Bloed kruipt

Ze heeft er goed aan gedaan. Haar angst was ongegrond. Ze heeft geen geheimen meer. Niet voor de mensen die haar andere kant kennen, haar donkere kant. Het hoort bij haar zoals haar familie bij haar hoort en haar geloof. Misschien zelfs zoals Dewi bij haar hoort. Op een bepaalde manier, als Dewi dat wil.

Soumia bidt dagelijks. Nog steeds naakt. Zo is ze hier gekomen, op die manier richt ze ook haar woorden tot Hem. Zoals ze is. Zoals ze volledig is.
Ze is thuis. Na haar ontmoeting met Wouter is ze naar het huis van Saïda gegaan. Ze pakte haar spullen in en omhelsde haar zus.
‘Ik ga naar huis.’

Ze is thuis. De koffie en de thee staan klaar en er staat frisdrank in de koelkast. Ze weet niet of Dewi frisdrank drinkt. Ze wil het haar kunnen aanbieden. Misschien drinkt ze gewoon thee. Ze is veertien. Geen kind meer, een meisje, een jonge vrouw al bijna.
Wat Wouter zei klopt niet en dat weet ze nu. Het is juist goed om achterom te kijken, zodat je niet vergeet wat ooit was. Ze kan het niet veranderen. Wat ze er nu mee gaat doen, dat is wat telt. Ze is nerveus en vraagt zich af welk beeld Dewi van haar heeft. Ze draagt een pantalon, nette pumps en haar jasje. Een moeder zou het kunnen dragen. Naomi draagt het. Naomi is een moeder. Naomi neemt haar niets kwalijk, niet zoals Adnan. Ze zegt dat Adnan haar mist, maar dat hij het niet toe wil geven. Nog niet. Dat moment komt vanzelf.
Soumia weet dat het van haar uit moet komen. Ze kent Adnan. Hij is trots en gekwetst. Ze heeft zijn vertrouwen beschaamd door hem niet in vertrouwen te nemen.
Ze maakt de vlecht in haar haren weer los. Het geeft haar een strenge uitstraling. Soumia wil niet streng zijn. Voor de zoveelste keer legt ze de kussen van de bank recht. Ze kijkt of haar make-up niet is gaan vlekken en op de klok. De tijd kruipt. Seconden worden minuten … Veertien jaar.
De bel gaat en de onrust schiet hoog in haar borst. Dit is niet zomaar iemand. Dit is haar dochter.

Soumia ziet zichzelf. Haar eigen ogen en dikke haar. Het is alsof ze in een spiegel kijkt. Paul en Joanna staan met een glimlach achter Dewi. Dewi is voorzichtig. Soumia schenkt koffie en thee. Dewi drinkt thee. Ze vraagt niet veel, observeert en knikt. Geeft antwoord op de vragen van haar ouders en van Soumia. Ze is ernstig en bedachtzaam. Zoals Soumia is. Bloed kruipt.

Ze heeft er goed aan gedaan. Het is haar dochter, in bloed, maar niet haar dochter. Haar dochter heeft een moeder en Soumia wil geen moeder zijn. Nog steeds niet, maar er is een band. Soumia voelt het. Ze ziet de ernst die ze zelf had en nog steeds heeft en de woorden van Adnan schieten in haar hoofd.
‘Je bent soms zo serieus, in alles. Het lijkt alsof je achter alles een diepere betekenis zoekt en dat je niet zomaar mag genieten. Ik mis een stukje speelsheid.’

Ze weet dat hij gelijk heeft en ze ziet het terug in Dewi. Ze is leergierig, wil alles weten en het kost haar geen moeite leuke uitjes voorbij te laten gaan als ze denkt dat het haar cijfers zal beïnvloeden. Ze heeft haar toekomst al uitgestippeld. Na het VWO een studie Sociologie. Dewi is ambitieus en intelligent. Soumia ziet ook dat ze hard voor zichzelf is en voor anderen. Ze ziet de blik in haar ogen als haar moeder vertelt hoe ze het turnen, wat ze van jongs af aan heeft gedaan, moest opgeven. Het was een te grote aanslag op haar lichaam, ze werd ziek, het kon niet meer. Het was een uitlaatklep. Dewi wil er niet naar terugkijken. Het is voorbij. Haar lichaam liet haar in de steek, maar het is voorbij.
‘Mam! Niet zo zeuren…’
Niet zeuren en doorgaan. Uitjes die ze voorbij laat gaan omdat ze moet studeren, vriendinnen die ze niet meer ziet, het turnen, het hoeft niet meer. Het zal maanden duren voor ze weer getraind is, die tijd heeft ze niet. Ze loopt al achter. Ze zal de liefde voorbij laten gaan en haar ouders kwetsen met de beslissingen die ze neemt. … een kind dat ze weg zal geven omdat het niet bij haar toekomstbeeld past …

Dewi zal het moeilijk krijgen… Ze zal iemand nodig hebben die haar begrijpt. Soumia zal haar begrijpen.

*

De deur gaat open, Farid en de pup die al bijna geen pup meer is, doen open. Naomi begroet haar enthousiast. Adnan zit in de keuken. Naomi en Farid die verdwijnen met de hond.
Ze gaat tegenover haar broer zitten en neemt zijn hand in die van haar.
‘Jij begrijpt mij Adnan. Ik heb je gekwetst door niet in te zien hoe goed je mij begrijpt. Ik mis je. Ik heb je nodig. Kun je het me vergeven.’
Ze vertelt hem over Dewi, een jongere versie van zichzelf en de problemen die het meisje nog zal  krijgen. Wat ze zag in haar ogen … als die van haar, toch anders. De andere kant.
‘Haar ouders zijn niet zoals zij is, niet zoals jij en ik. Ze zullen haar niet begrijpen. Ze heeft iemand nodig die haar begrijpt. Jou en mij. Ze is ons bloed.’
Tranen bij Adnan en nu ook bij Soumia. Misschien is vergeven nu nog een groot woord. Het vertrouwen dat hij in haar had, ze zal het moeten terugverdienen… Hij geeft haar die kans, zoals hij weet dat zij het ook zou doen.

Het is het bloed dat gaat waar het niet gaan kan. Hetzelfde bloed. En bloed kruipt.

Show Buttons
Hide Buttons