De waarheid

Verward kijkt ze om zich heen. Haar hoofd doet pijn en haar keel voelt rauw. Ze is niet in staat om iets te zeggen en ze heeft het koud. Verbaast merkt ze dat ze naakt is. Over haar huid ligt een vochtige waas.
Ze ziet de afkeurende gezichten van haar ouders, haar broers en haar zussen. Wouter en Fleur keren zich van haar af en lopen weg. Ze wil ze tegenhouden, maar een gemene steek in haar heup houdt haar op haar plek.
Adnan duwt haar op haar knieën, met haar gezicht naar de grond. In de zilveren kandelaars staan bloedrode kaarsen. Het zijn niet de juiste kleuren. Wanhopig slaat ze haar ogen op naar de muur voor zich, Adnan duwt haar hardhandig terug. Ze probeert zich onder zijn handen uit te worstelen en ziet de voeten van de mensen om haar heen dichterbij komen.
‘Wat is er zus? Ben je vergeten met welke boodschap de profeet kwam?’
Handen duwen haar naar de grond en raken de gekwetste plekken op haar rug. Ze proeft zand en stof. Haar heup doet pijn en heet zweet stroomt langs haar lichaam. Stemmen mompelen woorden die ze niet kan vangen. Adnan blijft haar tegen de grond duwen. Zijn woorden zijn het zout in haar wonden en ze worden overgenomen door de andere stemmen. Haar hele lijf gloeit, haar heup klopt en bonst pijnlijk. Heet water plenst over haar heen. In haar ogen, neus en oren. In de naakte, open holtes van haar lichaam.
Ze wil protesteren en roepen dat ze natuurlijk niet is vergeten wat Zijn boodschap is, maar dat ze er niet in gelooft. Het werkt niet voor haar. Ze is niet goddeloos en ook niet verloren. Ze heeft haar leven in de handen van de zoon gelegd en Hij heeft haar al haar zonden vergeven. Hij vergeeft haar elke dag weer.

Ook haar mond loopt vol met het water, dik vloeibaar voelt ze het langs haar gehemelte glijden en het belet haar te spreken. Ze wordt vastgehouden, door Adnan. Haar jongste broer, haar zussen. Haar ouders kijken haar minachtend aan en rapen de keien op die aan hun voeten liggen.
‘Erken dat hij de enige is!’
De keien raken haar niet, maar ploffen vlak voor haar neer en plotseling laten haar broers en zussen haar los, alsof ze een melaatse is.
‘Haar zonden zullen op ons afketsen! Ze is slecht, een slechte vrouw. Laat haar wegrotten zoals ze haar eigen vlees en bloed liet wegrotten.’

De stilte die volgt doet pijn aan haar oren. Het duister pijn aan haar ogen. In een klein streepje licht ziet ze het gezicht van Adnan.
‘Ik geloofde in je Soumia, maar je hebt al die jaren tegen me gelogen. Ze hebben gelijk. Je verdient het hier weg te rotten, eenzaam en vergeten.’
Een deur wordt dichtgeslagen en het donker valt over haar heen. Ze vliegt achter zijn stem aan.
‘Nee! Adnan!’

Een koele hand verschijnt op haar voorhoofd, armen bieden haar steun. Een glas tikt tegen haar tanden. Ze drinkt gulzig. Haar keel voelt als schuurpapier. IJskoude druppels vallen op haar borst en doen haar huiveren. Stemmen om haar heen. Ze herkent de stem van haar broer. De andere stemmen herkent ze niet.
‘Ik had geen idee, waarom is ze hier?’
Een zachte stem, die hakkelend verteld over de stamcel-donatie. Soumia wil haar hand opheffen om de stem het zwijgen op te leggen. Ze is niet bij machte haar arm op te tillen als ze de vragen hoort.

Waarom?
Voor wie?

In haar hoofd ziet ze het gezicht van Adnan. Zijn scherpe neus en kaaklijn, zijn donkere wenkbrauwen. Een dwingende blik waardoor je het gevoel hebt dat je wel moet zeggen wat er op je hart ligt.
Ze hoort aan zijn stem dat hij geagiteerd en verontwaardigd is.
Waar is ze en waarom is Adnan hier? Waarom helpt hij haar niet. Hij is de enige die haar altijd heeft geholpen.

