Dichte deuren

Wat aarzelend blijft Dewi voor de dichte deur staan en ze kijkt om zich heen. Ze is hier eerder geweest, een paar keer, maar nooit alleen. In haar hand ligt de metalen voordeursleutel en het briefje met het handschrift van Soumia. Dewi vraagt zich af waarom ze niet praat. Volgens Vadit gaat het met haar zicht langzaamaan beter, zoals de artsen ook hebben voorspeld. Met het praten zal het ook wel goed komen. Zegt hij. Haar ouders zeggen het ook, en de artsen. Soumia zegt niets en daardoor lijkt het of het haar niets kan schelen.

Dewi denkt aan het moment dat ze hoorde van het ongeluk en voelt haar wangen weer rood worden van schaamte. Ze was al naar boven gegaan om zich klaar te maken voor bed en hoorde beneden de bel. De zachte stemmen van haar ouders gingen richting de voordeur. Samen, omdat het al zo laat was en toen kwam de stem van Adnan. Rustig, maar met een nerveuze ondertoon. Dewi kent zijn stem. Ze weet hoe hij praat en dat was anders dan ze van hem gewend is. Ze stond al bovenaan de trap toen haar vader haar riep en ze dacht aan de baby. Het is nog te vroeg, maar het kan en zij mag erbij zijn. Het ging niet om de baby. Het ging om Soumia.

Soumia kwam bij een vriend vandaan en is van de weg geraakt. Het zag er ernstig uit. Adnan wilde het haar zelf vertellen. Hij was onderweg naar het ziekenhuis, of Dewi mee wilde? Dewi wilde niet mee. Ze wilde naar bed en onder de dekens kruipen vanwege het gevoel dat door haar heen spoelde. Het was geen angst, zelfs geen verdriet. Het was woede, samen met opluchting en ze durfde Adnan niet aan te kijken.

In bed trok ze de dekens over haar hoofd en liet ze met haar nagels in de palmen van haar hand het gevoel toe. Soumia was bij Vadit. Die gedachte alleen al maakte haar woest. Ze heeft daar niets te zoeken. Dewi heeft Vadit gevonden en ze vindt het prettig bij hem en op de kwekerij te zijn. Het is iets van haar! Ze maakte zich geen zorgen om Soumia en heel diep in haar borst zat dat warme gevoel van opluchting dat ze inmiddels zo goed is gaan herkennen. Als Soumia er niet meer is zal alles weer bij het oude zijn en heeft ze Vadit weer voor zichzelf. Als Soumia er niet meer is dan hoeft ze niets met dat vreemde gevoel dat haar overspoelt elke keer als ze samen met haar in een kamer is.

*

Met een verbeten trek op zijn gezicht trekt Wouter de deur van zijn kantoor achter zich dicht en hij beent langs de receptie waar Louisa nog driftig zit te typen.
‘Ik ga naar huis.’
Geschrokken kijkt Louisa op en zenuwachtig sluit ze haar document af.
‘Wacht, ik ga mee.’
Hij wacht niet en gehaast propt ze haar spullen in haar tas en hobbelt ze achter hem aan. De deuren van de lift glijden vlak voor haar neus dicht en ze zucht. Hij is de hele middag al zo. Sinds dat bezoek van die twee heren. Louisa heeft ze eerder gezien. Ze werken elders in het gebouw. Ze weet niet waar het gesprek over ging en toen ze kwam vragen of de heren koffie wilden, stuurde Wouter haar vriendelijk, maar beslist weg. Die vriendelijkheid verdween samen met de twee mannen.

Nu is hij kwaad en geïrriteerd en zoals de laatste tijd wel vaker, reageert hij dat af op haar. En dat kan twee kanten opgaan. Dat ze niet weet welke kant het vandaag op gaat, maakt haar onzeker en ongeduldig wacht ze op de volgende lift.

In de parkeergarage trippelt ze haastig naar zijn auto en nog voordat ze het portier dicht kan trekken geeft hij een dot gas waardoor ze achterover in haar stoel valt. Ze haalt diep adem en maakt onhandig haar gordel vast.
‘Was het een vervelend gesprek?’
Ze kijkt hem aan, maar hij doet of hij haar niet hoort en stuurt de auto sneller dan verantwoord door de scherpe bochten van de garage. Louisa zucht. Vanavond zal hij niet bij haar blijven.

*

Wouter heeft er een hekel aan wanneer hij op zijn vingers wordt getikt, vooral als dit gebeurt door mensen die in de praktijk helemaal niets over hem te zeggen hebben. Hij is goed in zijn werk, hij doet wat moet gebeuren, maar hoe hij dat doet en wie hij daarvoor inhuurt, bepaalt hij zelf. Dat domme gelul over ‘het visitekaartje van het bedrijf’. Louisa is zijn secretaresse en ze doet alles om het hem naar de zin te maken. Op kantoor en thuis. Het visitekaartje van het bedrijf zit beneden aan de receptie. Een wat oudere vrouw met kortgeknipt asblond haar, kleding met infantiele teksten en een bril aan een metalen kettinkje. Oubollig, zuur en vooral preuts. Nee, dan Louisa …

Vanuit zijn ooghoeken laat hij zijn blik over haar lichaam glijden. Nu ze naast hem zit komt de rand van haar kousen onder haar strakke rokje vandaan en hij weet dat ze geen slipje draagt. Zodat hij kan nemen wat ze hem zo graag elke keer weer geeft. Op het werk en thuis, wanneer hij daar zin in heeft. Het geeft een extra dimensie aan zijn dagen en aan zijn werk. De zoete kleurtjes die ze ook zo graag draagt zijn voor thuis. Grijs, donkerblauw of zwart, dat zijn de kleuren voor op kantoor. Wel kort, strak en liefst een beetje diep uitgesneden. Anderen mogen ook genieten van wat ze te bieden heeft. Vrouwen moeten zich niet verstoppen. Zodra ze dat doen worden ze oubollig, zuur en vooral preuts, zoals dat visitekaartje van beneden.

