Echte liefde

Seth kan me niet loslaten en mijn hart huilt om hem. Ik laat hem ook niet los. Nooit. Maar ik moet wel gaan. Het is moeilijk dat ik niet precies weet wanneer. De pijn valt nog mee en als het erger wordt dan zijn er medicijnen, maar die maken me suf. Ik wil helder blijven, dat moet. Ik heb mijn andere dagboeken in de kist gedaan die mijn Heer voor me maakte. Ze zijn voor Seth. Als ik er straks niet meer ben mag hij alles weten, dat moet. Als ik er niet meer ben is er niemand anders die het hem nog kan vertellen.

Donna leest ademloos en zonder een pauze te nemen en als ze bij de laatste, beschreven bladzijde is aangekomen, bladert ze terug. Ze zoekt woorden die bij de foto’s passen, die bij haar passen. Seth vertelde dat zijn moeder vaak over haar sprak. Ze vindt het niet terug op de beschreven bladzijdes. Enkel woorden over haar vader, heel soms.

Minggus zegt dat ik het verleden moet laten rusten. Wat geweest is, is geweest. Hij heeft gelijk, maar mijn Heer laat ik niet los. Hij is er altijd en ik weet dat hij ergens op mij wacht. Ik wil geen afscheid nemen van Seth, maar de gedachte dat ik straks weer bij mijn Heer kan zijn, op wat voor een manier dan ook, maakt dat ik het kan verdragen. Seth is sterk en Minggus heeft beloofd dat hij op hem zal letten.

Ze leest en herleest tot het te donker wordt om nog te lezen. Haar ogen branden en haar hart bonst. Het dagboek van Baboe, van de moeder van Seth en er zijn er meer. Ze schreef wekelijks, soms dagelijks over wat haar bezighield. Diepe gedachten en gevoelens afgewisseld met kleine, onbelangrijke futiliteiten. Wat ze at, hoe laat Seth thuis was, wanneer hij er niet was. Haar liefde voor hem, samen met de liefde voor zijn vader, ook na zijn dood. Donna heeft hem geen moment gemist, maar iemand miste hem. Baboe miste hem. Niet omdat hij de vader van Seth was, maar omdat hij haar Heer was. Blinde liefde of echte liefde?

Is haar liefde voor Seth blind?

In het schemer zoekt ze naar de kist. Ze weet dat hij er is en ze denkt dat ze hem over het hoofd heeft gezien, tegelijk weet ze ook dat dat niet kan. Een kist gemaakt door haar Heer, door de vader van Donna. Handwerk van Mezak, Seth Coredo. Ze vindt geen kist.

Ze staat op, haar rug en de spieren in haar benen zijn stijf door het lange knielen en ze heeft het koud. In de keuken maakt ze thee en weer bladert ze door het dagboek. Het dagboek van een vrouw die innig liefheeft en een moeder die innig liefheeft. Een moeder die haar zoon kent, zelfs al denkt de zoon van niet.

Hij lijkt op zijn vader. Niet alleen uiterlijk, ook van binnen. Ik zie het in zijn ogen. Die kunnen net zo donker zijn, soms zelfs beklemmend. Donker vuur dat getemperd moet worden door de juiste persoon. Ooit zal hij iemand ontmoeten die dat kan, tot die tijd moet hij zelf een manier zien te vinden …

Donna drinkt peinzend van haar thee en ze vraagt zich af waarom ze het zelf niet meteen heeft gezien. Seth lijkt op haar vader. Hij heeft zijn bouw, zijn scherpe trekken en inderdaad zijn ogen.
Zoekt en vindt ze dat in hem? Niet zijn liefde, maar de liefde die haar vader haar altijd heeft ontzegt. Is haar liefde voor hem het cliché voorbeeld van het onbeantwoorde verlangen van een kind naar de liefde van een vader?

Zijn werkkamer is op slot en gefrustreerd geeft ze een schop tegen de deur. Hij heeft de kist. Hij weet wat erin zit en hij wil niet dat zij het vindt. Dit dagboek is vergeten terecht gekomen tussen de laatste spullen van zijn moeder. Het kan niet zijn dat hij het niet weet. Hij moet haar hebben zien schrijven en hij moet meer weten dan hij haar vertelt.

Ze neemt het dagboek mee naar bed en legt het op haar nachtkastje. Seth zal weten dat ze het gevonden heeft. Hij zal het haar vertellen. Hij weet dat het belangrijk voor haar is. Ze wil weten wat hun liefde echt is, wat het hem waard is en het zal Baboe dichter bij haar brengen.

Midden in de nacht komt hij thuis en hij maakt haar wakker, niet voorzichtig, maar ruw, dwingend en pijnlijk. Zijn handen bij de ketting, de ringetjes. Donna vergeet zonder te vergeten, bedwelmd door zijn plotselinge aanwezigheid.

‘Wat wilde Minggus, Putta. Wat vroeg hij, wat vertelde je, wat niet. Wat weet hij nog meer.’

Ze vertelt hem dat Minggus alles weet, maar tegelijk helemaal niets.
‘Het is niet hetzelfde. Tussen jou en mij is het anders. Dieper en echter. Hij denkt dat hij het weet. Hij denkt dat hij jou kent. Niemand kent jou, alleen ik.’

