Familie

Alles gaat in een waas langs haar heen, alsof ze in een grote luchtbel zit. Soms wordt ze uit bed geholpen en ondersteunt door koele handen. Ze plast op het toilet terwijl dezelfde handen haar helpen. Haar oververhitte lichaam wordt met een vochtige spons afgenomen en haar haren worden voorzichtig geborsteld. Op het bed liggen frisse, schoongewassen lakens. Af en toe verschijnen er gezichten naast haar bed. Witte jassen, vriendelijke ogen en een glimlach. Ze denkt dat ze haar ouders ziet, maar ze weet het niet zeker. Naomi zit een tijdje naast haar bed en houdt haar hand vast. Adnan ziet ze altijd, maar ook van hem weet ze niet of hij er echt wel is.
Stemmen, bekend en onbekend fluisteren zacht, maar net niet zacht genoeg. Flarden van zinnen en losse woorden dansen door haar koortsachtige dromen.

Te hard voor haar
Gelogen
Bloemen
Jaren gelogen!

Soms weet ze waar ze is, soms niet. Soms herkent ze de stemmen, soms niet. Soms kan ze haar ogen open krijgen. Vaker niet.

Adnan zit aan haar bed, als een trouwe hond. Bijna twee dagen en nachten al. Hij slaapt niet, kijkt alleen maar naar Soumia en is getuige van haar onrustige dromen. Woorden die ze mompelt, namen. Iemand van haar werk, misschien zelfs wel haar protegé, zoals hij het is gaan noemen. Soms gilt ze, alsof ze pijn heeft, veel pijn.
De artsen hebben hem verzekerd dat het niet zo is. De littekens op haar rug, het zijn oude plekken, sommige wat verser, maar allemaal geheeld. De plek in haar heup, waar de grote naald naar binnen is gegaan, het ziet er goed uit. Ze heeft een verwaarloosde longontsteking. Mogelijk heeft zijn zus niet goed voor zichzelf gezorgd en de signaleren genegeerd.

Soumia heeft zoveel genegeerd. En ze heeft al die jaren gezwegen.
In zijn hoofd gaat hij steeds weer terug naar die ene avond dat hij haar kwam vertellen van het telefoontje. Ze had het hem toen moeten vertellen. Het was haar kans geweest om haar zwijgen te doorbreken. Om hem eindelijk te vertellen van haar beslissing en hem uit te leggen waarom ze deze keuze heeft gemaakt.
Naomi probeert hem over te halen naar huis te komen en wat te rusten. Hij moet ook aan zichzelf denken en Soumia zal hem nodig hebben als de koorts voorbij is.
‘Ze heeft mij niet nodig. Ik weet niet wat ze wel nodig heeft, maar ik ben het niet. Ze heeft me nooit nodig gehad, anders had ze me dit wel verteld.’
‘Val haar niet te hard Adnan. Je kent haar beweegredenen niet en al zou je die wel kennen. Je zegt het zelf altijd. Helemaal zeker weten kun je het nooit, wat iemand ook vertelt.’
‘Ze heeft gelogen Naomi! En juist toen … jij, met al je verdriet … het had zoveel goed kunnen maken.’
‘Dat weet je niet en wij hebben Farid. Farid heeft alles goed gemaakt.’
Geïrriteerd schudt hij haar hand van zijn arm. Alles had eerder goed kunnen komen, veel eerder. Zijn angst om Naomi kwijt te raken, de aanslag op haar lijf en het verdriet om elke keer weer een miskraam. Alsof het hen niet gegund was.

Farid heeft veel goed gemaakt, maar niet alles. Hij heeft alle jaren niet uit kunnen vegen. Soumia had dat wel kunnen doen. Hij en Naomi hadden van het kind gehouden alsof het van henzelf was geweest. Niemand had beter en meer van het kind kunnen houden. Bij niemand was het meer gewenst geweest.

