De waarheid achter het masker

Met haar rug tegen de deur blijft Soumia staan en ze spitst haar oren naar geluiden die van buiten komen. Voetstappen. Haar hart maakt een sprong en valt weer terug op zijn plek. Wouter komt niet terug. Dat hoopt ze ook niet, niet echt, maar toch …
Het is niet waar dat ze niets voelt, maar de pijn die ze voelde toen met Fleur, die blijft uit. Ze is op Wouter gesteld geraakt, ondanks de irritatie die ze ook kan voelen als ze weer merkt dat zijn verlangen naar haar egoïstisch is. Tegelijk weet ze dat haar eigen verlangens ook egoïstisch zijn, verborgen onder uiterlijk vertoon dat niemand toestaat echt dichtbij haar te komen. Niemand. Zelfs haar familie en Dewi niet. Ook Vadit niet.

Ze zucht en loopt terug naar de keuken waar ze de koffiekopjes afspoelt. Het is dubbel want ergens vindt ze het verlangen van Wouter oppervlakkig, tegelijk kan ze hevig verlangen naar die oppervlakkigheid. Simpelweg voelen om het voelen, niet omdat een ander gevoel bedekt moet worden. Luchtig, vrij en misschien ook wel lichtzinnig.

Soumia wil het kunnen, maar ze kan het niet. Die ene keer dat ze hem met zijn hoofd tussen haar benen dwong … Het gaf haar geen vrijheid en lichter werd ze er al helemaal niet van. Er stond niets tegenover. Geen schuld, maar ook geen belofte. Zonder dat maakt het niet uit wat ze doet en hoe ze dat doet.

Ze kan niet alleen maar zijn Meesteres zijn of de wethouder met passie voor haar werk. Ze kan ook niet alleen de liefdevolle dochter zijn, of een vriendin van Dewi, of de bewonderaarster van Vadit. Ze is het allemaal en ze is het zat om verschillende rollen aan te nemen uit angst. Al die kanten zijn belangrijk voor haar en anderen verdienen te weten wie ze ook kan zijn. Ze is het zat om zich te verbergen achter een masker en af te sluiten voor emoties die misschien pijnlijk zijn, maar die het leven wel echter en voller maken. Ze wil leren hoe ze het kan voelen. Luchtig, vrij en misschien zelfs lichtzinnig.

Het plotseling gekregen inzicht maakt haar hoofd helder en haar bewegingen daadkrachtig. Ze gaat naar boven en vervangt haar saaie huisoutfit voor iets pittigers. Een zwarte rok, die strak om haar bovenbenen sluit, een glanzende top met kleine knoopjes en fraaie borduursels en haar laarzen. Ze föhnt haar haren en maakt zich een beetje op, vrouwelijk, maar niet te donker. Gewoon omdat ze dat het mooiste vindt, niet omdat het past bij haar huidige rol. Geen rollen meer, geen wisselende gezichten. Ze is wie ze is. Soumia Zamora en de mensen zullen haar moeten nemen zoals ze is, met al haar kanten en eigenaardigheden.

*

Tegen de tijd dat ze haar auto naast de bestelbus van Vadit parkeert is haar daadkracht letterlijk in haar laarzen gezakt. Ze twijfelt. Wat als hij haar afwijst? Wat als hij afkeurend reageert op haar compleetheid en wie ze echt is. De gedachte maakt haar moedeloos en boos tegelijk. Waarom is het zo belangrijk voor haar dat hij haar accepteert? Wat maakt hem meer dan ieder ander, wat ziet ze in hem? En waarom wil ze in de eerste plaats dat hij haar ziet zoals ze is? Dat is vragen om problemen, om gekwetst te worden. Vragen om pijn die ze niet wil voelen

Haar rug brandt. Pijn die al het andere moet verzachten en uiteindelijk vervagen. Pijn omdat ze niet toestond volledig zichzelf te zijn, omdat anderen er niet mochten zijn.
Resoluut stapt ze uit. De pijn mag er zijn, maar nooit meer in plaats van iets anders. Het moet echt zijn, puur. Als zij geniet van de pijn die ze zichzelf kan geven, dan mag dat, maar niet meer om andere pijn te bedekken.

Over het schemerige pad wandelt ze naar het huis van Vadit. De lamp bij de buitendeur brandt en in de keuken ziet Soumia het oranje, flakkerende licht van de vlammen in de open haard. Hij is thuis en misschien wacht hij zelfs wel op haar. Misschien heeft hij sinds hun allereerste ontmoeting al gewacht tot ze eindelijk in al haar compleetheid naar hem toe zou komen.

*

Ze klopt zacht op de deur. De hond slaat even aan. Het is een korte donkere blaf en Soumia ziet voor zich hoe het dier zich gerust laat stellen door zijn baas en loom zijn kop weer op zijn poten legt. Ze hoort Vadit lachen, iets zeggen en weer lachen. Haar binnenste reageert opgewonden op het geluid van zijn stem en ze haalt diep adem. Plotseling voelt ze zich jong en zelfs verliefd, verlangend om hem aan te kijken en hem te vertellen wat ze allemaal op haar hart heeft.

De blik in zijn ogen is verrast als hij ziet wie er voor de deur staat.
‘Soumia? Wat fijn je weer te zien en wat zie je er mooi uit, kom je Dewi ophalen?’
De opwinding en het verlangen zakt terug in haar borst om wordt omhelst door de donkere kilte die ze zo graag los wil laten. Ze recht haar schouders.
‘Dewi? Nee, ik …’
‘Mijn moeder komt me halen. Soumia is mijn moeder niet!’
De stem van het meisje komt uit de keuken en is hard. Vadit glimlacht.
‘Dan is het een mooie toevalligheid, kom binnen. We zitten juist aan de thee.’

