Twee gezichten

Soumia kan het niet weten, maar ze weet het. De persoon die zo driftig aan de deur staat te bellen is Louisa. Ze kan haar aanwezigheid bijna voelen, ruiken zelfs. Heel even is er een aarzeling. Ze kan nog terug. Ze hoeft de deur niet te openen. Ze kan Wouter in de veronderstelling laten dat ze het niet weet en Louisa in zalige onwetendheid laten. Het moment duurt maar kort. Het past niet bij haar. Het past wel bij de manier waarop ze Wouter wil straffen en Louisa wil testen.
Wouter heeft genoeg kansen gehad haar te vertellen wat en wie Louisa voor hem is. Louisa heeft haar iets laten zien, een tipje van de sluier dat doorschemerde die keer dat ze haar aan de zijde van Wouter op de benefietavond zag en die keer op het kantoor. Een onderdanige vrouw, maar een vrouw die haar onderdanigheid op de verkeerde manier inzet, waardoor ze altijd op de verkeerde manier gebruikt zal worden. Zoals Wouter haar gebruikt. Ook daarvoor wil Soumia hem straffen.
Ze opent de deur en kijkt in het boze gezicht van Louisa. Boosheid die snel plaats maakt voor verbazing.
‘Mevrouw Zamora …?’
Daarna is er gelaten woede. De ‘ik wist het wel’ woede.
Soumia belet haar naar binnen te stormen.
‘Goedenavond Louisa, wat brengt je zo laat nog hier?’
‘Wat brengt mij hier!? Wat doet u hier! Wouter zei … hij zei … waar is Wouter!?’
‘Wouter is binnen, hij wacht tot ik terugkom.’
‘Wat doet u hier? Zijn u en Wouter … Ik wil Wouter spreken.’
Dat Louisa Soumia met u blijft aanspreken doet iets in Soumia haar borst, en in haar hoofd. Het sterkt haar in de gedachten dat ze het goed heeft gezien. Louisa is gewend zich in de ondergeschikte rol te plaatsen, in elke situatie. Nog steeds niet op de juiste manier, maar het is een begin.
‘Wouter spreken zal lastig gaan Louisa, maar je mag binnen komen. Je komt waarschijnlijk je tas halen.’
Verward kijkt Louisa haar aan. Ze mag binnenkomen? Sinds wanneer bepaalt die vrouw of ze binnenkomt of niet en waarom kan ze Wouter niet spreken? Toch knikt ze. Ze kwam hier om haar tas en er is iets gaande, het is goed dat ze er nu achter komt en niet pas over een paar maanden.
‘Dan spreek ik Wouter later, maar ik wil mijn tas, ik kan mijn huis niet in. Wouter had zo’n haast me weg te krijgen … ik begrijp nu waarom.’
De slachtofferrol die ze zich eigen heeft gemaakt. Het wordt haar aangedaan. De ene man na de andere. De vader van haar zoon en de mannen na hem, de mannen na Wouter.
Soumia doet een stap opzij om haar binnen te laten. Ze zal verbijsterd zijn en daarna kunnen er twee dingen gebeuren.
Soumia sluit de deur en wacht. Ze denkt te weten wat het gaat worden, maar denken is niet genoeg.
Wat Louisa haar volgende stap ook zal zijn, haar doel is ermee behaald. Ze heeft Wouter gestraft voor zijn leugens.

Wouter heeft geluisterd naar de stemmen, zonder echt te kunnen verstaan wat er werd gezegd. Alleen de stem van Louisa. Ze is boos en gekwetst. Zijn leugen om haar zo snel mogelijk uit zijn appartement te krijgen is achterhaald. Waarom denkt ze ook niet aan haar spullen!

Hij weerstaat de neiging op te staan en zich te verschuilen in de slaapkamer. Soumia heeft gezegd dat hij moet blijven zitten. Ze zal Louisa niet binnen laten.
Hij wil niet denken aan de manier waarop ze hem zal straffen als Louisa weg is. Ze zal vinden dat hij straf heeft verdiend. Omdat hij tegen haar heeft gelogen. Hij heeft ook straf verdiend, hij voelt tot in zijn botten dat hij straf heeft verdiend. De ergste straf.
Zijn adem verlaat opgelucht zijn borst als hij de deur dicht hoort gaan. Hij zal later met Louisa spreken en haar proberen uit te leggen wat Soumia voor hem is, wat hij wil dat ze voor hem is.
Als de kamerdeur opengaat durft hij Soumia niet aan te kijken. Eerder lag haar woede nog onderhuids. Stil, maar voelbaar. Nu zal die woede niet meer stil zijn en ze zal het hem laten voelen.
Een stemmetje in zijn hoofd vraagt zich af waarom hij zich niet schuldig voelt naar Louisa. Hij wil nu niet naar dat stemmetje luisteren.

