Geheimen

Soumia staat geagiteerd op als de deur open gaat en eindelijk Dewi binnenkomt met haar spullen. Ze wil vragen waarom het in godsnaam zo lang moest duren en slaat gefrustreerd met haar vuist op tafel als de woorden weer blijven steken. Tot haar ergernis produceert ze enkel wat onsamenhangende klanken en haar frustratie wordt groter als ze het gezicht van Dewi ziet. Het is nog een beetje wazig, maar ze leest onmiskenbaar de gedachten die het meisje over haar heeft en het maakt haar woest. Spot, daar kan ze mee omgaan, haat ook, maar medelijden?

Dewi zet de tassen op de tafel en draait zich om naar het aanrecht om een glas water voor zichzelf in te schenken.
‘Je spullen, zoals je hebt opgedragen. Is Vadit nog in de kassen …? Laat maar, ik ga zelf wel even kijken.’
Ze drinkt het glas water in een keer leeg en wil weer verdwijnen. Bij de deur draait ze zich om.
‘Oh, er was een man … Wouter? Misschien moet je hem iets laten weten, hij maakt zich nogal zorgen en je hebt een bericht op je antwoordapparaat van ene Fleur?’
Dewi verwacht geen antwoord op haar vragende blik, maar is tevreden als Soumia haar ogen neerslaat in verwarring en zelfs schaamte. Soumia heeft geheimen en Dewi zal zorgen dat ze erachter komt wat deze geheimen zijn. Vandaag is het de laatste keer dat Soumia haar heeft behandeld als een achterlijk klein kind.

De woorden van Dewi nestelen zich zwaar in het hoofd van Soumia. Wouter? Dat met Wouter is voorbij. Een besluit dat ze samen namen. Hij heeft meer nodig dan zij hem kan geven en op dit moment staat hij mijlenver bij haar vandaan. Waarom was hij bij haar thuis en waarom juist toen Dewi daar ook was? Heeft hij op haar gewacht? Wat probeert hij daar in godsnaam mee te bereiken. Het is voorbij en het is nooit iets geweest, niet echt. Met Fleur, dat was echt, maar ook dat … Fleur heeft haar gebeld? Waarom? Naast verwarring valt nu ook de paniek over haar heen. Is er iets met Fleur aan de hand? Heeft ze haar nodig? Als ze haar nodig heeft dan …
Maar dat kan niet! Of wel?

Haar bewegingen gaan haast automatisch en de pijn die ze in haar nek en schouders veroorzaken voelt ze niet. Ze voelt alleen de tekeningen op haar rug. Alsof ze gloeit. Alsof onder haar kleding de verdikte littekens oplichten en het labyrintische ontwerp van al haar duistere gedachten en geheimen onthullen.

Terwijl ze wacht tot haar telefoon voldoende is opgeladen, klapt ze haar laptop open en met haar gezicht dicht bij het verlichte scherm, leest ze de vele mails van Wouter. Hij stuurt ze dagelijks en de laatste is van nog geen uur geleden. Hij vertelt haar over zijn werk, maar nog meer vertelt hij over Louisa en wat hij haar laat doen. Met een haast demonisch genoegen laat hij Soumia weten dat ook hij een Meester kan zijn en dat hij de kunst beter beheerst dan zij doet.

‘Het gaat niet om controle. Het gaat om de juiste motivatie, om angst en een vorm van dwang. Ik vraag haar niets, maar ik verwacht dat ze doet en ze doet. Ze doet alles. Dat is het echte meesterschap en dat is ware onderdanigheid. Wat jij me hebt laten zien komt niet in de buurt …’

Tot in de details doet hij verslag van zijn vaak nachtelijke avonturen en ze vervullen Soumia met walging en medelijden voor Louisa. Zij geeft om Wouter. Misschien op een ongezonde manier, maar alles wat ze voor hem doet, doet ze uit liefde of in elk geval een vorm van. Wat Wouter doet heeft niets met liefde te maken. De relatie die hij met Louisa heeft is ongelijkwaardig en heeft ook niets met meesterschap te maken. Louisa is niet onderdanig. Haar motivatie komt heel ergens anders vandaan. Ze is alleen maar geil en bang ook deze man weer kwijt te raken.

