Gekruiste paden

Haar hele lichaam brandt, niet alleen de tekeningen op haar rug, maar alles en overal. De hitte stroomt kolkend door haar bloed, haar keel is rauw en haar gezicht nat van tranen. Ze strompelt terug naar het huis. Halverwege het pad komt de labrador tevoorschijn uit de struiken, gevolgd door Vadit. Zonder iets te zeggen slaat hij een arm rond haar schouders. De snik uit haar keel is klein en bijna kinderlijk. Ze leunt tegen hem aan.

In de keuken haalt hij een warme, vochtige doek over haar gezicht en hij schenkt een glas wijn voor haar in. Ze gaat aan de keukentafel zitten en probeert een gemakkelijke houding te vinden. Vadit kijkt haar aan. ‘Pijn?’
Soumia knikt. Het heeft geen zin zich groot te houden. Ze wil zich niet meer groot houden. De afgelopen jaren is ze sterk genoeg geweest. Nu voelt ze zich gebroken. Vadit gaat naast haar zitten en masseert voorzichtig de spieren in haar schouders en nek.

‘Was je niet wat te hard voor haar?’
Soumia zucht. ‘Misschien, maar ze is volwassen. Het wordt tijd dat ze erachter komt dat het leven soms ook hard kan zijn.’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Wat versta jij onder volwassenheid?’
‘Dat je verantwoordelijkheid neemt voor de dingen die je doet en dat je de consequenties aanvaard.’
Vadit glimlacht. ‘Is er dan wel iemand volwassen?’
‘Je neemt het voor haar op?’
‘Misschien, maar ik probeer vooral jouw reactie te doorgronden. Ik denk dat Dewi al heel jong heeft ervaren hoe hard het leven kan zijn.’
Soumia haalt haar schouders op en kreunt als een pijnscheut door haar nek naar haar hoofd schiet.
‘Ze had niet in mijn spullen moeten snuffelen. Mijn reactie is de consequentie van haar gedrag.’
‘Ik denk dat jouw reactie vooral een consequentie is van je eigen gedrag. Je verstopt je al zo lang voor de wereld dat het een gewoonte is geworden. Tegelijk vind je ook dat de wereld zich moet aanpassen aan jou.’

Soumia vindt zijn woorden niet prettig, maar ze geniet van het warme timbre van zijn stem en daardoor vervaagt de kern van wat hij zegt. Hij weet niet wat het is en dat kan ze hem ook niet kwalijk nemen. Misschien kan ze het Dewi ook niet kwalijk nemen en als ze eerlijk is gaat het niet zozeer om haar nieuwsgierigheid zelf. Het gaat haar vooral om het gebrek aan respect dat het meisje haar laat zien. Ze schudt haar hoofd. ‘Dewi kwam naar mij toe omdat ze mij nodig had, niet andersom.’

Vadit staat op en Soumia huivert omdat de warmte van zijn lichaam verdwijnt. Hij schenkt haar glas bij. ‘Je doet net of jij geen zeggen hebt gehad in die situatie en misschien ligt daar ook wel de kern van jouw probleem.’
Ze kijkt naar hem op. ‘Vind je dat ik een probleem heb?’
‘Ik denk dat je meer dan één probleem hebt en die liggen allemaal bij jezelf, bij niemand anders. Je wil het zo graag anders doen. Tegelijk denk je ook dat de hele wereld op jou wacht terwijl je aan het uitzoeken bent wat je precies anders wilt doen. Je behandelt de mensen om je heen als marionetten omdat je diep van binnen vindt dat ze van geluk mogen spreken dat jij tijd en aandacht aan ze besteedt. Je vraagt je niet af hoe het voor een ander is en alles gaat onder jouw voorwaarden. Zolang je die houding niet laat varen, zul je keer op keer teleurgesteld worden. In anderen, maar vooral ook in jezelf.’

De blik in zijn ogen en de klank van zijn stem blijven hetzelfde. Warm en begripvol, zonder ook maar een kleine toon van beschuldiging. Toch steken zijn woorden feller dan Soumia aan zichzelf toe wil geven. Ze neemt een slokje van haar wijn.
‘Als ik zo’n vreselijk moeilijk mens ben, waarom blijf je dan hier, bij mij?’

Vadit glimlacht. ‘Ik vind je geen vreselijk, moeilijk mens en ik ben niet hier bij jou. Jij bent hier bij mij en die keuze heb je ook zelf gemaakt. Als jij wilt gaan, dan hou ik je niet tegen. Ik ben niet jouw zoveelste marionet of een gadget waar je mee kunt pronken en wat je aan de kant kunt gooien zodra je er geen zin meer in hebt.’
‘Een gadget?’
‘Een gadget ja, misschien zelfs een collectors item. Iets wat jou status geeft, al is het alleen maar voor je eigen gevoel. Zo behandel je Dewi en heel veel andere mensen. Je noemt het liefde en vindt jezelf heel nobel, maar je denkt en handelt uit eigenbelang en verwacht het drievoudige terug te krijgen.’