Adnan kijkt naar Soumia. Haar ademhaling gaat snel, maar al rustiger dan gisteren. Zijn ogen zijn zwaar en branden, de spieren in zijn benen en rug voelen stijf. Stil staat hij op. Hij wil haar eigenlijk niet alleen laten, maar hij moet naar buiten. Weg uit deze kamer en weg van de verwarrende sfeer en de blikken van het verplegend personeel.
Hij weet dat hij het zich verbeeldt, maar soms denkt hij dat ze hem verwijtend aankijken en dat gesprekken stilvallen op het moment dat hij langsloopt.
Nog steeds is hij verbijsterd. Het telefoontje, eergisteren, aan het begin van de avond. Hij zou juist met Farid en Naomi aan tafel gaan. Als hij geen telefoontje van de planner van zijn werk had verwacht, had hij niet opgenomen. Als het belangrijk is bellen ze meestal wel terug.
Zijn hart had een aantal slagen overgeslagen toen hij begreep dat Soumia in het ziekenhuis lag. Hij dacht aan een ongeluk. Niet begrijpend vroeg hij over welke ingreep ze het hadden. Soumia had niets verteld over een ziekenhuisopname en een ingreep. Veel wijzer werd hij niet. Er waren complicaties opgetreden. Op zich niet vreemd, maar de koorts bleef erg hoog, en in haar ijlslaap had ze om haar broer geroepen, meerdere malen. Het ziekenhuis had nog de nodige moeite gehad hem op te sporen, aangezien Soumia als eerste contactpersoon een onbekende naam en een niet bestaand nummer had gegeven. Het moest een vergissing zijn. Het ziekenhuis had een verkeerde naam gekregen. Als Soumia naar het ziekenhuis had gemoeten, dat had ze dit aan hem verteld. Toch?
Naomi probeerde hem gerust te stellen en zei dat het een misverstand moest zijn. Hij hield zich vast aan die gedachte, ondanks dat zijn gevoel hem iets heel anders vertelde. Het begon met de telefoontjes van die Stichting. Hij had ze opgezocht op internet en maakte zichzelf wijs dat het voor haar werk was. Een onderzoek, misschien wel een schenking. Weer ziet hij haar gezicht toen hij haar vertelde over de telefoontjes. Er was toen al reden voor bezorgdheid en nu dit. Nog meer zorgen en nog meer vragen.

Vragen waar hij al snel een antwoord op kreeg.
Zijn zus, een dochter!? Een dochter van veertien, afgestaan ter adoptie? Razendsnel ging hij terug in de tijd. Haar verblijf van twee maanden in België, voor een stage. Ze was vermoeid geweest toen ze terugkwam, vermoeid, bleek en mager. Een fikse griep was de oorzaak geweest.
Hij had een nichtje, zijn vader en moeder nog een kleinkind. Een kind dat vreselijk welkom was geweest in de familie, zoals zijn zoon welkom was geweest en de kinderen van zijn broer en zussen. Het bloed van Soumia, van hemzelf en zijn ouders. Weggegeven aan vreemden. Mensen die het om wat voor een reden dan ook niet gegeven was om kinderen te krijgen. En dat kind is nu ernstig ziek.
Hij heeft de ouders gesproken, een man en een vrouw, iets ouder dan hij zelf. Ze vertelden hem over de adoptie en de volledige afstand die Soumia nam. Hun liefde voor het kind was voelbaar en de dankbaarheid ook. Om toen en nu. Onbaatzuchtig, zonder er iets voor terug te willen. Zonder zich in het leven van het kind te willen mengen.

Waarom heeft ze hem hier niet bij betrokken en waarom heeft ze hem nooit iets verteld. Ook nu niet! Waarom heeft ze het kind niet aan hem en Naomi gegeven? De moeite die ze hebben moeten doen voor Farid. Zwanger worden ging voor Naomi niet vanzelf en wanneer ze dan eindelijk zwanger was, leek het alsof haar lichaam de foetus als een indringer zag, een indringer die zo snel mogelijk uitgeschakeld moest worden, met diverse miskramen als gevolg. De hoop toen haar lichaam het kindje eindelijk vast wist te houden, tot met negenentwintig weken de weeën in alle hevigheid begonnen en ze een prachtig, gaaf maar levenloos meisje op de wereld zette. Het was kort voor Soumia naar België vertrok. Naomi was een schim van zichzelf en hij was serieus bang dat hij haar ook kwijt zou raken.
Als Soumia het kind aan hem en Naomi had gegeven dan had het veel van de pijn kunnen verzachten, het had een grote zus kunnen zijn voor Farid die pas acht jaar later geboren mocht worden, na nog drie miskramen. Het kind had op kunnen groeien binnen de eigen familie en was omringd geweest door eigen vlees en bloed.

Waarom heeft ze er nooit met een woord over gesproken? Haar tranen om het verdriet van hem en Naomi. Een leugen, net zoals haar daad van nu een leugen is. Onbaatzuchtig? Er is niets onbaatzuchtig aan. Soumia is egoïstisch. Ze wil zich niet in het leven van het kind mengen? Ze heeft zich er nooit in willen mengen en ze heeft er geen traan om gelaten. Hij had het geweten als dit wel zo was.
Soumia heeft afstand genomen van het enige dat er toe doet. Ze heeft zichzelf en haar familie verloochent. Net als toen.

Adnan snuift. Toen heeft hij haar de hand boven het hoofd gehouden. Dat ze van haar geloof was afgestapt, het geloof van hem en zijn ouders. De rest van zijn familie was star, hij niet. Er is maar één God en die God heeft vele gezichten en luistert naar vele namen.
Maar dit?

Met grote stappen beent hij terug naar de lift en de kamer waar Soumia ligt. Hij wil dat ze hem als eerste ziet als ze haar ogen open doet. Hij wil dat ze weet dat hij het weet.
Ze had het hem moeten vertellen. Hij had haar kunnen helpen, samen met Naomi. Zij hadden voor het kind zullen zorgen. Het had zijn naam gekregen, de naam van de familie. Ze had het kunnen zien opgroeien zonder geheimzinnigheid.

In het schemer staart hij naar het gezicht van zijn zus en het is alsof hij haar voor het eerst ziet. Wat heeft ze nog meer voor hem verzwegen?

Show Buttons
Hide Buttons