Vervlogen tijden

Het gevoel verlaten te zijn kruipt zoals altijd weer langzaam in haar lichaam. Het gebeurt nooit meteen. Seth verdwijnt, maar nooit zonder haar te laten voelen dat ze de zijne is, met woorden, zijn lichaam, zijn tanden. Na een paar dagen is het verdwenen en stuurt ze hem berichten. Ze wil weten wat hij doet, waar hij is, met wie. Hij vertelt haar niets. Ze ziet dat hij haar berichten leest en het maakt haar onrustig. Misschien komt hij deze keer niet bij haar terug. Misschien wordt hij, net als zij, soms overvallen door twijfels. Donna wil niet toegeven aan deze twijfels, maar ze zijn er wel, vooral als Seth haar weer alleen laat en nu helemaal. Nu de woorden van zijn oom ook door haar hoofd spelen. Het is niet hetzelfde. Wat Minggus haar vertelde over zijn relatie met Zoë en Janaila, zo is het tussen haar en Seth niet. Het is meer dan dat. Seth is geen Meester, zij is geen slavin. Ze weet niet goed waar het verschil precies ligt, maar het is niet hetzelfde. Het gaat veel dieper dan dat en ze hoeft Seth geen tegengas te geven. Ze zijn hetzelfde. Wat in haar zit, zit ook in Seth. Er is geen rolverdeling en geen verschil.

Ze neust tussen de spullen van zijn moeder en het brengt Seth weer dichterbij. Het brengt ook Baboe dichterbij. Ze vindt nog meer foto’s. Ook foto’s van zichzelf, in aparte mapjes. Foto’s die verder gaan dan haar vijfde levensjaar. Een kind nog, met angst in haar ogen, strakke vlechten, stijve kleding. Op de laatste foto moet ze een jaar of twaalf geweest zijn, misschien dertien. Nog steeds angst in haar ogen, maar ze ziet ook het verlangen en het vuur erachter. Een vuur dat aangewakkerd werd door de aandacht van Evert en Suze. Een verlangen anders te zijn, niet meer de dochter van haar vader, maar gewoon Donna, zoals ze wilde zijn. Liefde geven en ontvangen.

Ze schuift de foto’s terug in het mapje. Ze dacht dat het liefde was. Evert en Suze, alle anderen die daarna kwamen, Janneke, maar de enige liefde die echt was, was die van baboe. Daarvoor en daarna was er niets, tot Seth kwam.

In een schoenendoos vindt ze meer oude foto’s. Van het huis, de tuin en het personeel dat er zo lang was. Kokki, de tuinman. Alles lichter dan Donna zich herinnert, vrolijk, liefdevol zelfs. Beelden die overeen komen met de vage dromen die ze soms heeft. Dromen die ze afdoet als een verlangen. De wens dat het zo kon zijn en niet zoals het was. Vervlogen tijden.
Er gaat een schok door haar heen als ze een grote gezinsfoto uit de rommelige stapel trekt. Ze herkent zichzelf in de baby in haar moeders armen, maar het kleine jongetje dat vol vertrouwen de hand van haar vader vasthoudt, herkent ze niet. Hij lijkt een beetje op Seth, het kind dat hij was, maar dat kan niet. Dit kind is ouder. Ze draait de foto om.

‘Mijn’ gezin.

Het handschrift is rond, met sierlijke krullen in de uitlopende letters. Niet het handschrift van haar vader. Van haar moeder? Maar waarom die aanhalingstekens en waarom heeft Baboe deze foto? Is het haar handschrift? Wie is dat jongetje dan?

Donna legt de foto apart en zoekt verder. Nog meer foto’s van het huis, van haar ouders, baby Donna en uiteindelijk vindt ze nog een foto van het jongetje. Een kind met een brede lach en een vingertje dat enthousiast naar de fotograaf wijst. Het zou Seth kunnen zijn, het zijn dezelfde ogen.
Achterop de foto hetzelfde ronde handschrift als op de andere.

