Tot waar het bloed stroomt

Het duurt lang voor hij open doet en Soumia vraagt met een bibberende stem of ze binnen mag komen. Hij knikt en doet een stap opzij. ‘Ik zie dat je het hebt geregeld?’
‘Niet het, Oscar. Een meisje. Je hebt nu een dochter.’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Je hebt veel mensen gelukkig gemaakt Soumia. De ouders hebben eindelijk hun kind en ik heb mijn kinderloze toekomst terug.’
Hij wil een lok haar uit haar gezicht strijken. Soumia slaat zijn hand weg. ‘En ik dan! Wat is er nu nog voor mij!’
Oscar zucht en schenkt twee glazen in. ‘Jij wilde dit ook Soumia. Ik heb je nergens toe gedwongen. Ik ben je niets verschuldigd.’
Fel kijkt ze hem aan. ‘Jawel. Dit is niet mijn pijn. Je moet het van me wegnemen.’
Ze pakt het glas van hem aan en giet de inhoud in één keer achterover. De wodka trekt een brandend spoor door haar slokdarm. Meteen steekt ze het glas weer naar hem toe. ‘Je moet het van me wegnemen Oscar, het is het minste dat je kunt doen.’
Zijn ogen flikkeren als hij haar nog een keer inschenkt. ‘Je weet wat je van me vraagt Soumia.’
Ze knikt. ‘Jij bent de enige die het kan. Alleen jij weet hoe.’
Oscar kijkt haar aan. ‘Ik zal me niet inhouden.’
Soumia fluistert. ‘Dat wil ik ook niet.’
Hij draait zich om en opent de deuren van de grote kast in de kamer. ‘Ga klaar staan, je weet hoe.’
Ze kleedt zich uit. Haar kleren laat ze liggen waar ze op de grond terecht komen, als laatste haar slip met het bloederige verband. Oscar kijkt er naar. ‘Wanneer is het kind geboren?’
‘Vanmorgen vroeg … een meisje, het is een …’
‘Je helpt jezelf niet Soumia.’
Ze knikt. Het kind. Niets anders dan het kind. Een pijnlijke, onbeduidende plek in haar leven. Pijn die Oscar voor haar zal verzachten tot het helemaal verdwenen zal zijn. Tot ze het zal vergeten.

Ze schudt haar hoofd. Ze is het nooit vergeten. De ruwe, getekende huid van haar rug, ieder litteken, oud of vers, is het bewijs van het bestaan van het kind, van Dewi. Het bewijs van wat ze gedaan heeft, wat Oscar wilde dat ze deed. De woorden waarmee hij haar zijn wil oplegde.

Je kiest voor het kind, of je kiest voor mij

Soumia koos voor Oscar en alle gedachten aan de kleine baby die ze achterliet heeft ze ver weg gestopt. Oscar was haar leven, haar liefde. Haar enige echte liefde. Daarna is er nooit meer een andere vorm van liefde geweest.

Ze trapt ongemerkt het gaspedaal wat dieper in. Ze dacht dat het liefde was. Echte liefde, maar ze heeft nog maar zo kort geleden ontdekt wat echte liefde is. Wat ze voor Dewi voelt, het haalt het niet bij al het andere en het maakt haar bang. Ze wil er meer van, ze weet alleen niet hoe. Niemand heeft het haar ooit verteld. Soumia heeft geleerd zich af te sluiten voor alles wat maar een beetje pijn kan veroorzaken en het heeft haar leven leeg gemaakt. Nu ze weet wie Dewi is, wil ze alles van haar leren kennen. Alles wat haar heeft gemaakt tot wie ze nu is.

Met de snelheid van de auto vliegt de nacht aan haar voorbij en gedachten razen in dezelfde snelheid door haar hoofd. Dewi heeft haar genen, en de genen van Oscar. Tegelijk is ze zo anders. Soumia weet dat het komt door haar adoptieouders en de omgeving waar ze is opgegroeid, maar dat is maar een deel. Wie Dewi is, haar kwetsbaarheid, dat is van Dewi. Het heeft altijd in het meisje gezeten, al toen ze als kleine, gerimpelde baby in Soumia haar armen lag en Soumia heeft het niet gezien. Omdat ze het niet wilde zien. Een kind dat een kind moest blijven, zielloos en naamloos. Het kind heeft een naam gekregen en Soumia houdt van haar. Ze wil haar helpen en behoeden voor de fouten die ze zelf heeft moeten maken om te komen waar ze is. Dewi moet onbevangen blijven en puur. In die puurheid wil Soumia haar leren kennen en van haar leren houden. Onvoorwaardelijk, omdat haar bloed op dezelfde manier stroomt als dat van haar.

In de smalle straat van het huis van Dewi ziet ze het langzaam licht worden en de wereld tot leven komen. Gordijnen worden geopend en lichten gaan aan. Ze ziet mensen gehaast naar buiten komen en in hun auto stappen, op weg naar een nieuwe dag. Jonge kinderen komen uit de huizen, vergezeld door hun ouders. Pubers fietsen langs haar auto. Ze ziet Dewi naar buiten komen. Op haar rug hangt een grote rugzak. Ze heeft haar handen diep in de zakken van haar te grote jas gestoken en kijkt naar de grond. Een jonge vrouw die al op hele vroege leeftijd heeft ervaren hoe zwaar het leven kan zijn en moeite heeft haar weg te vinden.

