Rennen

Stil is Valerie vanmorgen opgestaan en net zo stil heeft ze de voordeur achter zich dichtgetrokken. Zodra ze het park in zicht krijgt begint ze te rennen. Haar hoofd moet leeg en ze wil haar lijf voelen voor ze straks onder de douche stapt.
Haar lichaam moppert en ze begint harder te lopen. Ze wil haar hart voelen bonken, haar bloed voelen stromen. Ze wil zweten. Gewoon weten dat haar lijf meer is dan een handig middel om haar van A naar B te brengen.
Raymond had gevraagd of ze was klaargekomen. Hij had kunnen weten dat het niet zo was. Ze had er geen zin in gehad, haar hoofd stond er niet naar. Ze had nog nooit gedaan alsof het wel zo was, ook gisterenavond niet. Hij vraagt het altijd. Soms doet hij nog wat extra moeite, soms niet. Gisteren niet.
Hij zei dat hij morgen een drukke dag had, draaide zich op zijn zij en viel in slaap.
Valerie lag nog lang wakker, met een ontevreden lichaam. Het verwarde haar. Ze is altijd tevreden geweest, redelijk tevreden. Met Raymond en het leven dat hij haar biedt. Ook met hun seksleven. Het gevoel in haar lijf doet vermoeden dat ze toch minder tevreden is dan ze dacht. Of misschien gewoon niet meer tevreden is.
Ze voelt dat ze het warm krijgt en dat kleine druppeltjes zich onder haar haargrens beginnen te vormen. Een lange, getinte man komt haar tegemoet rennen. Ze ziet hem vaker als ze gaat lopen. Hij houdt schijnbaar ook van de vroege ochtendstilte. Ze begroet hem hijgend als ze elkaar passeren en hij lacht naar haar.
‘Goedemorgen.’
Even denkt ze dat hij zijn pas inhoudt, maar hij is haar al voorbij gerend. Ze stopt, kijkt hem na en vraagt zich af of hij hier in de buurt woont.
Een korte blik op haar klokje zegt haar dat ze nog tijd genoeg heeft. Ze wil pas terug als Raymond en de kinderen weg zijn. Naar het werk en naar school.
Ze draait zich om en volgt de man, op gepaste afstand, haar hart gaat nog sneller bonken als ze harder moet lopen om hem bij te kunnen houden. Aan de noordkant van het park slaat hij af en hij verdwijnt onder de smeedijzeren boog. Valerie blijft hem volgen. Ze kan altijd zeggen dat ze behoefte had aan een ander rondje.
Hij draait zich niet om, blijft doorrennen in een gestaag tempo. Valerie voelt het zweet op haar rug, tussen haar borsten. Haar keel is droog en ze denkt aan het flesje water, thuis op het aanrecht. Ze vergeet het altijd.
Dit deel van de stad kent ze niet goed, ze komt er zelden. Weinig goede winkels, geen winkels die haar interesse hebben. De meeste van haar vriendinnen en kennissen wonen bij haar in de buurt, haar familie buiten de stad. Ze heeft geen reden om hier te zijn.
Ze passeert hoge flats, een kleine speeltuin met afgetrapt voetbalveldje. Aan de overkant van de straat een paar winkels. Een groenteboer, kapsalon, seksshop. Een klein café.
De man steekt zonder zijn tempo in te houden over en verdwijnt in het café. Valerie blijft staan. Hijgend, met haar handen op haar knieën. Haar kuiten branden en ze heeft steken in haar zij.
Ze schudt haar hoofd en draait zich om. Geen haar op haar hoofd die erover piekert achter hem aan het café binnen te gaan. Wat zullen mensen wel niet van haar denken?
Verbaasd kijkt ze op als ze een schril fluitje hoort. De man staat voor de deur van het café.
‘Koffie of thee…?’
Hij gebaart dat ze moet komen en ze draait zich om, hoort hem lachen voor hij weer naar binnen gaat. Valerie strekt haar rug en veegt het zweet van haar voorhoofd. Heeft hij haar al die tijd in de gaten gehad? Ze voelt haar gezicht nog warmer worden.
Even twijfelt ze, denkt aan Raymond, dan haalt ze haar schouders op. Ze mag thee drinken met wie ze wil, daar doet ze niemand kwaad mee.

In het café is het schemerig. De man zit aan een kleine tafel bij het raam. Valerie kijkt om zich heen. Een donkere, oubollige inrichting, maar het ziet er schoon uit. Met een glimlach knikt hij naar haar.
‘Kom zitten, ook thee?’
Valerie knikt en gaat wat aarzelend tegenover hem zitten. Hij steekt zijn hand naar haar uit.
‘Adnan, aangenaam. Had je zin in een ander rondje? Mike, ook thee voor de dame.’
Valerie legt haar hand in de hand van de man en zegt zacht haar naam. Ze voelt zich ongemakkelijk in haar roze trainingspak.
‘Je komt hier niet vaak zeker?’
‘Nooit eigenlijk. Jij?’
‘Ik woon hier, nou ja, niet hier… verderop, in één van die flats.’
‘Loop je vaak?’
Hij knikt. ‘Bijna elke ochtend, altijd hetzelfde rondje. Ik zit de hele dag al, het is goed om je lijf even aan het werk te zetten voor de dag echt begint.’
Weer knikt Valerie. ‘Wat doe je dan?’
‘Ik ben buschauffeur.’
Ze voelt zich dom dat ze niet weet wat ze verder moet zeggen. Ze heeft geen behoefte om met vreemden te praten, die behoefte heeft ze nooit gehad.
Als de thee wordt gebracht wil ze gulzig een slok nemen. Adnan legt zijn hand op die van haar. ‘Voorzichtig, het is heet.’
Valerie krijgt een kleur, zet haar kopje neer en kijkt op haar horloge. Adnan glimlacht als ze op staat.
‘Sorry… mijn man, de kinderen… ik moet naar huis.’
‘Niet zo zenuwachtig. Ik bijt niet. Drink je thee, dan loop je rustig naar huis.’
Hij blaast in zijn thee, neemt voorzichtige slokjes. ‘Hoe oud zijn je kinderen?’
Ze geeft antwoord op zijn vragen, met één oog op haar horloge en wachtend tot haar thee genoeg is afgekoeld. Ze wil weg, tegelijk merkt ze dat meer van hem wil weten, waar ze weer van schrikt.
Ze schrikt ook als hij plotseling op staat en zijn thee snel opdrinkt. ‘Ik moet gaan, het werk roept.’
Hij geeft haar een hand.
‘Leuk je te leren kennen Valerie. Tot volgende week.’
Hij is al verdwenen en steekt zijn hand nog even op als hij langs het raam loopt. Beduust kijkt Valerie hem na. Ze staat op en loopt naar de bar. ‘Ik heb geen geld bij me…’
De man kijkt haar aan en lacht. ‘Geen zorgen. Adnan heeft het geregeld. Fijne dag dame…’
Valerie weet niet hoe snel ze het café uit moet lopen, langs dezelfde weg weer terug.
Tot volgende week zei hij. Er komt geen volgende week. Vanaf nu loopt ze een andere route. Raymond zal denken dat ze gek geworden is, iedereen zal denken dat ze gek geworden is.

Show Buttons
Hide Buttons