Verleden, heden, toekomst

Het huis om hem heen draagt sporen van een fel verleden, wilde hartstocht en donkere verlangens. Hij voelt het altijd, in welke kamer hij ook is. De voetstappen van zijn vader, maar vooral van zijn moeder en van Donna. Dit huis heeft haar gevormd, zoals het hem heeft gevormd. De verhalen die zijn moeder hem vertelde, vormen een scherp contrast met dat wat hij heeft gezien en ook van Donna heeft gehoord. Zijn vader had een zachte, liefdevolle kant, maar er waren maar weinig mensen die dit in hem naar boven wisten te halen. Zijn moeder was er een van en hij lijkt op zijn vader. Zijn moeder heeft het altijd gezegd en pas nu ziet hij dat ze gelijk heeft. En Donna is als zijn moeder. Het verleden en het heden hebben elkaar gevonden.

Hij draait zich om en kijkt naar Donna. Haar dikke wimpers liggen als een waaier tegen haar huid. Ze heeft een blos op haar wangen en ademt rustig, ontspannen. Het volgt altijd na de wilde hartstocht en woeste verlangens. Stilte. Sereen, bevredigd en relaxed. Tot ze haar ogen opent en hem ziet, of niet. Dan worden haar ogen weer vurig, de blos feller en haar drift groeit. Hij weet haar te raken, vanaf het allereerste begin en zoals ze hem altijd heeft geraakt. Hij weet haar ook weer te kalmeren en Donna doet hetzelfde. Alles wat in hem loskomt, ook als hij niet bij haar is, zij is de enige die het vuur echt weet te blussen en weer aan wakkert.
Voorzichtig gaat hij met zijn vinger langs de lijn van haar wenkbrauwen, haar neus, de welving van haar lippen. Zij is hem en hij is haar. Er is geen begin, geen einde.

Haar ogen schieten open als het geluid van de voordeurbel schel door het huis klinkt. Hij neemt bezit van haar slaperige mond en stookt het vuur weer op. Voor een tweede keer klinkt de bel, nog feller en doordringender dan de eerste keer. Donna slaat haar lichaam om hem heen.
‘Niet open doen, alles wat we nodig hebben is hier …’
Hij maakt zich los en trekt even hard aan de ketting aan haar lichaam. Ze kreunt hees en spreidt haar benen. Seth legt haar hand tegen haar kutje.
‘Maak jezelf klaar Putta, ik wil het ruiken als je straks beneden komt en je mijn ontbijt maakt.’

Hij verlaat het warme bed en haar warme lichaam. Voor een derde keer schelt de bel door het huis. Snel trekt hij een broek aan. Bij de deur kijkt hij nog een keer naar Donna. Haar vingers dansen al en doen wat hij zegt. Met een grijns trekt hij de deur achter zich dicht.

De warmte verlaat zijn lijf als hij in de grote, bezorgde ogen van Zoë kijkt. Nu het masker verdwenen is, lijkt ze anders. Meer levend, echter. Hij trekt de deur verder open en doet een stap naar haar toe.
‘Dag Zoë, hoe was je weekend in Berlijn?’

Haar bezorgdheid maakt plaats voor verwarring.
‘Hoe weet jij …’
Zoekend gaan haar ogen langs zijn gezicht, de kleine wond in zijn arm begint te tintelen. Dimitri wordt wakker en glimlacht.
‘Soms kost het weinig moeite om geheimen te achterhalen. Wat kan ik voor je doen?’

Hij laat haar binnen, brengt haar naar de keuken en zet koffie. Ze is op zoek naar Boeng Minggus en usi Janaila. Ze heeft ze gezocht bij het huis, ze zou bellen, er was een afspraak. Het is niets voor Minggus om zich niet aan afspraken te houden.

‘En waarom denk je dat ik weet waar hij is?’
‘Jij bent familie … familie is alles, weet alles.’
Seth kijkt haar aan. ‘Ik weet niet alles, maar ik weet wel veel …’

Hij hoort de trap kraken, blote voeten lopen over het hout in de woonkamer. Met een lome glimlach verschijnt Donna, ze is naakt en ze schrikt even als ze Zoë ziet, maar ze herstelt zich, lacht en omhelst de blonde vrouw. Eerdere beelden dansen door zijn hoofd. Zoekende handen onder kleding, dansende vingers. Melinda en Zoë. Donna en Zoë. Een nieuwe ingang. Zijn vrouw en de vrouw van Minggus. Hij duwt de beelden weg.

‘Trek wat aan Putta.’
‘Waarom? Vind je het vervelend Zoë?’
Zoë bloost en schudt een beetje aarzelend haar hoofd. ‘Het is jouw huis …’
Donna lacht een beetje hees. ‘Wat kom je doen? Ontbijt je mee? Eieren, spek en koffie …?’