Onrustig klapt ze haar laptop weer dicht. Wouter heeft haar niet nodig. Hij denkt van wel, maar hij is heel goed zelf in staat om voeding te geven aan de verlangens die in hem leven. Dat hij daarmee over de verlangens van anderen heen walst, interesseert hem niet of in elk geval niet genoeg. De relatie die Soumia met hem had, is een gepasseerd station. Ze heeft hem verkeerd ingeschat. Misschien heeft ze zelfs haar eigen verlangens ook wel verkeerd ingeschat.

Ze zet haar telefoon aan, kiest haar thuisnummer en luistert ongeduldig naar haar eigen boodschap. Met trillende vingers toetst ze de pincode van het antwoordapparaat. Veertien nieuwe berichten. Werk, Wouter en uiteindelijk het laatst ingesproken bericht van Fleur. Soumia luistert met ingehouden adem naar haar zachte, wat aarzelende stem en blaast pas weer langzaam uit na de laatste woorden.

‘… misschien kunnen we opnieuw beginnen?’

Soumia staart voor zich uit en ziet de flakkerend kaars voor het raam staan, het gebogen hoofd van Fleur en de uitgestrekte handen met daarop de kleine rijzweep. Fleur wilde voelen, echt voelen en Soumia gaf haar waar ze om vroeg. Omdat ze weet hoe het is om innig te verlangen naar alleen maar dat, zonder gedachten en zonder oordeel.

Kan ze opnieuw beginnen?

Ze opent de andere tas. Kleding, ondergoed en wandelschoenen, precies zoals ze Dewi heeft gevraagd, maar haar hart mist een slag als ze het het kleine, glanzende kistje onderin de tas ziet. Haar cadeau voor Fleur. Ooit aangeschaft en wachtend op het juiste moment om het haar te geven. Een moment dat niet meer kwam. Waarom zit dat in de tas? Heeft Dewi …?
De schaamte maakt plaats voor woede. Het kind heeft nieuwsgierig tussen haar spullen zitten neuzen en vond het nodig dit op deze manier aan Soumia duidelijk te maken. Opdringerig heeft ze zichzelf de toegang gegeven tot een kant van Soumia die Soumia alleen deelt met mensen die het begrijpen. Dewi begrijpt niets en ze wil het ook niet begrijpen. Wat Soumia haar misdaan heeft weet ze niet goed, maar ze voelt dat het meisje haar iets kwalijk neemt en het komt dicht in de buurt van minachting en misschien zelfs wel haat. Misschien heeft Soumia het verdiend, misschien ook niet, maar ze kan er slecht tegen wanneer mensen niet uitkomen voor dergelijk gevoelens, hoe negatief ze ook zijn.
Dewi heeft het recht niet. Soumia bepaalt zelf wanneer ze anderen deelgenoot maakt van haar verlangens en Dewi is daar nog lang niet klaar voor. Ze is te jong. Een kind dat nog geen flauw idee heeft wat er in mensen kan leven. Een kind dat nog helemaal niets weet.

*

Dewi vindt Vadit inderdaad in de kassen en is teleurgesteld als hij haar aanwezigheid amper opmerkt. Hij groet haar, maar kijkt niet op van zijn werkzaamheden en verveeld blijft ze om hem heen hangen tot hij haar eindelijk aankijkt. Haar hart maakt een kleine buiteling als zijn ogen die van haar raken en zenuwachtig slaat ze die van haar neer. Vadit glimlacht om haar verwarring, maar doet of hij het niet ziet.

