Zaad voor de toekomst

Donna leest en herleest de brief. De woorden en beelden nestelen zich in haar lichaam en ze kan het gevecht van Baboe bijna voelen. Haar worsteling, de pijn en uiteindelijk ook de bevrijding. Het loskomen van alles wat daarvoor nog zo belangrijk leek. Niet omdat ze ervoor kiest, maar omdat ze niet anders kan, omdat haar Heer dat zo wil.

Ze strijkt het papier glad en zoekt de ommekeer en de herkenning. De tranen en woede door de pijn en vernedering verdwijnen en maken plaats voor het gevoel wat er onder ligt. De kern van het zijn. Precies zoals Donna het zelf ook heel even heeft ervaren.

Het was een flits en zo kort, maar het moment was er en het was glashelder. De kelder vervaagde, het harde, koude beton onder haar lichaam verdween en de pijn die Seth op en in haar lichaam had achtergelaten veranderde in een uiting van zijn liefde. Het is hetzelfde. Het is precies zoals Baboe het omschrijft.

Ik voelde mij gewichtsloos onder uw ogen, los van de band rond mijn hals en de boeien aan mijn handen en voeten. Alle scherpe hitte verdween en mijn hart ontplofte toen ik de trots en de liefde in uw ogen zag.

Donna zucht. Seth was niet lijfelijk bij haar toen het gebeurde en toch zag en voelde ze hem alsof hij bij haar was, op haar, in haar.

Vanaf nu bent u mijn Heer. Ik behoor u toe en niemand kan daar ooit nog verandering in brengen.

Voorzichtig vouwt Donna de brief weer op en ze duwt hem terug in de enveloppe, samen met het stukje wortel en de ronde peperzaadjes. Gember en peper. Om de hitte op te doen laaien, het verlangen aan te wakkeren, schoon te maken zodat het lijkt alsof er nooit een ander is geweest. Haar vader heeft Baboe bewust tot de zijne gemaakt en Baboe heeft zich voor hem opengesteld. Ze was er alleen nog maar voor hem.

Waarom moest ze dan toch weg?

Ze wrijft langs haar ogen en kijkt om zich heen. Het begint al te schemeren en haar spieren zijn verkrampt door de houding waarin ze heeft gezeten. Haar benen opgevouwen onder haar billen, haar rug in een ongemakkelijke kronkel. Een houding die te vergelijken is met de gedwongen positie van Baboe, in een kooi, als een dier dat opgesloten moet worden omdat het nog niet tam is. Verbaast voelt ze ijzige kilte van haar huid. Het klopt niet met het gevoel in haar buik. Daar bonst het heet en verlangend.

Wat is er met die kooi gebeurd?

Ze opent een tweede enveloppe en leest alleen de eerste woorden van de brief voor ze hem weer opvouwt en terugstopt.

Mijn Heer.

De derde, de vierde, alle enveloppen op de bodem van de kist gericht aan de man die Baboe boven alles liefhad. Weet Seth van deze brieven? Weet hij hoe zijn moeder werd gereinigd voor zij zich de zijne kon noemen?

In een flits is ze weer terug in de tuin, kort nadat ze bij Seth probeerde weg te komen. Het lijkt zo lang geleden, maar ze wist het al voor ze terugkwam. Ze is de zijne, nu en altijd.

Hij reinigde haar met ijskoud water.

Las hij de brieven toch en bedacht hij zijn eigen manier? Hij noemde zich haar Heer en Meester. Haar Heer.

Mijn Heer.

Het is hetzelfde.

Tegelijk is het niet met elkaar te vergelijken.

Donna haalt alle enveloppen uit de kist en legt ze bovenop de boeken. Sommige zijn dik, net als de eerste. Nog meer peper en gember? Ze bedwingt haar nieuwsgierigheid meteen verder te lezen. Ze wil het weten, maar het gevoel in haar lichaam is al zo koortsig en verlangend dat ze het gevoel heeft dat er niets meer bij kan.

Baboe verlangde naar hetzelfde, van een andere man. Baboe gaf het leven aan Seth en dat kwam door die andere man. Donna’s vader. Seth zijn vader. Dezelfde vader, een andere moeder. Dezelfde verlangens, maar anders.

