Broeiend.

Valerie rent harder dan ze gewend is richting het park. Raymond had zich kreunend omgedraaid toen ze uit bed ging. Hij zei hij de training oversloeg vandaag. Het kon haar niet zo veel schelen.
Haar lijf broeit nog steeds en ze vindt dat het zijn schuld is. Dat over dat hoer had ze niet moeten zeggen, maar hij had er ook niet zo geschokt op hoeven reageren. Ze wil ook niet dat hij het tegen haar zegt. Het doet vast niets voor haar, maar hij had haar niet van zich af hoeven duwen. Ze ging net zo lekker. Als hij haar nog een paar minuten had gegeven was ze er geweest en had haar lijf niet nog steeds gebroeid. Het is zijn schuld.
Ze had tegen Femke en Milan gesnauwd en gezegd dat ze oud en wijs genoeg zijn om voor hun eigen ontbijt te zorgen. Ze waren niet erg onder de indruk en Milan vroeg of ze tv mochten kijken.
Al rennend voelt ze zich nog een beetje bozer worden. Lui en gemakzuchtig. Raymond en haar kinderen. Ze zoeken het maar een tijdje zonder haar uit. Eens zien hoe hard ze haar gaan missen.

Ze voelt het zweet op haar rug en staat stil vlak voor de ingang van het park met haar handen op haar knieën. Valerie is buiten adem en ze schudt boos haar hoofd. Ze mist de roes die ze anders krijgt tijdens het lopen, het gevoel dat ze op de automatische piloot gaat. Het komt door de gedachten in haar hoofd. Tijdens het lopen lukt het haar vaak die gedachten uit te schakelen. Alle gedachten. Waarom nu dan niet?
Ze wandelt verder, probeert haar ademhaling onder controle te krijgen.
Het zijn vast haar hormonen. Ze is nooit zo broeierig, nooit zo bezig met seks of het gebrek daaraan.
Vindt ze dat? Vindt ze dat ze tekort komt? Het is toch altijd goed geweest.

Rustig begint ze weer te rennen, in een kalmer tempo nu. Door het park en er bij de andere uitgang weer uit. Haast vanzelf rent ze door straten, langs kleine huisjes. Kinderen spelen buiten. Twee mannen staan te praten en een vrouw hangt de was op. Fleurige, frivole kleding, een beetje zoals Zoë zou kunnen dragen. Strakke spijkerbroeken en hippe blouses, in vrolijke kleuren.
Ze ziet de hoge flats en de speeltuin met het voetbalveldje. De winkels. Een groenteboer, kapsalon, seksshop. Het café.
Er staan tafels en stoelen buiten en er zitten mensen.
Valerie blijft staan. Haar gedachten gaan voor de zoveelste keer naar de woensdagochtend dat ze Adnan tegenkwam en achter hem aan ging. Ze vraagt zich af wat haar bezielde en waarom hij zo’n grote aantrekkingskracht op haar uitoefent. Waarom ze hoopt dat ze hem vandaag ook weer ziet, en waarom ze tegelijk bang is dat het gebeurt.
Haar voeten lopen vanzelf. Valerie is zich niet bewust van haar passen en voor ze het door heeft zit ze aan een tafeltje in het café. Ze schrikt van zichzelf en kijkt onzeker om zich heen
Een jong stel met een kleine peuter zit achterin. Aan de bar twee meisjes, druk in gesprek. Aan de tafel naast haar zit een oudere man, verdiept in de krant. Het zijn mensen die niet bij haar passen en ver van haar af staan. Net zo ver als Adnan.
Niemand let op haar, behalve de barman.
Het is dezelfde man als toen en Valerie graaft in haar geheugen. Mike… ja, zo heet hij.
Hij komt naar haar toe, vraagt wat ze wil drinken. Hij lijkt haar niet te herkennen en Valerie zucht opgelucht. Ze bestelt thee, en een broodje kaas.
‘Vandaag wel geld bij je?’
De man lacht en Valerie krijgt een kleur. Ze knikt verlegen. Als hij wegloopt bladert ze afwezig door een tijdschrift dat op de vensterbank ligt. Dit soort dingen doet ze niet. Ze gaat niet in haar eentje in een café zitten, en al helemaal niet in haar trainingspak. Dat durft ze niet.
Het grand café, in de stad, daar gaat ze naar toe. De open, grote ruimte met gezichten die ze gedurende de dag ook tegenkomt. Samen met Zoë, of, heel soms, met Raymond. Nooit alleen. Nee zeg, wat zullen de mensen wel niet denken.

Terwijl ze haar broodje eet en haar thee drinkt belt ze Zoë. Ze drukt haar op het hart goed na te denken over haar date met die Norman. Heimelijk kijkt ze om zich heen. Ze vindt dat ze vreselijk uit de toon valt in haar roze trainingspak en is bang dat mensen haar vreemd aankijken. Nog steeds let niemand op haar. Ze houdt de deur in de gaten, ergens hopend dat Adnan ineens naar binnen komt. Ze verbeeldt zich dat ze zich prettiger zou voelen als hij er ook zou zijn.
Er is geen Adnan.
Een kort berichtje van Raymond doet haar beseffen dat de tijd verder is gegaan, ook bijna zonder dat ze het in de gaten heeft. Hij vraagt haar waar ze blijft en verschrikt staat ze op. Femke moet naar Atletiek.
Aan de bar rekent ze af. Ze heeft geen zin om weer te gaan rennen en loopt op haar gemak langs de winkels. Bij de groenteboer koopt ze een bak aardbeien. Ze ruiken naar de zomer.
Als ze langs de seksshop loopt gluurt ze stiekem naar binnen, ze blijft even staan. Er hangt enkel wat gewaagde lingerie in de etalage. Geen gekke dingen. Ze vraagt zich af wat er binnen te zien is. Natuurlijk heeft ze weleens plaatjes gezien. Vibrators en dildo’s, attributen voor mensen die een kinky seksleven hebben, voor vrouwen die niet genoeg hebben aan hun partner. Voor mensen die ontevreden zijn.
Ze is nieuwsgierig, en tegelijk stoot het haar af. Zou ze durven? Voor een kort moment heeft ze de klink van de deur in haar hand. Ze duwt, de deur geeft mee. Ze schrikt van een claxonnerende auto en voelt zich betrapt. De deur laat ze los en haar wangen krijgen een kleur. Vlak voor ze zich omdraait valt haar oog op het kaartje met de openingstijden, er staat een webadres onder en ze prent het in haar hoofd. Nooit van haar leven zal ze een dergelijke winkel binnenstappen. Met snelle passen loopt ze door, haar blik naar de grond.
Ze vraagt zich af of Zoë dat soort lingerie draagt voor haar afspraakjes met die Norman, of ze het zelf zou durven dragen.
Raymond vond het jurkje interessant.
Zou Zoë ook speeltjes hebben. Een vibrator misschien? Zou ze die zelf willen hebben? Zou ze die durven kopen? Zou ze het Zoë durven vragen?

Show Buttons
Hide Buttons