Soumia slaat haar ogen neer. Haar borst gloeit verontwaardigd en ze moet op haar tong bijten om hem geen scherp antwoord te geven om hem het zwijgen op te leggen. Vadit ziet het gevecht dat zijn woorden veroorzaken, maar doet geen moeite deze te verzachten. Hij ziet haar voor wie ze is. Een bijzondere, maar ook een harde vrouw. Dat haar zachte kant diep onder die laag verborgen ligt, ziet hij ook. Soumia kwam niet zomaar op zijn pad. Niemand komt ooit zomaar op zijn pad. Er is altijd een diepere bedoeling. Vadit is er nog niet helemaal achter waarom juist het pad van Soumia het zijne moest kruisen.

Hij pakt zijn autosleutels. ‘Genoeg stof om over na te denken. Ik hoop echt dat je hier nog bent als ik terugkom, Soumia.’
‘Wat ga je doen?’
‘Ik breng Dewi naar huis. Ook zij heeft vanavond genoeg om over na te denken.’

*

Dewi opent haar ogen. Haar hoofd voelt zwaar, nog zwaarder dan toen ze thuis kwam en op bed ging liggen. Ze dacht niet dat ze zou kunnen slapen. Het gebeurde nog voor andere gedachten konden komen. Ze komt omhoog en kreunt zacht als het laken langs haar borsten en tepels van haar af glijdt. Het schuurt en heel in de verte komt het gevoel weer terug. Ze vindt het een prettig gevoel en spelend met haar laken probeert ze het vast te houden. Een harde roffel op haar deur verstoort het moment. ‘Dewi, opschieten. Het is al acht uur. Geweest!’

Ze zucht en schudt haar hoofd. Ze is niet van plan naar school te gaan. Niet vandaag. Wat ze voelt past daar niet en het past al helemaal niet bij haar klasgenoten. Dit is veel groter en veel echter. Waarom weet ze niet goed. Ze staat op en doet wat ze altijd doet. Tanden poetsen, een snelle douche. Haar tepels lijken roder dan anders, maar misschien verbeeldt ze zich dat wel. Misschien komt het door het licht, of door haar gedachten. Sissend haalt ze adem als ze haar vingers langs de knopjes laat glijden. Het is een fijne pijn.

Waarom?

Beneden wordt ze kriegel van de zorgzaamheid van haar moeder. Brood, fruit en een flesje water, alles staat al klaar op het aanrecht, zoals elke ochtend. Dewi stopt het lunchpakket in haar tas en schudt haar hoofd als haar moeder een kop thee voor haar neer zet. ‘Ik ben al laat.’
‘Je moet ontbijten.’
‘Geen tijd, tot vanavond!’

Ze trekt de deur achter zich dicht en loopt mopperend in de richting van de bushalte. Iedereen behandelt haar als een klein kind. Haar ouders, Soumia en Vadit nu ook. Ze is geen klein kind en ze kan prima voor zichzelf zorgen. Ze wil dat anderen dat ook weten. Dat ze ziek is geworden zegt niets, het heeft alleen maar voor een vertraging gezorgd. Een vertraging die ze alweer heeft ingelopen en ze voelt zich goed. Meestal voelt ze zich goed.

Vandaag voelt ze zich vreemd.

Bij de Gazelle is het rustig. De meeste bewoners zijn naar hun dagbesteding, maar haar lievelingetje Eline is er wel en ze helpt haar met het ontbijt. De begeleidster, Marijke, is blij met haar aanwezigheid. ‘Ze wordt straks opgehaald door haar zus en ik heb haar tas nog niet ingepakt. Vind je het heel erg?’
‘Nee, natuurlijk niet, daar ben ik toch voor.’
De vrouw kijkt haar peinzend aan. ‘Eigenlijk niet, maar het komt wel goed uit. Ik zal opschieten.’