‘Jij weet niets van mij Putta.’
Ze hijgt onder zijn eisende strelingen en komt hem tegemoet. Net zo dwingend en net zo eisend.
‘Waar was je? Waarom vertel je het me niet. Ik wil alles van jou, het is ook van mij …’
Hij laat haar los, gaat uit bed en komt terug met een donker pistool. Ze schrikt niet. Het is een spel, spannend, maar niet echt. Hij gaat schrijlings over haar benen zitten en duwt de loop tegen haar hoofd, haar buik, tussen haar benen.
‘Dit is ook van mij Putta. Ik heb de macht over alles, zelfs over jouw leven. Ik bepaal wanneer het stopt …’
Hij duwt de metalen loop bij haar naar binnen en kronkelend komt ze hem tegemoet. Ze kreunt.
‘Doe het, laat me die macht voelen …’

Het pistool glijdt langs haar liezen, over haar buik tussen haar borsten en in haar mond. Hij komt in haar en legt zijn andere hand rond haar keel.
‘Stil liggen Putta, je wilt niet dat het per ongeluk afgaat.’
Ze ligt stil en ontvangt de beheerste bewegingen tussen haar benen. De druk rond haar hals is constant en net zo beheerst. Ze is niet bang. Zijn liefde voor haar is hem van jongs af aan ingegoten. Dat moet. Hij was nooit bij haar terecht gekomen als dat niet zo was.

Ze streelt hem. Haar lichaam is weer vervuld met zijn aanwezigheid, haar hoofd beneveld door zijn hardvochtige liefde. Met een lachje laat hij haar het pistool zien.
‘Een cadeautje Putta …’
Ze houdt geschokt haar adem in als hij het wapen opent en haar de cilinder laat zien. Zes gaten waarvan vijf gevuld. Hij laat de koperkleurige patronen in zijn hand vallen en kijkt haar aan.
‘Dacht je dat het niet geladen was Putta? Daar is toch niets aan …’

Ze wordt boos en stompt hem. Ze dacht dat het nep was, een spel zodat hij die macht kon voelen, een beetje. Alsof hij echt haar leven in zijn handen heeft. Hij legt het wapen en de kogels tussen de kussens en pakt haar polsen.

‘Ik heb jouw leven in mijn handen Putta. Denk je nu echt dat jij ook maar iets voor het zeggen hebt? Ik bepaal alles, ook wanneer jouw hart stopt met kloppen.’
‘Je had me kunnen doden. Wat als het was afgegaan …’
‘Maar het ging niet af, of wel. Denk jij dat ik me niet kan beheersen, dat ik geen controle heb over wat ik wil?’
‘Wat moet jij met een wapen?’
‘Ik moet niks, maar je moet toegeven dat het spannend is en het wordt nog spannender nu je weet dat het geladen is.’
‘Je had het me moeten zeggen …’

Hij trekt haar weer tegen zich aan en slaat zijn benen om haar heen.
‘Je luistert niet. Ik. Moet. Niets. Ik bepaal of en wanneer en als jij echt iets wilt dan zul je het me moeten vragen, misschien zelfs smeken. Niets wat ik jou geef is vanzelfsprekend. Met een simpele beweging van mijn vinger kan ik alles van je afnemen.’
‘Dat zou je nooit doen …’
Stil streelt hij haar borsten. Zijn ademhaling is oppervlakkig, alsof hij vergeet dat hij zuurstof nodig heeft.
‘Zeg nooit nooit Putta. Je denkt dat je mij kent, maar je kent me niet.’

Donna ademt zijn geur, zijn huid en zijn woorden. Ze beantwoord zijn strelingen met zachte zuchten en duwt haar heupen omhoog als hij de ketting aan haar lichaam strak trekt.
Aarzelend vertelt ze hem wat ze deed toen hij er niet was. Ze vertelt over de foto’s, de dagboeken en wat ze gelezen heeft.

‘Er zijn er meer, in een kist die ze van mijn vader kreeg. Je moeder schrijft erover … Ik wil haar leren kennen Seth. Ik wil jou leren kennen.’
‘Je gebruikt de verkeerde woorden Putta.’
Ze zucht. ‘Mag het? Ze was jouw moeder, maar ook een beetje die van mij … Mag ik haar leren kennen?’

Seth trekt de dekens over hen heen en geeft kleine rukjes aan de ketting. De ringetjes bewegen prikkelend bij haar tepels en tussen haar benen.

‘Misschien Putta, later, maar vergeet niet dat wat je ook over haar te weten komt, ook maar iets aan ons zal veranderen.
Hij legt zijn mond over haar mond, haar neus en blijft zacht aan de ketting trekken. De lucht uit haar longen verdwijnt en komt weer terug. Hij verdooft haar, ontneemt en geeft wanneer hij dat wil. Bonzende trillingen schieten tussen de ringetjes heen en weer en hij laat haar pas los als hij ziet dat het orgasme door haar lichaam spoelt en ze langzaam wegzweeft in een diepe, droomloze slaap.

Show Buttons
Hide Buttons