Bloed voor bloed

Haar ogen zijn dicht en haar gezicht is vermoeid en bleek. De geluiden vanuit de gang komen gedempt door de dichte deur. In de kamer ernaast hoort ze zachte stemmen en het gehuil van een baby. Ze opent haar ogen als er op de deur geklopt wordt. De verpleegster komt weer binnen. In haar armen draagt ze een bundeltje dekens. Soumia knikt. Al die maanden wist ze het zeker. Het hoefde niet. Dat veranderde op het moment dat ze met al haar kracht het kleine, warme lijfje uit haar lichaam had geduwd en de baby glibberend naar buiten was gegleden.

Plotseling wilde ze het zien en vasthouden. Heel even. Ze wilde kennis maken met het wezentje dat ze al die maanden bij zich had gedragen en waar ze met haar lichaam voor had gezorgd.

De verpleegster had het bij haar weggehaald zodra het begon te huilen. Zoals was afgesproken. Soumia had haar tegengehouden.
‘Heel even…’
De vrouw had geknikt. Ze tilde de naakte baby op en nam het mee naar de kamer naast die van Soumia.
‘Ik kom haar zo bij je brengen.’
Een meisje. Soumia wilde het niet weten. Ze wist het nu toch. Een meisje. Misschien wel een kopie van haarzelf. Een miniversie. Misschien ook wel niet.

Ze gaat rechtop zitten, duwt de kussens stevig in haar rug en opent haar armen voor het kleine bundeltje dekens. De verpleegster legt het kindje in de open armen.
‘Het kan heel even.’
Soumia kijkt haar aan. ‘Zijn de ouders er al?’
Ze weet dat de ouders er al zijn. Zodra de eerste weeën begonnen, zijn ze op de hoogte gesteld. Ze hebben gewacht tot het kindje geboren werd.
Soumia kent hun namen niet. Dat wil ze niet en ook dat is volgens afspraak. Haar handtekening staat al onder de papieren. Ze doet afstand van de baby. Nu en altijd. Mocht het kindje ooit willen weten wie en waar ze is dan is het aan de ouders om dat te vertellen.
Ze kijkt naar het kleine, rode gezichtje. Het neusje is een beetje plat, de oogjes zijn dicht en de huid is gerimpeld. Ze vindt het geen mooi kindje.
‘Hebben ze haar al een naam gegeven?’
De verpleegster kijkt haar aan en schudt haar hoofd. Soumia gelooft haar niet. Natuurlijk hebben ze dat gedaan. Ze hoeft het ook niet te weten. Deze baby is niets van haar, niets meer dan haar bloed. Dat bloed kruipt waar het niet gaan kan, gelooft ze niet. Dit kindje zal geen weet van haar hebben. Zij zal alleen maar weten dat het bestaat. Misschien dat ze zelfs dat ooit zal vergeten.
Toch vindt ze het prettig dat ze de baby gezien heeft. Ze weet nu dat het gezond is en dat het bij geschikte mensen terecht komt. Mensen voor wie ze een dochter kan en mag zijn. Van Soumia mag en kan ze niets zijn.

‘Neem haar maar mee. Het is goed zo.’

Zonder iets te zeggen pakt de verpleegster het kindje van haar over en verdwijnt weer door de deur naar de andere kamer. Soumia sluit haar ogen. Het is goed. Ze is blij dat het voorbij is. Blij dat ze haar leven weer op kan pakken waar het, ruim zeven maanden geleden, een andere richting op leek te slaan. Een richting die niet bij haar en haar plannen paste. Over een paar dagen kan ze weer naar de faculteit, terug van een broodnodige vakantie. Niemand zal het weten. Niemand hoeft het te weten.

Soumia sluit haar hand om het gouden kruisje dat om haar nek hangt. Niemand weet het. Alleen zij en Hij. Dit besluit had ze nooit kunnen nemen als ze zich niet tot Hem had gekeerd. Hij heeft haar laten voelen dat dit de enige, juiste beslissing is. Niemand anders zou het begrijpen.
Hij heeft haar vergeven. Door zich tot Hem te keren en zich aan Hem te geven, heeft hij haar vergeven en als de tijd daar komt dan zal Hij haar redden.