Aarzelend volgt Soumia hem naar binnen. Ze heeft Dewi niet meer gezien sinds die laatste keer. Het onhandige excuus dat ze het meisje maakte en niet de juiste uitwerking had. Nu ziet ze haar ogen en ze zijn koppig en een beetje triomfantelijk, bijna alsof ze tegen Soumia wil zeggen dat zij hier eerder was. Dewi, het kind en plotseling hoort ze weer de stem van Naomi.

‘Dewi zal het niet toegeven, maar ze lijkt op jou …’

Koppig, vastbesloten haar eigen weg te volgen met of zonder hulp van anderen, van wie dan ook. De prilheid van een jonge vrouw die nog niet goed weet wat haar pad is en waar het haar zal brengen. Open en ook nog beïnvloedbaar. Het is een gevaarlijke combinatie. Soumia zucht.
‘Dag Dewi, wat leuk je weer te zien.’
Dewi mompelt een onverstaanbaar antwoord, maar het is duidelijk dat ze Soumia niet gelooft. Hun laatste ontmoeting was alles behalve leuk.

‘Wil je ook thee? Dewi, schenk jij in. Leuk om jullie weer een keer samen te zien …’

Als Vadit al door heeft dat er ongezonde spanning tussen de twee vrouwen hangt, dan laat hij dat niet merken. Hij praat, lacht en geeft zowel Soumia als Dewi de aandacht waar ze om vragen.
Soumia kan zichzelf wel slaan. Dewi is geen concurrente en toch merkt ze dat het haar goed doet als Vadit zijn aandacht op haar, en niet op het meisje richt.

Waarom is ze hier? En rond deze tijd? Wat heeft ze Vadit vertelt? Weet hij alles? Wat vinden haar ouders ervan dat ze hier is, alleen … Wat zou zij daarvan vinden als zij Dewi haar moeder was …

Wantrouwend luistert Soumia naar Dewi. Haar lach is hoog en klaterend, haar ogen glanzen en de blikken die ze op Vadit werpt zijn verleidelijk en koket. Soumia duwt haar nagels in haar hand. Ze voelt de behoefte het meisje terecht te wijzen en moet zich beheersen om niet meteen de daad bij die gedachte te voegen. Die fout heeft ze al eerder gemaakt en werd haar niet in dank afgenomen. Nog steeds niet.

Ze is dan ook opgelucht als er eindelijk op de deur geklopt wordt en Dewi opspringt.
‘Daar is mijn moeder, ze appte al dat ze eraan kwam.’
Dewi pakt haar tas. ‘Bedankt voor de thee, Vadit en de gesprekken. Tot volgende week. Tot ziens Soumia.’

Soumia knikt en zucht opgelucht. Ze zal zich later om Dewi bekommeren. Nu is ze hier voor Vadit en op het moment dat hij de deur weer dicht doet en zich met zijn innemende glimlach naar Soumia omdraait, is het opgewonden gevoel in haar borst weer terug. Dat en de nerveuze kriebel in haar buik. Hij gaat naast haar zitten.
‘Vertel, waar heb ik je bezoek deze keer aan te danken.’

Ze staat op en kijkt hem aan.
‘Ik wil je eerst iets laten zien en dat is moeilijk voor me, dus ik zou het fijn vinden als je niets zegt tot ik ook mijn verhaal heb verteld.’
Met trillende vingers begint ze de knoopjes van haar top los te maken en Vadit legt zijn hand op haar handen.
‘Je hoeft niets te doen of te zeggen, Soumia. Niet om mij een plezier te doen. Ik wil dat je gewoon jezelf bent.’
‘Ik wil dit, juist omdat bij jou volledig mezelf wil kunnen zijn. Alsjeblieft, niets zeggen tot je alles hebt gezien en alles hebt gehoord.’

Hij knikt, schuift tegen de rugleuning van de bank en kijkt haar aan.

Langzaam maakt ze haar top los en zijn ogen volgen de bewegingen van haar vingers. Korte momenten van twijfel maken dat ze hapert, die ademhaalt en weer verder gaat. Eerst de top, dan de rok en haar laarzen, haar panty en als laatste haar slipje en haar beha. Naakt blijft ze voor hem staan. Zijn blik verraadt niets. Geen verbazing, geen verlangen, helemaal niets en als ze zonder iets te zeggen blijft staan, doet hij zijn mond open.
‘Soumia, wat …’
‘Nee, niets zeggen. Geef me even. Dit is moeilijk voor me.’

Ze kijkt naar de vlammen in de open haard en naar de slapende hond op het kleine kleed. Vadit heeft gelijk. Het hoeft niet. Ze kan haar kleren weer aantrekken, naar huis gaan en zich weer verstoppen achter een van de vele maskers die ze gewend is te dragen, maar dat wil ze niet.
Ze is bang. Voor het eerst sinds lange tijd is ze weer bang en het gevoel jaagt haar ademhaling hoog door haar borst.

Ze wil dit. Ze wil voelen, echt voelen en dat kan alleen als ze zich volledig laat zien. Vadit zal de eerste zijn en hij zal haar niet afwijzen. Met iedere gespannen vezel in haar lichaam hoopt ze dat hij haar niet af zal wijzen.

Soumia haalt diep adem, kijkt hem aan, draait zich dan langzaam om en toont hem haar geheim. Al haar pijn, al haar hoop en al haar verlangen. Ze laat het hem zien en met haar ogen dicht wacht ze op de eerste, geschokte reactie.

Show Buttons
Hide Buttons