Vaderlijk advies

Donna staat naast hem terwijl hij de condoleances in ontvangst neemt. Hij stelt haar voor als zijn vrouw. Nu ze hier is kan het beter meteen maar duidelijk zijn, ook voor haar, voor iedereen. Ze reageert niet op zijn woorden. Haar gezicht is strak en bleek en ze schuifelt een beetje nerveus met haar voeten. Hij pakt haar pols en fluistert. ‘Hier blijven Putta, je hoort bij mij.’

Nog voor alle aanwezigen weg zijn, neemt hij haar mee naar de auto om haar naar huis te brengen. Naar zijn huis. Ze blijft stil en kijkt zo nu en dan zijn kant op. Hij legt zijn hand op haar been.
‘Er is niets veranderd Putta.’
Ze schudt haar hoofd en hij knijpt in haar been. ‘Niets wat je zegt of denkt zal dat veranderen …’
Haar ogen zijn groot en ze fluistert. ‘Het mag niet Seth en je wist het, al die tijd. Je had het me moeten zeggen!’
Hij lacht honend. ‘Je had me weggeduwd Putta, nu kun je nergens anders meer heen.’
‘Je bent mijn broer!’
Er ligt een radeloze wanhoop in haar stem. Pijn, verdriet, maar ook woede. Hij voelt het en het werkt zich sluimerend naar de oppervlakte.
‘Ik ben jouw man. Jouw heer en Meester. Je hebt mij nodig.’
Onbeheerst schudt ze haar hoofd en ze maakt haar gordel los. ‘Ik wil dat je stopt!’

Hij geeft meer gas en negeert haar woorden, haar woede en onbegrip. Het is een schok en dat snapt hij, maar ze zal aan het idee wennen, zoals ze aan alles heeft moeten wennen.
Donna rukt wild aan de knop van het portier.
‘Laat me eruit! Wat wij doen, wat jij doet, het is zondig. Je ben mijn broer. Je bent verdomme mijn broer!’

Hij laat haar schreeuwen, gillen en scheurt door de stad naar het huis waar hij haar naar binnen zal brengen en zal kalmeren. Ze zal het begrijpen. Misschien niet meteen, maar ze zal begrijpen waarom. In de straat brengt hij de auto abrupt tot stilstand en hij stapt uit zodat hij bij haar is voor ze zijn voorbeeld kan volgen. Hij pakt haar arm. ‘Kom Putta, we zijn thuis.’
Ze rukt zich los en kijkt hem met vlammende ogen aan. ‘Ik ben je Putta niet, blijf van me af!’
Haar stem wordt met iedere woord hoger en scherper en hardhandig trekt hij haar uit de auto. Ze stompt en schopt hem, gilt en probeert zich los te trekken. Hij legt zijn handen rond haar nek en houdt zijn gezicht dicht bij dat van haar.
‘Je kunt van me wegrennen, maar je zal nooit meer iets anders vinden. Jouw plek is naast mij en je weet dat je daar altijd naar op zoek bent geweest.’
Hij duwt zijn mond op die van haar en knijpt haar keel stevig dicht. Ze worstelt, krabt hem en bijt hard in zijn lip. Dimitri wordt wakker, schreeuwt in zijn hoofd dat de hoer haar plek alweer is vergeten en duwt haar ruw van zich af. Ze valt achterover op haar rug en hij kijkt op haar neer.
‘Ga maar Putta, ren maar weg. Je komt toch weer terug. Jouw hart klopt in het ritme van dat van mij.’

Ze krabbelt overeind en rent van hem weg. Hij roept haar na.
‘Je zal nooit meer hetzelfde zijn zonder mij …!’

Hij draait zich van haar af, kijkt haar niet na. Dat ze het nu weet, maakt geen verschil. Ze hoort bij hem, ze is van hem. Niet alleen om zijn vader, maar om hem en wie ze zelf is. Het heeft zo moeten zijn, precies zoals zijn moeder altijd zei.

‘Donna hoort bij ons en je zult van haar houden zoals ik van haar hou.’

Seth weet dat hij van Donna houdt, maar het is niet dezelfde manier waarop zijn moeder van haar hield.

Hij had er nooit mogen zijn, niet volgens zijn vader en zijn moeder hield hem zoveel mogelijk bij hem weg en daardoor hield ze hem ook bij Donna weg. Zijn hele leven heeft hij gezocht naar de erkenning die zijn vader hem niet wilde geven, in Donna heeft hij het gevonden. Hij hoeft het haar niet te vergeven, hij hoeft het zijn vader ook niet te vergeven. Ook daarin had zijn moeder gelijk.

‘Je moet eerst in staat zijn om de schade vast te stellen voor je kunt vergeven Seth, en wanneer je dan zover bent zijn er altijd nog mensen die niet vergeven willen worden.’

