Niet waar ze gaat

Soumia staat achter haar zus, haar tas tegen zich aangeduwd. Saïda opent de deur en tilt de grote weekendtas op. Ze gebaart dat Soumia naar binnen kan lopen.
‘Georgio heeft de logeerkamer voor je in orde gemaakt, mocht je nog wat nodig hebben, geef maar een gil, dan zorg ik dat het in orde komt.’
Soumia blijft staan. ‘Dit is echt veel te veel moeite Saïda, ik kan prima voor mezelf zorgen. Het is niet nodig dat …’
‘Ja, dat heb je ook geweldig laten zien. Ben je vergeten wat de artsen hebben gezegd? Je hebt niet goed voor jezelf gezorgd! Je hebt vijf dagen in het ziekenhuis gelegen. De komende week blijf je hier, punt uit.’
‘Ik moet aan het werk.’
‘Je moet helemaal niets. Eerst aansterken, daarna komt de rest. Je ziet eruit als een geest.’
Soumia weet dat het geen zin heeft. Haar hele familie bekommert zich om haar welzijn. Haar hele familie, behalve Adnan.
‘Heb je Adnan gesproken?’
‘Ook Adnan kan wachten. Hij is boos en teleurgesteld, je moet hem even de tijd geven.’
‘En jij?’
Saïda kijkt haar aan, haalt dan haar schouders op. ‘Je zal destijds hele goede redenen gehad hebben, daar twijfel ik niet over. Ik vind het jammer dat je niemand van ons in vertrouwen hebt genomen.’
‘Ik denk niet dat dit iets aan mijn beslissing had veranderd.’
‘Je had iemand naast je gehad …’
‘Je had het niet begrepen…’
‘Misschien niet, maar dat is niet het belangrijkste toch? Ik had je kunnen steunen. Ik, Adnan, de rest. We hadden je allemaal kunnen steunen.’
Soumia schudt haar hoofd. ‘Je bent vergeten wat er is gebeurd toen ik me liet dopen?’
‘Jemig Soumia, ik was nog geen vijftien, wat wist ik nou. Wat papa en mama ons geleerd hadden, dat was de waarheid. Je weet ook wel dat we geen flauw idee hadden, Zaïd en Ikram helemaal niet. Dat Adnan altijd achter je is blijven staan? Nou ja, jullie waren altijd al close en samen ook een beetje zonderling. Het was altijd jullie tegen de rest.’
Saïda glimlacht. ‘Dat is nog steeds zo, Adnan verdedigt jou altijd en jij hem ook. Sommige dingen veranderen niet, andere dingen juist wel. Je had het niet alleen hoeven doen…’
‘Adnan verdedigt mij niet meer.’
‘Jawel hoor, alleen hij mag zich negatief over je uitlaten,  anderen krijgen nog steeds de wind van voren.’
Met zachte dwang duwt Saïda haar oudste zus naar boven en naar de logeerkamer. Er ligt een kleurig sprei op het tweepersoonsbed en kussens in warme tinten.
‘Ga rusten, je hebt het nodig. Ik kom je halen als we gaan eten.’
Ze kijkt Soumia aan. ‘En … geen werk. Lees wat, bel je vrienden om ze te vertellen dat je nog leeft, wat je wilt, maar geen werk oké?’
Soumia lacht en knikt. ‘Oké.’
‘Beloof het.’
‘Ik beloof het.’
Zodra de deur dicht valt haalt ze haar telefoon uit haar tas. De batterij is al dagen leeg. Ze pakt haar lader uit de weekendtas en haar laptop. Soumia heeft geen vrienden. Haar werk, haar familie, Fleur en nu ook Wouter, meer heeft ze niet nodig. Adnan is familie, niet meer of minder dan de anderen, maar het is waar wat Saïda zegt. Hij heeft altijd een speciaal plekje gehad. Als hij zich van haar afkeert …
En dan het kind … Nu haar hele familie het weet, wille ze ook weten wie ze is. Soumia heeft toegestemd in een ontmoeting. De ouders, samen met het meisje. Haar ouders willen dolgraag het kleinkind ontmoeten dat ze nooit hebben gekend. Soumia schudt haar hoofd.
Het idee roept geen warme gevoelens bij haar op. Het is een kind, niet anders dan andere kinderen. Het kind heeft ouders die van haar houden. Soumia heeft geen behoefte aan contact, aan een band. Ze heeft die behoefte nooit gehad. Ze weet dat het egoïstisch is, maar ze is blij dat het meisje voorlopig nog in het ziekenhuis moet blijven. De eerste weken na de transplantatie is de kans op infectie het grootst. De ouders zullen contact met haar opnemen wanneer ze uit het ziekenhuis mag. Dan is het vroeg genoeg om een datum te plannen.