‘Nee, ze ontbijt niet mee. Loop even mee Zoë, ik zal wat telefoontjes plegen.’

Zoë volgt hem. Hij ziet dat haar ervaringen in Berlijn alweer ver van haar af liggen en dat haar hoofd alleen nog maar bij Minggus is. Trouw en onderdanig. Misschien dat Javier toch gelijk heeft. Het zal nog moeilijk worden haar los te weken van haar Meester. Seth voelt haar angst en haar bezorgdheid en probeert haar toch gerust te stellen.
‘Er is vast niets aan de hand. Misschien zijn ze naar de ouders van Janaila.’
‘Dat had hij me laten weten …’
‘Niet noodzakelijk, Zoë. Jij was in Berlijn en te druk met andere zaken.’
‘Wat weet jij van Berlijn?’
‘Een bijzondere stad Zoë, met bijzondere mensen …’

Hij laat haar raden, twijfelen. Misschien herkent ze zijn stem, misschien niet. Het maakt hem niet uit. Hij belt Minggus, andere familie wanneer ook hij geen gehoor krijgt. De berichten zijn zorgwekkend, maar niet alarmerend. Nog niet. Terwijl hij naar zijn tante luistert, kijkt hij naar Zoë en plotseling heeft hij medelijden met haar. Haar loyaliteit wordt niet beloont. Ze heeft een Meester, maar hij is haar Meester niet, niet zoals zij zich wenst, zoals ze hoopt. Ze heeft zich verbonden aan iemand die zich niet volledig aan haar kan geven, niet zolang die ander er is en misschien wel nooit. Toch zit ze vast. Minggus verdient haar niet, dat heeft Seth in elk geval goed gezien.

‘Ontspan je Zoë, ze zijn inderdaad bij de ouders van Janaila. Waarschijnlijk is hij jullie afspraak vergeten …’
Zijn woorden bereiken het tegenovergestelde effect. Spijtig voor haar, maar beter, ook voor Javier. Hoe sneller ze door heeft dat Minggus haar trouw niet waard is, hoe beter.

Ze verdwijnt, haar ogen vol pijn en onrust, zonder ontbijt. Ze zal breken en Seth hoeft daar helemaal niets voor te doen.

Hij gaat naar de keuken, naar Donna en kijkt over haar schouder naar de eieren in de pan. Ze duwt haar billen tegen zijn kruis.
‘Wat wilde Zoë?’
‘Niets bijzonders, ze kwam wat ophalen voor Minggus.’
Seth pakt haar polsen en stuurt haar bewegingen. Eieren uit de pan, spek erin. Koffie in de bekers. Ze zijn één. Hij leidt haar, beheerst haar. Hij houdt van haar en ze danst door het leven zoals hij doet. Enkel nog verantwoordelijk voor hem en dat wat bij hem hoort. Zijn verlangen haar nog meer de zijne te maken groeit. Meer voetstappen in het huis. Heden en toekomst.

Boven het sissende spek in de pan neemt hij weer bezit van haar. Hij draait zijn hand in haar haren en fluistert.
‘Let op het ontbijt Putta, jij hebt je genot al gehad …’

Ze is warm, zacht en ontvankelijk voor alles wat hij tegen haar zegt. Woorden die het zaadje planten, zoals hij zijn zaad in haar zal planten, waar het zal groeien.

‘Dat wil je toch Putta? Mijn kind, in jouw buik …’

Ze reageert op de woorden, verlangend en geschokt tegelijk.
‘Dat kan niet Seth …’
Hij legt zijn hand over haar mond. ‘Als ik het wil, dan kan het. Ik bepaal dat, maar nu nog niet. Nu is dit lichaam van mij …’
Ze hijgt en mompelt tegen zijn hand. ‘Mijn lichaam is altijd van jou.’
‘Misschien krijg ik genoeg van je Putta … Als je nog dikker wordt, als je ouder wordt, lelijk zelfs … Ik lijk op onze vader … hij zocht ook iemand voor erbij …’

Hij weet dat zijn woorden haar kwetsen, maar haar lichaam reageert erop. Het werkt voor haar. Juist die honende vernedering werkt voor haar en dat hij haar niet toestaat klaar te komen versterkt het nog meer. Hij voelt het aan haar ademhaling, haar hartslag en de vochtige hitte die hem vasthoudt.

‘Een lief, gewillig meisje voor erbij Putta, voor als mijn kind in jou groeit en je mij niet meer kan bekoren. Net als toen jij in jouw moeder groeide en mijn vader mijn moeder erbij nam …’

Wat zijn vader deed, Seth doet het nu en hij voelt alles. Wat zijn vader voelde, wat zijn moeder voelde. Wat hij Donna laat voelen. Het is niet slecht of zondig. Het is zoals het altijd heeft moeten zijn. Verleden, heden en toekomst komen samen.

Show Buttons
Hide Buttons