Kleine gebaren

Valerie staat in de hal van het grote flatgebouw. Milan kijkt haar vragend aan.
‘Welk nummer mama?’
Ze kijkt in haar telefoon en wijst naar het paneel. ‘Nummer drieëndertig, toe maar.’
Ze is zenuwachtig en voelt zich een idioot omdat ze zo zenuwachtig is. Ze had ook nee moeten zeggen. Ze had het aanbod vriendelijk af moeten slaan, net zo vriendelijk als het was bedoeld.
Wat moet ze zeggen. Een huiskamer vol mensen die ze niet kent en die ver van haar bed staan.
Een stem, krakerig door de kleine luidspreker.
‘Kom maar boven!’
Milan rent al naar de deur, Valerie houdt hem tegen. ‘Rustig! En niet rennen.’
Geen lift, dus de trap. Ze kijkt op de nummers aan de muur. Vierde verdieping, acht trappen. Milan rent toch, voor haar uit. Hij wacht telkens even bovenaan een trap voor hij weer verder gaat. Ze roept hem nog één keer. ‘Niet rennen!’
De deur naar de galerij, Milan heeft hem al open en Valerie zucht, geeft het op.
Op de galerij Milan, Femke en Farid. Een kleine peuter drentelt om ze heen en achter ze aan. Tussen de kinderen door de pup, springend en rennend.
Femke ziet haar en komt lachend naar haar toe. ‘Mama! Heb je het cadeautje?’
Valerie vist het pakje uit haar tas. Ze had niet geweten wat ze moest kopen. Bedacht wat Milan leuk zou vinden, wat de vriendjes van Milan leuk zouden vinden. Uiteindelijk had ze Milan wat uit laten zoeken. Het werd een enorme stuiterbal, met licht en geluid.
Ze blijft op de galerij staan, kijkt naar het hondje en de peuter. Het is een grappig mannetje, het is ook een grappig hondje. Femke zeurt haar gek sinds ze Farid kent, ze wil ook een hondje. Net zo’n hondje. Valerie weet het niet. Een hond is veel werk, werk wat uiteindelijk vooral op haar schouders terecht zal komen. Ze heeft geen idee of Raymond het wel een goed idee vind, maar het is een leuk hondje.
‘Leuk dat je er bent Valerie. Kom je niet binnen?’
Naomi staat achter haar en tilt de peuter op. Valerie kijkt naar het kindje. Het heeft mooie, bruine ogen.
‘Is die ook van jou?’
Naomi lacht. ‘Nee zeg, bewaar me, voorlopig heb ik genoeg aan Farid en de hond. Dit is Tariq, de zoon van mijn zwager.’
Valerie pakt even het handje van het mannetje. ‘Aangenaam Tariq.’
Achter Naomi aan gaat ze de flat binnen. Ze hoort veel stemmen. Zacht en brommend, hoog en helder. Af en toe wordt er hard gelachen. Ze ziet Adnan en knikt naar hem, knikt ook naar de andere gezichten.
‘Maar geen voorstelrondje doen?’
Valerie kijkt Naomi dankbaar aan, laat zich naar het enige vrije plekje op een grote bank duwen en gaat zitten. Ze knikt als Naomi vraagt of ze thee wil en kijkt of ze Femke en Milan ziet.
Vriendelijke gezichten lachen naar haar. Adnan vraagt of ze het makkelijk kon vinden. Heel makkelijk. De flat is vlak achter het café waar ze met hem heeft gezeten.
Ze kijkt naar een vrouw met lang donker haar. Ze zit met haar benen over elkaar geslagen te praten met de oudere vrouw naast haar. Ze houdt haar hand vast. Haar blik is warm, haar glimlach open.
Valerie kent haar ergens van. Ze heeft haar eerder gezien. De vrouw ziet dat ze naar haar kijkt, glimlacht vriendelijk, kijkt dan weer naar de vrouw.
Adnan gaat naast haar op de armleuning van de bank zitten, geeft haar een glas thee. Zijn been raakt dat van haar en ze weerstaat de neiging iets op te schuiven, krijgt het toch weer warm. In haar hoofd spreekt ze zichzelf ernstig toe.
Hij maakt een wijd armgebaar ‘Mijn familie, allemaal.’
‘En de familie van Naomi?’
‘Die komen morgen, anders past het niet.’ Adnan kijkt haar aan en lacht.
‘Wie is die vrouw? Ik ken haar ergens van.’
‘Mijn zus, Soumia, een bekend gezicht in de gemeente ja. Het kan heel goed dat je haar ergens bent tegengekomen.’
De vrouw hoort haar naam en staat even op om Valerie een hand te geven.
‘Soumia Zamora, aangenaam. Volgens mij heb ik jou begin dit jaar bij de vrijwilligersmarkt gezien, klopt dat?’
Valerie knikt. Het klopt en ze herinnert zich de vrouw weer. Ze had een prijs uitgereikt voor de vrijwilligersorganisatie van het jaar. Valerie was er verder niet zo mee bezig geweest. Ze had de hele middag mensen proberen te ronselen voor de sportdag van een paar weken geleden.
Stil kijkt ze om zich heen en ze merkt dat ze geniet van de drukte. Het gepraat, de vriendelijke gezichten. Niemand vraagt haar wie ze is en wat ze komt doen. Dat is ze niet gewend, maar ze vindt het prettig en ze realiseert zich dat ze haar beeld bij moet stellen. De zus van Adnan is wethouder binnen de gemeente. Zorg en Welzijn als ze het zich goed herinnert. Het komt niet overeen met het beeld dat ze van deze vrouwen heeft. Ze ziet er sterk uit, tegelijk warm, maar totaal niet als de voetveeg die altijd in Valerie haar hoofd heeft gezeten bij deze vrouwen.
Vertederd ziet ze hoe Tariq bij haar op schoot klimt en met zijn duim in zijn mond tegen haar aan in slaap valt. Ze knikt als Naomi vraagt of ze ook wil blijven eten. Ze wil graag blijven eten.
Raymond is voorlopig toch niet thuis, en zij hoeft helemaal nergens heen. Ze zit hier prima.

Valerie observeert de mensen om haar heen, ze zegt niet veel, geeft antwoord als iemand het woord tot haar richt. Ze zwaait als een paar mensen vertrekken en kijkt naar Naomi en Adnan. Er is iets in de manier waarom ze met elkaar omgaan dat haar aanspreekt. Alles oogt liefdevol en respectvol.
Naomi schept eten op een bord, geeft dat aan Adnan en raakt hem even aan. Hij drukt een zoen op de palm van haar hand. Wanneer ze langs elkaar lopen ziet ze vingers zoeken, even langs haar halslijn, voorzichtig over zijn schouder. Ze ziet het ook bij de ouders van Adnan. Korte bewegingen, kleine gebaren, elkaar even aankijken. Misschien valt het niet op voor iemand die er niet op let. Maar Valerie let er wel op, en het raakt haar. Ze vindt het bijzonder en mooi om te zien. Heel erg mooi.

Show Buttons
Hide Buttons