Onaangekondigd

Louisa kijkt verstoord op als er iemand naast haar bureau staat. Het overzicht van de afdeling vastgoed ligt voor haar neus en ze kan er niet meteen wijs uit worden. Cijfers zijn nooit haar beste kant geweest. Wouter verwacht ze aan het eind van de middag uitgewerkt op zijn bureau. Weten dat hij in het kantoor naast haar aan het werk is heeft een slechte invloed op haar concentratie. Ze vraagt zich af wanneer hij hun relatie officieel wil maken, wanneer ze kunnen stoppen met geheimzinnig doen. Stiekem op elkaar wachten bij de parkeerplaats zodat ze samen naar huis kunnen, soms niet eens samen naar huis kunnen. Hij wil niet dat mensen het weten van haar en hem. Nog niet.
Zij wil het wel. Waarom zou het iets uitmaken? Er zijn genoeg mensen die hun partner op het werk hebben gevonden, tegenwoordig is dat lang zo’n groot probleem niet. Louisa vindt het juist prettig en het geeft iets extra’s.
Wouter wil niet dat mensen denken dat hij haar voortrekt, dat ze misschien gaan denken dat er andere dingen gebeuren als ze samen in zijn kantoor zitten. Louisa vindt het een spannend idee dat mensen dat juist wel zullen denken. Nu ook. Niet dat het ooit gebeurt. Zodra ze op kantoor zijn, is Wouter haar baas, maar ze vindt het spannend. Het zet ondeugende beelden in haar hoofd.

Ze herkent de vrouw en met een glimlach opent ze de agenda van Wouter. Hij heeft geen afspraak met haar.
‘Dag Louisa … hoe gaat het met je?’
Louisa knikt en krijgt een kleur.
‘Het gaat goed, met u?’
Soumia lacht. ‘Kan niet beter. Is mijnheer Meertens er?’
‘U heeft geen afspraak toch?’
Louisa is een beetje onder de indruk van Soumia. Het is één van de weinige type vrouwen waar ze een beetje jaloers op kan zijn, soms. Het type vrouw dat het type meisje was dat ze op de middelbare school stilletjes uit de weg ging, bang dat ze haar nooit in hun kring op zouden nemen. Ze zit allang niet meer op de middelbare school, maar vrouwen als Soumia …. Ze zou er graag bij willen horen.
‘Ik zal hem vragen of hij tijd heeft. Mevrouw Zamora toch?’
Soumia knikt. Hij zal tijd hebben zodra hij hoort dat zij er is.
Ze kijkt naar Louisa. Haar grote ogen en haar nieuwsgierige blik. Ze zal niet vragen waarom Soumia hier is, maar ze wil het graag weten. Soumia laat aan Wouter over wat hij haar zal vertellen.
De vrouw zou zich beter moeten kleden, passend bij haar functie en wie ze representeert. Haar kleding is te strak, haar decolleté te diep. Mooi om naar te kijken. Niet geschikt voor op het werk. Ze snapt dat Wouter haar graag om zich heen heeft. Snel verlangen en korte momenten van lust. Onkuise gedachten als Louisa in zijn buurt is.
Soumia heeft haar eigen gedachten en ze snellen op haar handelingen vooruit.
‘Hij heeft tijd, wilt u wat drinken?’
‘Nee dank je.’
Soumia loopt door en opent de deur van zijn kantoor. Wouter zit stijf en strak achter zijn bureau. Hij draagt vrijetijdskleding. Niet geschikt voor op het werk.