Dewi vindt het prettig even alleen te kunnen zijn met Eline en als ze klaar is met het ontbijt, helpt ze haar uit de stoel en naar de bank. Zacht zingend gaat ze naast haar zitten en het duurt niet lang voor Eline haar hoofd tegen haar schouder legt. Ze kwijlt een beetje en het komt terecht op Dewi’s schouder, maar ze vindt het niet erg. Ze blijft zingen en vraagt zich af wie er meer tot rust komt. Eline, of zijzelf. Ze zucht als ze merkt dat het vreemde gevoel dat haar al sinds gisterennacht vast houdt, van haar af glijdt. Ook de vragen in haar hoofd verdwijnen. Ze hoeft niet te weten waarom die klemmetjes haar een prettige ervaring gaven. Het is zo en dat betekent niet dat ze vreemd is, alleen maar anders. Soumia is ook anders en zij weet hoe het kan voelen, zij zoekt ook dat gevoel, maar dan nog feller. Geeft dat ook een prettig ervaring? Of is het zoals Soumia zegt; om andere pijn te bedekken. Is dat erg?

Ze had die spullen niet mee moeten nemen, maar is toch blij dat ze het wel heeft gedaan. Anders had ze het niet geweten. Niet van zichzelf, maar ook niet van Soumia. Ze is blij dat Soumia eindelijk meer van zichzelf heeft laten zien en vooral ook dat ze niet perfect is, zoals ze voor doet komen. Het is precies zoals Vadit zei. Soumia heeft last van haar eigen monsters, net als iedereen.

‘Dat ziet er gezellig uit …’
De onverwachte stem gaat met een schok in haar borst zitten. Dewi kijkt op. In de deuropening van de keuken staat een lange, slanke man. Zijn haar is glad naar achteren gekamd en als hij zijn zonnebril afzet ziet Dewi zijn lichte, haast ijsblauwe ogen. Hij heeft sierlijke wenkbrauwen en de welving van zijn lippen is als die van een vrouw, zacht en vol. Hij komt naar haar toe lopen en steekt zijn hand uit.
‘Met wie heb ik het genoegen?’
Dewi bloost en wurmt haar arm onder Eline uit. Zijn warme hand heeft smalle vingers met spits toelopende nagels. Dewi bloost nog dieper als ze het glanzende laagje lak op zijn nagels ziet.
‘Ik ben Dewi. Ik ben hier vrijwilligster. Eline wacht op haar zus.’
De man lacht. ‘Dat weet ik. Ik ben haar zus. Aangenaam Dewi, Dominique.’

Dewi heeft het gevoel dat haar gezicht in brand staat en ze weet zeker dat haar wangen nu felrood zijn. Ze stamelt verward. ‘Oh, ik dacht … het spijt me … ik … Ik weet niet zo goed wat ik dacht.’
Dominique lacht harder. ‘Je dacht dat ik een man was … het geeft niet, dat gebeurt soms. Ik ben het gewend. Ik zie dat je het goed met mijn zusje kunt vinden.’

Ze gaat aan de andere kant van Eline zitten en geeft haar een zoen op haar wang. De jonge vrouw lacht breed en slaat onhandig haar armen rond Dominique’s schouders. Dewi blijft verward, ook als Dominique haar jas uittrekt en ze plotseling heel duidelijk ziet dat ze niet met een man te maken heeft. Haar borsten zijn misschien niet groot, maar onmiskenbaar aanwezig onder het nauwsluitende colbertje. De lange, slanke man die binnen kwam is in een flits veranderd in een zeer aantrekkelijke en onmiskenbaar vrouwelijke vrouw. Er golft een aangenaam warme schok door haar lichaam als Dominique haar weer aankijkt.
‘Is haar tas klaar?’
Dewi kan zichzelf wel slaan als ze voelt dat haar gezicht nog roder wordt. ‘Marijke … Ja, Marijke ging haar tas inpakken.’
Dominique staat op en helpt haar zusje omhoog. ‘Heel fijn. Ik help Eline vast in de auto, wil je dat tegen Marijke zeggen?’ Ze steekt haar hand weer uit. ‘Aangenaam kennis met je te maken Dewi. Ik hoop je snel weer te zien.’

Dewi knikt. Marijke komt terug met een weekendtas, begroet Dominique en loopt met haar en Eline mee naar de auto. Dewi staat op, gaat dan toch weer zitten. Haar hart bonst overal, traag, dan weer sneller en in haar buik jagen kriebels die ze nog niet eerder heeft gehad. Ze lijken op de kriebels die ze had bij haar leraar Engels, maar deze gonzen alle kanten op en zijn haast hallucinerend intens.

Trillend staat ze op en ze steekt haar handen en polsen onder de koude kraan. Door de bewegingen van haar armen, schuurt de stof van haar shirt tegen haar gevoelige tepels en het trekt heet door haar buik. Ze zucht diep. De zoete pijn van de klemmetjes was fijn en de naweeën van de scherpe tandjes zijn dat ook, maar het gevoel wordt nog zoeter nu daar ook deze verwarrende, hete kriebels bij komen.

Betekent dit dat ze verliefd is? Op slag? Op een vrouw?

Show Buttons
Hide Buttons