Beslist in geur

De verlichting die ze zocht, duurde maar even. De bevrijding die normaal komt en het genot dat ze eruit kan halen, het blijft uit. De aanblik van Wouter, knielend onder haar ogen terwijl hij in zijn handen klaarkwam. Ze laat zich niet neuken door haar slaaf. Ze houdt zich er aan vast. Het zou de rollen onduidelijk maken.

Haar slaap is onrustig. Met veel wakkere momenten en juist het verlangen naar die intimiteit. Voelen op een andere manier. Naakte huid tegen haar naakte huid. Lippen op haar mond. Handen door haar haren en over haar huid. Het is een verlangen naar iets wat er al heel lang niet is. De geheelde striemen op haar lichaam, het is het enige dat ze mag voelen. Ze geeft het zichzelf, zonder haar gebruikelijke ritueel. Soumia wil snel voelen. De strengen van de zweep sussen het verlangen niet, wakkeren het alleen maar aan. Haar huid gloeit. Ze voelt het onder haar vingers strelende vingers. Haar borsten, haar buik, de binnenkant van haar benen. Wouter kijkt naar haar op. Verlangend. In adoratie.
‘Voor U Mevrouw, alleen voor U.’
Het past niet bij het gevoel dat haar vasthoudt. Het kunnen zijn handen niet zijn. Het is niet de rol die ze hem gegeven heeft.
Soumia laat zich op haar rug vallen en haar vingers duwen en strelen. Het genot zoekt een weg naar buiten, een bevrijding die ze nooit nodig heeft. Altijd alleen maar in haar hoofd. Lichamelijk genot is oppervlakkig. Het is precies dat genot dat ze nu zoekt en dat haar even een verlichting geeft. Het gezicht van Wouter verdwijnt en maakt plaats voor een ander. Lichte ogen. Een warme stem. Zijn handen langs haar lichaam, zoals zijn handen langs zijn rozen gingen. Voorzichtig en bang om het tere blad te kwetsen. Bang om haar te kwetsen.

Zijn gezicht blijft door haar hoofd spoken en op haar werk zoekt ze naar informatie over zijn kwekerij en de vergunningen die hij heeft. Officiële documenten met zijn geboortenaam. Victor Montes.  Hij heeft een dochter, ongeveer van Dewi haar leeftijd. Wie is de moeder? Soumia heeft geen vrouw gezien. Geen tekenen dat er een vrouw in zijn huis zou wonen. Het was een mannelijk huis.
Ze vindt een interview van een paar jaar geleden. Een foto. De betekenis van zijn zelfgekozen naam. Hebreeuws voor Roos. De reden van zijn zelfgekozen naam. Vadit is een Zen-boeddhist. Hij is op weg naar het pad van verlichting. Ze snuift. Verlichting is maar voor een deel te vinden in een geloof of een stroming. Wat je zelf doet, en de mening die je aan het leven geeft …
Ze duwt de gedachten weg. Haar eigen pad is ook een pad van verlichting, op haar manier. Niet beter of slechter dan dat van een ander. Wat zij voor zichzelf wenst, zoals hij het voor zichzelf wenst. Een vreemd gevoel van teleurstelling spoelt over haar heen. Het zou makkelijk zijn als hij nog zoekende was.
Soumia bekijkt zijn foto. Zijn uitstraling is ook zichtbaar. Ze ziet de naam van de fotograaf. Donna Coredo. Het zijn mooie foto’s.
Ze moet de vrouw bellen. Haar foto’s raken waar ze naar zoekt. De ziel van mensen komt naar voren. Daar is talent voor nodig. Ze moet meer van haar foto’s zien. Ze zal haar de opdracht van de gemeente geven.
Ze pakt haar tas, haar jas. Loopt langs het bureau van haar assistent.
‘Wil jij Donna Coredo bellen. Haar gegevens vind je op de drive. Ik wil een afspraak met haar maken. Vertel haar dat ze de opdracht heeft, als ze die wil en laat haar langs komen, deze week. Ik ben de rest van de dag weg.’
‘Telefoontjes?’
‘Nee, noteer de belangrijke. Ik bel morgen terug als dat nodig is.’
Geen vragen en al kwamen ze wel. Soumia zal ze niet beantwoorden. Haar hoofd staat niet naar werk.