Gabrio

Het is alsof er een laatje in haar hoofd opengaat en als een film ziet ze de beelden weer voor zich. Ze zit in de kinderstoel aan een gedekte tafel, samen met haar moeder en Baboe. Haar vader komt binnen en Baboe verdwijnt uit het zicht, naar de tuin. Haar stem waait naar binnen.

‘Kom Gabrio, het eten is klaar.’

Een droom die ze had, herinneringen waarvan ze dacht dat ze die niet kon hebben en nu deze foto’s. Een jong, gelukkig gezin?
Maar ze was alleen, ze is altijd alleen geweest met haar ouders en baboe, later met haar vader en mevrouw Tan. Ze kan zich geen jongetje herinneren.
Had Baboe nog een kind, een broer voor Seth? Maar Seth heeft geen broer? En waarom staat het kind op die foto, met haar ouders en haarzelf? Heeft zij een broer?

Gejaagd opent ze nog meer dozen. Ze vindt speelgoed, tekeningen, zwemdiploma’s en lieve, kinderlijke moederdagcadeautjes. Het leven van Seth ontvouwt zich voor haar ogen en plotseling wordt ze verteert door jaloezie. Seth verwijt haar dat zij alles had, dit huis, haar vader en een leven dat van hem had moeten zijn, maar het is andersom. Seth had alles waar Donna zo hevig naar verlangde. Een warm thuis en een moeder. Hij doet en hij gaat. Hij neemt alles van haar omdat hij vindt dat het hem toebehoort. Zelfs zijn Boeng weet het en misschien de rest van zijn familie ook. Seth haat haar vader, zijn eigen vader, omdat de man hem niet wilde erkennen, maar hij had Baboe en zij hield van hem. Seth had een echte moeder. Donna had niets, zelfs niet wat ze dacht dat ze had. Baboe was er nooit voor haar alleen. Er is altijd een ander kind geweest, een kind met de ogen van Seth en haar vader en Seth heeft het altijd geweten. Dat moet. Baboe bewaarde de foto’s en Seth weet alles. Hij moet ook weten wie het jongetje op de foto is.

De jaloezie krijgt gezelschap van felle woede als ze hem belt en hij weer niet opneemt. In het wilde weg zoekt ze tussen de spullen van zijn moeder. Nog een doos, een kleine muziekdoos, een mand met kleding. Wat ooit van Baboe was glijdt tussen haar vingers door en ze zal nooit meer te weten komen als Seth haar niets verteld. Hij weet alles van haar, ook alles wat ze ver bij hem weg zou willen houden en zij mag niets weten. Niet waar hij naar toe gaat, niet wanneer hij terugkomt en al helemaal niet waar hij vandaan komt. Hij had haar meteen moeten vertellen wie hij is en hij had haar bij zijn moeder moeten brengen. Baboe had haar alles kunnen vertellen.

Lukraak opent ze dozen, plastic tassen, een grote rieten mand. Ze verschuift plastic boxen met beddengoed, een stoel, een vuilniszak met kleding. Nog meer dozen vol boeken en kitscherige beeldjes. Aan de ene kant van de kamer worden de stapels kleiner, aan de andere kant weer hoger. Er moet meer zijn. Meer dat haar vertelt over Baboe, over het gezin op de foto en over jongetje. Ergens tussen al deze spullen moet het antwoord liggen dat Donna nooit gekregen heeft.

In een kleine, leren koffer vindt ze brieven, geboorte en rouwkaarten en een schrijfblok met een geborduurde kaft.

Met trillende vingers haalt ze het elastiek van het schrijfblok en ze bladert door de eerste pagina’s. Kleine, ronde letters, met sierlijke krullingen, hetzelfde handschrift als op de twee foto’s. Meer dan de helft van het schrijfblok is onbeschreven, alsof er geen tijd meer was om de lege pagina’s te vullen. Donna bladert terug naar allereerste beschreven pagina, op de eerste regel de datum, iets meer dan een jaar geleden. Ze haalt diep adem en begint te lezen.

Show Buttons
Hide Buttons