Twee maanden hebben ze hem gegeven. Hij zal op zoek moeten gaan naar een andere secretaresse en Louisa moeten ontslaan. Ze werkt hier al jaren, nog voor hij zelf bij het bedrijf kwam. Ze zal het niet begrijpen en ze zal nog afhankelijker van hem worden.
Hij laat het gaspedaal wat vieren en kijkt haar aan. Ze zal inderdaad nog afhankelijker van hem worden en dat geeft ruimte aan alle plannen die hij nog met haar heeft. Het is goed als ze echt niet zonder hem kan. Ze zal hem nooit meer iets weigeren.

Wouter legt zijn hand op haar been en knijpt stevig in de blanke huid. De onzekere blik in haar ogen verdwijnt en verheugd kijkt ze hem aan. Hij glimlacht.

‘Het was geen makkelijk gesprek nee, maar het komt goed. Ik vind wel een oplossing.’

Een stuk kalmer stuurt hij de auto door de stad en zoals hij de laatste weken wel vaker doet, neemt hij de omweg langs het huis van Soumia. Ze heeft nog steeds niet gereageerd op zijn berichten en mails en hij hoopt een glimp van haar op te vangen. Al is het maar de wetenschap dat ze gewoon thuis is en er geen andere mannen in haar leven zijn. Zijn hart stuitert dan ook opgewonden in zijn borst als hij haar juist thuis ziet komen en hij gaat nog langzamer rijden. Louisa volgt zijn blik.
‘Wat is er? Waarom rijden we hier steeds langs. Je weet toch dat het om is?’
De vrouw bij de dichte deur van het huis van Soumia lijkt op Soumia, maar het is haar niet en in een opwelling parkeert Wouter de auto tegen de stoep en stapt uit. Hij maant Louisa te blijven zitten.

‘Het is niets. Iemand die ik al een tijdje wil spreken, ik ben zo terug.’

Misschien is het die vrouw waar Soumia hem over vertelde. Die ander. Dat geeft niet. Een andere vrouw raakt hem niet. Zolang het geen andere man is die doet wat ze hem liet doen. Zelfverzekerd loopt hij naar haar toe.
‘Hallo? Is Soumia ook thuis?’
Wouter wordt getroffen door haar ogen als ze zich naar hem omdraait. Het zijn de ogen van Soumia en plotseling weet hij wie dit is. De dochter die ze ooit opgaf en weer terugkwam in haar leven. Ze vertelde erover vol schaamte en onzekerheid. Het past niet bij het beeld dat hij van Soumia heeft en achteloos gooide hij het destijds aan de kant. Iedereen heeft een verleden, mooi of minder mooi.
Deze jonge vrouw lijkt op Soumia, maar ze verstopt haar statige houding onder zakkige en te grote kleding. Wouter steekt zijn hand naar uit en stelt zich voor.

*

Dewi bekijkt de man die naar haar toe komt lopen en stopt de sleutel van de voordeur in haar jaszak. Ze kent hem niet en zijn naam heeft ze nooit gehoord. Hij vraagt naar Soumia en waar ze is. Soumia heeft al een man in haar leven. En toch wil Soumia ook Vadit. Deze man past beter bij haar.
‘Soumia is ziek. Ze heeft een ongeluk gehad.’
De man reageert geschokt en Dewi vertelt kort wat er is gebeurd. Ze wil vertellen waar Soumia is, maar iets houdt haar toch tegen. Als deze man niets weet, misschien wil Soumia dan ook niet dat hij iets weet.
‘Ik haal even wat spullen van haar op. Het gaat langzaam beter en ze wil haar laptop.’
Wouter knikt. ‘Ik probeer haar al zeker een maand op alle manieren te bereiken, maar krijgt tot nog toe geen reactie.’
‘Ik zal zeggen dat u hier was. Ze heeft haar telefoon al een tijdje niet gebruikt, dus het kan kloppen. Ik denk dat u snel van haar hoort nu het weer beter gaat.’

Wouter neemt afscheid van het meisje en gaat weer naast Louisa zitten. Vragend kijkt ze hem aan.
‘Wie is dat? Ik ken haar ergens van …’
‘Gewoon iemand. We gaan naar jouw huis vanavond en we krijgen bezoek …’
Zonder haar verder nog uitleg te geven, start hij de auto en rijdt hij weg. Hij kijkt nog even naar het meisje bij de dichte deur. Nog steeds maakt ze geen aanstalten om naar binnen te gaan.

Zijn hoofd is lichter en hij gaat op zoek naar het zware gevoel dat hij vanavond nodig zal hebben. Het is dat hij de afspraak al een aantal weken heeft gemaakt en er fors voor heeft betaald ook, anders had hij het afgeblazen. Soumia reageert niet uit desinteresse en nu het meisje haar zal vertellen dat hij contact met haar heeft gezocht, zal ze snel van zich laten horen. Ze zal willen weten waar hij mee bezig is en misschien zal hij haar zelfs weer zien. Het was een vergissing met haar te breken. Hij heeft haar nodig en ze zal zich realiseren dat zij hem ook nodig heeft. De afgelopen weken heeft hij genoeg gelezen en meegemaakt om te weten dat dat zo is. Hij geeft ook voeding aan haar donkere verlangens, precies zoals ze dat bij hem doet.

Show Buttons
Hide Buttons