‘Soumia is geen slecht mens Adnan, niet slechter dan jij of ik. Ze is simpelweg mens en een mens maakt keuzes. Soms verkeerde keuzes. Dat dit nu bij haar terugkomt, op deze manier, daar zal een bedoeling achter zitten, misschien wel een les. Soumia moet zelf ondervinden welke les dat is, maar ze is niet slecht. Slechte mensen krijgen niet zoveel bloemen, zelfs de burgemeester is geweest. Ze heeft je wel nodig, nu meer dan ooit.’
‘Ze wil het kind niet ontmoeten.’
‘Ook dat is haar keuze.’
‘Dat is het niet! Ze is ook mijn vlees en bloed en ik wil weten wie ze is zodat ik haar een volgende keer zal herkennen. Ze moet weten dat wij ook haar familie zijn, nog veel meer haar familie zijn.’
‘Luister eerst naar Soumia voordat je iets doet of zegt waar je later spijt van krijgt.’
‘Ze heeft gelogen! Al die jaren gelogen!’
‘Ze heeft het verzwegen en je hebt het haar nooit gevraagd. Je hebt altijd iets vermoedt, Adnan. Als ze beter is dan kun je het haar vragen, maar doe niet alsof je helemaal niets hebt geweten. En je hebt haar rug gezien en de littekens. Het lijkt me dat ze al een manier heeft gevonden om zichzelf te straffen.’
Ze keek hem niet meer aan en ging naast Soumia zitten, haar hand in die van haar.
Hij voelde zich onbegrepen. Naomi had altijd achter hem gestaan, begrip opgebracht voor zijn gedachten, zijn gevoel. Ze keerde zich van hem af, boos op zijn gevoelens, op zijn pijn.

Nu kijkt hij naar zijn zus. Een vreemde vrouw in een ziekenhuisbed. Ziek omdat ze niet goed voor zichzelf heeft gezorgd. Ziek omdat ze al die jaren haar mond heeft gehouden.
Zijn ouders waren hier geweest, bezorgd en angstig. Hij had het niet over zijn hart kunnen krijgen om het ze te vertellen. Als hij het al niet begreep, dan zijn ouders zeker niet en hoe moest hij het zijn broer vertellen, zijn twee andere zussen.
Soumia heeft al voor genoeg opschudding gezorgd in de familie.

Soumia haar ogen zijn open. Adnan ziet het niet, het is schemerig in de kamer. Ze houdt zich stil en haar ademhaling rustig. Hij is er wel. Hij is er al die tijd geweest en hij weet het. Hij kent haar grote geheim. Het geheim dat ze diep begraven had. Zo diep dat het soms zelfs geen onderdeel meer van haar was geweest en dat ze het echt even kon vergeten.
Haar hoofd is nog wazig, alsof er watten in zitten, maar ze weet dat het allemaal echt is. De stemmen, de gezichten, de woorden die ze heeft gehoord.
Geen geheimen meer, voor niemand geen geheimen meer.

‘Adnan?’
Zijn hoofd schiet omhoog en heel even ziet de opluchting zijn zijn ogen. Hij wil opstaan, bedenkt zich en gaat rechtop zitten.
‘Je ben wakker.’
‘Hoe laat is het?’
‘Bijna acht uur.’
‘Welke dag?’
‘Donderdag.’
Dinsdag was de ingreep. Ze ligt hier al sinds dinsdag, morgen is het vrijdag.
‘Mijn werk …’
‘Op de hoogte.’ Hij gebaart om zich heen. Bloemen en kaarten. ‘Iedereen hoopt dat je er snel weer bovenop komt.’
‘Kom ik er weer bovenop Adnan?’
‘Natuurlijk.’
‘Ben jij er dan ook?’
Hij kijkt haar aan, maar geeft geen antwoord op haar vraag.
‘Waarom heb je nooit iets gezegd. Waarom heb je toen niets gezegd.’
‘Ben jij er dan ook Adnan?’
Hij hoort een zweem van paniek in haar stem en staat op.
‘Ik zal de verpleging roepen, ze zullen willen weten dat je wakker bent …’
‘Adnan!?’
Bij de deur draait hij zich om.
‘Zorg eerst maar dat je helemaal beter bent. Praten kan altijd nog.’
‘Ik wil graag nu praten, ik wil je uitleggen waarom …’
‘Je weet me te vinden Soumia, beterschap. Ik zal de rest vertellen dat je wakker bent, en koortsvrij. Papa en mama hebben zich vreselijke zorgen gemaakt.’
Ze kijkt naar de dichte deur.
Hij keert zich van haar af. De enige persoon die altijd naast haar heeft gestaan, keert zich nu van haar af. Vol verwijten. Ze hoorde het aan zijn stem. Het maakt niet uit wat ze hem vertelt.
Haar hart springt op als de deur weer open gaat, een verpleger komt binnen.
‘Mevrouw Zamora, wat fijn om u weer rechtop te zien zitten. Hoe voelt u zich?’
‘Een beetje wazig nog, maar verder goed, geloof ik.’
‘Dat is mooi, ik wil graag even uw temperatuur opnemen als u dat goed vindt.’
‘Is mijn broer er nog?’
‘Ik zal straks even kijken, eerst eens zien of de koorts inderdaad gezakt is. Wilt u wat drinken?’
Soumia hoort de verpleger niet meer. Adnan is weg en hij komt niet meer. Het is aan haar en ze weet dat ze hem niet meer zal zien als ze blijft volharden in haar stilzwijgen.

Show Buttons
Hide Buttons