Op de parkeerplaats staat dezelfde, donkerblauwe bestelbus. Ze zet haar auto aan de andere kant, met de neus naar de uitgang. Als ze weg wil, wil ze weg. Het pad met de rozenstruiken geurt naar bloemen en naar de zon. Haar werkkleding is te warm en ze wil niet dat hij denkt dat ze hier voor haar werk is. Ze wil ook niet dat hij denkt dat ze hier voor zichzelf is of voor hem.  Ze zal zeggen dat ze hier voor Dewi is.
Het kleine huis is stil. Geen open ramen, geen muziek. Ook geen ongeïnteresseerde labrador. De rozen bloeien weelderig. Hier en op de kwekerij. Zware geuren en weelderige kleuren. Hij heeft geen vrouw nodig om rozen te laten bloeien.
Ze loopt naar de zijkant van het huis. Aan de waslijn wapperen lichte overhemden in de wind. Er wappert ook ondergoed. Het beeld van Vadit in zo’n boxer verschijnt kort. Soumia schudt haar hoofd. Het zijn onvolwassen gedachten. Er hangt geen vrouwenkleding. Vadit zorgt voor zichzelf.
Ze neemt het schelpenpad achter het huis, naar de kwekerij en ademt diep in. Herinneringen aan vakantie’s in Marokko, met haar ouders, Adnan. De woorden van Dewi; ‘Geuren kunnen mensen direct terugbrengen naar een bepaald gevoel, een moment. Nog meer dan woorden doen…’
Geuren, geluiden en het gevoel van de zon. Sommige herinneringen waren verdwenen. Niet omdat Soumia ze vergeten was. Enkel omdat er zoveel herinneringen overheen zijn gekomen.
Hij kweekt niet alleen rozen. Er staan hoge jasmijnstruiken, oranjebloesem, lage lavendel en salie. Alles wordt gebruikt. Vadit vertelde het. Het ging grotendeels langs haar heen. Zijn woorden waren voor Dewi, die ademloos naar hem had geluisterd. Soumia was bevangen door zijn uitstraling en door het geluid van zijn stem. Zoals ze nu bevangen wordt door de omgeving. Een omgeving die haar meeneemt naar andere tijden.

Bij de achterste kas staat een deur open. Soumia gaat naar binnen. Vrij toegankelijk. Dat zei hij ook. Zijn kwekerij staat open voor iedereen, hij zelf misschien ook wel. Open voor mensen die meer willen weten, die hem willen leren kennen. Het proces van rozen kweken en geuren vangen interesseert haar niet. Ze is hier voor Vadit. Vanwege de interesse van Dewi en de duidelijke bewondering in haar ogen en haar stem. Een gevaarlijke bewondering voor een jonge vrouw. Bewondering die verkeerd uit kan pakken. Als het haar dochter was geweest …
Ze gaat sneller lopen. Dewi is haar dochter. Dewi moet haar leven zelf ondervinden. Met pijn en teleurstellingen, bewondering die verkeerd uitpakt. Ze zal ervan leren. Het zal haar sterker maken. Sterk dan Soumia is.
Ze is hier voor Dewi. Ze zal vragen of Dewi terug mag komen.

