Geen leuke avond

De mail van Fleur komt een dag te laat en begint met alleen maar smoesjes waarom dat zo is. Niets over haar afspraak met Marc, niets over de opdracht die Soumia haar heeft gegeven.
Soumia wenst met respect behandeld te worden, en ze wil dat Fleur doet wat ze haar zegt. Zoals ze altijd heeft gedaan. Dat ze nu verliefd is, doet daar helemaal niets aan af. Fleur liegt, verzwijgt dingen voor haar en daar moet ze op reageren. Laat ze dat nu gaan, dan zal Fleur gaan denken dat ze overal mee weg kan komen. Soumia kijkt op de klok. Als ze nu weggaat kan ze met een uur bij Fleur zijn, het kan haar niet schelen of ze andere plannen heeft.
‘Ik kom naar je toe, zorg dat je thuis bent.’
Bijna meteen krijgt ze een berichtje terug.
‘Ik ben niet thuis…’
‘Zorg dat je er bent, ik rijd met tien minuten weg.’
Soumia kleedt zich om en opent de kist onderin haar kledingkast. Ze pakt één van de dunne, buigzame stokken die ze in een zwarte doek gewikkeld heeft, laat hem met een korte beweging van haar pols door de lucht suizen, haar bovenarm dicht tegen haar lichaam. Ze heeft hem nog niet eerder gebruikt, niet op Fleur, maar ze is bekend met het gevoel dat het teweeg brengt. Het is een heftig instrument en het veroorzaakt een zeer felle pijn in een smal gebied, een dubbele pijn ook. Eerst het gevoel van de impact die de zenuwen in de huid ineen doet krimpen, dan, na het weghalen van de stok, het brandende gevoel dat veroorzaakt wordt doordat die zenuwen zich weer ontvouwen.
Gebruikt ze de stok verkeerd dan kan ze Fleur verminken.
Soumia is niet bang dat ze hem verkeerd zal gebruiken. Ze is ervaren met deze techniek. De littekens op haar rug zijn haar stille getuigen. Zo ver zal het bij Fleur niet komen, maar ze zal het voelen en op dit moment heeft ze dat hard nodig.
Ze wikkelt de stok in een zijden doek, pakt haar tas en trekt de deur achter zich dicht.

Fleur heeft net haar voorgerecht op als ze het berichtje van Soumia leest en meteen is ze zenuwachtig. Ze komt nooit zomaar langs, nooit onaangekondigd, nooit zo kort na een eerdere ontmoeting. Meteen volgt ze het verhaal van Marc niet meer. Ze wil niet naar huis. Ze wil bij Marc blijven en met hem mee naar huis. Marc ziet haar gezicht.
‘Is er iets?’
Fleur kan hem niet vertellen wat er is. Nog niet, en misschien wel nooit. Net doen of ze het bericht niet heeft gezien kan ook niet meer en gewoon wegblijven al helemaal niet.
Haar hoofd probeert razendsnel te bedenken waarom ze weg moet, waarom ze meteen weg moet.
‘Het spijt me… ik moet weg, een spoedgeval in het ziekenhuis.’
Ze staat al op. Marc kijkt haar verbaasd aan. ‘Je bent toch vrij?’
‘Oproepdienst, helemaal vergeten. Het spijt me echt, ik maak het goed, oké?’
Fleur pakt haar tas, geeft hem een snelle zoen en is al verdwenen. Haar hoofd niet meer bij de man die ze in verbazing achterlaat, maar bij haar Meesteres.

De kaarsen in de vensterbank branden, precies zoals Soumia wenst als ze bij Fleur is. Het was geen moment in haar opgekomen dat Fleur er niet zou zijn. Ze opent de deur met de sleutel aan haar bos. Soumia is geen gast, ze is hier nooit een gast geweest. Zodra ze hier een gast wordt, komt ze hier niet meer.
Fleur zit geknield in de woonkamer, naakt. Haar plek tot haar Meesteres zegt dat ze op mag staan en haar vertelt wat ze van Fleur verwacht, wat ze mag. Ze voelt zich nerveus en vreselijk klein, durft haar meesteres niet aan te kijken, niet eens stiekem.
Soumia zet haar tas naast de bank, houdt de stok in de zijden doek in haar handen en kijkt neer op Fleur.
‘Kijk me aan.’
Meteen slaat Fleur haar ogen op, in gespannen afwachting en met één blik weet ze dat dit geen leuke avond gaat worden. Ze slaat haar ogen weer neer, schuldig.
‘Kijk me aan Fleur. Waar was je vanavond?’
‘Uit eten…’
‘Met wie?’
‘… Marc…’
‘Heb je dat gevraagd?’
Fleur schudt haar hoofd en voelt tranen prikken. Soumia zwijgt, loopt naar de keuken waar ze een glas water voor zichzelf inschenkt. Ze houdt zichzelf voor dat dit moet. Fleur heeft dit nodig, meer dan nodig. Het zal haar helpen haar prioriteiten te vinden.
Terug bij Fleur wikkelt ze de zijden doek van de stok en houdt hem voor het gezicht van de vrouw.
Fleur kijkt en drukt er dan een zoen op. Soumia knikt.
‘Je mag gaan staan, je rug naar me toe en je handen om je enkels.’
Fleur twijfelt even. De stok kent ze niet, maar ze weet wat haar Meesteres er mee gaat doen en ook dat ze haar geen tijd geeft om er aan te wennen. Ze zal haar pijn gaan doen.
Toch bukt ze voorover en legt haar handen om haar enkels. Het zal pijn doen, maar de gedachte aan de troostende woorden en handen van haar Meesteres daarna maken dat ze het zal kunnen verdragen.

Soumia aarzelt niet. Zodra Fleur in positie staat laat ze de stok zwaaien. Met een harde pets komt hij terecht op haar billen. Meteen heft ze hem weer, voor nog een klap, net onder de vorige.
Fleur hapt naar adem, kermt en voelt de tranen in haar ogen springen. Ze wil er van weg springen, maar blijft staan. Haar tanden klemt ze op elkaar.
In kort tempo geeft Soumia Fleur zes harde slagen. Recht onder elkaar verschijnen felrode striemen op de blanke huid. Na de zesde slag laat ze haar voorzichtig overeind komen en houdt ze de stok weer voor haar gezicht. Fleur drukt haar trillende lippen op het hout en probeert te verbergen dat ze huilt. Ze wil de huid van haar billen inspecteren, maar Soumia duwt haar naar de hoek van de kamer, draait haar met haar gezicht naar de muur.
‘Hier blijven staan. Je draait je niet om en je praat niet.’
Soumia wikkelt de stok weer in de doek, pakt haar tas en haalt haar laptop eruit. Zonder Fleur nog een blik waardig te gunnen, gaat ze aan de tafel zitten en aan het werk.

Show Buttons
Hide Buttons