Zijn lijf reageert op het korte telefoontje van Louisa. ‘Mevrouw Zamora is hier, heb je tijd?’
Hij heeft stiekem gefantaseerd over het moment dat ze hem op zijn werk zou bezoeken, maar hij had nooit gedacht dat ze het ook daadwerkelijk zou doen. Ze stuurt hem de hele week al berichten. Onverwacht en vaak alleen met de vraag wat hij aan het doen is en waar. Hij heeft één keer moeten liegen. Hij blijft achter zijn bureau zitten en veert op als Soumia inderdaad binnen komt. Zakelijk, streng en vreselijk vrouwelijk, zoals die allereerste keer dat hij haar zag. Ze laat de deur open staan.
‘Soumia … Mevrouw … wat brengt u deze kant op.’
Soumia is gaan zitten op één van de stoelen bij het lage tafeltje en ze trekt haar jas uit.
‘Hang mijn jas weg en haal een kop koffie voor me, ik heb dorst.’
Wouter knikt, pakt haar jas aan en hangt hem aan de kleine kapstok, naast die van Louisa.
‘Ik zal Louisa vragen of …’
‘Nee Wouter, jij haalt koffie voor me.’
Natuurlijk wil ze dat hij koffie voor haar haalt. Hij is haar slaaf, maar niet hier. Dit is zijn domein, de plek waar hij de baas is, de man die Louisa in hem ziet... Hij haalt nooit zelf koffie, daar heeft hij Louisa voor.
Hij gaat toch, natuurlijk gaat hij toch. Louisa komt vanachter haar bureau vandaan als ze hem ziet.
‘Wat wil ze? Ze kan toch een afspraak maken, net als ieder ander … Ze snapt toch ook wel dat je het druk genoeg hebt?’
Wouter reageert geïrriteerd en loopt door naar de keuken. ‘Ze was in de buurt en dan kunnen mensen het toch proberen. Als ik geen tijd heb dan merken ze het snel genoeg.’
‘Je hebt straks nog een afspraak … wat ga je doen?’
‘Ik haal koffie.’
‘Ze wilde niets drinken. Zal ik? laat mij …’
‘Ik ben nou toch al bezig … Heb je die cijfers al binnen? Ik heb ze straks nodig.’
Louisa gaat gefrustreerd achter haar bureau zitten en buigt zich over de cijfers. Hij haalt nooit zelf koffie. Sinds hij hier werkt heeft zij altijd de koffie voor hem gehaald.

Hij komt terug met de koffie, zet één van de bekers voor Soumia op het tafeltje en zijn eigen beker op zijn bureau.
‘Ik wil dat je me de koffie geeft Wouter.’
Haar stem lijkt hier harder. Misschien is het ook wel zo. Ze heeft geen reden om zacht te praten, hij wil dat ze zacht praten. Niet iedereen hoeft te weten dat … Louisa hoeft niet te weten dat …
Hij geeft haar de beker en ze knikt. ‘Doe de deur dicht Wouter.’
Louisa trekt haar wenkbrauwen op wanneer hij de deur van zijn kantoor sluit. Er verschijnt nog meer spanning in zijn lijf. Om wat hij straks tegen Louisa moet zeggen en om de beelden die in zijn hoofd springen. Wat Soumia mogelijk gaat doen, wat ze hem mogelijk zal laten doen.

Het hoofd van Louisa schiet omhoog als de deur van Wouter zijn kantoor opengaat en Soumia met haar jas aan naar buiten komt. Ze knikt vriendelijk. ‘Tot ziens Louisa.’
Ze loopt naar de lift, draait zich nog een keer om en ziet het bedenkelijke gezicht van Louisa, Wouter komt gehaast zijn kantoor uit en gebaart dat ze bij hem moet komen. Louisa volgt hem met een stapeltje papieren.
Met een glimlachje stapt ze in de lift. Wouter heeft weer genoeg om over na te denken.
Ze zag aan zijn gezicht dat hij meer had verwacht. Meer dan alleen een praatje. Ze zag ook zijn irritatie en zijn blikken op de grote, goudkleurige klok aan de muur. Hij zal alert zijn. Ze wil dat hij weet dat ze elk moment van de dag voor zijn neus zou kunnen staan. Zonder aankondiging. Het is wat hij wil.

Wouter voert de cijfers in die Louisa voor hem heeft weggeschreven. Het is dubbel werk. Hij zou het zelf kunnen doen, maar hij vindt het prettig dat hij haar aan werk kan zetten en een opdracht kan geven. Ze draalt om hem heen, ruimt de koffiebekers op en blijft even bij de deur staan. Hij voelt dezelfde irritatie die hij voelde toen Soumia haar benen over elkaar sloeg en rustig haar koffie dronk. Wouter kon haar zijn irritatie niet laten blijken.
‘Heb je nog iets nodig Wouter?’
‘Nee, dank je en Louisa?’
Ze draait zich om en kijkt hem verwachtingsvol aan. ‘Ja …?’
‘Ik zou het prettig vinden als je me hier voortaan aanspreekt met meneer Meertens.’
‘Hier?’
‘Op het werk ja, is dat een probleem?’
‘Nee … nee, dat denk ik niet.’
Ze blijft nog staan en aarzelt.
‘Ja Louisa?’
Ze praat zacht. ‘Eten we nog wel samen?’
‘Natuurlijk eten we samen, dat hebben we toch afgesproken.’
Louisa knikt en loopt naar de keuken waar ze de bekers omspoelt.
Wat heeft hij ineens?
Het was Wouter vanaf het begin en nu ineens …
Het maakt haar rol duidelijk en die van hem ook. Meneer Meertens …
Louisa glimlacht.
Eigenlijk best spannend.

Show Buttons
Hide Buttons