‘Heb je de spullen kunnen vinden?’
Dewi haalt haar schouders op en gaat met haar vingers langs de tere blaadjes van een bloeiende roos.
‘Ja, hoor en nog wel meer dan dat …’
Vadit fronst. ‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Soumia is niet wie ze zegt dat ze is. Ze verbergt iets, ook voor jou.’
Hij luistert naar de onderliggende toon van haar woorden. Die is beschuldigend, maar ook een beetje triomfantelijk en hij kijkt haar aan.
‘Iedereen heeft recht op geheimen Dewi, ook Soumia.’
Het meisje schudt haar hoofd.
‘Geheimen staan het vertrouwen in de weg.’
‘Misschien, maar dan nog heeft iedereen recht op geheimen.’
Ze kijkt hem aan. ‘Heb jij geheimen?’
‘Natuurlijk heb ik geheimen. Het zijn geen grote, maar ze zijn er.’
‘Zoals …?’
‘Als ik je dat zou vertellen dan zijn het geen geheimen meer. Laat ik zeggen dat het kleine dingen zijn waarvan ik niet wil dat jan-en-alleman het weet. Het is niet goed om alles van jezelf te laten zien. Niet aan iedereen. Soms bewaar je het voor een speciaal iemand, soms voor helemaal niemand. Dat doet Soumia ook. Dat jij een rol in haar leven hebt, betekent niet dat ze jou alles hoeft te vertellen, laat staan dat je alles van haar moet weten.’
‘Wel als ze een vertrouwensband met mij op wil bouwen.’
Vadit wast zijn handen en wacht met antwoorden tot hij de kraan weer uit heeft gedaan. Dewi is jong en wat ze hem laat zien herkent hij van zijn eigen dochter. Het verlangen naar volwassenheid, maar dat nog net niet zijn. Denken te weten hoe het is en dat verwarren met feiten. Hij draait zich naar haar om.

‘Een vertrouwensband komt met elkaar beter willen leren kennen, niet met alles maar op tafel leggen. Jij hebt ook geheimen. Zaken waar je met niemand over durft te praten omdat je bang bent dat je niet begrepen of misschien wel afgewezen wordt. Dat is voor mij en Soumia niet anders en je helpt de vertrouwensband niet door stiekem in de spullen van anderen te snuffelen.’
Fel kijkt Dewi hem aan. ‘Jawel! Als ik dat niet gedaan had dan had ik nog steeds niet van Soumia geweten. Mijn ouders moesten het me toen wel vertellen.’
‘Nee Dewi, je draait het om. Dat jij het wist, werd jouw geheim. Jouw ouders vertelde je pas over Soumia toen je ernstig ziek werd en ze dachten dat ze geen andere keus hadden. Zonder jouw ziekte had het nog tussen jullie ingestaan en had je Soumia misschien nooit leren kennen …’
‘Soumia liegt over wie ze is …’
‘Nee Dewi, Soumia zwijgt over bepaalde kanten van zichzelf en dat doen we allemaal. Geheimen zijn lang niet altijd ook leugens en leugens zijn zeker niet altijd geheim. Dat je in de spullen van Soumia hebt gesnuffeld, keur ik niet goed. Wat dat betreft heb je nog wel het een en ander te leren over vertrouwen.’
‘En jij bent mijn vader niet!’
‘Daar ben ik me van bewust Dewi.’

Dewi snuift en kijkt hem boos aan.
‘Ik dacht dat jij anders was, maar je bent net als mijn ouders en Soumia. Jullie behandelen me allemaal als een klein kind en kennen het verschil niet tussen een leugen en de waarheid. Jullie verbergen je achter je volwassenheid en roepen dat het beter is dat ik het niet weet, of dat ik er snel genoeg achter kom, maar weet het al. Ik heb jullie niet nodig om me te vertellen wat ik moet doen of wat de waarheid is!’

Zonder hem nog aan te kijken stormt ze de kas uit en ze loopt daarbij bijna Soumia ondersteboven die haar met een donkere blik in haar ogen bij haar bovenarm pakt en het openstaande kistje onder haar neus duwt. Woedend en keer op keer opent ze haar mond tot eindelijk de woorden die zo lang hebben gewacht naar buiten komen.

‘Jij … Jij … denkt alles te weten … Alles? Jij weet wat het betekent om volwassen te zijn!?’

Onzacht trekt ze het meisje met zich mee, terug de kas in en ze kiept de inhoud van het kistje tussen de bloeiende rozen. Vadit wil haar tegen houden, wrijft langs zijn ogen en besluit dan om het te laten gebeuren. Misschien is dit wel precies wat beide vrouwen nodig hebben om tot elkaar te komen.

Show Buttons
Hide Buttons