Cappuccino

Tien over acht komt Soumia het café binnen en tot haar grote genoegen zit Wouter al op haar te wachten. Hij staat op als ze naar hem toe komt lopen en ze ziet de teleurstelling in zijn ogen. Verwarring ook. Goed zo. Ze heeft hem duidelijk gezegd dat hij geen hoge verwachtingen moest hebben. Nu ziet ze dat hij niet geluisterd heeft. Over een uur zal zijn teleurstelling nog veel groter zijn.
Ze gaat zitten, reageert niet op het feit dat hij blijft staan. Hij weet wat ze verwacht. Dat heeft hij in elk geval onthouden.
‘Leuk je weer te zien Wouter. Wat wil je drinken. Ik neem een cappuccino.’
Wouter knikt, zegt dat hij ook een cappuccino wil en wacht.
Soumia bestelt twee cappuccino en kijkt om zich heen. Wouter bewust een beetje negerend.
Hij voelt zich ongemakkelijk, heeft het gevoel dat mensen naar hem kijken en zich afvragen waarom hij in godsnaam niet gaat zitten.
Waarom zegt Soumia niets?
Pas als de koffie wordt gebracht en de serveerster weer weg is, kijkt Soumia hem aan.
‘Ben je nog van plan om te gaan zitten? Dat praat misschien wat makkelijker.’
Stamelend gaat Wouter zitten. Zijn verwarring is compleet. De laatste keer… haar koele blik toen hij was gaan zitten…
Ze zag er ook heel anders uit de vorige keer. Compleet anders.
Vanavond draagt ze een donkere pantalon, eronder platte schoenen. Een crèmekleurige blouse en een colbertje. Zijn buurvrouw draagt ook dergelijke kleding. Zijn moeder draagt zelfs dergelijke kleding.
‘Ik dacht… de vorige keer…’
Hij zwijgt, kijkt haar aan.
‘Wat dacht je?’
Wouter schudt zijn hoofd, roert in zijn koffie.

Geamuseerd bekijkt Soumia de verschillende emoties op het gezicht van de man tegenover haar.
Ze weet dat er een risico is dat hij nu afhaakt, dat ze hem tegenvalt.
Het is nodig. Ze wil hem zien zoals hij is, zodat haar beeld nog completer is.
Soms kunnen een paar minuten al genoeg zijn, want, hoewel ze bijna zeker weet dat ze het goed heeft gezien, is ze te voorzichtig om op bijna af te gaan.
Ze wil het zeker weten, honderd procent. Ze mag dan veel mensenkennis hebben, sommige mensen kunnen verbazend goed doen alsof en ze neemt niet het risico dat ze er naast zit.
Als hij nu afhaakt dan kan ze zich de verdere moeite besparen.
Ontspannen leunt ze achterover. Ze vraagt hem hoe zijn weekend is geweest, hoe zijn baan hem tot dusver bevalt.
Wouter geeft antwoord op haar vragen, begint zich wat gemakkelijker te voelen.
Ze is een prettig gesprekspartner en duidelijk geïnteresseerd in wat hij te vertellen heeft.
Ze maakt ook dat hij makkelijk vertelt. Over zijn werk, maar ook over zijn dochters en de hobby's die hij heeft.
Hij merkt dat hij teleurgesteld is als ze aanstalten maakt om te vertrekken.
‘Wil je niet nog wat drinken? Een wijntje?’
Soumia glimlacht vriendelijke.
‘Nee dank je. Ik heb nog een afspraak.’
Wouter wil haar vragen waar, en met wie. Hij realiseert zich dat het hem niets aangaat.
Soumia legt geld op tafel en trekt langzaam haar jas aan. Wouter staat op. Hij weet niet goed wat hij nu moet doen en of ze iets van hem verwacht.
‘Wanneer zie ik je weer?’
‘Wil je dat?’
Hij wil zeggen, ‘Graag!’ Hij wil zeggen dat hij haar graag ziet zoals hij haar eerder zag, en nog meer van die kant van haar. Hij houdt zich in en knikt.
Weer lacht ze.
‘Ik zal je laten weten wanneer het me schikt.’
Ze geeft hem een zoen op zijn wang, geniet nog een keer van de verwarring op zijn gezicht.
Ze zal hem nog een dag of twee in die verwarring laten. Ze weet dat ze morgen, waarschijnlijk vanavond al, een mail van hem kan verwachten.
Al zijn verwarring zal hij in die mail zetten. Waarschijnlijk ook een groot deel van zijn verlangens. Vanaf dat punt kan het spel wat haar betreft beginnen en ze is benieuwd of hij het aan kan.

Show Buttons
Hide Buttons