Zijn vader heeft zijn moeder nooit vergeven dat ze het kind liet komen en zijn moeder wilde niet vergeven worden. Ze hield van het kind en van de vader van het kind. Vergeving is niet altijd nodig om tot houden van te komen.

Hij gaat naar binnen en wandelt op zijn gemak door de kamers. Hij kent het huis van binnen en van buiten. De kamers en de verborgen plekken. Hij weet wat zijn vader deed en waarom. Hij doet het ook bij Donna. In vijandigheid en in opwinding. Houden van tot in de diepste kern. Niet om wat ze heeft, maar om wie ze is. Van hem. Zijn vrouw.
Het jonge meisje dat van hem weg vluchtte toen ze hem voor het eerst zag. Hij was nog veel jonger en riep om haar hulp toen mevrouw Tan het dunne rietje op zijn huid liet vallen. Het haalde niets uit. Hij bleef Donna zoeken en zijn moeder. Keer op keer was hij getuige van wat zijn vader met zijn moeder deed en keer op keer was hij getuige van de angst in Donna haar ogen omdat ze het niet begreep. Nu is ze niet bang meer. Ze heeft zich aan hem gegeven en ze zal bij hem terugkomen. Donna weet waar haar plek is. Met die gedachte in zijn hoofd gaat hij naar bed, maar hij wordt niet warm en zijn slaap is warrig en onrustig.

Naarmate de uren verstrijken, wordt hij onrustiger. Hij belt Donna en spreekt in. Zijn zekerheid ebt weg. Wat als ze niet terugkomt? Hij stuurt haar tientallen berichten, maar krijgt er geen antwoord op.
Wat als de angst bij haar is teruggekomen?
Hij gaat door haar doka en zoekt in haar kasten. Hij vindt plastic tassen vol foto’s. Foto’s die ze voor hem verborgen heeft gehouden, foto’s uit haar leven voor hij bij haar kwam.
Wat als ze teruggaat naar dat leven?
Verbeten propt hij alle foto’s in een kartonnen doos. In de tuin maakt hij een grote berg. Het hout dat hij gebruikt is vochtig en hij giet er benzine overheen. Het doet hem genoegen als hij het bewijs van haar verleden langzaam in de vlammen op ziet gaan. Ze kan dat leven niet meer aan. Er is niets om naar terug te gaan.

Een zacht geluid achter de muur doet hem opkijken en hij glimlacht. Hij had gelijk. Dat ze nu weet wie hij is, maakt geen verschil. Ze komt altijd bij hem terug, ze kan nergens anders heen.
Seth opent de houten deur in de muur en staat oog in oog met Minggus.
‘Boeng Minggus, wat …’
Ruw duwt zijn oom hem aan de kant, verbaasd kijkt Seth hem aan. Met een harde blik in zijn ogen draait Minggus zich naar om.
‘Ik vraag het je maar één keer Seth en ik verwacht een eerlijk antwoord.’
Seth slaat zijn armen over elkaar. ‘Ik ben altijd eerlijk.’
‘Daar heb ik zo mijn twijfels over, maar nu ben je eerlijk. Is Mezak Coredo jouw vader?’
Seth stamelt. ‘Hoe weet u …’
Minggus valt hem in de rede. ‘Hoe ik het weet doet er niet toe. Ik neem aan dat Mezak niet wilde dat mensen het wisten.’
‘Mama wilde het ook niet.’
‘Ze zijn allebei dood Seth.’
Fel kijkt Seth hem aan. ‘Het maakt niet uit!’
Minggus is in één stap bij hem en duwt hem hard tegen de deur. Seth klapt met zijn hoofd tegen het hout.
‘Het maakt wel uit. Ik heb gezien wat je met haar doet. Je behandelt haar als een stuk vuil, als een willoos dier!’
Seth maakt zich los en kijkt zijn oom woedend aan. ‘U hoeft mij niet te vertellen hoe ik en vrouw moet behandelen. U doet precies hetzelfde met Janaila en met Zoë en u doet geen moeite om dat verborgen te houden.’
‘We hebben het nu niet over mij. Donna is je zus, wat jij met haar doet …’
‘Donna is mijn zus niet!’
‘Jullie hebben dezelfde vader.’
‘En dat is het enige. Donna is veel meer dan mijn zus.’
Minggus schudt zijn hoofd. ‘Wat jij doet, wat jij hebt gedaan … Donna wist het niet, maar jij … Je hebt haar naar je toe gelokt en …’
‘Ik heb haar niet … ze kwam uit zichzelf!’
Minggus haalt diep adem. ‘Seth, je bent de zoon van mijn zus en ik geef om je, maar luister naar mijn advies. Als je me nog één keer in de rede valt dan geef ik je een klap die je nog lang bij zal blijven. Donna is je zus en je gebruikt haar alsof ze de eerste de beste hoer is, je onteert het graf van haar ouders, van jouw vader. Hoe denk je dat ze zal reageren als ze erachter komt wie je werkelijk bent?’
‘Ze weet het al …’
Zijn oom kijkt hem onderzoekend aan.
‘Waar is ze nu?’
‘Ze is weg, maar ze komt terug. Het is niet wat u denkt, ik hou van haar.’
Met een donkere, strakke blik kijkt Minggus hem aan. Seth slaat zijn ogen niet neer. Minggus zucht.
‘Als jij van haar houdt, dan laat je dat op een hele vreemde manier blijken.’
Seth haalt zijn schouders op. ‘Ze wil niet anders.’
‘Jawel domme klootzak, dat wil ze wel, ze denkt alleen dat jij het haar niet wil laten zien.’
Geagiteerd loopt Minggus heen en weer. ‘Ik keur dit niet goed Seth, absoluut niet, maar als Donna inderdaad terugkomt, zelfs nu ze weet wie je van haar bent, dan laat je die hatelijke, harde houding vallen. Als je van haar houdt, dan zul je ook voor haar moeten zorgen. Op dit moment trek je haar alleen maar dieper in de stront.’
Seth wil zijn mond alweer open doen, maar Minggus legt hem met een gebaar van zijn hand het zwijgen op. ‘Als Donna terugkomt dan laat je het me weten, ik zal met haar praten.’
‘Ik wil niet dat u zich ermee bemoeit.’
Minggus komt dreigend voor hem staan. ‘Ik bemoei me er zeer zeker wel mee. Mijn zus was gek op Donna, ze hield van haar alsof het haar eigen dochter was, dus in dat opzicht is ze absoluut jouw zus en jij zult haar netjes behandelen.’
‘En wat als ik wegga en haar meeneem?’
Zijn oom lacht een beetje vals. ‘Waar zou jij in godsnaam naar toe moeten Seth. Je hebt niemand meer, alleen mij en ik kan het je flink lastig maken als ik zou willen. Laat het me weten als ze terug is.’