Ze laat zich op het bed vallen en streelt de zachte huid tussen haar benen. Het gloeit en schokt als haar vingers aan het ringetje trekken. Een korte verlossing, snel en heet. Ze balt haar vuisten en schudt haar hoofd. Niet zo. Niet als ze niet zeker weet of Seth op de hoogte is van het bestaan van die brieven. Gember en peper. Een kooi.

Het schavot!

Handwerk van haar vader, voor Baboe. Voor zijn kleine putta. Putta. Zijn Putta.

Haar handen op de plekken waar ooit de polsen van Baboe in hebben gerust, haar hals in de opening, een kap over haar hoofd. Opgesloten. Vast. Vrij. Toen al.

Donna neemt een ijskoude douche en blijft net zo lang onder de stralen staan tot ze het in haar botten voelt. Rillend slaat ze een handdoek om haar koude lichaam.

Het is niet de pijn en zelfs niet het genot dat er altijd op volgt. Het is het gevoel niets meer te zijn. Enkel een object, een ding, een dier zelfs. Zonder mening, zonder eisen. Voldoen aan zijn lust en begeerte.

Ze behoort hem toe.

Ze moet enkel nog leren dat ook te voelen als hij niet bij haar is.

*

Midden in de nacht wordt ze wakker. De beelden uit haar droom blijven zwaar op haar liggen en jagen door haar bloed. Ze woelt, gaat op haar linkerzij liggen, op haar buik, haar rug.

Mijn Heer.

Wat ik voor u voel is groter dan mijzelf.

Seth is haar Heer niet, maar ze denkt te weten wat Baboe bedoelt. Wat Donna voor Seth voelt, gaat voorbij alles wat ze ooit over zichzelf dacht te weten en heeft geleerd. Haar egoïsme is verdwenen. Ze zoekt niet meer. Ze is al thuis.

Baboe was ook thuis en toch moest ze weg.

Het lukt haar niet weer in slaap te komen en ze neemt het allereerste dagboek van Baboe bij zich in bed en ziet Baboe al bladerend veranderen in het jonge meisje dat ze ooit was

Ik moest vandaag met papa mee naar mensen die hij kent van vroeger. Hij had zaken te bespreken met de man. Ik vond het een vreemde man. Toen ik hem een hand gaf, hield hij die van mij lang vast en zijn donkere ogen leken wel door me heen te kijken. Ik kreeg er de rillingen van. Ik moest wachten in de keuken, bij de vrouw en het jongetje. Die vrouw was zwanger en ze was erg dik. Ze zag er moe uit. Ik heb thee voor haar gemaakt. Het jongetje was wel lief. Ik heb liedjes met hem gezongen en met hem gespeeld. Toen papa terugkwam kreeg ik een rondleiding door het huis en toen snapte ik pas waarom ik mee moest. Papa wil dat ik daar ga wonen, en die mensen willen het ook. Ik heb gehuild en geschreeuwd, maar papa keek me alleen maar aan en zei dat ik me niet zo aan moest stellen. Ik stel me niet aan. Volgende maand word ik zeventien. Papa kan me niet wegsturen. Ik laat me niet wegsturen.

Het zijn de woorden van een verwend, drammerig kind en ze zijn niet te vergelijken met de woorden die ze nog geen twee jaar later tot haar Heer richt. Ook nog jong, maar volwassen en overtuigd van de keuze die ze maakt.

Ze schrikt van het schelle geluid van de voordeurbel. Haar hart bonst en ze haalt diep adem. Het is nog schemerig, maar de nacht is al voorzichtig overgegaan in de dag.

Weer galmt de voordeurbel door het huis en gejaagd slaat ze een van Seth’s overhemden rond haar naakte schouders. Ook zijn geur nestelt zich onder haar huid en even blijft ze staan. Hij is in Berlijn en er is niemand anders waarvoor ze deur zou willen en hoeven openen. Niemand die belangrijk genoeg is om zo vroeg in de ochtend voor haar deur te staan …

Het geluid snerpt dwingend door het huis en voor de zoveelste keer bedenkt ze zich dat er een andere bel moet komen. Mopperend haast ze zich naar beneden.

‘Ja, ja. Ik kom al. Rustig!’

Geërgerd trekt ze de deur open. Er is niemand, maar het hek aan de andere kant van het tuinpad, slaat knerpend dicht. Er was wel iemand.

