’
Jacob knikt. ‘Liefde is moeilijk Donna, soms zelfs onmogelijk. Maar als het echte liefde is dan wordt zelfs het onmogelijke mogelijk.’
‘En wat als het geen echte liefde is?’
‘Dan laat je het los en ga je verder.’
‘Ik weet niet of ik dat kan.’
Jacob glimlacht. ‘Het is geen kwestie van wel of niet kunnen. Het is ademhalen en je ene voet voor de andere zetten. Misschien doet het pijn, maar ook dat wordt minder.
‘Wat als het niet minder wordt.’
Het wordt altijd minder. De zon komt altijd weer op, dat is de enige zekerheid die je in het leven hebt.’
Donna knikt. Ze weet niet of de zon nog op zal komen. Ze heeft het gevoel dat een lange nacht gekomen is om nooit meer weg te gaan.

Samen met Jacob gaat ze naar de begraafplaats. Haar camera’s liggen in het grote huis, maar ze heeft ze niet nodig. Vandaag niet. Ze moet foto’s uitzoeken en aan nabestaanden laten zien. De foto’s zijn al klaar. Ze is stil en onrustig. Het kost haar moeite haar aandacht bij het werk te houden en ze voelt dat Jacob haar gadeslaat. Ze kan niet bij hem blijven. Vroeg of laat zal ze het hem vertellen omdat ze het niet meer voor zich kan houden. Ze wil het hem niet vertellen. Donna wandelt over de begraafplaats en blijft lang bij het graf van Seth zijn moeder staan. Baboe? Heeft ze haar eindelijk gevonden? Nu het te laat is?

Aan het eind van de dag vraagt Jacob haar of ze weer met hem meegaat. Donna schudt haar hoofd. ‘Ik heb een afspraak, ik weet het niet. Misschien kom ik later naar je toe. Is dat goed?’
Ze weet niet waar ze anders naar toe moet. Er is niemand, alleen maar Seth en ze kan niet naar Seth.
Jacob knikt. ‘Natuurlijk is dat goed. Neem je tijd. Je weet waar de reservesleutel ligt?’
Ze weet het. Ze kan naar hem toe gaan als hij slaapt zodat ze niet met hem hoeft te praten. Jacob weet hoe hij haar aan het praten moet krijgen als hij denkt dat ze dat nodig heeft. Ze heeft het nodig, maar het kan niet. Niemand mag het weten.

Ze wacht tot ze alleen is en zet koffie. Uit haar tas haalt ze haar telefoon. Ze had hem uit gezet voor de begrafenis, nu zet ze hem weer aan. Ze heeft vier gemiste oproepen en drie berichten van Seth.

‘Waar ben je putta?’
‘Laat me weten waar je bent.’
‘Ik wil het nu weten!’

De berichten op haar voicemail zijn hetzelfde en ze hoort de wanhoop in zijn stem. Dezelfde wanhoop rolt door haar borst. Ze hoort bij Seth. Maar het mag niet! Niet zoals het was en niet zoals ze het wil.

Ze zet haar telefoon uit en gooit hem in haar tas. Het koffieapparaat schakelt ze uit. Ze kan hier niet blijven. Seth zal weten waar hij haar moet zoeken. Ze wil hem niet zien. Het kan niet meer zijn zoals het was. Haar maag trekt samen als ze denkt aan haar leven voor Seth. Onbeduidende, lege lust en liefde. Ze weet dat het destijds haar eigen keuze was. Mannen en vrouwen die haar wisten te bekoren en ze de hare mocht noemen. Soms wat langer, zoals met Janneke en Alex, vaak kort. Geile momenten waar ze met genoegen op terug kon kijken. Nu ziet ze hoe leeg ze waren en dat het niets anders was dan een vlucht van iets waarvan ze niet wist dat ze ervoor op de vlucht was.
Seth heeft haar in zijn wereld getrokken en nu lijkt het of ze niet meer zonder kan terwijl het een wereld is waar ze niet in mag leven.