‘Wouter …?’
Zijn hoofd schiet omhoog en hij wil opstaan. Meteen is daar de stem van Soumia.
‘Je blijft zitten Wouter en je bent stil!’
De ogen van Louisa gaan van Wouter naar Soumia en weer terug naar hem. Ze laat ze over zijn naakte lichaam glijden. Ze kijkt naar het wijnglas in zijn ene hand, het schaaltje chips in zijn andere. Een zachte kreet als ze de plug ziet.
Soumia is tevreden over de aanblik die Wouter biedt en tevreden over de geschokte uitdrukking op Louisa haar gezicht.
Ze is ook tevreden over de uitdrukking op het gezicht van Wouter. Schaamte. Zijn hele uitstraling is nederig en berouwvol, vooral naar Louisa.
Dit is ook nieuw voor haar. Fleur stond los van Wouter, maar Louisa …
Louisa is met een plof in de brede armstoel gaan zitten en kijkt met verbijstering naar Wouter.
‘Ben jij … zijn jullie … Wat is dit!?’
Weer wil Wouter zijn mond open doen. Hij wil zeggen dat het hem spijt. Een blik op het gezicht van Soumia maakt dat hij zijn kaken op elkaar houdt. Ze gaat weer op de bank zitten en pakt het wijnglas uit zijn hand.
‘Wouter kan later je vragen beantwoorden Louisa. Je tas staat naast de bank.’
Louisa staat niet op om haar tas te pakken. Ze wil nu antwoorden. Ze wil hier weg, tegelijk wil ze nergens heen. Ze kan haar ogen niet van Wouter en Soumia afhouden. Wouter die altijd alles bepaalt. Op kantoor en in bed. Op dit moment heeft hij helemaal niets te vertellen en op de een of andere, vreemde manier bevalt het haar. Hoe hij daar zit, op zijn knieën. Het glas wijn wat Soumia weer in zijn hand heeft geduwd, een dildo in zijn aars, niets mogen doen en niets mogen zeggen. Klein, zoals hij haar klein houdt door geen uitspraken te willen doen over zijn relatie met haar. Zoals hij haar laat voelen dat hij haar baas is op kantoor, dat ze maar heeft te doen wat hij zegt. Zoals hij haar kan neuken, wild en dierlijk en haar mond naar zijn kruis kan duwen, wat ze altijd erg prettig vindt. Hij is haar en Soumia is Wouter. De baas. Wat ze bij Soumia ziet bevalt haar ook. Een sterke vrouw. Haar strakke gezicht staat streng en de woorden die ze tot Wouter richt zijn bevelend. Van de vriendelijke, meelevende vrouw die ze eerder in haar heeft gezien is weinig meer te bekennen. Verschillende personen in één en dezelfde vrouw. Precies zoals Wouter plotseling ook meerdere gezichten heeft gekregen. Het maakt dat het op een vreemde manier begint te tintelen in haar lijf.

Soumia volgt de uitdrukking op het gezicht van Louisa en ze weet dat ze het goed heeft gezien. Onderdanig en competitief. Zet daar haar nieuwsgierigheid naast … Louisa zal niet weggaan.
‘Wil je ook een glas wijn, Louisa?’
Haar stem is nu weer zacht en ze glimlacht als de vrouw stom knikt, dan kijkt ze naar Wouter. Haar glimlach verdwenen.
‘Je hoort het. Haal een glas wijn voor Louisa.’
Wouter beseft dat dit zijn straf is. Niet de zweep, waar hij bang voor was. Niet het tergende uitdagen van reacties in zijn lichaam tot zijn lul pijnlijk zou kloppen. Dit is zijn straf. Omdat hij gelogen heeft. Hij weet niet wat hij erger vindt.
Ze pakt haar glas en het schaaltje uit zijn handen en kijkt naar hem. Ze wacht tot hij in beweging komt en zich op zijn handen en knieën naar de keuken begeeft. Hij kruipt langzaam met zijn gezicht naar de grond.
‘Sneller Wouter en je hoofd omhoog.’
De ogen van Louisa worden nog groter als hij doet wat Soumia zegt. Er speelt een dwaze glimlach rond haar lippen en ze verschuift wat in haar stoel.
De twee vrouwen in zijn leven, samen in één kamer, terwijl hij naakt, met een plug in zijn aars, door de kamer kruipt. Twee werelden die hij gescheiden had willen houden zijn samengekomen. Hij voelt twee paar ogen als hij naar de keuken kruipt, een glas wijn voor Louisa inschenkt en weer terug kruipt. Hij biedt haar het glas aan.
Zijn erectie is gegroeid en hij weet dat de twee vrouwen het ook zien. Beschaamd slaat hij zijn ogen neer.
Als hij aanstalten maakt om weer naast Soumia te gaan zitten, zegt ze hem dat hij moet blijven waar hij is. Ze staat op, zet haar halfvolle glas op tafel en doet haar laptop in haar tas.
‘Als ik weg ben mag je je aankleden. De plug hou je in. Ik laat je weten wanneer hij uit mag. Als je wilt mag je klaarkomen.’
Ze kijkt Louisa aan. ‘Fijne avond. Jullie hebben vast veel te bespreken.’
Ze pakt haar jas en sluit de deur zonder nog om te kijken. Het is niet precies hoe ze zich haar avond had voorgesteld, maar het resultaat is hetzelfde. Haar hoofd is weer lichter.

Show Buttons
Hide Buttons