Verkeerde vermoedens

Valerie loopt nerveus heen en weer, voor de zoveelste keer kijkt ze op de klok. Bijna half twaalf. Hij moet thuiskomen. Hij kan elk moment thuis komen.
Nog een keer belt ze hem op zijn mobiel. Meteen krijgt ze de voice-mail. Zijn telefoon staat uit. Nog een berichtje, tegen beter weten in. Nog één keer het kantoor. Geen gehoor. Iedereen is al naar huis.
Waar is hij? En waarom laat hij niets van zich horen.
Ze ruimt de vaatwasser uit en haalt een doek over het aanrech. Het is niet nodig, maar ze moet iets om handen hebben. De tijd kruipt voorbij en met iedere seconde wordt de onrust in haar borst groter.
Hij heeft een ongeluk gehad. Ze weet het zeker. Nog even en dan staat er politie voor de deur, met ernstige gezichten. De vraag of zij mevrouw Maertens is, of ze mee wil komen naar het Academisch Ziekenhuis. Haar man heeft een ongeluk gehad, en het ziet er ernstig uit.
Valerie schudt haar hoofd. Niet meteen het ergste gaan denken. Zijn vergadering liep uit, hij is nog wat gaan drinken. Misschien heeft hij gewoon autopech en staat hij ergens langs de kant van de weg, met een lege telefoon.
Voor de derde keer loopt ze naar boven. Ze kijkt zachtjes bij Femke en Milan. Ze slapen, onwetend en onschuldig.
Valerie wil niet gaan slapen. Het is vreemd dat ze niets van Raymond hoort. Hij laat haar altijd weten hoe laat hij ongeveer thuis denkt te zijn.

Adnan vertelde haar dat Raymond gebeld had en hij vroeg haar wie hij was. Ze had zich geschokt gerealiseerd dat ze zijn naam nooit genoemd had. Niet één keer. Adnan weet wie Femke en Milan zijn, hij heeft ze ontmoet. Hij weet ook van Zoë, kent de naam van haar broer en een paar kennissen. De vrouw van de ouderraad waar ze af en toe koffie mee gaat drinken. Ze praat zelden over Raymond, en als ze het doet dan noemt ze hem haar man. Onbewust een afstand creërend tussen hem en Adnan. Ze heeft Raymond nooit over Adnan verteld. Helemaal niets.

Een half uur verder zitten haar tranen hoog en is de angst groot. Dit is niets voor Raymond, helemaal niets. Ze vraagt zich af wat hij dacht toen Adnan haar telefoon opnam.
Hij zal toch niet…?
Valerie schudt haar hoofd. Natuurlijk denkt hij dat niet. Hij vertrouwt haar en hij kan haar ook vertrouwen. Hij heeft geen reden om zoiets te denken. Daarnaast, Raymond houdt zich niet bezig met dat soort zaken. Zijn hoofd zit vol cijfers en deadlines. Er is geen ruimte voor andere zaken.
Paniekerig kiest ze het nummer van Zoë en met een trillende stem vertelt ze dat Raymond nog niet thuis is, en dat ze hem niet kan bereiken.
Zoë haar stem klinkt geruststellend. Het haalt de paniek in haar borst een beetje weg.
‘Ik kom eraan Vleer, blijf kalm, er is vast niets aan de hand.’

Nu zit ze met Zoë aan de keukentafel. Ze wilde een glas wijn inschenken, Zoë zette thee. ‘Geen wijn. Ik weet zeker dat er niets aan de hand is, maar je moet nuchter blijven.’
Voor het geval ze toch weg moet. Zoë zegt het niet, maar ze bedoelt het wel. Valerie weet het. Voor het geval ze toch een telefoontje krijgt en naar het ziekenhuis moet, omdat het levenloze lichaam van een onbekende man is binnengebracht. Ze haalt even diep adem. Zoë legt haar hand op haar arm.
‘Precies, gewoon diep adem halen. Je zult zien, morgen kun je er om lachen.’
‘Maar het is niets voor Raymond, niet zonder dat hij iets laat horen.’
Ze spits haar oren naar het geluid van een auto, zakt teleurgesteld terug in haar stoel als de garagedeur niet opengaat. Een tel later veert ze toch weer op. Het portier van een auto slaat dicht, ze hoort een onbekende stem. Haar hart bonkt en het kan niet anders dan dat Zoë het hoort.
De bel en met een kleine gil schiet ze overeind, rent naar de deur. Ze wist het, ze wist het al die tijd.
Zoë loopt achter haar aan.
Voor de deur staat een kleine, gezette man. Haar ademhaling verlaat opgelucht haar borst. Geen politie. Valerie kijkt de man vragend aan.
‘Het spijt me dat ik zo laat stoor, maar ik heb een man in mijn taxi die zegt hier te wonen. Misschien kunt u even meelopen. Hij kan haast niet op zijn benen staan, zo lam als een toeter.’
De woede vlamt door haar borst. Hij is dronken! Zij staat duizenden angsten uit, maar Raymond is gewoon dronken!?
Ze hoort Zoë zachtjes lachen, draait zich boos naar haar om. ‘Dat is niet leuk Zoë!’
‘Sorry, je hebt gelijk. Ik loop wel even mee.’
Valerie loopt achter haar aan en ze ziet Raymond. Hij zit onderuitgezakt op de achterbank, zijn hoofd achterover en zijn mond open.
Zoë en de taxichauffeur helpen hem uit de taxi en ondersteunen hem naar de voordeur. In de hal blijven ze staan. De chauffeur kijkt haar aan.
‘Hij heeft nog niet betaald.’
Ze knikt, pakt haar portemonnee en betaalt de man het enorme bedrag.
‘Hoe lang heeft u met hem rondgereden?’
‘Ruim anderhalf uur. Hij wilde niet naar huis. ik dacht eerlijk gezegd dat hij gewoon niet meer wist waar hij woonde. Bedankt, en succes.’
De chauffeur grinnikt, loopt naar buiten en trekt de deur achter zich dicht.
Valerie zucht. Ze helpt Zoë met het ondersteunen van Raymond. Hij stinkt en ze is woest. ‘Logeerkamer Zoë, ik wil hem niet bij me in bed vannacht.’
Halverwege de trap lijkt Raymond wat bij zijn positieven te komen. Hij kijkt naar Zoë, lacht en lalt. ‘Ah, Zoë. Engel Zoë. Wat zou mijn vrouw toch zijn zonder jou…’
Valerie geeft hem een zachte por en hij kijkt haar aan. Zijn blik wordt donker. ‘Nog een engel…’ hij grinnikt. ‘Maar ik weet… schijn bedriegt…’
Een harde boer, weer grinnikt hij, knikt en hij leunt een beetje haar kant op.
‘Ja Val… schijn bedriegt… je had gelijk…’
Valerie gooit de deur van de logeerkamer open, duwt hem samen met Zoë op het bed. Ze trekt zijn schoenen uit en de dekens over hem heen. Hij pakt haar pols.
‘… je had gelijk Val… misschien ben je toch wel een hoer.’

Show Buttons
Hide Buttons