Resoluut trekt ze de deur achter zich dicht en ze dwaalt door de stad. Haar appartement is alweer bewoond. Er hangen lichte gordijnen voor de grote ramen. Ze verschuilt zich bij de flat van Janneke en wacht tot ze haar naar buiten ziet komen. Ze is samen met een vrouw. Donna zucht. Het raakt haar niet meer. Janneke is een gepasseerd station en haar leven is verder gegaan, net zoals haar eigen leven verder ging.
Donna loopt zonder dat ze weet waar haar voeten haar zullen brengen en komt langs haar oude kantoor. Bij de populaire broodjeszaak drinkt ze een kop koffie en langzaam ziet ze de dag aan haar voorbij gaan. Met haar nagel krabt ze opgedroogde modderspetters van de zoom van haar jurk. In haar buik begint het te gloeien en ze voelt de metalen letters van het graf weer in haar handen dringen. Ze voelt de hand van Seth warm en stevig over haar mond en zijn ruwe bewegingen in haar buik. Ze schudt haar hoofd, rekent af en wandelt de schemer in.
Ze komt langs het café waar ze met Alex wat ging drinken, de korenbloem en de kroeg waar ze altijd ging dansen. Ze laat het achter zich liggen. Het zijn geen plekken waar ze nog naar toe wil. Haar hoofd en lichaam doen pijn en ze voelt zich verlaten.
In het park gaat ze op een bankje zitten en ze zet haar telefoon weer aan. Seth blijft haar berichten sturen en bellen. Haar voicemail staat vol met zijn wanhopig uitgesproken woorden. Het gebiedende uit zijn stem is verdwenen en Donna huilt. Hij heeft haar nodig zoals ze hem nodig heeft. Dat is echt. Misschien is het wel echte liefde.

Ze ziet dat Jacob haar heeft gebeld en hij vraagt haar waar ze is. Ze belt hem terug en ze zegt dat ze bij een vriendin is, misschien dat ze later naar hem toe komt. Hij vertelt haar dat Seth bij hem was, thuis en op de begraafplaats.
‘Hij heeft je nodig Donna, juist nu.’
Donna snikt. ‘Het kan niet Jacob. Hij is niet wie hij zegt dat hij is. Hij heeft gelogen.’
Ze huilt voor het eerst echt, zonder haar tranen in te houden en met pijn die ze bijna aan kan raken. Donna zucht diep. ‘Ik heb altijd willen geloven dat het kwaad niet bestond, dat er alleen maar mensen zijn die goede dingen en slechte dingen doen, maar nu …’
Ze hoort zijn rustige ademhaling. ‘Op het oog lijken alle mensen onschuldig, maar als je gaat spitten vind je altijd wel iets waardoor iemand schuldig wordt.’
‘Dat is het hem nou juist Jacob. Ik heb niet gespit. Ik ben er met open ogen ingelopen en nu ben ik moe, leeg en weet ik niet wat ik moet doen.’
‘Ga doen wat je altijd deed Donna. Als je geest moe is moet je je lichaam laten werken. Ga dansen, sporten, maar zorg dat je bezig blijft en kom hierheen. Je moet nu niet alleen zijn.’
‘Ik ben niet alleen.’
Ze weet dat Jacob weet ze liegt, maar ze kan niet terug. Niet als Seth haar weer komt zoeken. Ze moet ergens heen waar hij haar niet kan vinden. Ze moet bedenken wat ze nu verder gaat doen.
‘Ik moet gaan Jacob. Ik zie je op het werk.’
Ze hangt op voor hij nog iets kan zeggen en wrijft over haar blote benen. Ze heeft kleding nodig en een plek om te slapen. En ze moet bezig blijven. Wat zei Jacob?

Als je geest moe is, moet je je lichaam laten werken.

Donna staat op. Ze weet wat ze gaat doen. Ze gaat dansen. Het is de enige manier om haar hoofd en lichaam echt helemaal leeg te maken.

Show Buttons
Hide Buttons