‘Soumia … Wat prettig je weer te zien.’
Zijn stem jaagt de vastberadenheid uit haar hoofd en haar ferme passen houden stil. Zijn hand op haar huid brandt, net als de vorige keer. Hij stelt haar voor aan de jongeman. Ze is zijn naam meteen vergeten. Het gevoel van zijn hand en het geluid van zijn stem is allesomvattend. Al het andere verdwijnt. Ze is niet eens meer in staat om zichzelf toe te spreken. De sensatie verspreidt zich door haar hele lichaam en legt haar tong lam.
‘Je bent mooi op tijd, kom, we gaan lunchen.’
Soumia stamelt en voelt de weerzin om haar hakkelende woorden. Alsof ze niet intelligent genoeg is. Wat ze bij anderen verafschuwd. Vooral bij vrouwen. In een flits ziet ze het gezicht van Louisa.
Hij heeft haar hand losgelaten en loopt voor haar uit. Ze volgt met het gevoel van zijn vingers in haar hand, overal. Ook waar hij haar niet raakte. Waar hij haar zou kunnen raken. Haar hoofd wordt plotseling licht en helder. Het is een leegte die haar laat wachten op donkere wolken.
Ze hoort niet wat hij zegt, maar zijn stem draagt haar.
Ze vindt zichzelf terug op de smalle houten bank in de keuken. Hij praat en zet thee. Een mand met brood, beleg, vers fruit. Terug naar de essentie. Eten. Omdat het lichaam dat nodig heeft.
‘Hoe wist je dat … Wist je dat ik zou komen?’
‘Natuurlijk niet, ik ben geen helderziende. Maar je bent hier. Daar gaat het om. Tast toe.’
Ze neemt wat fruit en kleine slokjes van haar thee.
‘Je moet goed eten. Het is brandstof voor je lichaam, je hoofd en je ziel.’
‘Je bent boeddhist.’
Hij lacht.
‘Ik ben een kweker een boer en een parfumeur. Ik volg de leer van het boeddhisme, maar ik ben geen boeddhist. Ik begrijp dat je huiswerk hebt gedaan.’
‘En hiervoor?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Je hebt een dochter. Deze kwekerij … Het is niet wat je altijd hebt gedaan. Je heet Victor. Waar kom je vandaan?’
‘Waar ik vandaan kom is niet van belang, waar ik naar toe ga is veel belangrijker.’
Soumia kijkt hem aan. ’Het pad der verlichting …’
‘Simpel en gelukkig leven.’
‘En wat er ooit was, is er niet meer?’
‘Jawel. Het is onderdeel van wie ik ben …’
‘Christen …?’
‘Ik ben gedoopt.’
‘Gescheiden …?’
Weer lacht hij. Hij staat op.
‘Eet. Je probeert me in een hokje te plaatsen, zodat jij jouw reactie op mij begrijpt …’
Zijn stem sterft weg met de geluiden die hij maakt en komt weer dichterbij. Hij zet een klein, glazen flesje naast haar hand op tafel.
‘Jouw aandenken.’
Soumia pakt het flesje. De vloeistof erin is goudkleurig. Er zit een kleine kurk op het flesje. Gevangen in een geur.
‘Wat is het?’
‘Rozenolie, met iets extra, iets wat bij jou past.’
‘Waarom olie?’
‘Het wordt veel gebruikt in jouw cultuur.’
‘Ik ben Christen.’
‘En daarmee heb je jouw cultuur weggegooid?’
Soumia opent het flesje en ruikt eraan. Ze wordt omringd door de geur van haar moeder en haar oma. Het is de warmte van vroeger. Tegelijk ruikt ze de geur van leer, de olie die ze gebruikt om haar zwepen soepel te houden.
‘Wat zit erin?’
‘Wat bij jou past.’
‘Wat past bij mij.’
Hij geeft geen antwoord en ruimt de tafel af. Ze ruikt nog een keer. Wat hij vindt dat bij haar past. Licht en donker. Vroeger en nu. Ze laat een druppel op haar huid vallen en verspreidt het met haar vinger. Haar huid neemt de olie snel op en wordt meteen zacht. Zoals rozenolie hoort te doen.
‘Welke reactie?’
Vadit draait zich om.
‘Pardon?’
‘Welke reactie wil ik begrijpen?’
‘Jouw reactie op mij.’
‘Welke is dat?’
Zijn harde lach zoemt warm in haar hoofd.
‘Dat zul je zelf uit moeten zoeken.’
Hij gooit een theedoek op tafel en buigt zich over het sop in de granieten gootsteen.
‘Ik moet weer aan het werk.’
Soumia pakt de theedoek en droogt af wat hij neerzet. Theeglazen, een mes. Twee borden. Ze kijkt naar hem en weet dat hij gelijk heeft. Ze wil hem ergens plaatsen, zodat ze het weet. Hij laat zich niet plaatsen. Nog niet.
‘Kan ik nog eens komen?’
‘Als je dat wilt.’
Ze wil het. Hij heeft haar in een geur weten te vangen. Geen hokje, maar een glazen flesje met goudkleurige vloeistof. Ze wil weten waar ze hem mee kan vangen. En hoe dat eruit ziet.

Show Buttons
Hide Buttons