Het gevoel van het moment

Langzaam verdwijnen de geuren die zijn vrijgekomen en net zo langzaam voelt Soumia zichzelf terugkeren in haar lichaam en de realiteit. Het moment verdwijnt, het laagje zweet op haar lichaam droogt op en de kou in haar lichaam keert terug. Ze rilt.
Vadit glimlacht en streelt haar rug net boven de aanzet van haar billen.
‘Dat was bijzonder en heel echt.’
Hij zucht diep, leunt achterover en kijkt haar aan. Op haar wangen ligt een warme gloed die niet past bij haar ogen. Zoekend gaat haar blik langs zijn gezicht en hij trekt haar naar zich toe. Zijn handen glijden langs haar schouders en door haar haren. Soumia legt haar hoofd op zijn borst en laat haar tranen los. Ze huilt met schokkende schouders en laat zich troosten door zijn handen en zijn rustige stem.

Met haar ogen dicht probeert ze het moment vast te houden. Ze kan ze niet herinneren wanneer ze voor het laatst echt intiem met iemand is geweest. Misschien is ze wel nooit eerder intiem geweest, niet meer sinds Oscar, niet zoals nu met Vadit. Hij was in haar, met alles en helemaal en dat gevoel herkent ze niet omdat ze het nooit eerder heeft meegemaakt. Ze voelde zich jong en kwetsbaar en liet al haar reserves los omdat ze voelde dat hij alles van haar wilde zien. Ze gaf het hem en ze wilde dat hij het nam, dat hij het zich toe-eigende, maar hij nam niets en hij gaf haar niets om te nemen. Nu sluipen haar reserves langzaam terug en voelt ze hoe de banden van dat wat ze altijd gekend heeft haar weer in hun greep krijgen. Ze voelt zich leeg en eenzaam en ze wil weg. Tegelijk wil ze bij hem blijven, zich door hem laten troosten en bij de hand laten nemen. Ze wil hem zien zoals hij haar zag en haar angst voor de ochtend los laten.

Wat als het alleen maar dat moment was?

Ze veegt langs haar ogen. Ze huilt om wat ze misschien nu alweer kwijt is, omdat ze niet beter weet dan een ander nooit helemaal toe te laten.

Wat als ze nooit leert hoe ze dat kan doen?

‘Je piekert teveel Soumia. Laat het los, als het bij je hoort komt het vanzelf naar je toe.’
Zijn stem bromt in haar haren en ze mompelt tegen zijn borst. ‘Het is al weg.’
‘Dit moment is er nog. Je verwacht teveel en bent bezig met wat er was en nog moet komen. Dan beleef je het niet echt.’

Soumia kijkt hem aan en vraagt zich af of hij spijt heeft, of het wel echt is en niet alleen maar haar verbeelding, omdat ze het zo graag wil. Vadit glimlacht en strijkt met zijn duim een traan van haar gezicht.
‘Je bent alweer bezig met wat als, niet met het is.’
‘Wat is het dan?’
‘Het is wat het nu is.’

Ze maakt zich los uit zijn armen en glijdt van zijn schoot. Ze weet niet goed hoe ze het gevoel moet omschrijven, maar het lijkt nog het meest op schaamte. Ze gaf zich aan hem, terwijl er niets te geven is. Ze heeft hem niets te bieden.

Zonder hem aan te kijken gaat ze naast hem zitten en ze trekt de kleurige deken van de bank om zich heen om haar naaktheid te bedekken.
Hij zit naast haar, zonder schaamte, zonder wat dan ook. Ze kan hem niet lezen, maar ze wil het weten. Ze kent zijn lichaam nu, maar ze wil alles van hem kennen en ze wil dat hij het haar geeft omdat het de enige manier is.

‘Wat is het voor jou?’
Vadit glimlacht. ‘Het is een bijzonder moment, jij en hoe je je openstelt. Je bent een bijzonder vrouw, Soumia.’
‘Dit is niet wie ik ben …’
‘Dat geloof ik niet.’

Zijn ogen blijven warm, zonder oordeel en in een reflex steekt ze haar hand uit, maar aarzelend stokt ze in haar beweging. Ze kijkt hem aan.
‘Wat wil je dat ik doe?’
Hij lacht zacht. ‘Dat kan ik niet voor jou bepalen Soumia. Doe wat je gevoel je ingeeft.’
Het donkere wat ze zo goed kent valt weer over haar heen en sluipt in haar hoofd.
‘Wat als ik wil dat je het wel bepaalt. Wat als ik verwacht dat je mij vertelt wat ik moet doen, wat jij wilt dat ik doe.’
‘Waarom zou je dat willen?’

Soumia gaat op haar knieën zitten en kijkt op hem neer. Haar hand glijdt over zijn buik richting zijn slappe lid en het duistere in haar hoofd doet haar verlangen daar iets over te zeggen, zoals ze bij Wouter zou doen. Hij zou krimpen onder haar blik en haar woorden, Vadit niet. Er verandert niets in zijn houding nu haar hand om hem heen ligt en ze langzame, maar stevige bewegingen maakt. Hij moedigt haar niet aan en houdt haar niet tegen, maar de rol die over haar heen valt kent ze te goed om zomaar los te laten.
‘Wil je dat ik hem in mond neem, Vadit? Wil je dat ik je nog een keer hard maak en je laat komen?’

