Schaamte en vernedering

Louisa kijkt op als Wouter weer terugkomt uit de slaapkamer. Het stoorde haar dat hij wegliep toen zijn telefoon ging, nog meer toen hij de slaapkamerdeur achter zich dicht deed. Hij keek haar nog verontschuldigend aan, mompelde dat het zijn ex was. Ook dat stoort haar. Waarom heeft ze hem zo vaak nodig. Ze is niet voor niets een ex en als het over zijn dochters gaat … Waarom moet hij daar altijd zo vreselijk geheimzinnig over doen. Ze weet dat hij vader is. Ze heeft zelf ook een zoon en als zijn vader haar om de haverklap had gebeld toen hij jonger was dan had ze hem gezegd dat hij het kon bekijken.

Geïrriteerd schudt ze de gedachten van zich af. Ze wil daar niet meer aan denken. Niet aan haar ex, ook niet aan die na hem. Ze is nu met Wouter en ze hebben een heel weekend voor zich liggen. Louisa zou het heel vervelend vinden als zijn ex nu roet in het eten komt gooien.

Het gezicht van Wouter voorspelt niet veel goeds, hij kijkt haar verontschuldigend aan en ze zucht.
‘Wat wilde ze nu weer.’
‘Gedoe, in haar familie, het spijt me, maar je moet echt weg. Ze komt de meiden zo brengen.’
‘Waarom moet ik weg? Ik kan toch blijven, ik wil ze nu eindelijk wel een keer ontmoeten.’
‘Vanavond niet Louisa.’
‘Wanneer dan!?’
Wouter haalt zijn handen door zijn haar.
‘Je weet wat ik daarover heb gezegd.’
‘Ja … rustig aan, je wilt niets overhaasten en dat snap ik, maar dit is anders. Nu komen ze plotseling naar jou en ik moet weg. Ik wil helemaal niet weg!’
Ze zet haar handen op haar heupen en kijkt hem aan. Wouter pakt de lege wijnglazen.
‘Dat weet ik, maar het is niet anders. Je weet dat er een kans bestaat dat mijn kinderen me nodig hebben.’
‘En dat vind ik prima, maar ik ga niet weg.’
‘Jawel. Je gaat wel weg …’
‘En anders …?’
Hij kijkt haar verbaasd aan. Er kwam niets achter aan. Louisa moet weg en snel. Hij kan haar de echte reden niet vertellen, want dan gaat ze zeker een scene maken en als er iets is waar hij geen behoefte aan heeft …
‘Niets en anders. We hebben het hier over gehad. Morgenochtend zijn ze weer weg, dan kom ik naar je toe en blijf ik de rest van het weekend bij jou, oké?’
Ze kijkt nukkig. Hij zet de wijnglazen weer neer en pakt haar gezicht tussen zijn handen.
‘Ik vind het ook niet leuk, maar het is niet anders. Ik laat je weten hoe het gaat en dan zien we elkaar morgen. Kom, niet gaan mokken …’
Hij geeft haar een zoen en duwt haar zachtjes naar het kleine halletje. Louisa schokt met haar schouders, trekt haar schoenen aan en pakt haar jas van de kapstok.
‘Best, als je maar weet dat ik het er niet mee eens ben. Op deze manier kunnen we nooit een heel weekend samen zijn.’
‘Natuurlijk wel, maak je daar maar geen zorgen over. Ik bel je morgenochtend en rij voorzichtig.’
Nog een zoen, een tweede. Ze houdt hem even vast, hij maakt haar armen los.
‘Je moet gaan, tot morgen.’
Hij kijkt haar na als ze de galerij afloopt, zwaait als ze zich nog even omdraait en doet dan de deur dicht. Nerveus kijkt hij op zijn horloge. Soumia kan hier elk moment zijn.

Soumia ziet de vrouw met grote stappen uit het flatgebouw komen en weet dat haar vermoeden juist was. Wouter is niet eerlijk tegen haar. Zijn gestamel aan de telefoon, de excuses waarom het hem niet uit zou komen. Soumia ziet ook dat de vrouw geïrriteerd is en ze vraagt zich af wat Wouter tegen haar gezegd heeft.
Ze blijft in haar auto zitten, volgt Louisa met haar ogen als ze in de ivoorkleurige fiat stapt en harder dan nodig het portier dicht gooit.
Wouter liegt. Niet alleen tegen haar, ook tegen Louisa.
Waarschijnlijk is Louisa het gewend, maar Soumia heeft er een hekel aan als er tegen haar gelogen wordt en in haar hoofd wordt het nog een tint donkerder.
Veel zwaarder, en donker, Ze was al donker toen ze Wouter belde. Er huist een drift in haar hoofd en haar lijf die maar op een manier geblust kan worden.

