Oorverdovend stil

Zonder zich te kunnen bewegen en zonder zich te willen bewegen, staat Wouter naakt tegen de eettafel in zijn eigen woonkamer. Het houten blad onder hem is warm en vochtig van zijn zweet. Ook zijn gezicht is vochtig. Hij kan zich niet herinneren dat hij heeft gehuild. Zijn hele lichaam is een grote, hete bal van vreemde sensaties die hij nog niet eerder heeft ervaren. Het doet hem verlangen naar meer, meer van alles wat ze hem heeft laten ervaren. Het doet hem zelfs verlangen naar de pijn en de vernedering die ze hem laat voelen.
Hij hoort Soumia achter zich. Hij wil dat ze dichterbij komt en hem aanraakt zodat hij nog meer voelt. Tegelijk vervloekt hij haar om alles wat ze hem niet laat voelen en wat ze hem verbiedt te voelen.
De huid van zijn billen brandt, de spieren in zijn armen en benen doen pijn, zijn anus doet pijn, zelfs zijn erectie doet pijn.

‘Wat ben je aan het doen?’
‘Heb ik gezegd dat je mag praten?’
Wouter klemt zijn kaken op elkaar en snuift door zijn neus. Hij voelt haar warmte. Ze knielt naast de tafel en maakt het touw dat de polsboeien onder de tafel aan elkaar bevestigt, los.
Het is alsof haar stem trilt.
‘Je blijft in deze houding liggen tot je de deur achter me dicht hoort vallen Wouter. Dan kun je de blinddoek afdoen en jezelf verder losmaken. Ik laat je weten wanneer je de plug uit mag doen, duidelijk?’
Hij knikt en duwt zijn kiezen nog harder op elkaar. Hij wil niet dat ze weggaat. Haar warmte verdwijnt, haar voetstappen gaan langs hem en de droge piep van de deur naar de hal klinkt scherp door de kamer. De deur naar de galerij hoort hij niet open gaan en hij houdt zijn adem in. Ze is nog niet weg Wat doet ze, waar kijkt ze naar en hoe is de uitdrukking op haar gezicht?
‘Vergeet niet wat ik heb gezegd Wouter.’
Weer knikt hij, schudt dan zijn hoofd. Ze heeft de afgelopen uren zoveel gezegd. Haar stem is zacht, nog steeds met die vreemde trilling.
‘Je komt pas klaar als ik je toestemming heb gegeven en ik wil van je weten hoe je deze hele avond hebt ervaren. Mail het me.’
Dan hoort hij toch de deur naar de galerij, een zachte klik en wegstervende voetstappen op het beton. Dan alleen nog maar stilte. Oorverdovende stilte.

Soumia stapt in de lift. Om haar heen en in haar is het allesbehalve stil. Het raast, het bonkt en schreeuwt en zoekt een uitweg naar buiten. Keer op keer haalt ze diep adem en duwt het terug. De tranen in haar ogen knippert ze weg. Ze heeft zich laten gaan. Ze is over haar eigen grenzen heen gegaan. Ze kan zichzelf wijsmaken dat het los staat van haar eigen behoefte en dat ze Wouter alleen maar heeft gegeven wat hij nodig heeft, maar het is niet waar.
De heilige belofte die ze zichzelf heeft gedaan, is verbroken en dat valt op geen enkele manier goed te praten.

Gehaast stapt ze uit de lift naar buiten. Het duister in haar hoofd wordt dikker en omsluit haar. Ze voelde het als een zware mist op haar vallen toen ze op Wouter neerkeek, toen zijn hijgend uitgesproken woorden als scherpe messen bij haar binnen kwamen.
‘Sekreet! Gemeen, min kutwijf! Je geeft geen ene ...’
Ze had hem het zwijgen opgelegd en zich op laten slokken door de donkere mist. De mist die haar normaal gesproken alert maakt omdat ze weet dat het een risico is.
Ze vergat zijn onervarenheid en zijn onbekendheid met de zweep, zelfs met het speeltje dat ze voor hem had gekocht. Haar voorzichtigheid verdween met iedere ademhaling en met elk geluid dat Wouter maakte.

Zonder de straat voor zich goed te zien, geeft ze gas. Haar hoofd is wazig en zal wazig blijven tot ze daar mee af rekent, tot ze daar mee af laat rekenen en ze weet precies hoe ze dat moet doen.
Ze klemt haar handen om het stuur tot haar vingers pijn gaan doen. Het is te vroeg, maar het moet en nu die gedachte zich in haar hoofd heeft gezet, voelt ze haar huid gloeien.
Soumia weet dat het komt door het bezoek van Adnan en door zijn boodschap. Met een paar woorden is alle zekerheid onder haar weggeslagen en daarmee ook de controle die ze heeft, verdwenen.
Driftig schudt ze haar hoofd. Het mag niet. Ze heeft het destijds goed geregeld en zichzelf ervan overtuigd dat het nooit meer terug zou komen. Het had niet terug mogen komen en ze kan het niet gebruiken.

Soumia rijdt harder dan ze zichzelf toestaat en nog lijkt de rit naar huis een eeuwigheid te duren. Ze parkeert slordig, grijpt haar tas en met haar telefoon in haar hand rent ze naar de voordeur.
Met bevende vingers opent ze de voordeur. Het maakt niet uit. De controle is ze toch al kwijt en de enige manier dat ze die weer terug kan krijgen …
Ze weet dat het de enige manier is.
Haar vingers kiezen de sneltoets en met ingehouden adem hoort ze telefoon overgaan, drie keer, dan een korte klik.
‘Het kan beter heel belangrijk zijn dat je me op dit tijdstip belt. Spreek.’
‘Kan het nu?’
Soumia hoort hoe zwak haar stem klinkt en geeft zich er aan over. Ze hoeft zich niet meer groot te houden, niet op dit moment. Als hij nee zegt breekt ze toch wel.
‘In plaats van?’
‘Nee, dat blijft staan, ook dan. Kan het?’
Het blijft lang stil en Soumia sluit haar ogen, wacht op de verlossende woorden.
‘Ik kom eraan, is alles klaar?’
‘Als je hier bent wel.

Soumia verbreekt de verbinding en haast zich naar de keuken waar ze als een bezetene ijsblokjes fijn begint te hakken. Haar voorraad verse citroenen, wekelijks vervangen alleen maar voor dit moment. Ze perst de vruchten tot ze een grote kan, lichtgeel sap heeft en de ruimte zich vult met de zoetzure geur. In de marmeren vijzel vermaalt ze gedroogde pepers. Het poeder lost ze op in het sap, het ijsgruis voegt ze toe en ze zet de kan in de vriezer, naast de fles Wodka, ook voor deze gelegenheid. Het is de enige drank die hij wil drinken als hij bij haar is.
In haar slaapkamer kleedt ze zich uit, langzaam. Haar kleding vouwt ze op en hangt ze op de daarvoor bestemde hangers. Haar schoenen bij de andere, onder in de kast.
Op het glanzende parket in de woonkamer zet ze de zilveren kandelaars met twee nieuwe kaarsen klaar. Ze steekt ze aan en ziet de vlammetjes eerst bijna lijken doven voor ze weer fel en helder opvlammen. Het wordt al rustiger in haar hoofd, al is het nog verre van stil.

Ze verlangt naar een oorverdovende stilte.

Show Buttons
Hide Buttons