In de ogen van haar ouders en hun God zou zij nu al reddeloos verloren zijn.

*

Soumia slaat haar ogen op. Ze voelt het zweet onder haar oksels, onder haar naakte borsten en in haar knieholtes. Haar knieën zijn pijnlijk en haar rug en schouders branden. Ze knikt en buigt haar gezicht naar de grond. Ze weet dat ze heeft geschreeuwd. Ze weet ook dat ze nog harder zal gaan schreeuwen. Diep haalt ze adem en ze strekt haar armen langs haar oren, de palmen plat op de grond.
Dit moet. Het is nodig om Zijn vergeving te blijven verdienen. De boete die ze zichzelf voor Zijn ogen doet, is enkel de vergeving om wat ze Fleur en Wouter aan doet. Deze boete is voor de vergeving die Hij haar al veertien jaar lang geeft. Niet omdat ze afstand heeft gedaan van het kindje. Daar heeft ze in Zijn ogen geen kwaad mee gedaan. Het is de boete die ze doet voor het feit dat ze al veertien jaar lang geen moment van berouw heeft gevoeld. Zonder ook maar één keer om te kijken heeft ze afstand gedaan van haar bloed. Het bloed van haar bloed.
Vanavond was het nodig. Ze heeft zich laten gaan, ook daar moet ze voor gestraft worden. Dat ze zich heeft laten gaan komt door de herinneringen aan dat moment, door het korte bezoek van Adnan eerder. Ze staat zichzelf toe om één keer per jaar aan die dag terug te denken en dan moet ze gestraft worden. Opdat ze het nooit zal vergeten. Ze mag nu ook niet vergeten wat ze Wouter vanavond heeft aangedaan. Ze mag niet vergeten dat ook dat nooit meer mag gebeuren

De man kijkt naar de naakte vrouw op de grond. Hij zegt niets en vraagt niets. Hij vraagt nooit iets. Ook niet nu ze hem midden in de nacht heeft gebeld met de vraag of hij kan komen. Hij ziet de striemen op haar rug en de kapotte huid. Op sommige plekken sijpelt helder bloed naar buiten. Ze heeft geknikt, ze is er klaar voor. Hij weet dat ze er klaar voor is. Ze is er altijd klaar voor, al veertien jaar lang.
De zoet zurige geur van citroen stijgt op uit de hoge brede kan voor hem op tafel. Voorzichtig legt hij de zweep naast haar op de grond. Even ziet hij haar schouders schokken. Ze bereidt zich voor op wat komen gaat.
Deze nacht is hetzelfde als alle andere. Het enige verschil is dat hij hier nu over een aantal weken weer zal zijn. Deze keer zit er niet een heel jaar tussen. Voor de rest is het als alle andere nachten. Ze laat hem binnen met een strak gezicht en gaat naakt op de grond zitten, tussen de twee zilveren kandelaars met haar rug naar hem toe. Hij twijfelt nooit over het hanteren van de zweep, hij twijfelt nooit over de kracht van zijn slagen.
Hij twijfelt ook niet als hij de glazen kan optilt en langzaam het lichtgele sap over de gehavende rug van Soumia laat lopen. De kou zal de wonden op haar lijf samen doen trekken, het sap zal erin bijten en de peper zal branden. Het is hoe zij het wil.
Hij negeert haar geschreeuw en blijft langzaam schenken tot de kan helemaal leeg is. Zijn hand volgt het gekronkel van haar rug. Geen druppel mag verspild worden. Zo is het afgesproken. Het is hoe zij het wil.

In één teug drinkt hij het glas wodka dat ze voor hem heeft klaar gezet, leeg. Nog even kijkt hij naar haar trillende lijf.
Haar gejammer en gehuil klinkt nog als hij zijn jas pakt en de voordeur achter zich dicht trekt.

Show Buttons
Hide Buttons