Aftasten

Wouter wil net zijn zoveelste vergadering in gaan als hij zijn telefoon voelt trillen. Hij schrikt van de reactie in zijn lichaam als hij ziet dat het een berichtje van Soumia is.
Tot dusver heeft ze hem alleen nog gemaild, minimaal, en hij was teleurgesteld geweest. Zijn verwachtingen over het contact met deze vrouw waren hoog.
Ze fluit hem terug. Als een klein jongetje. Ook dat veroorzaakt vreemde sensaties in zijn lichaam.
Nu leest hij haar bericht.
‘Vanavond 20:00, café de korenbloem.’
Het is bijna zes uur. Deze vergadering duurt nog zeker een uur. Het betekent dat hij zich zal moeten haasten om op tijd te zijn.
Het komt niet in hem om te vragen of het een half uur later kan.
Hij kent haar nog helemaal niet, maar hij heeft inmiddels wel begrepen dat zij bepaalt en dat te laat komen al helemaal geen optie is.

In zijn werk komt hij vaak vrouwen tegen. Vrouwen in hoge posities, ook in lagere. In het verleden is hij wel eens met die vrouwen uitgegaan. Wat drinken, uit eten. Soms een paar weken, maanden. Vaker maar één keer. Het viel hem altijd tegen.
Van Soumia was hij zwaar onder de indruk geweest.
In zijn hoofd weerklinkt haar stem. Een beetje laag, rustig ook. Een prettige stem. Bijna net zo prettig als haar uitstraling. Alles in haar had hem naar haar toe getrokken. Als een magneet.
Haar rechte houding. Haar lengte. Vrij lang voor een vrouw, net niet langer dan hij is. Haar donkere ogen, die hem het idee gaven dat ze dwars door hem heen keek.
Ook haar kleding sprak hem aan. Het jasje, de rok. Samen met haar haren, die in een soort rol achter op haar hoofd zat, had het haar een zakelijke uitstraling gegeven. Streng ook. Het had hem geprikkeld.
Hij was naar haar toe gegaan toen ze naar hem had geknikt. Ze had hem zien kijken. Nu kon hij zich voorstellen. Hij kende haar naam en hij weet dat ze een belangrijk contact is voor de organisatie waar hij nog maar een paar weken de nieuwe directeur van is.
Het was een goede reden om nader kennis te maken.

Ze had zijn hand vastgehouden, langer dan nodig was, en had hem aangekeken. Hij had gewacht.
Misschien gewoon tot ze iets zou zeggen, maar eigenlijk weet hij niet zo goed waar hij op had gewacht.
Toen ze zei dat hij wat te drinken voor haar mocht halen, was het in zijn liezen gaan trekken.
Hij had zijn adem ingehouden toen ze weg liep. Door de glazen schuifdeuren naar buiten.
Hij had een glas bronwater voor haar gehaald. Na een korte aarzeling een tweede voor zichzelf besteld en was haar naar buiten gevolgd.
Hij voelde zich als een schooljongetje dat een presentje voor zijn juf had meegebracht.
Buiten zag hij haar richting de grote vijver lopen. Een bankje aan het water. Een beetje verdekt door de lichtgroene takken van de grote treurwilg.
Hij was achter haar blijven staan, met de glazen water. Hij merkte dat ze hem had opgemerkt. Ze draaide zich niet om en hij ging naast haar staan, reikte haar het glas en bleef weer wachten.
‘Wil je niet zitten?’
Vragend keek hij haar aan. Ze had geknikt, was blijven staan. Wouter keek naar de bank. Het hout was groen uitgeslagen.
Snel had hij zijn jas uitgetrokken, hem over de bank gelegd. Soumia had naar hem geglimlacht en was gaan zitten, sloeg haar benen over elkaar.
Wouter voelde zich trots, trots dat hij haar begreep zonder dat ze iets hoefde te zeggen.
Ontspannen ging hij naast haar zitten en ontspannen had hij haar aangekeken.
Haar koude blik ontnam hem de adem en verward schoof hij wat heen en weer op de bank. Nog kouder was haar blik geworden.
‘Heb ik gezegd dat je mag gaan zitten?’
Geschokt stond hij weer op. Soumia volgde zijn voorbeeld en gaf hem haar glas.
Op dat moment kon hij de blik in haar ogen niet goed peilen.
‘Vertel me hoe ik je kan bereiken.’
Zenuwachtig gaf hij haar zijn kaartje en stamelend vroeg hij hoe hij haar kon bereiken.
Weer gaf ze hem een koele blik.
Hij had haar nagekeken. Dat ze wegging voelde vreemd leeg.
Net zo leeg als hij zich voelde door het minimale contact.
Nu loopt hij weer vol. Vol van gespannen afwachting.

Show Buttons
Hide Buttons