Twee werelden

Seth wordt wakker omdat de druk van het lichaam van Donna verdwijnt, ze draait en glijdt van hem af. Het zweet dat tussen hen in lag, droogt langzaam op en verkilt zijn huid. Hij kijkt naar haar en laat zijn ogen over haar lichaam glijden. Hij ziet de afdruk van zijn vingers en zijn nagels. Rond haar hals een dieprode streep van het leer van zijn riem en in haar schouder een rafelige wond. Hij verscheurt haar, met huid en haar. Wat zij ooit zag tussen haar vader en het kindermeisje. Hij zag hetzelfde. Zijn vader en zijn moeder. Een liefde die alle grenzen overschrijdt. Zo is het tussen hem en Donna ook. Hij kan bij haar weggaan en nooit meer terugkomen. Hij kan zelfs op zoek gaan naar een ander. Ze blijft van hem. Niemand anders zal ooit nog bij haar in de buurt komen. Ze zal niemand meer toelaten.

Hij zwaait zijn benen uit het bed en kijkt om zich heen. Het was hier. In deze kamer en in dit bed. Hier ontwaakte zijn donkere verlangen, al had hij er toen geen idee van. Hij was te jong om het te begrijpen. Precies zoals Donna ook zei.

Donna begrijpt het nog steeds niet, niet helemaal. Ze weet misschien wat het is omdat ze erover heeft gelezen en ervan heeft gehoord. Ze heeft misschien geëxperimenteerd, maar begrijpen doet ze het niet. Nog niet.

Seth opent de grote, donkere kledingkast. Een muffe bedompte geur van kamfer komt hem tegemoet. Er hangt een rij overhemden, effen wit of met een klein streepje. Daarachter dure pakken in donkere kleuren en een haak met stropdassen van goede kwaliteit.

In het bed draait Donna zich om, ze zucht. Hij ziet haar overeind schieten en haar paniek danst naar hem toe.
‘Seth!’
‘Ik ben hier Putta. Je hebt zelfs zijn kleding niet opgeruimd.’
‘Ik zal het vandaag doen.’
‘Nee, het blijft hier.’

Seth pakt een overhemd en laat zijn armen in de mouwen glijden. Hij zoekt een donkerblauwe pantalon en bijpassend colbert. Het zit hem als gegoten en valt glad bij zijn schouders en in zijn taille. De mouwen vallen net over zijn polsen. Het is maatwerk en het is alsof de kleding hier al die jaren op hem heeft gewacht. Hij kijkt Donna aan.
‘Ik draag dit, maar het moet schoon. Regel het. Je vader had een goede smaak.’
‘Mijn vader was een klootzak.’

Seth springt op het bed en gaat schrijlings over haar heen zitten. Met zijn gewicht duwt hij haar in het matras en hij legt zijn handen rond haar nek.
‘Jij bent hier door jouw vader, Putta en je toont hem respect.’
Donna probeert hem van zich af te duwen. Hij pakt haar polsen en duwt ze naast haar hoofd in het matras. Ze hijgt en kijkt hem boos aan. Seth lacht zacht.
‘Ik doe met je wat ik wil en het wordt tijd dat jij dat in je oren knoopt. Je bent van mij. Dit huis is van mij en jij doet wat ik zeg. Je vader is er niet meer, maar behandelt zijn erfenis met eerbied. Altijd.’
‘En jouw vader?’
‘Mijn vader is dood.’

Ze vraagt door. Over zijn vader en zijn moeder. Ze zegt dat ze haar wil ontmoeten. Hij legt een hand over haar mond en haar neus, de andere tussen haar benen. Zijn vingers glijden bij haar naar binnen en met zijn duim draait hij aan het ringetje.
‘Jij hebt niets te willen. Ik draag zijn kleding, jij regelt dat. Ik wil dat jij je vader met respect herdenkt. Jij doet dat. Ik wil dat je klaarkomt. Jij komt.’

Hij kijkt naar haar gevecht om lucht en om vrijheid. Ze heeft het beide niet meer. Ze denkt van wel. Haar ogen draaien weg, ze kreunt tegen zijn hand aan en hapt naar lucht als hij heel even de druk op haar gezicht verminderd. Ze zweeft weg en hij laat haar zweven. Hij laat haar komen en wacht tot ze wegdommelt. Dan pas laat hij haar los. Ze wordt niet wakker en hij weet dat ze hem zal zoeken als ze dat wel doet. Hij zit in haar, ook als hij er niet is. Ook als hij weg gaat.

Hij vindt de schuur van haar vader. Het is een ruimte vol bijzondere werktuigen en houtsnijwerk. Er zijn mooie, gedetailleerde figuren bij, maar ook simpele. Gladde stukken hout in fallusvorm. In sommige zitten brede ribbels of kleine gaten. Hij bekijkt het gereedschap, bedoeld om het hout te bewerken. In een grote, metalen kast tegen de muur vindt hij heel ander gereedschap. Brede repen leer, kettingen en boeien. Een mapje met naalden in diverse maten. Klemmen. Jute zakken, sommige met kleine openingen. Martelwerktuig.
Vanonder een groezelige doek komt en middeleeuws schandblok tevoorschijn. Seth laat zijn hand over het hout glijden. Het is glad, zonder splinters en nergens een spoor van vocht of roest. Hij herkent het werk van een vakman.

Wanneer Donna hem gevonden heeft, geeft hij haar de opdracht zich aan te kleden en het huis schoon te maken.
‘We geven een feest. Een groot feest. Ik regel dat. Alleen mijn mensen, niet die van jou. Jij hebt niemand. Je hebt alleen nog mij.’

