Nodig

De stilte dondert door haar lichaam en op die kolkende massa stromen haar gedachten. Beelden uit het verleden, beelden uit het heden.
De woedende ogen van Adnan achtervolgen haar. Zijn stem snijdt en bijt. De woorden raken haar omdat ze waar zijn. Ze ziet het ontstelde gezicht van Naomi.
‘Ze is je zus …’
Maar dat betekent niet dat de woorden niet waar zijn.

Ze ziet het lachende gezicht van Oscar toen hij ontdekte dat ze de pijn nodig had. Het is nooit boetedoening geweest. De slagen van de zweep, ze heeft ze nodig. Voor haar. Voor niemand anders. Egoïstisch.
Ze ziet het gezicht van haar eerste vriendje. Zijn adoratie. Zijn onderwerping. Zijn vernedering. Zijn genot, haar genot.
Ze ziet het verdriet van haar ouders om haar keuzes. Haar vaders onmacht en angst haar kwijt te raken. Onnodig.
Ze ziet de ogen van de dominee die haar doopte, de ogen van Adnan, die daar getuige van was. Als enige van de familie. De woorden van haar doopgebed had ze zelf op papier gezet, de dominee sprak ze uit.

‘Heer, ik doe dit voor U. Omdat ik in Uw heilige naam geloof. Uit gehoorzaamheid, omdat Uw wil perfect is. Uit liefde, omdat ik van U hou. Uw liefde was altijd al in mijn hart, maar nu erken ik dat die liefde van U komt en van U alleen. Uw voorbeeld wil ik volgen.’

Ze voelde Zijn liefde omdat hij haar altijd zou vergeven. Vergeving die zij nodig heeft.
Ze ziet Dewi, weggedragen in de armen van de verpleegster, omdat Soumia haar niet nodig had. Ze is dankbaar dat Dewi bij haar terug is gekomen en weet dat zij haar wel nodig heeft. Ze heeft haar altijd nodig gehad.
Dewi heeft haar niet nodig.

Ze ziet de toewijding in het gezicht van Fleur, de liefde die ze voor haar voelde. De teleurstelling op het gezicht van Fleur en de pijn toen ze haar kwijt raakte. Fleur heeft haar niet nodig.
Ze ziet de ogen van Wouter. Beschaamd. Onderdanig. Vernederd.
Soumia heeft dat nodig.
Wat ze dacht te zien bij Louisa. Hoe ze weet dat ze dat kan gebruiken.
Nodig. Egoïstisch.

De zweep ligt stil in haar handen terwijl de beelden zich afwisselen. Beelden aan dat wat ze naar zich toe heeft getrokken en dat wat ze van zich af heeft geduwd.
Ze verlangt er naar te voelen. De pijn, fel en scherp. Ze verlangt naar het gevoel van kleine scheurtjes in haar huid die langzaam groter worden en dagen blijven schrijnen.
De zweep blijft stil liggen. Ze heeft het nodig, maar niet om de juiste redenen. Haar redenen zijn egoïstisch, gedreven vanuit haar wil en haar verlangen. Wat anderen nodig hadden en hebben is van secundair belang.

Ze blijft naakt tussen de zilveren kandelaars zitten. Haar ritueel. Omdat zij het nodig heeft.
Met de stilte neemt de kou bezit van haar, via de plavuizen op de grond, door haar lichaam, naar haar hoofd. Het is beter om geen verwachtingen te hebben. Verwachtingen veroorzaken pijn, de controle loslaten ook. Ze moet de controle leren loslaten. Hoe zeer ze die ook nodig heeft.
Ze moet Wouter de vrijheid geven om naast haar om te blijven gaan met Louisa. Ze moet Adnan de ruimte geven om boos op haar te zijn en haar weer te leren vertrouwen.
Ze moet Dewi de ruimte geven om haar te leren kennen of niet.
Naast angst zit er nu ook pijn in haar borst. Pijn om iets wat misschien nooit meer helemaal terugkomt. Pijn die zal verdwijnen door de andere pijn.
Maar de zweep blijft stil liggen.

Ze zit en om haar heen veranderen de schaduwen, het licht gaat van fel, naar zacht, naar schemer tot er alleen nog licht en warmte komt van de flakkerende kaarsen die naast haar staan. Ze hoort het gezoem van haar telefoon, tegelijk hoort ze het niet.
Het zal Adnan zijn die bedaard is en zijn excuses aan wil bieden. Ze zal zijn excuses niet aannemen. Hij is niet degene die zijn excuses hoeft te maken. Hij heeft gelijk.
Het gezoem stopt en weer is er enkel nog stilte. De stilte wordt door haar gedachten gedragen en de gedachten maken haar rustig en laten haar in zichzelf keren. Het is wat ze nu nodig heeft.

Het gezoem haalt haar terug naar de kamer waar ze is en weg uit haar stille gedachten. Ze is klaar om Adnan te woord te staan en te zeggen dat het haar spijt. Dat het haar oprecht spijt.
Langzaam staat ze op, haar spieren zijn stijf van het zitten in de geknielde houding.
‘Mevrouw Zamora.’
‘Soumia …? Met Dewi, stoor ik?’
‘Helemaal niet. Wat kan ik voor je doen Dewi?’
‘Ik wilde vertellen … Gisteren. Ik was naar een voorstelling, met Adnan, met uw … jouw broer. Het was leuk. Ik wilde vertellen dat …’
Soumia luistert naar de stem van de jonge vrouw, haar dochter. De dochter die ze graag wil leren kennen. Ze heeft het leuk gehad en ze is blij dat ze Adnan toch heeft ontmoet. Het voelt echt. Bijna alsof ze elkaar al langer kennen.
‘Ik kon mezelf zijn, zoals ik ben en het was leuk. Ik ben blij dat je me hebt meegenomen om hem te ontmoeten …’
‘Ik ben blij dat jij er blij om bent Dewi.’
Het blijft even stil. Soumia kan haar horen ademhalen.
‘Was dat wat je wilde vertellen of is er nog iets?’
‘Ja… ik vroeg me af … Ik ben bezig met een werkstuk over geuren en wat geuren met mensen doen.Volgend weekend heb ik een afspraak bij een rozenkwekerij… De eigenaar maakt parfums en andere geurenmengsels … Zou je het leuk vinden om mee te gaan?’
‘Dat zou ik erg leuk vinden Dewi.’
Soumia kan de opluchting van het meisje bijna voelen.
‘Leuk! Zal ik dan naar jou toekomen zaterdag?’
‘Dat is goed, laat me maar even weten hoe laat je er bent. En Dewi …?’
‘Ja?’
‘Het spijt me als ik je het gevoel heb gegeven dat ik de voorstelling niet interessant zou vinden. Een volgende keer ga ik graag met jou en Adnan mee.’
‘Ik dacht niet … Oké, ook leuk! Tot zaterdag Soumia.’
‘Tot Zaterdag Dewi.’

Haar hart is vol en haar hoofd licht als ze met een glimlach ophangt en haar positie tussen de kaarsen weer in neemt.
Dat ze Hem om vergeving vraagt is een eerste stap, maar niet voldoende.
Met een zucht laat ze de zweep door haar handen glijden.
Zijn vergeving heeft ze al. Het komt met Zijn liefde.
De vergeving van anderen zal met haar liefde moeten komen.
Dat ze de pijn nodig heeft is haar al vergeven. Het telefoontje van Dewi vertelt haar dat het zo is. Het is een teken, maar ze heeft niet alleen zijn vergeving nodig.
De vergeving van anderen heeft ze net zo hard nodig.

Show Buttons
Hide Buttons