Soumia wacht tot het nog lichter wordt en ziet Paul, de vader van Dewi naar buiten komen. Hij geeft zijn vrouw, Joanna, een zoen voor hij in de donkergroene Volvo stapt. Twee mensen die van elkaar houden en samen van het kind houden dat ze gekregen hebben. Het is een vorm van liefde waar Soumia altijd haar neus voor ophaalde, omdat ze dacht dat het niet echt was. Nu wil ze niets liever dan delen in die liefde voor Dewi. Ze wil niets liever dan die onvoorwaardelijke liefde waarmee mensen de keus kunnen maken om een leven lang bij elkaar te blijven. Zonder dwang en zonder opgelegde afspraken.

Als de Volvo uit het zicht is verdwenen, stapt ze uit en loopt ze kalm naar de voordeur. Joanna lijkt niet verbaasd Soumia te zien en laat haar met een vriendelijk knikje binnen. Soumia zucht opgelucht. Misschien dat Dewi het haar kwalijk neemt, maar ze wil eindelijk de rol op zich nemen die ze zeventien jaar geleden liet liggen en Joanna lijkt het te begrijpen. Zij weet als geen ander hoe kwetsbaar Dewi nog is en Dewi zal het uiteindelijk snappen. Dewi zal weten dat de drang naar erkenning niet ophoudt bij het ontbreken van liefde, maar reikt tot aan waar je bloed stroomt.

*

Met verbeten stappen loopt Dewi naar de bushalte en ze wapent zich voor weer een nieuwe dag en dan vooral voor het gezicht van Colette en de verhalen die ze inmiddels aan iedereen zal hebben verteld. Verhalen over die rare Dewi die liever haar tijd doorbrengt met die stomme mongolen van de Gazelle en de leraren van school. Dewi schudt haar hoofd. Ze was stom om Colette in vertrouwen te nemen.  Het was de zoveelste poging te doen wat alle anderen meiden doen. Praten over stille dromen, heimelijke verliefdheden en verborgen fantasieën. Ze doet het niet meer. Ze neemt nooit meer iemand in vertrouwen.
Weer krijgt ze een kleur als ze het gezicht van Colette voor zich ziet. Ze had haar met een spottend lachje aangekeken toen ze haar vertelde over het gevoel dat ze krijgt als ze in de buurt van Gabriël of Menno is.
‘Jezus Dewi, een mongolenfluisteraar en een geschiedenisleraar. Kan het nog saaier. Je had Santino kunnen krijgen. Als je het dan perse met een oudere vent wil doen.’
Dewi had haar schouders opgehaald. ‘Wie zegt dat ik het met ze wil doen. Niet alles draait om seks zoals jij denkt en daar gaat het ook helemaal niet om. Ze geven me een speciaal gevoel, allebei, ik weet niet zo goed wat het is.’
Colette giechelde. ‘Als je Santino een kans geeft zal hij je ook een heel speciaal gevoel geven. Geloof me maar.’
Colette orakelde verder over Santino.  Over zijn donkere krullen, zijn ogen en zijn zachte lippen.
‘Echt Dewi, dat is nog eens een man en de seks …’  Ze draaide overdreven met haar ogen. ‘… het is meer dan ik ooit had gedacht. Hij is lekker, hij is sexy, hij is … hij is zo vreselijk geil.’
Dewi keek haar aan. ‘En waarom denk je dat hij mij een speciaal gevoel zal geven. Jij bent toch met hem?’
Colette draaide een lok haar rond haar vinger en speelde met een bierviltje. ‘Santino gelooft niet in één op één. Hij zegt dat je liefde zo veel mogelijk moet delen, het is de enige vorm. Hij kan zich niet vastleggen…’
‘Hij neukt er dus op los en geeft jou het gevoel dat dat normaal is.’
‘Hij neukt er niet op los, maar hij wil zich ook niet vastleggen. Hij is nog jong.’
‘En jij bent al bejaard. Jemig Colette, daar trap je toch niet in.’
Colette keek haar boos aan. ‘Ik trap helemaal nergens in! Santino ziet mij tenminste staan, dat kan ik van jouw kleine meisjes fantasieën niet zeggen. Misschien moet je het Menno vertellen, of Gabriël. Misschien kun je dan eindelijk ergens over mee praten.’
Dewi zuchtte. ‘Ik hoef er niet over mee te praten Colette. Het kan me niet schelen. Doe wat je niet laten kunt.’

Colette was weggegaan, gepikeerd en beledigd. Dewi haalt haar schouders erover op. De meeste mensen willen alleen bij je in de buurt zijn als je je gedraagt zoals ze van je verwachten. Het is de enige reden dat ze inging op de versierpogingen van Santino en zich door hem liet zoenen en betasten. Het gevoel waar ze op wachtte kwam niet. In plaats daarvan werd ze misselijk van de geur die uit zijn mond kwam en vluchtte ze van hem weg toen hij hijgend zijn broek opende en haar hand in zijn kleffe warme kruis duwde.

Als dat het speciale gevoel is waar Colette het over heeft, dan kan ze heel goed zonder.

Show Buttons
Hide Buttons