‘Hallo?’

Ze kijkt om zich heen, roept nog een keer en ziet dan het platte, kartonnen doosje op de deurmat liggen. Op het witte adreslabel staat enkel haar naam, in sierlijke, handgeschreven letters. Ze herkent het handschrift niet.

Donna bukt en raapt een beetje aarzelend het doosje op. De laatste keer dat ze post zonder afzender ontving, werd haar hele wereld op zijn kop gezet en het verleden dat ze kende verdween met iedere nieuwe foto die tevoorschijn kwam. Ze weet dat het Seth was, maar dit doosje komt niet van Seth. Hij heeft haar al.

In de rechterbovenhoek staat een symbool. Twee cirkels die over elkaar heen schuiven en een maansikkel laten zien. Donna heeft het nog nooit eerder gezien.

Ze sluit de deur en peutert nu toch nieuwsgierig aan het plakband dat het doosje sluit. Zodra het open is, ruikt ze een geur die ze vaag herkent. In haar hand vallen een gedroogde, camelkleurige zaaddoos, tientallen zwarte, niervormige zaadjes en een zakje gedroogde bladeren. Verbaasd kijkt ze in het doosje en ze trekt er een opgevouwen stuk papier uit. In de linkerbovenhoek staat hetzelfde symbool als op het doosje. Ook in de aanhef wordt alleen haar naam gebruikt. Geen adres, geen afzender.

Donna,

Misschien herken je in de verte de geur die bij deze plant hoort, misschien herken je zelfs het gevoel dat de geur in je oproept. Weet je nog? Een lichte roes en een zachte verdoving. Je herinnert je vast nog wel wat Dimitri daarna met je deed …

De avond komt weer bij haar terug. De pokertafels. Ze voelde zich zweverig, niet licht, maar juist zwaar. Haar zicht werd troebel, alsof ze door water keek en haar woorden kwamen vanzelf, zonder dat ze echt doorhad dat ze ze hardop uitsprak. Seth is Dimitri. Dimitri is Seth, maar toen was hij meer Dimitri.

… het was de doornappel. Een plant die door de oude Indianen werd gebruikt om zijn hallucinerende eigenschappen. Ik zal je leren hoe je hem veilig kunt gebruiken. Plant een aantal van de zaden en kweek je eigen plant. De spirituele werking zal dan versterken. Tot die tijd geef ik je mijn zaden. Halveer ze en meng ze met een beetje tabak om ze te roken, of zet sterke thee van de bladeren. Geef de thee aan Dimitri, maar drink hem zelf niet! Je zal zijn meest donkere kant leren kennen en alleen jij zult je herinneren wat er is gebeurd.

Ik kijk er naar uit je weer te ontmoeten. Ik hoop jij ook.

Weer te ontmoeten? Dat betekent dat ze deze persoon heeft gezien?

Die vrouw! Het leek een droom, veroorzaakt door het vreemde gevoel in haar hoofd en lichaam. Haar stem was zangerig en ze zei … Ze zei …

Ze ruikt aan de gedroogde overblijfselen van de doornappel in haar hand en sluit haar ogen.

‘Hij kan je neuken zoals je nog nooit geneukt bent. Ik weet het. Hij is verslavend. Je komt nooit meer bij hem weg. Nooit meer, wat je ook probeert. Hij heeft jouw geluk in zijn handen.’

Donna snuift laatdunkend. Ze weet dat haar geluk in zijn handen ligt. Ze wil niet anders en zijn meest donkere kant kent ze al …
Of weet deze vrouw meer?
Speelt zij een rol in het leven van Seth, van Dimitri, ook nu nog? Weet Seth hiervan? Is dit zijn manier om haar te laten merken dat hij op haar let, altijd en overal.

Zijn meest donkere kant?

Kan het nog donkerder?

Ze merkt dat haar ademhaling sneller gaat en zoekt in de keuken naar een klein potje om de zaden in te planten.

Ze is zijn putta en ze heeft recht op alles, maar nog het meest op de kant die hij voor anderen verborgen zou moeten houden. Als zij zijn meest donkere kant nog niet gezien heeft, dan zal ze zorgen dat hij ook dit aan haar toont. Niemand anders heeft daar meer recht op dan zij.

Show Buttons
Hide Buttons