*

Seth weet hoe hij een feest moet regelen en waar hij de mensen vandaan moet halen. Het zijn mensen die hem kennen als Dimitri. Nu kan het. Hij heeft een uitvalbasis, een plek waar hij zijn twee werelden samen kan laten komen. Er is drank, eten en als mensen erom vragen ook andere, geestverruimende middelen. In de grote woonkamer en in de tuin speelt livemuziek. Over het gras liggen houten vlonders zodat het niet vertrapt wordt. Donna volgt hem waar hij gaat met haar camera in haar handen. Hij stelt haar aan niemand voor en negeert haar zoveel mogelijk. Als hij haar toch even aandacht geeft, lichten haar ogen op en klampt ze zich aanhankelijk aan hem vast. Hij trekt haar even tegen zich aan en begraaft zijn gezicht in haar haren.
‘Vermaak je Donna, dit is ook jouw avond. Ga dansen.’

Ze doet wat hij zegt, gehoorzaamt als een jong hondje dat eindelijk de juiste trainer heeft gevonden.

Hij haalt mensen naar zijn werkkamer. Vandaag kunnen de zaken heel goed samengaan met plezier. Hij voert een lang gesprek met Javier. Een man met een pokdalig gezicht en bijzonder opvallend groene ogen. Seth weet niet meer waar hij hem ontmoet heeft, maar het is de enige persoon die dicht in de buurt komt van een vriend. De enige persoon die alles van hem weet. Ook van Donna en haar verleden. Het verleden dat ook het verleden van Seth is.
Ze drinken een glas donkere whiskey en maken plannen. Het zijn plannen die bij Dimitri passen en plannen die steeds vaker ook bij Seth lijken te passen.

Javier heft zijn glas. ‘Maandag vlieg ik naar Peru. In de opgraving zijn nieuwe objecten gevonden, die wil ik graag bekijken en wie weet wat ik er nog meer tegenkom.’
Seth grijnst. Inheemse meisjes en jonge vrouwen. Ze worden gewillig zodra ze de groene ogen zien en kennis maken met de charmes van Javier. Hij knikt.
‘Prima, laat me weten wanneer je terug bent. Ik heb een vrouw ontmoet. Ze komt uit Berlijn en is op zoek naar een samenwerking.’
Javier grinnikt. ‘Je hebt haar vast niet zomaar ontmoet.’
De ogen van Seth worden donker en hij neemt een grote slok van zijn whiskey. ‘Ik heb Donna.’
Zijn vriend knikt. ‘Ja, je hebt haar eindelijk, maar daarmee verdwijnt de rest niet.’
‘Misschien niet, maar de rest is niet hier …’

Als Seth is hij Donna trouw. Wat Dimitri doet, deert haar niet. Dimitri brengt mensen, fantasieen en verlangens samen en soms brengen mensen zichzelf, vooral vrouwen. Dimitri neemt wat hem aangeboden wordt, als hij er zin in heeft. Hij voelt zich niet schuldig. Het is een rol en zodra hij deze van zich af gooit, is hij vergeten wat er achter hem ligt. Het enige dat dan nog van belang is, is waar hij naar toe gaat en dat is altijd naar Donna. Uiteindelijk komt hij altijd weer bij haar terug. Zijn twee werelden gaan moeiteloos in elkaar over.

Hij laat Boeng* Minggus de schuur en de werktuigen zien. Er is geen andere familie. Minggus weet niets van Donna, maar hij is bekend met het donkere verlangen dat in zijn neef huist. Hij herkent het, omdat hij dat verlangen deelt. Seth kijkt hem aan.
‘Je hebt Zoë meegenomen zie ik. Waar is Janaila?’
‘Janaila werkt te hard en ze heeft rust nodig. Je hebt gelijk, dit is een zeer aparte verzameling.’
Seth knikt. ‘Handwerk en vakwerk. Donna heeft geen idee. Haar vader heeft dit voor haar verborgen gehouden, maar toch weet ze dingen …’
Minggus kijkt hem streng aan. ‘Dring het haar niet op, Seth. Het is niet iets wat je kunt leren. Het moet in haar zitten.’
‘Zoals in Zoë?’
Seth herkent de donkere blik in de ogen van zijn Boeng.
‘Niet dat het jou iets aangaat, maar ja, zoals in Zoë.’
‘Je vergeet dat zij er is dankzij mij …’

Hij hoort zelf de toon in zijn stem en Minggus reageert zoals hij verwacht. Fel en autoritair. Het veroorzaakt een heet gevoel in zijn borst. Minggus is niets meer dan hij is. Ze zijn hetzelfde en hij is zijn vader niet, ook al denkt hij dat hij die rol op zich moet nemen.

Het feest is voorbij als hij merkt dat mensen misbruik maken van de gastvrijheid die hij ze biedt. Hij betaald de bands en de catering en neemt afscheid van de gasten. Met zijn armen om Donna staat hij bij de deur en hij stelt haar voor als zijn vrouw. Er gaat een kleine schokbeweging door de gasten. Ook door Donna en ze drukt zich met een zucht tegen hem aan.

‘Ik wist niet dat ik je vrouw was?’
‘Wat zou je anders moeten zijn?’

Hij wacht tot de laatste gasten het pad van de voortuin aflopen en tilt haar dan over de drempel naar binnen. Ze lacht en duwt haar hoofd in het holletje bij zijn hals.

‘En een ring?’
‘Je hebt er drie.’

In bed wil ze dat hij haar neukt. Hij gaat op haar liggen zonder haar te geven waar hij om vraagt. Zijn handen liggen rond haar hals en zij mond bij een van de ringetjes door haar tepels. Ze beweegt ritmisch tegen hem aan en hij wacht tot hij merkt dat ze klaarkomt, voor hij de slaap toelaat.

‘Slapen Putta. Je hebt je rust nodig.’

* Boeng = Oom

Show Buttons
Hide Buttons