Zo begon haar avond niet. Ze was thuis en had voor de verandering geen werk meegenomen. Ze had er geen zin in gehad en was uitgebreid in bad gegaan met gedachten die haar van alle kanten wisten te verwarmen.
Ze had een klassiek muziekstuk opgezet, de kaarsen in haar woonkamer aangestoken en had met datzelfde warme gevoel Dewi opgebeld. Ze zouden elkaar dit weekend weer zien en ook die gedachte was verwarmend. Dewi nam niet op, ook de twee keer daarna niet. Soumia probeerde de onrust die langzaam haar lichaam binnendrong te verdrijven met een tweede glas wijn en sprak zichzelf vermanend toe.
Dewi is jong, ze is vast uit met haar vriendinnen of op pad met haar ouders. Ze zal haar morgen weer bellen en wat met haar afspreken.
De kou in haar lichaam bracht vergeten herinneringen naar boven. Herinneringen aan leegte, aan niet meer terug kunnen en er alleen voor staan. Het waren geen prettige herinneringen.
Ze belde Adnan. Hij was verheugd toen ze Dewi had meegebracht en zoals Soumia al verwachtte, was er meteen een klik tussen de twee. Ook Adnan nam de telefoon niet op. Naomi wel. En Naomi vertelde dat Adnan met Dewi naar een theatervoorstelling was.
Dat was het moment dat het donkere zwaar over haar heen viel en de kou volledig verdreven werd.
Het nummer van Wouter was het derde nummer dat deze avond belde en hij nam wel op.

Haar vinger heeft nog maar net het kleine zwarte knopje van de bel geraakt als de deur open gaat. Wouter doet een stap naar achteren om haar binnen te laten, knielt als hij de deur achter haar dicht heeft gedaan en kust haar laarzen. Bijna meteen zegt ze hem dat het genoeg is en dat hij op moet staan.
Zijn gezicht is verward, zijn blik schuldig.
Ze keurt hem geen blik waardig en loopt langs hem naar de woonkamer, kijkt de ruimte rond. De kaarsen branden al een tijde, de salontafel staat aan de kant en het kleed is opgerold. Ze werpt een blik in de keuken en ziet de twee lege wijnglazen in de gootsteen staan, een fles witte wijn op het aanrecht.
Ze draait zich om, kijkt Wouter aan en ziet dan de crèmekleurige tas naast de bank staan.
Oneerlijk en slordig. Erg slordig.
‘Je weet wat ik verwacht Wouter.’
Hij knikt en kleedt zich uit. Niet te snel en niet te langzaam.
Soumia gaat op de bank zitten, kijkt in gedachten voor zich uit en doet net of ze niet ziet dat hij haar blik probeert te vangen. Ze laat hem in het midden van de kamer staan als hij zich uitgekleed heeft.
Vijf minuten, tien minuten. Wouter weet het niet. Hij wil alleen maar dat ze naar hem kijkt en dat ze hem vertelt wat hij moet doen. De verwachting in zijn lichaam bouwt zich langzaam op. Er is niets anders meer.
Na wat wel een eeuwigheid lijkt kijkt ze hem aan.
‘Je attributen liggen klaar?’
Hij knikt. Ze blijf hem kil aankijken.
‘Ja Mevrouw …’
‘Heel goed. Ik wil dat je de plug pakt en die bij jezelf inbrengt.’
Heel even reageert zijn lijf met een klein schokje op het woordje plug. Tot hij begrijpt dat niet zij, maar hij het moet doen en dat wil hij niet. Hij verroert zich niet.
‘Is er een probleem Wouter?’
‘Nee Mevrouw, maar…’
‘Waar wacht je dan nog op?’
Hij loopt naar de tafel en pakt de plug. Ineens vindt hij het ding weerzinwekkend. Als zij het doet is het onverwacht prettig, maar nu … En ze kijkt nog steeds niet.
Hij wil naar de slaapkamer lopen. Soumia zegt dat hij moet blijven staan. Hij krijgt het warm, nog warmer als hij de plug in probeert te brengen en het niet lukt. Nog steeds de ogen van Soumia van hem afgewend.
‘… Mevrouw … Het lukt niet Mevrouw.’
‘Doe hem in je mond.’
Dat ding, dat al eens ergens anders heeft gezeten in zijn …?
Hij probeert haar ogen niet meer te vangen en voelt de gespannen verwachting uit zijn lijf stromen. Het maakt plaats voor diepe schaamte.
Van een afstandje ziet hij zichzelf het ding onhandig naar binnen brengen en het is alsof hij met de ogen van Soumia kijkt. Ongeïnteresseerd en koud. Alsof hij helemaal niets is.

Er is niets anders meer. Geen verlangens, geen beelden, geen geluiden.
Alleen nog maar een diepe schaamte en vernedering.

Show Buttons
Hide Buttons