Pijn

Naast haar broer wandelt Soumia over het zachte gras. Ze is stil, en Adnan laat haar stil zijn. Hij stelt geen vragen. Wat zich in haar hoofd ontvouwt komt er uiteindelijk toch wel uit.
Zoals altijd vindt hij dat ze er vredig uitziet, bijna rustig. Hij weet dat schijn bedriegt. Haar hoofd zit vaak vol met donderstormen. Stormen die ze altijd weer weet te bedwingen. Op haar manier.
Soumia denkt terug aan de bijeenkomst. De sprekers. Dat wat ze haar hele leven als waarheid heeft geweten. Het kwam aan het wankelen toen ze haar geaardheid ontdekte. Alles wat ze daarin voelde, was in strijd met alles wat ze haar hele leven had geleerd. Nog steeds. Mooie woorden, dat wel. Simpele woorden ook. Alsof alles rechtgetrokken kan worden door alleen maar een goed mens te zijn. Als dat echt waar is. Als alles wat ze vanavond weer gehoord heeft, alles wat haar broer, haar hele familie gelooft, echt zo is…
Het sterkt haar nogmaals. Ze heeft destijds de juiste beslissing gemaakt. Zij is geen goed mens, niet in de betekenis van het woordje goed.
Doe geen kwaad en vergeldt geen kwaad met kwaad. Zij doet kwaad, en ze vergeldt ook kwaad met kwaad.
Ze wil Wouter straffen voor zijn onbezonnen geilheid, Fleur straffen voor haar leugens. Dat ze ook graag een goed mens wil zijn, doet daar niets aan af.
Haar verlangen om te bepalen, om de controle uit te oefenen en een ander te sturen, is sterker. Ze kan geen goed mens zijn, niet op de manier die haar ouders haar hebben geleerd, het past niet bij haar. Haar dominantie is sterker dan al het andere.

Ze houden stil voor een stenen bank en Soumia gaat zitten. Adnan neemt naast haar plaats en kijkt haar aan.
‘Weet het allemaal een plekje te vinden zus?’
‘Zoals altijd… deels.’
Adnan lacht. Soumia maakt het zichzelf moeilijk, te moeilijk. Dat Soumia destijds de Islam de rug toe keerde had een grote schok veroorzaakt in het gezin Zamora. Toen ze zich tenslotte ook nog liet dopen, hebben zijn ouders bijna een jaar niet met haar gesproken.
Hij weet dat ze zich soms verdeeld voelt. Met één been in de normen en waarden die ze heeft meegekregen, het andere in de waarden die ze zichzelf aanhangt. Het is een gevecht wat ze zelf aangaat en wanneer ze het echt moeilijk heeft komt ze bij hem.
Adnan ziet geen verschil. Geen wezenlijk verschil, maar hij luistert naar haar. Zonder te oordelen.
Hij weet dat ze hard kan zijn voor anderen. Ze is vaak nog veel harder voor zichzelf.

‘Hoe gaat het met je protegé?’
Soumia heeft hem verteld over Fleur, en vertelt hem nu ook over Wouter. Adnan is de enige van haar familie die op de hoogte is. Adnan is de enige, naast Fleur en Wouter. Naast een paar vroegere contacten. Hij accepteert het zoals hij alles accepteert. Zonder oordeel, zonder veroordeel.
Hij is de enige die weet dat ze soms in conflict komt met zichzelf, hij weet niet op welke manier ze daar haar oplossing voor heeft gevonden. De striemen en littekens op haar rug. Ze zijn het bewijs van haar overgave. Haar overgave aan de enige die haar uiteindelijk zal beoordelen. Haar boetedoening voor dat wat ze Fleur en nu ook Wouter aandoet. Het genot dat ze voelt als ze Fleur geselt, het genoegen dat ze beleeft als ze Wouter gebonden aan haar voeten ziet liggen. De warmte en het lichte zweven in haar hoofd als ze hen de vernedering geeft waar ze naar verlangen. Alles wordt rechtgetrokken als ze naakt voor Zijn beeltenis knielt en zichzelf geselt. Dat is haar manier om goed te maken waar ze kwaad doet. Ze weet dat Adnan ook dat niet zal veroordelen. Hij zal het misschien niet begrijpen, maar hij zal het niet veroordelen. Wel zal hij pijn hebben om haar pijn en die pijn wil ze niet voor hem. Adnan is al een goed mens.
De pijn is voor haar. Voor haar en haar alleen.

Show Buttons
Hide Buttons