Seth kijkt hem met gebalde vuisten na. Hij hoeft hem niet als een klein kind te behandelen. Hij weet wat hij doet en hij houdt van Donna. Donna houdt van hem. Hij weet hoe hij met haar om moet gaan, hij weet precies hoe en waarmee hij haar moet raken.

De boosheid overstemt voor een tijdje zijn onrust en met een lange stok port hij in de branden resten van Donna haar foto’s. Terwijl hij naar de steeds kleiner wordende vlammen kijkt, neemt zijn gejaagde gevoel weer toe. Wat als Donna niet meer van hem houdt.

Hij gaat langs de begraafplaats en naar het huis van Jacob. Ze is er niet. Jacob kijkt hem onderzoekend aan. ‘Ze was hier, vannacht. Ze zei dat je tijd nodig had, waarom?’
Seth geeft hem geen antwoord en draait zich om. ‘Laat het me weten als ze hier weer komt.’
Overal waar hij komt voelt hij de eerdere aanwezigheid van Donna. Bij haar flat, het appartement van Janneke, haar oude werk. Hij zoekt haar in het cafe waar ze altijd ging dansen en in de korenbloem. Ze is er niet. Ze was er ook niet. Ze is op zoek naar iets dat niet bestaat. Een leven zonder hem.

De onrust gaat dieper in zijn hoofd en zijn borst zitten. Zonder te weten waar hij haar nog meer zou kunnen zoeken, rijdt hij door de stad. Soms denkt hij haar te zien en trapt hij hard op zijn rem. Ze is het nooit. De angst neemt bezit van zijn lichaam. Heeft hij er fout aan gedaan? Had hij het haar niet moeten vertellen?

Met zijn hoofd tegen het stuur sluit hij zijn ogen. Zijn leven heeft altijd rond dat van zijn moeder en rond Donna gedraaid. Hij weet niet beter. Alles wat hij heeft gedaan deed hij om dichter bij haar te komen en haar wereld kleiner te maken. Ze kan niet meer verlangen naar een grotere wereld.

Als zijn telefoon zoemt, schiet met een ruk zijn hoofd omhoog. In het scherm verschijnt haar naam. Hij haalt diep adem en neemt op.
‘Waar ben je Putta.’
‘Kom me halen Seth. Je moet me nu komen halen.’
Ze huilt en hij start de auto. ‘Waar ben je?’
‘Ik weet het niet. Het nieuwe centrum, bij het station.’
‘Blijven praten, ik kom naar je toe.’
Ze praat niet, maar huilt en hij hoort haar pijn. Het brengt de zekerheid bij hem terug. Tussen haar tranen door vertelt ze van haar worsteling.
‘Ik dacht dat het kon, maar het kan niet … ik hoor bij jou.’
Ze wordt kleiner, zo klein als hij haar hebben wil. Het is zoals het altijd moeten zijn. Seth weet het. Donna weet het nu ook.

Show Buttons
Hide Buttons