Vadit kijkt haar aan en houdt haar dan toch tegen door zijn hand over die van haar te leggen.
‘Ik heb geen macht over jou Soumia, jij ook niet over mij. We zijn hier samen, uit vrije wil omdat iets ons naar elkaar toe heeft gebracht. Zodra ik jou mijn wil opleg, zal dat veranderen. De keus is dan niet meer vrij en ligt volledig bij de ander.’
‘Wat als ik dat wil?’
‘Dan herhaal ik mijn eerdere vraag; waarom zou je dat willen?’

‘Omdat het is wie ik ben …’

‘Je bent veel meer dan dat.’

Hij staat op en laat haar op de bank zitten met haar gedachten en alle onzekerheden die over haar heen vallen. Ze volgt zijn bewegingen en kijkt naar zijn lichaam zonder het echt te zien. Ze wil hem, helemaal, zoals het was. Met zijn ogen in haar, zodat hij haar ziet, maar hij ziet haar niet. Het was enkel dat moment en dat moment is voorbij. Niemand kent haar, en niemand zal haar ooit kennen, laat staan accepteren. Dat besef voegt zich bij de kilte die weer is teruggekeerd. Vadit raapt de kledingstukken van de vloer.

‘Laten we gaan slapen, Soumia. Ik heb mijn rust nodig en jij ook denk ik zo.’
‘Ik slaap alleen …’
‘Het bed in de logeerkamer is opgemaakt en de lakens zijn schoon. Als je wilt kun je daar slapen.’
Soumia zucht. ‘Het is niet dat ik wil, ik kan niet anders … Ik ben dit niet gewend en …’
‘Je hoeft je niet te verontschuldigen. Een goede nachtrust is belangrijk en als je liever alleen slaapt, dan doe je dat.’
‘Maar wat wil jij!’

Haar stem is nu wanhopig. Ze wil dat hij het haar zegt zodat ze hem kan volgen, zodat ze kan doen zoals hij doet. Als zij het dan niet voor hem kan bepalen dan wil ze dat hij haar leert hoe het anders moet.

‘Wat ik wil is hierin niet belangrijk. Mijn verlangen of wensen kunnen die van jou niet zijn. We zijn verschillend Soumia en het is juist die eigenheid die het zo bijzonder maakt dat we tot elkaar zijn gekomen …’

Hij houdt zijn mond als Soumia plotseling opstaat en ruw haar kleding uit zijn handen trekt.
‘Mooie woorden Vadit, maar ze zijn leeg! Jij verschuilt je achter vrijheid en praat over loslaten omdat je zegt dat je dan pas echt ontdekt wat bij je hoort, maar dat is een leugen!’
Met een strak gezicht begint ze zich aan te kleden. Vadit blijft rustig staan. Hij houdt haar niet tegen en probeert haar ook niet op ander gedachten te brengen. Zijn kalmte maakt haar woest en ze kijkt hem fel aan.
‘Weet je wat voor een mensen die woorden gebruiken? Juist de mensen die geen verantwoordelijkheid durven nemen zodat ze, mocht het mis gaan, kunnen zeggen dat zij er geen schuld aan hebben.’
‘Dat is niet wat ik …’
Met een autoritair gebaar heft ze haar hand op om hem het zwijgen op te leggen.
‘Bespaar je de moeite. Jij hebt mij zover gekregen dat ik mezelf aan je gaf, helemaal en nu weiger jij daar ook maar enige verantwoordelijkheid voor te nemen. Je hebt me misleidt en ik ben er met open ogen ingetrapt!’

Zonder nog iets te zeggen pakt ze de rest van haar spullen. Ze kijkt hem niet aan als ze door de keukendeur naar buiten verdwijnt en deze hard achter zich dichttrekt. Het verontwaardigde geblaf van de hond komt verwijtend achter haar aan. Vadit praat zacht en kalmerend om het dier te sussen. Ze blijft even staan, maar als tot haar doordringt dat Vadit niet achter haar aan komt, beent ze met grote passen naar de parkeerplaats. In haar hoofd woeden hete gedachten en haar lichaam verlangt naar de verlossing die ze zo goed kent. Een verlossing die de pijn van dit moment zal blussen.

Haar blik wordt vertroebeld door de tranen en ze geeft harder gas dan nodig als ze haar auto de weg op stuurt. Het is voorbij en het was een leugen. Ze heeft zich laten bedotten door haar eigen gevoel omdat ze zo graag wil dat het anders is, maar het kan niet anders zijn. Het zal nooit anders zijn.

Driftig veegt ze langs haar ogen. Ze druk het gaspedaal nog iets dieper in, bomen en lantaarns flitsen aan haar voorbij en ze duwt zichzelf diep in de zitting van haar stoel. De tekeningen op haar rug branden fel en doen de tranen nog meer stromen terwijl zijn woorden wild door haar hoofd blijven razen.

‘Waarom zou je willen?’

‘Omdat ik niet anders ken!’

Haar pijn komt uit haar keel en blijft verwijtend om haar heen hangen. Het drukt zo zwaar in haar hoofd dat ze haar ogen wel moet sluiten, heel even maar. In een flits ziet ze weer het gezicht van Vadit en meteen daarna dat van Dewi. Het meisje schreeuwt.

‘Soumia is mijn moeder niet!’

De auto maakt een slinger en met een schok opent ze haar ogen om meteen verblindt te worden door de koplampen van een tegenligger. Zijn claxon komt haar dreigend tegemoet. Vertwijfeld geeft ze een ruk aan het stuur. De berm komt op haar af en in de schemering duiken plotseling de bomen op, alsof ze daar eerder niet waren en haar enkel de weg proberen te versperren. Ze heeft geen controle meer over het stuur en gilt hoog. Meteen daarna volgt een harde klap en wordt alles om haar heen donker.

Show Buttons
Hide Buttons