Soumia wilde niet harteloos over komen toen de ouders haar vroegen of ze op de hoogte gehouden wilde worden van het herstel van hun dochter. Ze had haar mailadres gegeven. Natuurlijk wilde ze weten hoe het met het meisje zou gaan. Ze hoopt ook echt dat de transplantatie is geslaagd en dat het meisje opgroeit tot een gezonde en gelukkige vrouw. Ze heeft alleen geen behoefte om deel uit te maken van dat proces. Dit was een onvoorziene tussenstop. Ze heeft haar plicht gedaan. Haar leven kan weer verder, zoals het altijd verder is gegaan. Het is hoe ze het wil. Alleen verantwoordelijk voor dat waar ze zelf voor kiest. Nooit voor de dingen die haar overkomen.
Deze hele situatie, ze is alle controle kwijt en het maakt haar onrustig. Ze kent de geluiden in en rond dit huis niet. Eten terwijl haar zus en zwager bij haar aan tafel zitten. Het is een beeld waar ze zich niet prettig bij voelt. Praten over hoe ze zich voelt, misschien zelfs wel praten over het verleden. Soumia wil dat niet. Ze kijkt niet achterom. Dat is niet waar ze heen gaat.

Ze start haar laptop op en zet haar telefoon aan. Tientallen gemiste oproepen. Van Adnan en haar werk, al meer dan vijf dagen geleden. Ook berichten van Fleur en Wouter. Fleur eerst vragend, waar ze is en of alles goed gaat. Steeds wanhopiger tot het laatste berichtje. Eergisteren.
‘Ik heb het Mark verteld. Ik wil U graag zien. Ik heb U nodig.’
Soumia zucht en sluit even haar ogen. Fleur is één van de verantwoordelijkheden waar ze voor heeft gekozen. Ze had er voor haar moeten zijn. Dit zal moeilijk voor haar geweest zijn, nog steeds moeilijk zijn. Dat is wat er gebeurt wanneer zaken haar overkomen. Ze is niet meer in staat om te blijven zorgen voor dat wat er echt toe doet.
Ze kijkt op haar horloge. Fleur is waarschijnlijk aan het werk. Snel tikt ze haar een berichtje.
‘Waar ben je?’

De berichten van Wouter beginnen ook vragend en worden dwingender, ronduit onbeleefd en respectloos.
Hij heeft haar niet nodig. Hij gaat zijn eigen wel wel als dat is wat ze wil en zijn laatste bericht is de druppel die bij haar de emmer doet overlopen.
‘Er zijn genoeg vrouwen die mij willen, die graag bij me willen zijn. Ik heb jouw aandacht niet nodig.’

De mailtjes in haar inbox bewijzen het tegendeel. Hij schrijft hoe hij hun laatste ontmoeting heeft ervaren. Hoe geil hij het vond, hoe opgewonden hij was … nog steeds is als hij terugdenkt.
Hij smeekt haar om toestemming, smeekt haar weer bij hem te komen, is boos omdat hij geen antwoord krijgt en geen toestemming.
De mail dat hij het heeft gedaan zonder toestemming, meerdere malen zelfs. Dat hij uit eten is geweest met een vrouw, een vrouw die niets liever wil dan, een vrouw die hij misschien wel gaat geven waar ze naar verlangt. Soumia wil het toch niet.
Ze zal zich later om Wouter bekommeren. Als hij denkt dat hij haar niet nodig heeft, dan kan hij nog wel even zonder haar. Fleur heeft nu haar prioriteit.

Ze checkt toch haar werkmail en belt haar assistent. Een aantal afspraken die verzet moeten worden. Stukken die ze moet lezen. Ze zoekt een online radiostation, laat de muziek zachtjes spelen. Het boek uit haar koffer ligt opengeslagen naast haar.
Ze weet dat ze het heeft belooft, maar haar werk is haar leven. Als ze zich daar niet mee bezig kan houden, wat blijft er dan nog over? Ze kan niet terug, alleen maar vooruit. Achterom kijken heeft haar nog nooit ergens gebracht. Het is niet waar ze heen gaat.

Show Buttons
Hide Buttons